TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Fort, vesting en -onderdelen, Marsdijk bij 2

Bunnik, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Fort, vesting en -onderdelen
Category
onroerend gebouwd
Address
Marsdijk bij 2, 3981 HE Bunnik
Place
Bunnik
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.05824, 5.16584
Part of complex
531252
Monument number
531270

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Cluster 42.

Inleiding

BOMVRIJE REMISE S, als gebouwd onderdeel van het Fort bij Vechten en van een type dat aan drie zijden en bovenop is voorzien van een aarden dekking en dat alleen een gevel aan de keelzijde bezit. Remises zijn gebouwen voor opslag / berging van materieel en buskruit e.d. Afhankelijk van de periode van ontstaan - en daarmee van de te verwachten inslagkracht van projectielen - werd van 'bomvrije gebouwen' gesproken, wanneer ze werden geacht bestand te zijn tegen een van tevoren gedefinieerd aantal inslagen van zwaar kaliber.

Omschrijving

Op het zuidwestelijke keelbastion gelegen (brikken)betonnen BOMVRIJE REMISE S, oorspronkelijk uit 1881, bestaande uit twee ruimten achter een gemetselde gevel met afgeschuinde bovenhoeken. De gevel is aan de bovenzijde met een iets uitstekende rollaag afgemetseld. Op de middenas bevindt zich een dubbele schuifdeur. De gevel is vermoedelijk in de jaren dertig van de 20ste eeuw vernieuwd.

Waardering

De BOMVRIJE REMISE S is van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd.

* Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is - op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de eeuw) - en op de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (19de eeuw).

Het betreft hier een voorbeeld van een remise uit 1881, die enige tientallen jaren later een wijziging in de gevel onderging.

* Ensemblewaarde en situationele waarden, als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.

* Het bouwwerk is representatief (karakteristiek) omdat het nog steeds enige fysieke kenmerken vertoont die destijds tot de bouw aanleiding waren.

* Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is - op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de eeuw) - en op de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (19de eeuw).

Het betreft hier een voorbeeld van een remise uit 1881, die enige tientallen jaren later een wijziging in de gevel onderging.

* Ensemblewaarde en situationele waarden, als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.

* Het bouwwerk is representatief (karakteristiek) omdat het nog steeds fysieke kenmerken vertoont die destijds tot de bouw aanleiding waren.

* Het bouwwerk is tamelijk gaaf bewaard omdat qua structuur en fysiek voorkomen de hoofdzaken van de toestand in de jaren '80 van de 19de eeuw zijn bewaard.

Inleiding

DRIE GIETSTALEN KOEPELKAZEMATTEN TYPE G, als onderdeel van de aangepaste verdedigingsmiddelen in de aanloop tot de Tweede Wereldoorlog. In 1936 is, als aanvulling op de gewapend betonnen kazemat, in Nederland de zogenoemde gietstalen koepelkazemat geïntroduceerd, die was gebaseerd op een al in 1917 in Frankrijk toegepast systeem. De gebruikte pantserkoepels waren gering van omvang (gunstig i.v.m. zichtbaarheid en trefkans), rond van vorm (gunstig i.v.m. sterkte en afschampen treffers), relatief eenvoudig in serie te produceren en ze hadden een 'externe' schietopening (gunstig i.v.m. gassen en geluid). Bovendien konden ze in Nederland worden vervaardigd, wat afhankelijkheid van het buitenland belangrijk verkleinde. Een eerste bestelling van 100 stuks in Nederland (bij DEMKA) werd gevolgd door een tweede van 50 stuks bij de Belgische Soc. Anonyme John Cockerill. In totaal moeten er in korte tijd ruim 700 zijn gegoten, maar hiervan zijn er slechts enkele overgebleven. De gietstalen koepels, met een doorsnede van 1,75 m en dikten van 10-14 centimeter, zijn geïnstalleerd in meerdere kazemattypen met weerstandsklasse W 12-15 tot W 21-28. Kort voor het begin van de Tweede Wereldoorlog zijn op verschillende plaatsen in de Nederlandse linies zogenoemde gietstelen koepelkazematten Type G tot stand gebracht, met name in de IJssellinie, de Maaslinie, de Grebbelinie (elk circa 150) en de Nieuwe Hollandse Waterlinie (circa 80 in een verzwaarde uitvoering van 14 centimeter dikte). De gebruikelijke constructie van gewapend beton met één of meer vaste schietgaten was hierbij verlaten ten gunste van een systeem dat een binnen variabele grenzen (tot 270 0) te projecteren schootsrichting, binnen een gietstalen cilinder met koepeldak bezat. Standaard Koepelkazematten konden onder meer worden uitgerust met een zware mitrailleur als bewapening. De meeste koepels zijn geplaatst in Standaard Koepelkazematten Type G. Standaard koepelkazematten zijn onder meer toegepast ter verdediging van 'nieuwe of verbeterde accessen', dat wil zeggen op plaatsen waar nieuwe (auto)wegen of elektrificatie van spoorwegen waren gepland of gerealiseerd. De frontzijde kon worden voorzien van een aarden dekking en camouflage. De koepelkazematten Type G waren meestal benaderbaar en toegankelijk via loopgraven; in de nabijheid lagen gewoonlijk groepsschuilplaatsen type P. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn veruit de meeste koepels in het binnenland door de bezetter uit de kazematten gesloopt - ten dele door opblazen - met het doel ze om te gieten voor andere staalbehoeften. Aan de kust werden ze deels in de verdediging opgenomen, maar zijn ze na de oorlog vaak alsnog gesloopt. Hierdoor zijn complete koepelkazematten zeldzaam; ze komen in elk geval nog voor op Fort Vechten. De betonnen constructies waarin ze waren geplaatst, komen vaker voor - maar meestal in beschadigde vorm.

