Rijksmonumentenregister · Netherlands
Schuilplaats, Betonnen werken omgeving Fort bij Tienhoven Breukelen
Breukelen,Maarssen, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Bomvrij militair object
- Function
- Schuilplaats
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Betonnen werken omgeving Fort bij Tienhoven Breukelen,Maarssen (Stichtse Vecht 26)
- Place
- Breukelen,Maarssen
- Municipality
- Stichtse Vecht
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.16412, 5.02081
- Part of complex
- 531478
- Monument number
- 531479
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Cluster 21. Groepsschuilplaatsen type P.
NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE
Inleiding
GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P als gedeconcentreerde, aan een bestaande geconcentreerde verdediging toegevoegde, gewapend betonnen werken. Het betreft binnen het complex Betonnen werken omgeving Fort bij Tienhoven een bescheiden serie aan de oostzijde van de Vecht gebouwde groepsschuilplaatsen die deel heeft uitgemaakt van de versterking van het acces van de Nieuweweg en de Tienhovensche Vaart met bijbehorende sluiswerken en van de hoofdverdedigingslijn van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Van eventuele toenmalige aard-, houten of betonnen werken, zoals gedekte wegen, loopgraven en dergelijke is weinig of niets meer aan de oppervlakte te herkennen. Groepsschuilplaatsen type P zijn volgens min of meer uniform of standaardontwerp (vooral) in de jaren 1939-1940 op meerdere plaatsen in Nederland gebouwd. Het totaal aantal gebouwde exemplaren bedraagt circa 700, waarvan in de Nieuwe Hollandse Waterlinie ongeveer 570; het merendeel (ca. 400) hiervan bestaat nog. Het bouwprogramma van de groepsschuilplaatsen Type P was bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog niet afgerond en van een aantal exemplaren is bekend dat ze nooit zijn voltooid. Type P (vanwege de markante vorm ook wel 'de piramide' genoemd) is vermoedelijk het meest bekende type betonnen verdedigingswerk in Nederland. Het type kwam voort uit de zogenoemde VIS 77 (Voorschrift Inrichten Stellingen no. 77), uit 1928, en had onder meer als bestemming deel uit te maken van de verdediging van een aantal bestaande en nieuwe accessen, waaronder vooral (autosnel)wegen en (geëlektrificeerde of te elektrificeren) spoorwegen. De groepsschuilplaats Type P kwam gewoonlijk tot stand in de directe nabijheid van reeds bestaande of in dezelfde tijd gerealiseerde kazematten, geschutsopstellingen, versterkingen of loopgraven. Doordat de loopgraven en andere (aard)werken later vrijwel overal zijn geëffend of gesloopt, liggen de betonnen schuilplaatsen tegenwoordig nogal eens voor een deel beneden het maaiveld. De van oudsher geheel gesloten voorzijde of frontzijde van de groepsschuilplaatsen Type P was in veel gevallen gedekt door aardwerken die deel konden uitmaken van een glacis ter bescherming van de loopgraaf of een gedekte weg. Deze aardwerken zijn thans meestal niet meer aanwezig of nog slechts met moeite herkenbaar, maar met name op forten of in anderszins geaccidenteerd terrein zijn ze soms nog wel aanwezig. Er bestaan diverse varianten van het Type P, zowel qua maatvoering en dekkingsklasse als in uitvoering en detaillering. Zo zijn er exemplaren gebouwd in de dekkingsklassen W 15-21 en W 21-28 bij maten die uiteenlopen van circa 5.50 x 7.20 x 4.70 m tot 6.50 x 8.20 x 4.90 m (b x d x h). Er zijn talrijke exemplaren van het Type P gebouwd in inundeerbare gebieden, waarbij in een aantal gevallen een zichtbaar geworden paalfundering is toegepast, terwijl vaak een keermuur en incidenteel een trog met trap ter kering van inundatiewater is ingebracht in de dan hoog gelegen, vierkante toegang en bij nog weer andere is een rondom uitstekende betonnen funderingsplaat aanwezig.
