TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Fort Pannerden

Doornenburg, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Bomvrij militair object
Category
onroerend gebouwd
Built
1869 - 1871
Address
Waaldijk 1, 6686 MV Doornenburg (Lingewaard 25)
Place
Doornenburg
Municipality
Lingewaard
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.88087, 6.02669
Part of complex
532472
Monument number
532473

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

5 historical maps cover this location, the earliest the 1873 map "02. Kekerdom (1873)" (TU Delft Library).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Bomvrij fortgebouw met aarddekking.

NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE

Inleiding

BOMVRIJ FORTGEBOUW MET AARDDEKKING als vitaal onderdeel van Fort Pannerden. In hoofdzaak op een rechthoekig, maar sterk asymmetrisch grondplan gebouwd fortgebouw dat zich eveneens asymmetrisch binnen de globale vijfhoek van gangen met kazematten bevindt. Er zijn vier (korte) aardgedekte gangen (poternes) die als verbindingen van deze krans van gangen met kazematten dienen. Het fortgebouw is vanaf 1869 in twee fasen tot stand gekomen en het bestaat uit een begane grond, een tussenverdieping en een bovenverdieping, met hieraan gekoppeld drie betonnen batterijen. Tijdens de eerste fase van de bouw werd reeds besloten de zogenoemde Haxobatterijen door boogvormig metselwerk en slechts ten dele met aarde gedekte batterijen / kazematten; te vervangen door geheel gesloten, gemetselde batterijen.(Haxobatterijen zijn genoemd naar de Franse generaal F.N.B. Haxo (1774-1838). De eerste bouwfase was voltooid in 1872. Als gevolg van de komst van het getrokken geschut en vooral van de brisantgranaat is na 1885 besloten deze batterijen op hun beurt te vervangen door nog zwaardere - uitgevoerd in pantserstaal en beton. Deze nieuwe batterijen - de Rivierkazemat, de Rijnkazemat en de Waalkazemat - bestaan nog steeds en zijn van buitenaf goed herkenbaar. Later zijn ze gemoderniseerd, onder meer door de plaatsing van afstandmeters. Tevens is het fort aan het eind van die fase (ca. 1889) grotendeels bedekt met brikkenbeton en vervolgens is het daar overheen (opnieuw) met een aanaarding gedekt. Van de onderdelen op de bovenverdieping zijn - behalve de van verre herkenbare drie hierboven genoemde kazematten - slechts enkele gevels en muurwerken van emplacementen te zien. Deze gevels lijken de enige zichtbare kanten te zijn van zelfstandige aardgedekte bouwwerken zoals die op de meeste forten voorkomen. Maar in werkelijkheid zijn ze onlosmakelijk onderdeel van het bomvrije fortgebouw. Ze zijn ook steeds van binnenuit toegankelijk, zoals kan blijken uit de opschriften 'trap'. Een derde bouwfase, waarin men beoogde het werk nogmaals aan te passen aan eisen van de tijd (ca. 1925) en er bovenop vijf vrijstaande, kleine gewapend betonnen kazematten van verschillend type te bouwen, haalde het niet. De ontwerpen zijn nooit tot uitvoering gebracht. Wel is na de Tweede Wereldoorlog een slechts buitenom te bereiken bakstenen luchtwachtpost op het hoogste deel van de aardedekking gebouwd. Er zijn in ons land - naast Fort Pannerden - slechts vier zogenoemde pantserforten gerealiseerd. (de andere zijn: Fort Harssens (bij Den Helder), Fort IJmuiden (een forteiland), Fort Pampus (een forteiland) en Fort Hoek van Holland (ook wel: Maasmond)). Deze vier liggen alle aan of in zee, wat de bijzonderheid van 'rivierfort' Pannerden nog eens onderstreept.