Omschrijving

De DRIE GIETSTALEN KOEPELKAZEMATTEN TYPE G zijn gebouwd naar een gestandaardiseerd ontwerp en bestaan uit een gietstalen koepel, die is verankerd in een gewapend betonnen werk. Anders dan op vrijwel alle andere plaatsen waar ze zijn toegepast in de Nieuwe Hollandse Waterlinie (en elders in Nederland) zijn de koepels en de stalen afsluitdeuren van de kazematten op het Fort bij Vechten niet verwijderd, waardoor deze exemplaren aanzienlijk completer zijn dan vrijwel alle andere. De gietstalen koepelkazematten op het Fort bij Vechten zijn, doordat ze vrijwel compleet bewaard zijn, zeer zeldzaam. De koepels zijn manshoog, met een doorsnede van 1,75 meter en een wanddikte van 0,14 meter. Aan de frontzijde is om het schietgat, ter bescherming van het wapen, bevindt zich een meegegoten, uitkragende rand. Standaard bestond de bewapening in de NHW uit een zware mitrailleur; de mitrailleurs zijn niet meer aanwezig. Het betonnen werk bestaat uit een relatief laag rechthoekig bouwwerk, met een afgeschuind gedeelte aan de frontzijde, om maximaal schootsveld te bereiken en om eventuele vijandelijke treffers te doen afketsen. Aan de achterzijde, bij de ingang van de koepel is een uitsparing in het beton om de koepel te kunnen betreden. Het schietgat en de toegang tot de kazemat konden van binnenuit 'gasvrij' worden afgesloten.

Waardering

De DRIE GIETSTALEN KOEPELKAZEMATTEN TYPE G op het Fort bij Vechten zijn van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd.

* Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op het systeem van: - het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw), - de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (20ste eeuw) - het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw)

Het betreft hier onderdelen uit de periode 1939-1940, namelijk drie vrijwel compleet bewaard gebleven, en daarmee zeer zeldzame, standaard gietstalen koepelkazematten.

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het algemeen en vanwege de onderlinge functionele, functioneel-ruimtelijke en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en met het acces van de Houtense Vlakte en de Kromme Rijn.

* De onderdelen zijn representatief (karakteristiek) omdat ze duidelijk herkenbaar zijn als later aan het bestaande fortificatiestelsel toegevoegde onderdelen en omdat ze ook duidelijk als zodanig herkenbaar in het veld bewaard zijn gebleven. Tevens omdat ze als enig ensemble van dit type kazematten compleet bewaard zijn gebleven.

* De onderdelen zijn tamelijk gaaf bewaard omdat de belangrijkste fysieke kenmerken herkenbaar en in situ aanwezig zijn gebleven.

* De onderdelen zijn zeer zeldzaam omdat ze tot de weinige compleet bewaarde voorbeelden van standaard gietstalen koepelkazematten type G behoren.

Inleiding

HOUTEN LOODS X, als niet bomvrij, later aan het fortcomplex toegevoegd onderdeel voor het onderbrengen van materieel of manschappen. Op verschillende plaatsen zijn binnen en buiten fortterreinen in de loop der decennia houten, stenen en metalen ('blikken') loodsen tot stand gekomen om te dienen als (provisorische of permanente) bergruimte, opslag, onderkomen voor mensen of materieel, hospitaal, brandweer, paardenstal, wachthuis, enz. Een groot deel van deze loodsen is inmiddels vergaan, gesloopt of verplaatst, maar andere bestaan nog in situ. Soms gaat het om bijzonder eenvoudige bouwwerkjes van geringe omvang, maar er zijn ook meer complexe en grotere exemplaren.

Omschrijving

Iets ten zuiden van het midden, op het fort gelegen HOUTEN LOODS X. De loods is vrijwel identiek met de nabij gesitueerde Loods Z. Beide zijn gebouwd op een rechthoekige plattegrond van circa 35 x 8 m. De loodsen hebben één bouwlaag onder een met gesmoorde, holle pannen gedekt zadeldak. De loodsen zijn na 1910 gebouwd en vervingen een exemplaar uit 1891. Loods X heeft een bakstenen plint waarop een houten opbouw van messing en groefdelen. In de gevels voornamelijk vensters met dubbele, negenruits draairamen. In de dakschilden een aantal dakkapellen.

Waardering

HOUTEN LOODS X op het Fort bij Vechten is van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd.

* Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van een aan de militair-strategische bouwkunde gerelateerde bebouwing, die gebaseerd is - op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw).

Het betreft hier een onderdeel van na 1910, namelijk een bergloods, die - samen met een nabijgelegen, vergelijkbaar exemplaar (Loods Z) - als vervanging van één ouder exemplaar is gebouwd.

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en in het bijzonder met de vergelijkbare, nabije Loods Z.

* Het onderdeel is representatief omdat het een voorbeeld is van een op een verdedigingswerk ingerichte loods.

* Het onderdeel is tamelijk gaaf bewaard omdat hoofdvorm en bouwkundige detaillering, alsmede diverse onderdelen intact zijn gebleven.

Inleiding

HOUTEN LOODS Z, als niet bomvrije, later aan het fortcomplex toegevoegd onderdeel voor het onderbrengen van materieel of manschappen. Op verschillende plaatsen zijn binnen en buiten fortterreinen in de loop der decennia houten, stenen en metalen ('blikken') loodsen tot stand gekomen om te dienen als (provisorische of permanente) bergruimte, opslag, onderkomen voor mensen of materieel, hospitaal, brandweer, paardenstal, wachthuis, enz. Een groot deel van deze loodsen is inmiddels vergaan, gesloopt of verplaatst, maar andere bestaan nog in situ. Soms gaat het om bijzonder eenvoudige bouwwerkjes van geringe omvang, maar er zijn ook meer complexe en grotere exemplaren.

