TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Constantinianum

Amersfoort, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Klooster, kloosteronderdl
Function
Klooster
Category
onroerend gebouwd
Address
Daam Fockemalaan 12, 3818 KG Amersfoort (and others)
Place
Amersfoort
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.14206, 5.35195
Monument number
530855

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

KLOOSTER en SCHOOL "Het Constantinianum" met bijbehorend SCHOOLPLEIN, KLOOSTERTUIN, TRAFOHUISJE en vier HEKPIJLERS gebouwd in 1952 -1957 door Jos C.A. Schijvens in traditionele stijl met vroegchristelijke en byzantijnse invloed stijl. De oorspronkelijk uit het Brabantse Uden afkomstige Kruisheren startten in 1946 met hoger onderwijs activiteiten in Amersfoort. Aanvankelijk werkte men vanuit noodgebouwen. In 1950 gaf men de gemeente de wens te kennen over te willen gaan tot de bouw van een eigen, grotere onderwijsinstelling. De gemeente bood twee terreinen aan waaronder de huidige vestigingsplaats, die gelegen is naast een al eerder gesticht klooster met school O.L.V. ter Eem (1931 -'33). Bovendien bevond zich op een steenworp afstand het Pensionaat St. Louis (1914, Utrechtsestraat 228) Voor het ontwerp werd de uit Tilburg afkomstige Jos C.A. Schijvens (1908-1966) aangetrokken. Het ontwerp is op hoofdlijnen uitgevoerd al zijn er in detail afwijkingen en aanpassingen. De belangrijkste verandering is het feit dat aanvankelijk gedacht was ook een internaatsvleugel met bijbehorend nonnenklooster te bouwen. Deze vleugel is er echter nooit gekomen. Hierdoor is de oorspronkelijke opzet met twee op de hoek geschakelde carrés niet gerealiseerd. De architectuur is duidelijk geïnspireerd door het traditionalisme van de Delftse School en zoekt voorts motieven in de vroeg christelijke, byzantijnse architectuur. Deze inspiratiebronnen zijn min of meer algemeen, maar in dit geval ook te verklaren uit de beschermheilige van het klooster St. Helena en de naamgeving van de school naar Constantijn de Grote. Er werd gestart met het klooster. Dit kwam in 1952 gereed. Vervolgens werd aangevangen met de bouw van de school, die in 1957 werd geopend. Het geheel is gelegen op een zeer ruim terrein met aanmerkelijke hoogte verschillen. De eerste uitbreiding van de school werd in 1968 gerealiseerd na inwerkingtreding van de Mammoetwet. Een vleugel voor een HAVO-afdeling die dwars op de HBS-vleugel werd gezet. De architecten Verberk en Ponzen hebben, zij het op vereenvoudigde wijze, aansluiting gezocht bij de oorspronkelijke architectuur. Hierna zijn er nog diverse uitbreidingen geweest in meer of mindere mate aansluitend bij de bestaande bebouwing. De school bloeide en kent een geschiedenis van groei, fusies en splitsingen. Tegenwoordig draagt zij de naam Meridiaan College, het Nieuwe Eemland. Het kloosterleven daarentegen taande en in 1999 zijn klooster en kerk verkocht aan het ROC ASA dat er op zijn beurt een afdeling vestigde van de afdeling Horeca Toerisme en Recreatie en hier het leerhotel Het Klooster onderbracht. Alle interieurstukken, inclusief die van de kerk zijn door de vertrekkende broeders meegenomen. Ten behoeve van de school heeft er ook bij dit deel nieuwbouw plaatsgevonden. In 1986 is het geheel gemeentelijk monument geworden. Nadat door de aanleg van de Stichtse rotonde de Daam Fockemalaan als invalsweg voor Amersfoort aan belang heeft toegenomen, vormen de gebouwen een markant herkenningspunt.