Omschrijving

BOMVRIJ FORTGEBOUW MET AARDDEKKING, gelegen binnen een vijfhoek van gangen met kazematten en hiermee verbonden door middel van een viertal poternes. Het in oorsprong geheel in baksteen en met natuurstenen versterkingen uitgevoerde fortgebouw is gebouwd op een in hoofdzaak rechthoekige plattegrond met de grootste lengte van noordwest naar zuidoost. De asymmetrische rechthoek kent aan de zuidwestzijde een vijf traveeën brede uitbouw, waarvan de beide buitenste in het verlengde liggen / deel uitmaken van respectievelijk de westelijke en de oostelijke binnenplaats. Aan de noordwestzijde is een nog iets bredere uitbouw, waaraan een halfronde, gemetselde trap naar tussenverdieping en verdieping grenst. Deze trap begint in de aangrenzende, naar het noordoosten gerichte poterne (gang). De poterne vormt de (geknikte) verbinding met de hoofdtoegang tot het fortgebouw en het fort. Twee op de begane grond gelegen binnenplaatsen zijn in de tweede bouwfase deels overwelfd en zijn sindsdien te beschouwen als parallelle, van noordoost naar zuidwest gerichte gangen. De meeste ruimten op de begane grond zijn vanuit deze gangen toegankelijk, maar ook zijn er op vele plaatsen verbindingen tussen de ruimten onderling. De toegangen zijn meest voorzien van houten deuren, waarboven getoogde, iets bredere bovenlichten met tralies en ter weerszijden eveneens getoogde vensters met vierruits ramen. De aan de buitenzijden (noordwest en zuidoost) van de gangen gelegen ruimten - zijn overwegend gesloten door middel van tongewelven. De tussen de gangen gelegen ruimten kennen (bij de restauratie nieuw ingebrachte) houten plafonds, die de vloeren vormen van een tussenverdieping. De meeste functies zijn van oudsher ondergebracht in de ruimten op de begane grond. Er zijn onder meer nog resten en sporen van privaten, van de keuken - met waterwel en handbediende gietijzeren pomp - van enkele kruitkamers met herkenbare veiligheidsvoorzieningen, zoals een dubbele wand / gang, ijzeren haken en ogen, enz. De tussenverdieping was grotendeels bestemd voor legering van manschappen; dit was in het bijzonder van belang in het geval van hoge rivierwaterstanden, want daarbij waren de onderkomens op de begane grond slecht bruikbaar. De ruimten op de tussenverdieping liggen aan weerszijden en zonder afscheiding langs een centrale gang, die via de halfronde stenen trap bereikbaar is. De gang ligt evenwijdig met de beide binnenplaatsen / gangen; de legeringsruimten op de tussenverdieping geven uit op deze gangen door middel van gepaarde, halfrond gesloten vensters met een vierruits invulling. Op de verdieping zijn onderdelen van de oorspronkelijke opzet en van het daarna uitgevoerde plan (1869-1872) aanwezig, waaronder de voortzetting van de halfronde stenen trap - een met tongewelf uitgevoerde poterne, die precies gelegen is boven de gang van de tussenverdieping. Ook een aan de trap grenzende remise met twee aansluitende, segmentboogvormig gesloten nissen en enige open emplacementen voor geschut maken deel uit van deze bouwfase. De deels in baksteen en deels in beton uitgevoerde gevel van dit bouwdeel bevat drie inscripties in cartouches, namelijk '1886', 'remise' en 'trap' (v.l.n.r.). Het rechtse deel is versterkt door een stalen balkconstructie. Er zijn resten en sporen herkenbaar van delen die zijn aangepast of verwijderd, zoals (later in beton gezet) metselwerk. Tegenover het bouwdeel met remise en trap bevindt zich de gevel van een iets later toegevoegde, tweede remise - de toegang ervan eveneens met een stalen balkconstructie - en iets links hiervan de gevel van een overwelfde schuilplaats (het enige, alleen van buitenaf toegankelijke vertrek). Alle bouwdelen van de verdieping zijn beton- en aardgedekt. Verder liggen de in de tweede bouwfase tot stand gekomen batterijen (kazematten) ongeveer op verdiepingsniveau. De twee keer gewijzigde plannen / aanleg brachten mee dat aanpassingen in het bouwwerk gepleegd moesten worden. Bakstenen delen zijn gewijzigd of verwijderd en vervangen door, of aangevuld met (brikken) beton, pantserstaal en met constructie-ijzer. Intern zijn deze kazematten verbonden door een gangenstelsel, dat deels als onderdeel van de modernisering in beton tot stand kwam en deels kon worden hergebruikt vanuit de eerdere fase. De kazematten van de Rivierbatterij (zuidoostzijde) liggen iets lager dan de beide andere en zijn met de gang verbonden via een trap; ze zijn inwendig grotendeels samengesteld uit segmentboogvormig metselwerk. Als pantsering zijn bij alle drie de kazematten beton en staal toegepast; de rivierbatterij bevat vijf in dezelfde richting wijzende opstelplaatsen / schietopeningen voor geschut; de beide andere vormen boogsegmenten, met elk drie opstelplaatsen / schietopeningen en (resten van) steunen voor geschut. In het totale bouwwerk bevinden zich talrijke geschilderde opschriften (nummers van de ruimten) en verder vele houten deuren, ijzeren haken, ogen, leuningen, e.d.