Omschrijving

Iets ten zuiden van het midden, op het fort gelegen HOUTEN LOODS Z. gebouwd op een rechthoekige plattegrond van circa 35 x 8 m. De loods is vrijwel identiek met de nabij gesitueerde Loods X. Beide zijn gebouwd op een rechthoekige plattegrond van circa 35 x 8 m. De loodsen hebben één bouwlaag onder een met gesmoorde, holle pannen gedekt zadeldak. De loodsen zijn na 1910 gebouwd en vervingen een exemplaar uit 1891. Loods Z heeft een bakstenen plint waarop een houten opbouw van messing en groefdelen. In de gevels voornamelijk dubbele vierruits draairamen met tweeruits bovenlichten. In de dakschilden een aantal dakkapellen.

Waardering

HOUTEN LOODS Z op het Fort bij Vechten is van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd.

* Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van een aan de militair-strategische bouwkunde gerelateerde bebouwing, die gebaseerd is - op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw).

Het betreft hier een onderdeel van na 1910, namelijk een bergloods, die - samen met een nabijgelegen, vergelijkbaar exemplaar (Loods X) - als vervanging van één ouder exemplaar is gebouwd.

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en in het bijzonder met de vergelijkbare, nabije Loods X.

* Het onderdeel is representatief omdat het een voorbeeld is van een op een verdedigingswerk ingerichte loods.

* Het onderdeel is tamelijk gaaf bewaard omdat hoofdvorm en bouwkundige detaillering, alsmede diverse onderdelen intact zijn gebleven.

Inleiding

WACHTGEBOUW W, aan de toegangsweg naar het fort als toevoeging aan het Fort bij Vechten. Militaire terreinen en gebouwen zijn van oudsher afgesloten, moeilijk of niet toegankelijk en / of bewaakt. De bewaking van toegangen tot militaire terreinen en gebouwen vergde speciale voorzieningen, waaronder wacht- of waakhuizen, poortgebouwen, hekwerken en wachtgebouwen. In het laatste geval gaat het om sterk uiteenlopende bouwsels, die kunnen variëren van zware metselwerken en / of bomvrije onderkomens tot eenvoudige houten huisjes. Het wachthuisje langs de toegangsweg van het Fort bij Vechten is een eenvoudig bakstenen pandje, zonder verdedigende functie.

Omschrijving

Ten zuiden van het fort, langs de toegangsweg van het Fort bij Vechten gelegen WACHTGEBOUW W, gebouwd op een vierkante plattegrond van circa 7 x 7 m. Het wachtgebouwtje is pas toegevoegd na de opheffing van het fort als verdedigingswerk, vermoedelijk in verband met de opslag van munitie na 1945 en stamt uit of van kort na 1955. Het huisje telt één bouwlaag onder een met gesmoorde, holle pannen gedekt tentdak. De gevels zijn in baksteen opgetrokken en voorzien van getoogde tweelichts vensters. De hoeken van het bouwlichaam zijn verrijkt met gemetselde en geblokte lisenen. De ingang bevindt zich in de tweeassige zuidoostgevel en bestaat uit een getoogde deur met vierruitsraam.

Waardering

Het WACHTGEBOUW W is van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van een van een nieuwe functie - opslag van munitie - voorzien fort van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

* Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen.

* Architectuurhistorische waarden, als in of kort na 1955 toegevoegd en niet versterkt onderkomen voor een (permanente) bewaking van het als munitieopslag fungerende fort.

* Ensemblewaarde en situationele waarden vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.

* Het onderdeel is representatief (karakteristiek) omdat het goed herkenbaar als wachtgebouwtje is toegevoegd aan het bestaande fort.

* Het onderdeel is tamelijk gaaf bewaard, omdat het zich als gebouwd onderdeel nog goed in het veld laat herkennen. Inleiding

SCHUILPLAATSEN TYPE 1918/I in het glacis of de buitenwal van het Fort bij Vechten, als onderdeel van de aanpassing van het fort aan veranderde krijgstechnieken. Schuilplaatsen type 1918/I en type 1918/II zijn volgens min of meer uniform of standaardontwerp in 1918 op meerdere plaatsen in West-Nederland gebouwd. Beide typen komen in ieder geval voor binnen de Stelling van Amsterdam (onder meer bij Spaarndam) en op diverse plaatsen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie (onder meer bij Naarden, in het gebied tussen Fort bij Rijnauwen en Fort bij Vechten (= de Houtense Vlakte) en bij Fort Everdingen. Het totaal aantal gebouwde exemplaren in de Nieuwe Hollandse Waterlinie bedraagt ongeveer 225; het merendeel (ca. 165) hiervan bestaat nog. De grootste concentratie van schuilplaatsen Type 1918/I en II bevindt zich nog steeds op de Houtense Vlakte, waar er 147 zijn gerealiseerd. De schuilplaats Type 1918/I (ca. 125 stuks) kwam gewoonlijk tot stand aan de buitenste van dubbele loopgraafstelsels. De schuilplaats Type 1918/II (ca. 100 stuks) is meestal gebouwd langs de achterste loopgraaf. Doordat de loopgraven en andere aardwerken later vrijwel overal zijn geëffend, liggen de betonnen schuilplaatsen tegenwoordig bijna altijd voor een deel beneden het maaiveld. De van oudsher geheel gesloten voorzijde of frontzijde van de schuilplaatsen was gewoonlijk gedekt door aardwerken die deel uitmaakten van een glacis ter bescherming van de loopgraaf of een gedekte weg. Deze aardwerken zijn thans meestal niet meer aanwezig of slechts met moeite herkenbaar. In een aantal gevallen (totaal 35 stuks) is de aanaarding aan de frontzijde in de jaren 1936-1938 (ten dele) bewust verwijderd of niet weer aangebracht om de toen 20 jaar oude schuilplaatsen Type 1918/I om te vormen tot mitrailleurkazematten. Van deze omgebouwde exemplaren zijn er nog 25 aanwezig in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, waaronder ook enige op het Fort bij Vechten.