Omschrijving

Het Constantinianum bestaat uit een kloosterdeel en een schooldeel. Vanuit het klooster, gewijd aan Sint Helena, kon oorspronkelijk ook de school worden bereikt. Ten gevolge van het huidige gesplitste eigendom zijn deze doorgangen dichtgezet. Het KLOOSTER vertoont de rijkste architectuur. Het geheel is gebouwd in een vrij grote, bonte, licht gekleurde baksteen. Bouwkundige accenten zijn vervaardigd in beton. Voorts siermetselwerk in diverse vormen (terugliggende vlakjes, bogen, uittandingen) onder met name de gootlijsten. Alle bouwdelen worden afgesloten met flauw hellende schilddaken met grijsgesmoorde pannen. De kerktoren is de hoogste toren. Daarnaast zijn er torenachtige elementen in de vorm van traptorens en de vieringtoren. De torens hebben expressief gevormde bekroningen met uivormen en lantaarns. De grote torens zijn gedekt met leien, de kleinere met lood. Vanouds kennen de gebouwen zowel stalen ramen als houten ramen. Deze zijn nagenoeg alle nog aanwezig. Naast rechthoekige vensters komen ook veelvuldig rondboogvensters voor. Op verschillende plaatsen aan het gebouw worden nog de oorspronkelijke gevellantaarns aangetroffen. Het terrein kent twee ingangen, voor ieder nummer één, gemarkeerd door gemetselde HEKPIJLERS waarop een betonnen eivormig ornament. Ten westen van de zuidelijke kloosterarm staat het TRANSFORMATORHUISJE van het complex dat in zijn materialisering en architectonische vormgeving aansluit bij de overige bebouwing.