Waardering

Het BOMVRIJ FORTGEBOUW MET AARDDEKKING van Fort Pannerden is van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden, als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is aangelegd en daarna door anderen gedurende circa 125 jaar is versterkt en verbeterd.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair- strategische bouwkunde, die gebaseerd is op: a. het systeem van (inundatie en) accesverdediging (19de eeuw), b. de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (19de eeuw, beperkt 20ste eeuw).

Het betreft hier een bouwwerk uit de periode ca. 1869-1890, namelijk een bomvrij, grotendeels met aardwerken bedekt fortgebouw, met een drietal zware, met beton en staal versterkte batterijen.

* Krijgshistorische en systeemwaarden, als onderdeel van een vooruitgeschoven deel van de verder vrijwel aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting en verdediging van niet te inunderen terreinen of andere accessen.

* Ensemblewaarde en situationele waarden, vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.

* Het bouwwerk is representatief (karakteristiek) omdat het nog steeds de fysieke kenmerken vertoont die destijds tot de bouw aanleiding waren en het is zeldzaam of zelfs uniek voor wat betreft uitvoering vanwege de gelaagdheid, de vrijwel integrale aarddekking en de toepassing van pantserkazematten / pantserbatterijen. Deze laatste - de pantserbatterijen - zijn uniek buiten de Nederlandse kustzone.

* Het bouwwerk is gaaf bewaard omdat qua structuur en fysiek voorkomen de hoofdzaken en belangrijke delen van de detaillering van de toestand in de jaren '90 van de 19de eeuw zijn bewaard of dankzij restauratie zijn geconsolideerd.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Bombproof fort building with earth covering.

NEW HOLLANDSE WATERLINIE

Introduction

BOMBPROOF FORT BUILDING WITH EARTH COVERING as a vital component of Fort Pannerden. Built essentially on a rectangular but strongly asymmetrical ground plan, a fort building that is also positioned asymmetrically within the overall pentagon of passages with casemates. There are four (short) earth-covered passages (poternes) that serve as connections from this ring of passages with casemates. The fort building came into being from 1869 in two phases and consists of a ground floor, an intermediate storey and an upper storey, coupled to which are three concrete batteries. During the first phase of construction, it was already decided to replace the so-called Haxo batteries with arched brickwork and only partially earth-covered batteries/casemates by entirely enclosed, masonry batteries. (Haxo batteries are named after the French general F.N.B. Haxo (1774-1838)). The first construction phase was completed in 1872. As a result of the advent of rifled artillery and especially of the explosive shell, after 1885 it was decided to replace these batteries in turn with even heavier ones - executed in steel plate and concrete. These new batteries - the Rivierkasemat, the Rijkasemat and the Waalkasemat - still exist and are clearly recognisable from outside. Later they were modernised, among other things by the installation of rangefinders. Furthermore, at the end of that phase (circa 1889) the fort was largely covered with brick concrete and subsequently covered over (again) with an earth covering. Of the components on the upper storey - apart from the three casemates mentioned above which are recognisable from a distance - only a few facades and masonry works of emplacements are visible. These facades appear to be the only visible sides of independent earth-covered structures such as those found on most forts. But in reality they are an inseparable part of the bombproof fort building. They are also always accessible from inside, as can be seen from the inscriptions 'stair'. A third construction phase, in which it was intended to adapt the work once more to the demands of the time (circa 1925) and to build five independent, small reinforced concrete casemates of different types on top, did not materialise. The designs were never executed. However, after the Second World War a brick air watch post accessible only from outside was built on the highest part of the earth covering. In our country - apart from Fort Pannerden - only four so-called armoured forts were realised. (the others being: Fort Harssens (near Den Helder), Fort IJmuiden (a fort island), Fort Pampus (a fort island) and Fort Hoek van Holland (also: Maasmond)). These four are all at or in the sea, which underscores the uniqueness of the 'river fort' Pannerden.

Description

BOMBPROOF FORT BUILDING WITH EARTH COVERING, situated within a pentagon of passages with casemates and connected to it by means of four poternes. The fort building, originally executed entirely in brick and with natural stone reinforcements, is built on an essentially rectangular ground plan with the greatest length running from northwest to southeast. The asymmetrical rectangle has a five-bay projection on the southwest side, of which the two outer bays are aligned with / form part of respectively the western and the eastern courtyard. On the northwest side is an even slightly wider projection, adjoining which is a semicircular, masonry stair to the intermediate storey and storey. This stair begins in the adjoining poterne (passage) oriented to the northeast. The poterne forms the (bent) connection with the main entrance to the fort building and the fort.