Omschrijving

SCHUILPLAATSEN TYPE 1918/I zijn éénlaagse, gewoonlijk in ca. 1,00 m dik gewapend gietbeton uitgevoerde, granaatvrije, militaire onderkomens, die beschutting konden bieden aan 4 manschappen infanterie / artillerie, bij dekkingsklasse W 15-21. De schuilplaatsen 1918/I zijn gebouwd op een rechthoekig grondplan, bij maten van ongeveer 5,00 x 5,50 x 3,70 m, (b x d x h) waarvan de basis zelden zichtbaar is. De zichtbare hoogte boven het maaiveld varieert. De beide blinde zijgevels en de gesloten voorzijde / frontzijde zijn verticaal uitgevoerd, om met een scherpe knik over te gaan in het naar achteren iets oplopende dakvlak. Dit dakvlak daalt na een stompe hoek onder een helling van ongeveer 45 0 naar de vaak niet, of maar ten dele zichtbare, lage, verticale gevel aan de keelzijde. Een variant van Type 1918/I kent hier een minder steile helling. In een aantal gevallen zijn in de gevels ijzeren haken meegegoten die konden dienen ter bevestiging van camouflagemateriaal. De schuilplaatsen Type 1918/I zijn als monolithische betonnen werken geconstrueerd en zijn slechts via één toegangsopening, aan de loopgraafzijde - de keelzijde - toegankelijk geweest. Deze excentrisch, rechts in de gevel gelegen toegangen zijn omgeven door een verdikte betonnen omlijsting, die in hetzelfde vlak als het achterste, schuin verlopende dakvlak is aangebracht. In deze omlijstingen komen variaties voor, onder meer met een verzwaring aan de bovenzijde. De laag uitgevoerde toegangen zijn later meestal dichtgezet door middel van metselwerk of beton, maar ook met puin volgestopte exemplaren komen voor. In enkele gevallen zijn de schuilplaatsen nog open of opnieuw geopend. (Resten van) deuren of luiken zijn niet aangetroffen en zijn in elk geval uiterst schaars; wel bevinden zich nog ijzeren haken in de plafonds bij de toegangen, waarin vermoedelijk ijzeren luiken konden worden gehangen. In een aantal gevallen is in de jaren 1936-1938 aan de voorzijde, overhoeks of opzij een extra gevelopening gemaakt om als schietgat voor een mitrailleur te dienen. Hiermee veranderde de functie van zo'n werk van schuilplaats in die van mitrailleurkazemat. Het interieur van de schuilplaatsen Type 1918/I bestaat uit een ongeveer voor de helft beneden het huidige maaiveld gelegen, rechthoekige ruimte, die in gebukte houding via de in de hoek gelegen betonnen trap van enkele treden bereikbaar is. De op circa twee meter boven vloerniveau gelegen, ongeveer een meter dikke plafonds lopen aan de voorzijde iets gebogen af.

Waardering

SCHUILPLAATSEN TYPE 1918/I zijn van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd.

* Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is - op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw), - op de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (20ste eeuw) - op het systeem van levende verdediging in de diepte (20ste eeuw).

Het betreft op en rond het Fort bij Vechten gelegen voorbeelden van schuilplaatsen van het Type 1918/I, waarvan ten minste een deel met oorspronkelijke aarden dekking.

* Ensemblewaarde en situationele waarden, als onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en met enige tientallen in de nabijheid van het fort gelegen identieke en vergelijkbare (Type 1918/II) exemplaren.

* De onderdelen zijn representatief (karakteristiek) omdat ze duidelijk herkenbaar als onderdeel van een gedeconcentreerde verdedigingslijn zijn toegevoegd aan het bestaande fortificatiestelsel.

* De onderdelen zijn redelijk gaaf bewaard omdat ze zich als gebouwde elementen nog goed in het veld laten herkennen.

Inleiding

SCHUILPLAATSEN TYPE 1915 in het glacis of de buitenwallen van het Fort bij Vechten, als onderdeel van de aanpassing van het fort aan veranderde krijgstechnieken. (Betonnen) schuilplaatsen vormden een antwoord op de komst van zware projectielen en brisante granaten. Deze laatste hadden een hoogexplosieve lading en zorgden voor een regen van metaalscherven, die vele slachtoffers kon maken. Naar gelang de zwaarte van de granaat en de bescherming daartegen bestaat een classificatie in weerstands- of dekkingsklassen, bestaande uit twee getallen, bv. W 12-15. Het eerste geeft aan dat de dekking voldoende is voor inslagen van projectielen tot dat kaliber (in cm); het tweede dat ook bescherming bestaat tegen één of ten hoogste enkele inslagen tot dit hogere kaliber. De vroegste typen schuilplaatsen boden slechts bescherming tegen granaatscherven en werden 'scherfvrij' genoemd. Vanaf het begin van de 20ste eeuw is er geëxperimenteerd met gedeconcentreerde, kleine (betonnen) (groeps)schuilplaatsen. Hierbij is soms ad hoc gebruik gemaakt van bestaande, voor handen zijnde materialen als spoorrails, puin, houten balken en betonplaten, maar hiernaast zijn geprefabriceerde onderdelen gemonteerd of werd ter plaatse beton gestort. Zo zijn nog op verschillende plaatsen binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie diverse - al dan niet unieke - sporen van dergelijke experimenten in beton te vinden. Schuilplaatsen van het Type 1915 zijn op verschillende plaatsen toegepast; er resteren nog ongeveer 25 exemplaren, waaronder ook in het glacis van het Fort bij Rijnauwen en het Fort bij Vechten.