Het kloosterdeel bestaat uit een op het oosten georiënteerde kloosterkerk met een toren tegen de noordzijde. Aan de zuidzijde zijn de kloostergebouwen gelegen bestaande uit een dubbele ring bebouwing. Aan de binnenzijde om de kloostertuin de kloostergang van één bouwlaag, aan de buitenzijde in twee bouwlagen de kloostervertrekken. Ten noorden, de toren daardoor in een binnen hoek plaatsend, sluit een vleugel van twee bouwlagen aan waarin zich de ontvangst- en gastenverblijven bevonden. Aan de westzijde bevindt zich een korte arm waarin oorspronkelijk de keukens waren ondergebracht. De kerk is een driebeukige kruiskerk met breed middenschip en smalle zijbeuken. Tegen de westgevel staat enkele treden verhoogd een baldakijnachtige aanbouw met uivormige bekroning waarin zich de toegang bevindt. Deze gevel, uitgevoerd als topgevel met kruisbloem in top, is vrij gesloten met een reeks van vijf kleine rondboogvensters op de verdieping en aan weerszijden van de baldakijn tweemaal twee rondboogvensters boven elkaar in een terugliggend spaarveld. De zijgevels worden bepaald door de ritmiek van de lisenen van de zijbeuken en de rondboogvensters van de lichtbeuk. De kruising is uitgebouwd tot een fors, torenachtig lichaam met kantelen en als afsluiting een opengewerkte vierkante lantaarn met uivormige bekroning. Aan weerszijden sluiten twee korte, rechtgesloten dwarsarmen eindigend in een gevel in tympaanvorm daaronder vensters met een betontracering. Tegen de oostzijde een apsis met een halfkoepeldak. De apsis wordt expressief geleed door middel van diepe rondboognissen op zuilen, uitspringende ornamentjes en kleine terugliggende vlakken daarboven. Inwendig vertoont de kerkruimte een driebeukige opzet. Gemetselde zuilen dragen getoogde openingen, waarboven zich de lichtbeuk bevindt. Triomfboog naar het verhoogd gelegen koor in de kruising afgesloten door een rechte muur met de kleine apsisruimte. Boven de middenbeuk een open houten kapconstructie. Boven de zijbeuken een cassetteplafond van betonsteen. Tegen de westwand een orgelbalkon met elegant gebogen ijzeren balkon en twee kleine balkons in de zijbeuken. Het interieur is sober met eenvoudige natuurstenen vloer, wanden deels schoon metselwerk, deels wit geschilderd. Een preek- of leesruimte rechts vooraan op het koor, bestaat uit een decoratief ijzeren hek met lezenaar. De crypte is aan weerszijde van de viering met een gemetselde trap toegankelijk. Het is een met kruisgewelven op gemetselde zuilen overwelfde ruimte. De toren is op een vierkante plattegrondvorm opgetrokken en op enkele kleine openingen na geheel gesloten met in de top aan vier zijden een getoogd drielichtvenster in getoogde nis. Bovenzijde geaccentueerd door siermetselwerk en hoger opgetrokken hoekelementen, bekroning met ui en opengewerkte lantaarn. Toegangsdeur aan de oostzijde. De buitenste tweelaags bebouwing van het klooster heeft rondom een indeling met vensters en deuren in verschillende vormen en typen. Op met name de begane grond is de ritmiek en detaillering ongelijk, afhankelijk van de functies van de ruimtes die zich erachter bevonden. Zo bevinden zich in de oostvleugel vijf hoge openslaande deuren die bovendien geaccentueerd worden door een eenvoudig betonnen gevelelement daarboven. Tegen de zuidgevel ondermeer een betonnen serre en in de westgevel een verhoogd gelegen deur met gemetselde trap en bordes waarlangs elegant vormgegeven sierhek. De vensters op de verdieping vertonen een nagenoeg regelmatige indeling. Zij zijn versierd met een tympaanachtig ornament aan de bovenzijde. Onder de dakgoot siermetselwerk. De eenlaags kloostergang heeft een lessenaardak tegen de hogere omliggende gebouwen. De muren worden geleed door diepe rondboognissen waarin dubbel rondboogvenster en rondvenster. Naar alle waarschijnlijkheid zijn de vensters van oudsher met glas gedicht. Aan de binnenzijde cassetteplafond van betonstenen. De indeling met zowel de kloostergang als de overige kloostervertrekken is grotendeels nog aanwezig al zijn er door latere ingrepen en de functiewijziging tot schoolgebouw wel veranderingen opgetreden. De dienst- en gebruiksvertrekken bevonden zich op de begane grond, de cellen op de verdieping. Het interieur is sober en bestaat uit een vloerafwerking van diverse soorten natuursteen schoonmetselwerk of wit geschilderde wanden. Trappen zijn uitgevoerd met ijzeren leuningen. Daar waar zuilen voorkomen zijn deze gemetseld zonder basement. De betonnen kapitelen verschillen van vorm en zijn veelal moderne interpretaties van schotel- of teerlingkapitelen. Veel deuren hebben een ornamentatie met een kruis. De KLOOSTERTUIN, het hart van het claustrum, heeft thans vooral een hedendaagse aanleg en begroeiing, maar is als open, groene ruimte nog aanwezig. De ontvangst- en gastenvleugel is door middel van een klein tussenlid met de toren en het overige deel van het klooster verbonden. De vleugel onderscheidt zich door de zuilengalerij met bovenliggend balkon langs de voorzijde. In de achtergevel in de middenpartij acht hoge rondboognissen waarin de vensters geplaatst. Inwendig in hoofdzaak verkeersfuncties op de begane grond tussen klooster en school. De keukenvleugel was in oorsprong langer ontworpen en bedoeld om aan te kunnen sluiten bij de niet gerealiseerde internaatsvleugel. De vleugel is twee bouwlagen hoog en vijf traveeën lang. Aan de achterzijde, aansluitend op de ingang van de kerk risalerende partij met tympaanbekroning. Inwendig in gebruik ten behoeve van de school.

De SCHOOL bestaat uit vier vleugels. Eén in noord-zuid ligging. Deze vleugel kan gezien worden als de belangrijkste ontsluiting- en verkeersruimtevleugel. Hierin bevinden zich de onderdoorgang naar het schoolplein met daarin opgenomen de hoofdtoegang tot de beide schoolvleugels en aan de tegenoverliggende zijde de gymzaal. Ook het centrale trappenhuis is in deze vleugel ondergebracht. Haaks op deze vleugel liggen min of meer in elkaars verlengde de twee lange vleugels, de HBS-vleugel aan de westzijde en de Gymnasiumvleugel aan de oostzijde. Haaks op de HBS vleugel staat de HAVO-vleugel uit 1968, die in stijl aansluiting zoekt bij het oorspronkelijke gebouw. Deze vleugel en de HBS-vleugel begrenzen het met twee kleuren stoeptegels in een patroon van grote blokken betegelde SCHOOLPLEIN. Via trappen bereikt men vanaf hier het veel lager gelegen (niet beschermde) sportveld. Op de keermuur van het plein bevindt zich het beeld 'Sport' van de beeldhouwer Wim Harzing (1898 -1978), voorstellende vijf sportende figuren (1957), in het kader van de 1%-regeling aangebracht.