Two courtyards situated on the ground floor were partly vaulted in the second construction phase and have since been regarded as parallel passages oriented from northeast to southwest. Most rooms on the ground floor are accessible from these passages, but there are also many connections between the rooms themselves. The entrances are mostly provided with wooden doors, above which are arched, slightly wider fanlights with grilles and on either side similarly arched windows with four-pane sashes. The rooms located on the outside (northwest and southeast) of the passages are predominantly closed by means of barrel vaults. The rooms between the passages have (newly inserted during restoration) wooden ceilings that form the floors of an intermediate storey. Most functions have traditionally been housed in the rooms on the ground floor. There are, among other things, still remains and traces of privies, of the kitchen - with water well and hand-operated cast iron pump - of several powder magazines with recognisable safety provisions, such as a double wall / passage, iron hooks and eyes, etc. The intermediate storey was largely intended for quartering troops; this was particularly important in the event of high river water levels, as the accommodation on the ground floor was then poorly usable. The rooms on the intermediate storey are located on either side and without partition along a central passage, which is accessible via the semicircular stone stair. The passage is parallel to both courtyards / passages; the quartering rooms on the intermediate storey open onto these passages by means of paired, semicircularly closed windows with four-pane infill. On the storey there are components of the original layout and of the plan subsequently executed (1869-1872), including the continuation of the semicircular stone stair - a poterne executed with barrel vault, situated precisely above the passage of the intermediate storey. Also a shed adjoining the stair with two adjoining segment-arched niches and some open gun emplacements form part of this construction phase. The facade of this building section, partly executed in brick and partly in concrete, contains three inscriptions in cartouches, namely '1886', 'remise' and 'stair' (left to right). The right-hand part is reinforced by a steel beam construction. Traces and remains are recognisable of parts that have been modified or removed, such as (later set in concrete) masonry. Opposite the building section with shed and stair is the facade of a slightly later added, second shed - its entrance also with a steel beam construction - and slightly to the left of this the facade of a vaulted shelter (the only room accessible only from outside). All building components of the storey are concrete- and earth-covered. Furthermore, the batteries (casemates) created in the second construction phase are situated approximately at storey level. The twice modified plans/layout meant that modifications to the building had to be made. Brick sections were modified or removed and replaced by, or supplemented with, (brick) concrete, steel plate and structural iron. Internally these casemates are connected by a system of passages, part of which was created as part of the modernisation in concrete and part of which could be reused from the earlier phase. The casemates of the River Battery (southeast side) are situated slightly lower than the other two and are connected to the passage via a stair; internally they consist largely of segment-arched masonry. As armour, concrete and steel have been applied to all three casemates; the river battery contains five gun positions/gun ports facing in the same direction; the two others form arch segments, each with three gun positions/gun ports and (remains of) gun supports. Throughout the entire building there are numerous painted inscriptions (room numbers) and many wooden doors, iron hooks, eyes, railings, etc.

Valuation

The BOMBPROOF FORT BUILDING WITH EARTH COVERING of Fort Pannerden is of general importance because of:

* Cultural-historical values, as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially from 1815 by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus, and subsequently strengthened and improved by others over approximately 125 years.

* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic construction, which is based on: a. the system of (inundation and) access defence (19th century), b. the arms race with strengthening offensive means (19th century, limited 20th century).

This concerns a structure from the period circa 1869-1890, namely a bombproof, largely earth-covered fort building, with three heavy batteries reinforced with concrete and steel.

* Military-historical and system values, as part of an advanced section of the otherwise virtually continuous military defence line between the former Zuiderzee and the Biesbosch. This consisted mainly of a coherent system of inundation fields and associated inundation means and shooting fields. This system was supplemented with various types of structures or installations from different periods that served to or contributed to the closure and defence of terrain that could not be inundated or other accesses.

* Ensemble value and situational values, because of the functional and physical coherence with the other components of the complex.

* The structure is representative (characteristic) because it still displays the physical characteristics that were the reason for construction at that time, and it is rare or even unique in terms of execution because of the stratification, the virtually complete earth covering and the application of armoured casemates/armoured batteries. The latter - the armoured batteries - are unique outside the Dutch coastal zone.

* The structure is well preserved because as far as structure and physical appearance the main points and important parts of the detailing of the condition in the 1890s have been preserved or, thanks to restoration, have been consolidated.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map