Omschrijving

Scherfvrije SCHUILPLAATSEN TYPE 1915, zijn eenlaagse, naar een gestandaardiseerd ontwerp gebouwde, in vrij dun gewapend beton uitgevoerde onderkomens, die geschikt zijn voor een bezetting van 16 man. De schuilplaatsen deden dienst als onderkomens (afwachtingsdekking) voor een manschappengroep en waren geïntegreerd in loopgravenlinies. De afmetingen van de op een rechthoekige plattegrond gebouwde en vlak gedekte werken bedragen circa 10,90 x 1,40 x 1,80 meter. De schuilplaatsen waren bovenop en aan de frontzijde voorzien van een gronddekking; deze is ten dele nog aanwezig of weer aangebracht. Een tweetal rechthoekige toegangen, links en rechts in de keelzijde en een vijftal, hiertussen gelegen, horizontale spleetvensters kon door middel van stalen luiken worden afgesloten. Voor zover bekend ontbreken deze luiken alle.

Waardering

De SCHUILPLAATSEN TYPE 1915 op het Fort bij Vechten zijn van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd.

* Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is - op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw), - op de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (20ste eeuw) - op het systeem van levende verdediging in de diepte (20ste eeuw).

Het betreft hier enige voorbeelden van in vrij dun, gewapend beton gebouwde schuilplaatsen uit de periode 1914-1918.

* Ensemblewaarde en situationele waarden, als onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.

* De onderdelen zijn relatief zeldzaam als voorbeelden van naar een gestandaardiseerd ontwerp uitgevoerde militaire onderkomens en ze zijn representatief (karakteristiek) omdat ze goed herkenbaar als onderdelen van een gedeconcentreerde verdedigingslijn zijn toegevoegd aan het bestaande fortificatiestelsel.

* De onderdelen zijn redelijk gaaf bewaard omdat ze zich als gebouwde elementen nog goed laten herkennen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Cluster 42.

Introduction

BOMBPROOF STORAGE SHED S, as a built component of the Fort at Vechten and of a type that is provided with an earth covering on three sides and on top and that has only a façade on the gorge side. Storage sheds are buildings for storage / housing of materiel and gunpowder etc. Depending on the period of construction - and thus the expected impact force of projectiles - one spoke of 'bombproof buildings' when they were deemed to be capable of withstanding a previously defined number of impacts from heavy calibre.

Description

Located on the southwestern gorge bastion, a (brick)concrete BOMBPROOF STORAGE SHED S, originally from 1881, consisting of two rooms behind a masonry façade with bevelled upper corners. The façade is finished at the top with a slightly projecting roll course. On the central axis there is a double sliding door. The façade was presumably renewed in the 1930s.

Valuation

The BOMBPROOF STORAGE SHED S is of general importance because of:

* Cultural-historical values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie, as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially realized from 1815 by him, Jan Blanken and Major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others over approximately 125 years.

* Military-historical values as part of a continuous military defence line between the former Zuiderzee and the Biesbosch. This consisted mainly of a coherent system of inundation fields and associated inundation equipment and shooting fields. This system was supplemented with various types of built or constructed (defence) works dating from different periods that served or contributed to the closure of non-inundable terrain or other accesses.

* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic architecture, which is based - on the system of inundation and access defence (19th century) - and on the race with increasingly strengthened offensive means (19th century).

This concerns an example of a storage shed from 1881, which underwent a modification to its façade some decades later.

* Ensemble value and situational values, as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie. Also because of the functional and physical coherence with the other components of the complex.

* The building is representative (characteristic) because it still displays some physical characteristics that were the reason for its construction.

* Military-historical values as part of a continuous military defence line between the former Zuiderzee and the Biesbosch. This consisted mainly of a coherent system of inundation fields and associated inundation equipment and shooting fields. This system was supplemented with various types of built or constructed (defence) works dating from different periods that served or contributed to the closure of non-inundable terrain or other accesses.

* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic architecture, which is based - on the system of inundation and access defence (19th century) - and on the race with increasingly strengthened offensive means (19th century).

This concerns an example of a storage shed from 1881, which underwent a modification to its façade some decades later.

* Ensemble value and situational values, as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie. Also because of the functional and physical coherence with the other components of the complex.

* The building is representative (characteristic) because it still displays physical characteristics that were the reason for its construction.

* The building is reasonably well preserved because its structure and physical appearance retain the main features of the condition in the 1880s.

Introduction

THREE CAST-STEEL CUPOLA CASEMATES TYPE G, as part of the adapted defensive equipment in the run-up to the Second World War. In 1936, the so-called cast-steel cupola casemate was introduced in the Netherlands as a supplement to the reinforced concrete casemate, which was based on a system already used in France in 1917. The armour cupolas used were small in size (advantageous with regard to visibility and hit probability), round in shape (advantageous with regard to strength and deflecting hits), relatively simple to produce in series and they had an 'external' firing opening (advantageous with regard to gases and sound). Moreover, they could be manufactured in the Netherlands, which greatly reduced dependence on foreign countries. A first order of 100 units in the Netherlands (from DEMKA) was followed by a second of 50 units from the Belgian Soc. Anonyme John Cockerill. In total, over 700 must have been cast in a short time, but only a few of these remain. The cast-steel cupolas, with a diameter of 1.75 m and thicknesses of 10-14 centimetres, were installed in multiple casemate types with resistance class W 12-15 to W 21-28. Shortly before the start of the Second World War, so-called cast-steel cupola casemates Type G were constructed at various places in the Dutch lines, particularly in the IJssel line, the Maas line, the Grebbe line (each approximately 150) and the Nieuwe Hollandse Waterlinie (approximately 80 in a reinforced version of 14 centimetre thickness). The usual construction of reinforced concrete with one or more fixed firing ports was abandoned in favour of a system that had a firing direction projectable within variable limits (up to 270 degrees), within a cast-steel cylinder with cupola roof. Standard cupola casemates could be equipped, among other things, with a heavy machine gun as armament. Most cupolas were installed in Standard Cupola Casemates Type G. Standard cupola casemates were applied, among other things, to the defence of 'new or improved accesses', that is, in places where new (motor)roads or electrification of railways were planned or realized. The front side could be provided with an earth covering and camouflage. The cupola casemates Type G were usually approachable and accessible via trenches; in the vicinity there were usually group shelters type P. During the Second World War, the vast majority of cupolas in the interior were demolished by the occupier from the casemates - partly by explosion - with the aim of recasting them for other steel needs. At the coast they were partly incorporated into the defence, but were often demolished after the war anyway. As a result, complete cupola casemates are rare; they can still be found in any case at Fort Vechten. The concrete constructions in which they were placed are more common - but usually in damaged form.