De hoofdtoegangvleugel is drie bouwlagen hoog met op de begane grond een onderdoorgang in de vorm van drie gelijke rondboogopeningen op gemetselde zuilen. In de linker boog bevindt zich de toegang tot de school en het centrale trappenhuis dat de schoolvleugels ontsluit. Dit wordt geaccentueerd door een torenopbouw met uibekroning. Via de ingang in de rechterboog worden de gymzaal en het tekenlokaal ontsloten. In de voorgevel voorts rechts een tweede ontsluiting van de hal/het trappenhuis met daarboven een gekoppelde verticale reeks vensters. Overige vensters regelmatig verdeeld over relatief gesloten gevelvlak met een monumentaal venster boven de middelste boogdoorgang. Dit venster wordt geflankeerd door gebeeldhouwde halffiguren, werk van de hand van Wim Harzing, voorstellende rechts Constantijn de Grote en links diens moeder de Heilige Helena. De achterzijde heeft een meer open karakter met horizontale stroken vensters. Het trappenhuis bestaat uit open trappenvluchten met bordessen en overlopen, de vloeren gedragen door zuilen. De HBS- vleugel is vier bouwlagen hoog met een regelmatige vensterindeling, die verschilt per noord- en zuidgevel daar de klaslokalen zich, met grotere vensters (drie grote gekoppelde vensters per lokaal) aan de zuidzijde bevinden en de verbindingsgangen met kleinere vensters aan de noordzijde. Hier op de begane grond rondboogvormige openingen met stalen puien waarin deuren. De vensters van de eerste verdieping een tympaanachtige bekroning rechte vensters voor de tweede verdieping en getoogde voor de vierde. Tegen de noordzijde staat een met een glazen tussenlid verbonden achtzijdige traptoren met uibekroning. De Gymnasiumvleugel is drie bouwlagen hoog en heeft eenzelfde gevelopzet door de lokalen aan de zuidzijde en de gang aan de noordzijde. De noordgevel heeft hier een eenvoudiger beeld met gelijkvormige rechthoekige vensters op alle bouwlagen voorts deuren op begane grond en deur op verdieping met gemetselde trap en bordes met ijzeren leuning. Ook hier tegen de noordgevel een gemetselde achtzijdige traptoren met uibekroning, echter zonder tussenlid. Een van de kleine rondboogvensters is uitgevoerd met een glas-in-loodvenster voorstellende Constantijn de Grote te paard van de hand van glazenier Victor van Mil. De naam Bredius in dit werk verwijst naar de familie die het glas schonk uit dankbaarheid voor de stichting van de school.

De gymnastiekzaal en de tekenlokalen zijn met een tussenlid verbonden aan de hoofdontsluitingsvleugel. Hierin bevindt zich het trappenhuis. De gymzaal met daarboven de aula heeft een gevelgeleding van vijf ondiepe rondboognissen waarin de vensters zijn gezet. Dit zijn hoge rondboog vensters met daaronder een pui met deuren voor de gymzaal en kleinere rondboogvensters voor de aula. Tegen de achtergevel een vierkante traptoren met uibekroning. Gymzaal met plafond op betonnen liggers. Gemetselde tribune aan de zuidzijde en wand met gemetseld ruitmotief aan de noordzijde. Aula met toneel tegen de noordmuur. De twee boven elkaar gelegen tekenlokalen vormen een vierkante bouwmassa met gesloten, verhoogde hoekpartijen met door middel van een betonelement geaccentueerde top. Daartussen zorgen vier, hoge rondboogvensters voor de lichttoetreding.