Omschrijving
GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P zijn éénlaagse, gewoonlijk in gewapend, ca. 100 tot 180 cm dik gietbeton uitgevoerde, granaatvrije, militair onderkomens, die beschutting konden bieden aan 10-12 manschappen infanterie / artillerie, bij dekkingsklasse W 12-15 of W 21-28. In het Oostfront behoren de meeste tot de zwaarste klasse. De exemplaren in het complex Betonnen Werken omgeving Fort Tienhoven liggen enigszins verspreid in het veld en zijn merendeels goed herkenbaar. Groepsschuilplaatsen Type P zijn gebouwd op een rechthoekig grondplan, bij maten die uiteenlopen van ongeveer 5.50 x 720 x 4.70 m tot 6.50 x 8.20 x 4.90 m (b x d x h). De zichtbare hoogte boven het maaiveld varieert echter. De beide blinde zijgevels en de keelzijde zijn tot op ongeveer 3.00 m hoogte verticaal uitgevoerd. Daarboven gaan deze gevels met een knik van ongeveer 45 0 naar binnen, om vervolgens over te gaan in een vlakke dekking. Rechts in de keelzijde is op plaatselijk verschillende hoogte boven maaiveld een (later al dan niet dichtgezette), meestal vierkante, maar ook vaak rechthoekige toegangsopening. De in zijn geheel verticale, gesloten frontzijde weerspiegelt de hoeken van 45 0 en eindigt dus als een 'afgeknotte puntgevel'. In een aantal gevallen zijn in de gevel(s) ijzeren haken of beugels meegegoten die konden dienen ter bevestiging van camouflagemateriaal. Een kenmerkend onderdeel bovenop de schuilplaats type P is de conische, betonnen 'uitlaat', die bestemd was voor toepassing van een periscoop. Deze periscopen zijn in de praktijk echter zelden of nooit aangebracht. Het interieur van de groepsschuilplaatsen Type P bestaat uit een korte gang (meestal met een betonnen keermuur of balustrade en gewoonlijk enkele neergaande treden) en een van daaruit naar links gerichte 'sluis' die afgrendelbaar moest zijn door een (uit meerdere delen bestaande) zware, stalen deur met grendels. Via een tweede, vergelijkbare deur kon rechtsom een achterliggende, vrijwel vierkante ruimte worden bereikt, de echte schuilplaats. De toegang kon vanuit deze ruimte worden bestreken door een geweerschietgat. De stalen deuren zijn echter zelden of nooit geplaatst en de ingangen zijn later vaak dichtgezet met baksteen en gepleisterd. De op circa twee meter boven vloerniveau gelegen plafonds zijn vlak en rechthoekig. In een aantal gevallen zijn nog interieuronderdelen aanwezig, zoals (resten van) houten banken of een steun voor het vuurwapen voor de bestrijking van de ingang.
Waardering
De GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P van het Complex Betonnen Werken omgeving Fort Tienhoven zijn van algemeen belang vanwege:
* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd.
* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw).
Het betreft onderdelen uit de jaren 1939-1940, namelijk gewapend betonnen manschappenschuilplaatsen van het type P (piramide).
* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het algemeen en vanwege de onderlinge functionele, functioneel-ruimtelijke en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.
* De onderdelen zijn representatief (karakteristiek) omdat ze duidelijk herkenbaar in het veld bewaard zijn gebleven.
* De onderdelen zijn tamelijk gaaf bewaard omdat de voornaamste fysieke kenmerken herkenbaar aanwezig zijn gebleven.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Cluster 21. Group shelters type P.