Description

The THREE CAST-STEEL CUPOLA CASEMATES TYPE G were built according to a standardized design and consist of a cast-steel cupola anchored in a reinforced concrete work. Unlike at virtually all other places where they were used in the Nieuwe Hollandse Waterlinie (and elsewhere in the Netherlands), the cupolas and the steel closure doors of the casemates at the Fort at Vechten were not removed, making these specimens considerably more complete than virtually all others. The cast-steel cupola casemates at Fort Vechten are, because they are virtually completely preserved, extremely rare. The cupolas are of human height, with a diameter of 1.75 metres and a wall thickness of 0.14 metres. On the front side, around the firing port, for protection of the weapon, there is a cast-in, projecting edge. Standardly, the armament in the NHW consisted of a heavy machine gun; the machine guns are no longer present. The concrete work consists of a relatively low rectangular structure, with a bevelled section on the front side, to achieve maximum shooting field and to cause any enemy hits to ricochet. At the rear, at the entrance of the cupola, there is a recessed area in the concrete to enable access to the cupola. The firing port and the access to the casemate could be sealed 'gas-free' from the inside.

Valuation

The THREE CAST-STEEL CUPOLA CASEMATES TYPE G at Fort Vechten are of general importance because of:

* Cultural-historical values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially realized from 1815 by him, Jan Blanken and Major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others over approximately 125 years.

* Military-historical values as part of a continuous military defence line between the former Zuiderzee and the Biesbosch. This consisted mainly of a coherent system of inundation fields and associated inundation equipment and shooting fields. This system was supplemented with various types of built or constructed (defence) works dating from different periods that served or contributed to the closure of non-inundable terrain or other accesses.

* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic architecture, which is based on the system of: - the system of inundation and access defence (19th and 20th century), - the race with increasingly strengthened offensive means (20th century) - the system of 'living' field fortification in depth (20th century)

This concerns components from the period 1939-1940, namely three virtually completely preserved, and thus extremely rare, standard cast-steel cupola casemates.

* Ensemble value and situational values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie in general and because of the mutual functional, functional-spatial and physical coherence with the other components of the complex and with the access of the Houtense Vlakte and the Kromme Rijn.

* The components are representative (characteristic) because they are clearly recognizable as components added later to the existing fortification system and because they have also remained recognizable as such in the field. Also because they have remained as the only complete ensemble of this type of casemate.

* The components are reasonably well preserved because the most important physical characteristics remain recognizable and in situ.

* The components are extremely rare because they are among the few completely preserved examples of standard cast-steel cupola casemates type G.

Introduction

WOODEN SHED X, as a non-bombproof component added later to the fort complex for housing materiel or personnel. At various places within and outside fort grounds, over the decades wooden, stone and metal ('tin') sheds were created to serve as (provisional or permanent) storage space, storage, shelter for people or materiel, hospital, fire brigade, horse stable, guardhouse, etc. A large part of these sheds has since disappeared, been demolished or relocated, but others still exist in situ. Sometimes these are particularly simple structures of small size, but there are also more complex and larger examples.

Description

Located slightly south of the centre on the fort, WOODEN SHED X. The shed is virtually identical with the nearby situated Shed Z. Both are built on a rectangular ground plan of approximately 35 x 8 m. The sheds have one storey under a gabled roof covered with clay tiles. The sheds were built after 1910 and replaced an exemplar from 1891. Shed X has a brick plinth on which a wooden structure of jambs and grooved parts. In the façades mainly windows with double, nine-paned casement windows. In the roof slopes a number of roof dormer windows.

Valuation

WOODEN SHED X at Fort Vechten is of general importance because of:

* Cultural-historical values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially realized from 1815 by him, Jan Blanken and Major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others over approximately 125 years.

* Military-historical values as part of a continuous military defence line between the former Zuiderzee and the Biesbosch. This consisted mainly of a coherent system of inundation fields and associated inundation equipment and shooting fields. This system was supplemented with various types of built or constructed (defence) works dating from different periods that served or contributed to the closure of non-inundable terrain or other accesses.

* Architectural-historical values, in particular as an expression of structures related to military-strategic architecture, which is based - on the system of inundation and access defence (19th and 20th century).

This concerns a component from after 1910, namely a storage shed, which - together with a nearby comparable exemplar (Shed Z) - was built as a replacement for one older exemplar.

* Ensemble value and situational values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie. Also because of the functional and physical coherence with the other components of the complex and in particular with the comparable, nearby Shed Z.

* The component is representative because it is an example of a shed installed on a defensive work.

* The component is reasonably well preserved because the main form and architectural detailing, as well as various components have remained intact.