Waardering

KLOOSTER EN SCHOOL "Het Constantinianum" met bijbehorend SCHOOLPLEIN, KLOOSTERTUIN, TRAFOHUISJE en vier HEKPIJLERS zijn een essentieel toonbeeld van de vroege Wederopbouw vanaf 1940 en van algemeen belang vanwege:

- Cultuurhistorische waarde in het bijzonder die van de RK geschiedenis van het naoorlogse kloosterwezen en de daarmee verbonden onderwijsinstellingen meer in het bijzonder die van de Kruisheren.

- Architectuurhistorische waarden als voorbeeld van een grote, monumentale opzet in traditionele naoorlogse bouwstijl met verwijzingen naar vroegchristelijke en byzantijnse architectuur met een sterk accent op de torenverschijningen. Van belang in het oeuvre van architect Schijvens, de beeldhouwer Harzing en glazenier Van Mil;

- de gaafheid, het geheel is (ondanks wijzigingen) in belangrijke mate gaaf bewaard, zowel de gebouwen als de landschappelijke setting;

- vanwege de toegepaste kunst uit de 1% regeling;

- stedenbouwkundige waarde in relatie tot het naastgelegen O.L.V. ter Eem alsmede vanwege de beeldbepalende ligging aan een toegangsweg tot Amersfoort;

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

CLOISTER and SCHOOL "Het Constantinianum" with associated SCHOOLYARD, CLOISTER GARDEN, TRANSFORMER SHED and four GATE PIERS built in 1952-1957 by Jos C.A. Schijvens in traditional style with early Christian and Byzantine influence. The Crosiers, originally from Uden in Brabant, started higher education activities in Amersfoort in 1946. Initially they operated from temporary buildings. In 1950 they expressed to the municipality their wish to proceed with the construction of their own, larger educational institution. The municipality offered two plots of land, including the current location, which is situated next to a previously established cloister with school O.L.V. ter Eem (1931-'33). Furthermore, at a stone's throw away was the Boarding School St. Louis (1914, Utrechtsestraat 228). For the design, Jos C.A. Schijvens (1908-1966) from Tilburg was engaged. The design was executed along its main lines although there are detailed deviations and adaptations. The most important change is the fact that initially it was envisaged to also build a boarding wing with an associated convent. However, this wing was never built. As a result, the original concept with two courtyards joined at the corner was not realised. The architecture is clearly inspired by the traditionalism of the Delft School and further seeks motifs in early Christian and Byzantine architecture. These sources of inspiration are more or less general, but in this case can also be explained by the patron saint of the cloister St. Helena and the naming of the school after Constantine the Great. Work began with the cloister. This was completed in 1952. Subsequently, construction of the school was undertaken, which opened in 1957. The whole is situated on a very spacious site with considerable height differences. The first expansion of the school was realised in 1968 following the implementation of the Mammoth Act. A wing for a HAVO department which was positioned across the HBS wing. The architects Verberk and Ponzen sought, albeit in simplified form, to align with the original architecture. After this there were several further expansions to varying degrees consistent with the existing buildings. The school flourished and has a history of growth, mergers and divisions. Nowadays it bears the name Meridiaan College, het Nieuwe Eemland. Monastic life, on the other hand, declined and in 1999 the cloister and church were sold to the ROC ASA, which in turn established a department there for Hospitality, Tourism and Recreation and housed the teaching hotel Het Klooster there. All interior furnishings, including those of the church, were taken away by the departing brothers. For the benefit of the school, new construction also took place in this part. In 1986 the whole became a municipal monument. After the construction of the Stichtse roundabout increased the importance of Daam Fockemalaan as an access road to Amersfoort, the buildings form a striking landmark.