NEW HOLLANDSE WATERLINIE
Introduction
GROUP SHELTERS TYPE P as deconcentrated, armed concrete works added to an existing concentrated defence. This concerns within the complex Concrete works around Fort bij Tienhoven a modest series of group shelters built on the east side of the Vecht that formed part of the reinforcement of the access of the Nieuweweg and the Tienhovensche Vaart with associated lock works and of the main defence line of the Nieuwe Hollandse Waterlinie. Of any former earthen, wooden or concrete works, such as covered ways, trenches and the like, little or nothing is still recognisable on the surface. Group shelters type P were built according to a more or less uniform or standard design (especially) in the years 1939-1940 at multiple locations in the Netherlands. The total number of built examples amounts to approximately 700, of which in the Nieuwe Hollandse Waterlinie approximately 570; the majority (approximately 400) of these still exist. The construction programme of the group shelters Type P was not completed at the outbreak of the Second World War and a number of examples are known never to have been completed. Type P (also called 'the pyramid' because of its distinctive shape) is presumably the most well-known type of concrete defensive work in the Netherlands. The type emerged from the so-called VIS 77 (Instruction for Setting Up Positions no. 77), from 1928, and had among other things the purpose of forming part of the defence of a number of existing and new accesses, including in particular (motorway) roads and (electrified or to be electrified) railways. The group shelter Type P usually came into being in the immediate vicinity of already existing or simultaneously realised casemates, gun positions, fortifications or trenches. Because the trenches and other (earth)works were later almost everywhere levelled or demolished, the concrete shelters nowadays often lie partly below ground level. The front side or frontal side of the group shelters Type P, which was traditionally completely closed, was in many cases covered by earthen works that could form part of a glacis to protect the trench or a covered way. These earthen works are now mostly no longer present or still only recognisable with difficulty, but particularly on forts or in otherwise uneven terrain they are sometimes still present. There exist various variants of Type P, both in terms of dimensions and protection class as well as in execution and detailing. For instance, there are examples built in protection classes W 15-21 and W 21-28 with dimensions ranging from approximately 5.50 x 7.20 x 4.70 m to 6.50 x 8.20 x 4.90 m (w x d x h). Numerous examples of Type P were built in inundatable areas, in which in a number of cases a visible pile foundation was applied, while often a retaining wall and occasionally a trough with stairs to contain inundation water was introduced in the then elevated, square access and in yet others a concrete foundation slab protruding all around is present.
Description
GROUP SHELTERS TYPE P are single-storey, usually executed in reinforced, approximately 100 to 180 cm thick cast concrete, shrapnel-proof, military shelters, which could provide protection for 10-12 infantrymen/gunners, with protection class W 12-15 or W 21-28. In the Eastern Front most belong to the heaviest class. The examples in the complex Concrete Works around Fort Tienhoven lie somewhat scattered in the field and are mostly clearly recognisable. Group shelters Type P were built on a rectangular ground plan, with dimensions ranging from approximately 5.50 x 7.20 x 4.70 m to 6.50 x 8.20 x 4.90 m (w x d x h). The visible height above ground level, however, varies. Both blind side walls and the throat side are executed vertically to approximately 3.00 m height. Above this these walls bend inwards at approximately 45° and subsequently transition into a flat roof. On the right in the throat side is at locally varying height above ground level a (later either sealed or not), usually square, but also often rectangular access opening. The entirely vertical, closed frontal side reflects the angles of 45° and thus ends as a 'truncated pointed gable'. In a number of cases iron hooks or brackets were cast in the gable(s) that could serve for attaching camouflage material. A characteristic component on top of the shelter type P is the conical, concrete 'outlet', which was intended for use of a periscope. These periscopes in practice, however, were rarely or never installed. The interior of the group shelters Type P consists of a short corridor (usually with a concrete retaining wall or balustrade and usually several descending steps) and from there a 'sluice' directed to the left which had to be closable by a (consisting of multiple parts) heavy, steel door with bolts. Via a second, comparable door one could turn right into an underlying, virtually square space, the actual shelter. The access could be covered from this space by a rifle firing loop. The steel doors, however, were rarely or never installed and the entrances were later often sealed with brick and plastered. The ceilings located at approximately two metres above floor level are flat and rectangular. In a number of cases interior components are still present, such as (remains of) wooden benches or a support for the firearm for covering the entrance.
Valuation
The GROUP SHELTERS TYPE P of the Complex Concrete Works around Fort Tienhoven are of general importance because of:
* Cultural-historical values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially from 1815 realised by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus and subsequently by others strengthened and improved for approximately 125 years.
* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic construction, which is based on the system of 'living' field fortification in depth (20th century).
These concern components from the years 1939-1940, namely reinforced concrete enlisted men's shelters of type P (pyramid).
* Ensemble value and situational values as components of the Nieuwe Hollandse Waterlinie in general and because of the mutual functional, functionally-spatial and physical coherence with the remaining components of the complex.
* The components are representative (characteristic) because they are clearly recognisably preserved in the field.
* The components are reasonably well-preserved because the principal physical characteristics have remained recognisable.
Nearby in the register
- Woonhuis, Nieuweweg 3Woonhuisunder 1 mi
- ZomerhuisBijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Boerderijunder 1 mi
- BouwhuisBijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.