Introduction

WOODEN SHED Z, as a non-bombproof component added later to the fort complex for housing materiel or personnel. At various places within and outside fort grounds, over the decades wooden, stone and metal ('tin') sheds were created to serve as (provisional or permanent) storage space, storage, shelter for people or materiel, hospital, fire brigade, horse stable, guardhouse, etc. A large part of these sheds has since disappeared, been demolished or relocated, but others still exist in situ. Sometimes these are particularly simple structures of small size, but there are also more complex and larger examples.

Description

Located slightly south of the centre on the fort, WOODEN SHED Z, built on a rectangular ground plan of approximately 35 x 8 m. The shed is virtually identical with the nearby situated Shed X. Both are built on a rectangular ground plan of approximately 35 x 8 m. The sheds have one storey under a gabled roof covered with clay tiles. The sheds were built after 1910 and replaced an exemplar from 1891. Shed Z has a brick plinth on which a wooden structure of jambs and grooved parts. In the façades mainly double four-paned casement windows with two-paned fanlights. In the roof slopes a number of roof dormer windows.

Valuation

WOODEN SHED Z at Fort Vechten is of general importance because of:

* Cultural-historical values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially realized from 1815 by him, Jan Blanken and Major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others over approximately 125 years.

* Military-historical values as part of a continuous military defence line between the former Zuiderzee and the Biesbosch. This consisted mainly of a coherent system of inundation fields and associated inundation equipment and shooting fields. This system was supplemented with various types of built or constructed (defence) works dating from different periods that served or contributed to the closure of non-inundable terrain or other accesses.

* Architectural-historical values, in particular as an expression of structures related to military-strategic architecture, which is based - on the system of inundation and access defence (19th and 20th century).

This concerns a component from after 1910, namely a storage shed, which - together with a nearby comparable exemplar (Shed X) - was built as a replacement for one older exemplar.

* Ensemble value and situational values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie. Also because of the functional and physical coherence with the other components of the complex and in particular with the comparable, nearby Shed X.

* The component is representative because it is an example of a shed installed on a defensive work.

* The component is reasonably well preserved because the main form and architectural detailing, as well as various components have remained intact.

Introduction

GUARDHOUSE W, at the access road to the fort as an addition to Fort Vechten. Military terrain and buildings have always been closed off, difficult or not accessible and / or guarded. The guarding of access to military terrain and buildings required special provisions, including guard or watch houses, gate buildings, fencing and guard buildings. In the latter case, these are highly varied structures, which can range from heavy masonry and / or bombproof shelter to simple wooden huts. The guard hut along the access road to Fort Vechten is a simple brick building, without a defensive function.

Description

Located south of the fort, along the access road to Fort Vechten, GUARDHOUSE W, built on a square ground plan of approximately 7 x 7 m. The small guard building was only added after the fort was decommissioned as a defensive work, presumably in connection with ammunition storage after 1945 and dates from or shortly after 1955. The hut has one storey under a tent roof covered with clay tiles. The façades are constructed in brick and provided with arched two-light windows. The corners of the building are enriched with masonry and stone lisenes. The entrance is located in the two-axis southeast façade and consists of an arched door with four-paned window.

Valuation

The GUARDHOUSE W is of general importance because of:

* Cultural-historical values as part of a fort of the Nieuwe Hollandse Waterlinie provided with a new function - ammunition storage.

* Military-historical values as part of a continuous military defence line between the former Zuiderzee and the Biesbosch. This consisted mainly of a coherent system of inundation fields and associated inundation equipment and shooting fields. This system was supplemented with various types of built or constructed (defence) works dating from different periods that served or contributed to the closure of non-inundable terrain or other accesses.

* Architectural-historical values, as an unfortified shelter added in or shortly after 1955 for (permanent) guarding of the fort functioning as ammunition storage.

* Ensemble value and situational values because of the functional and physical coherence with the other components of the complex.

* The component is representative (characteristic) because it is clearly recognizable as a guard building added to the existing fort.

* The component is reasonably well preserved, because as a built component it is still clearly recognizable in the field. Introduction

SHELTERS TYPE 1918/I in the glacis or the outer wall of Fort Vechten, as part of the adaptation of the fort to changed military techniques. Shelters type 1918/I and type 1918/II were built according to more or less uniform or standard design in 1918 at multiple places in western Netherlands. Both types occur in any case within the Stelling van Amsterdam (among others at Spaarndam) and at various places in the Nieuwe Hollandse Waterlinie (among others at Naarden, in the area between Fort at Rijnauwen and Fort at Vechten (= the Houtense Vlakte) and at Fort Everdingen. The total number of built examples in the Nieuwe Hollandse Waterlinie is approximately 225; the majority (approx. 165) of these still exist. The largest concentration of shelters Type 1918/I and II is still on the Houtense Vlakte, where 147 were realized. Shelter Type 1918/I (approx. 125 units) usually came into being at the outermost of double trench systems. Shelter Type 1918/II (approx. 100 units) was mostly built along the rear trench. Because the trenches and other earthworks were later levelled almost everywhere, the concrete shelters nowadays are almost always partially below ground level. The frontally closed front or gorge side of the shelters was usually covered by earthworks that formed part of a glacis to protect the trench or a covered road. These earthworks are now mostly no longer present or only difficult to recognize. In a number of cases (total 35 units), the earth covering on the front side in the years 1936-1938 was (partially) deliberately removed or not reapplied to convert the then 20-year-old shelters Type 1918/I into machine gun casemates. Of these converted examples, 25 are still present in the Nieuwe Hollandse Waterlinie, including some at Fort Vechten.

Description

SHELTERS TYPE 1918/I are single-storey, usually built in approximately 1.00 m thick reinforced cast concrete, splinter-proof, military shelters, which could provide shelter for 4 personnel infantry / artillery, with protection class W 15-21. The shelters 1918/I are built on a rectangular ground plan, at dimensions of approximately 5.00 x 5.50 x 3.70 m, (w x d x h), of which the base is rarely visible. The visible height above ground level varies. Both blind side façades and the closed front / gorge side are executed vertically, to transition with a sharp angle to the roof surface that slopes slightly backwards. This roof surface descends after a blunt angle under a slope of approximately 45 degrees to the often not, or only partially visible, low, vertical façade on the gorge side. A variant of Type 1918/I has a less steep slope here. In a number of cases, iron hooks were cast into the façades that could serve to secure camouflage material. The shelters Type 1918/I were constructed as monolithic concrete works and were only accessible via one access opening, on the trench side - the gorge side. These eccentric, right-sided access openings in the façade are surrounded by a thickened concrete frame, which is arranged in the same plane as the rear, sloping roof surface. Variations occur in these frames, including a reinforcement at the top. The low-level access points were later usually sealed by means of masonry or concrete, but examples filled with rubble are also found. In a few cases the shelters are still open or have been reopened. (Remains of) doors or hatches have not been found and are in any case extremely rare; there are, however, still iron hooks in the ceilings at the entrances, in which it is presumed iron hatches could be hung. In a number of cases, in the years 1936-1938, an additional opening was made at the front, diagonally or to the side to serve as a firing port for a machine gun. With this the function of such a work changed from shelter to that of machine gun casemate. The interior of the shelters Type 1918/I consists of a rectangular space, approximately half of which is below the current ground level, which is accessible in a bent posture via the concrete stairs of a few steps located in the corner. The approximately one meter thick ceilings, located at about two meters above floor level, slope slightly downwards at the front.

Valuation

SHELTERS TYPE 1918/I are of general importance because of:

* Cultural-historical values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie, as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially realized from 1815 by him, Jan Blanken and Major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others over approximately 125 years.

* Military-historical values as part of a continuous military defence line between the former Zuiderzee and the Biesbosch. This consisted mainly of a coherent system of inundation fields and associated inundation equipment and shooting fields. This system was supplemented with various types of built or constructed (defence) works dating from different periods that served or contributed to the closure of non-inundable terrain or other accesses.

* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic architecture, which is based - on the system of inundation and access defence (19th and 20th century), - on the race with increasingly strengthened offensive means (20th century) - on the system of living defence in depth (20th century).

This concerns examples of shelters of Type 1918/I located on and around Fort Vechten, of which at least part have original earth covering.

* Ensemble value and situational values, as components of the Nieuwe Hollandse Waterlinie. Also because of the functional and physical coherence with the other components of the complex and with some tens of identical and comparable examples (Type 1918/II) located in the vicinity of the fort.

* The components are representative (characteristic) because they are clearly recognizable as a component of a deconcentrated defence line added to the existing fortification system.

* The components are reasonably well preserved because they are still clearly recognizable as built elements in the field.

Introduction

SHELTERS TYPE 1915 in the glacis or the outer walls of Fort Vechten, as part of the adaptation of the fort to changed military techniques. (Concrete) shelters formed a response to the arrival of heavy projectiles and explosive grenades. The latter had a high-explosive charge and caused a shower of metal fragments, which could cause many casualties. Depending on the weight of the grenade and the protection against it, there is a classification in resistance or protection classes, consisting of two numbers, e.g. W 12-15. The first indicates that the protection is sufficient for impacts of projectiles up to that calibre (in cm); the second that there is also protection against one or at most a few impacts up to this higher calibre. The earliest types of shelters offered only protection against grenade fragments and were called 'splinter-proof'. From the beginning of the 20th century, experiments were conducted with deconcentrated, small (concrete) (group) shelters. In this case, sometimes ad hoc use was made of existing available materials such as railway rails, rubble, wooden beams and concrete plates, but alongside this prefabricated components were assembled or concrete was poured on site. Thus, traces of such experiments in concrete can still be found in various places within the Nieuwe Hollandse Waterlinie. Shelters of Type 1915 were used at various places; approximately 25 examples still remain, including also in the glacis of Fort Rijnauwen and Fort Vechten.

Description

Splinter-proof SHELTERS TYPE 1915, are single-storey shelters built to a standardized design, constructed in relatively thin reinforced concrete, suitable for an occupancy of 16 men. The shelters served as accommodation (waiting shelter) for a group of personnel and were integrated into trench lines. The dimensions of the flatly-roofed works built on a rectangular ground plan measure approximately 10.90 x 1.40 x 1.80 metres. The shelters were provided with an earth covering on top and at the front side; part of this is still present or has been reapplied. Two rectangular access points, left and right in the gorge side, and five horizontal slit windows located between them could be closed by means of steel shutters. As far as is known, all these shutters are missing.

Valuation

The SHELTERS TYPE 1915 at Fort Vechten are of general importance because of:

* Cultural-historical values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie, as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially realized from 1815 by him, Jan Blanken and Major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others over approximately 125 years.

* Military-historical values as part of a continuous military defence line between the former Zuiderzee and the Biesbosch. This consisted mainly of a coherent system of inundation fields and associated inundation equipment and shooting fields. This system was supplemented with various types of built or constructed (defence) works dating from different periods that served or contributed to the closure of non-inundable terrain or other accesses.

* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic architecture, which is based - on the system of inundation and access defence (19th and 20th century), - on the race with increasingly strengthened offensive means (20th century) - on the system of living defence in depth (20th century).

This concerns some examples of shelters built in relatively thin reinforced concrete from the period 1914-1918.

* Ensemble value and situational values, as components of the Nieuwe Hollandse Waterlinie. Also because of the functional and physical coherence with the other components of the complex.

* The components are relatively rare as examples of military shelters built to a standardized design and they are representative (characteristic) because they are clearly recognizable as components of a deconcentrated defence line added to the existing fortification system.

* The components are reasonably well preserved because they are still clearly recognizable as built elements in the field.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map