Description

Het Constantinianum consists of a cloister part and a school part. Originally, the school could also be accessed from the cloister, dedicated to St. Helena. As a result of the current split ownership these passages have been sealed off. The CLOISTER displays the richest architecture. The whole is built in a fairly large, multi-coloured, light-coloured brick. Architectural accents are made in concrete. Furthermore decorative brickwork in various forms (recessed panels, arches, crenellations) particularly under the gutterlines. All structural parts are finished with gently sloping hipped roofs with grey-smoked tiles. The church tower is the highest tower. Alongside this are tower-like elements in the form of stair towers and the crossing tower. The towers have expressively shaped finials with owl forms and lanterns. The large towers are covered with slates, the smaller ones with lead. Traditionally the buildings have both steel frames and wooden frames. These are virtually all still present. Besides rectangular windows, semi-circular arch windows are also very common. Original facade lanterns are found at various places on the building. The site has two entrances, one for each number, marked by masonry GATE PIERS topped with a concrete egg-shaped ornament. To the west of the southern cloister arm stands the TRANSFORMER SHED of the complex which in its materialization and architectural design aligns with the other buildings.

The cloister part consists of an east-oriented cloister church with a tower on the north side. On the south side are the cloister buildings consisting of double-ring construction. On the inside around the cloister garden is the cloister walk of one storey, on the outside in two storeys the cloister rooms. To the north, the tower thereby placed in an inner corner, a two-storey wing adjoins containing the reception and guest accommodation. On the west side is a short arm in which originally the kitchens were housed. The church is a three-aisle cross church with broad central nave and narrow side aisles. Against the west facade a canopy-like extension raised a few steps with owl-shaped finial in which the entrance is located. This facade, executed as a gabled roof with a cross-flower at the apex, is relatively closed with a series of five small semi-circular arch windows on the storey and on either side of the canopy twice two semi-circular arch windows above each other in a recessed spandrel. The side facades are determined by the rhythm of the pilasters of the side aisles and the semi-circular arch windows of the clerestory. The crossing is expanded into a robust, tower-like structure with crenellations and as closure an open square lantern with owl-shaped finial. On either side are two short, straight-walled transepts ending in a tympanum-shaped gable with windows below with concrete tracery. Against the east side an apse with a half-dome roof. The apse is expressively articulated by means of deep semi-circular arch niches on columns, projecting ornaments and small recessed panels above. Internally the church space shows a three-aisle layout. Masonry columns carry arched openings, above which is the clerestory. Triumphal arch towards the raised choir in the crossing closed by a straight wall with the small apse space. Above the central nave an open wooden roof truss structure. Above the side aisles a coffered ceiling of concrete stone. Against the west wall an organ gallery with elegantly curved iron railing and two small galleries in the side aisles. The interior is austere with a simple natural stone floor, walls partly fair-faced brickwork, partly white painted. A pulpit or reading space to the right at the front of the choir, consists of a decorative iron railing with lectern. The crypt is accessible on either side of the crossing with a masonry staircase. It is a space vaulted with cross vaults on masonry columns. The tower is raised on a square ground plan and almost entirely enclosed except for a few small openings, with at the top on all four sides an arched three-light window in an arched niche. Upper part accentuated by decorative brickwork and raised corner elements, finial with owl and open lantern. Access door on the east side. The outer two-storey buildings of the cloister have all around a layout with windows and doors in various forms and types. Particularly on the ground floor the rhythm and detailing is unequal, depending on the functions of the spaces behind. For instance, in the east wing are five large opening doors which are further accentuated by a simple concrete facade element above. Against the south facade inter alia a concrete conservatory and in the west facade a raised door with masonry staircase and platform alongside which an elegantly designed decorative railing. The windows on the storey show an almost regular layout. They are decorated with a tympanum-like ornament at the top. Under the eaves gutter decorative brickwork. The single-storey cloister walk has a lean-to roof against the higher surrounding buildings. The walls are articulated by deep semi-circular arch niches containing double semi-circular arch windows and circular windows. Very likely the windows have been glazed since ancient times. On the inside a coffered ceiling of concrete stones. The layout with both the cloister walk and the other cloister rooms is largely still present although later interventions and the change of function to school building have brought about changes. The service and utility rooms were on the ground floor, the cells on the storey. The interior is austere and consists of floor finishes of various types of natural stone, fair-faced brickwork or white painted walls. Stairs are executed with iron railings. Where columns occur these are masonry without a base. The concrete capitals differ in form and are mostly modern interpretations of cushion or cube capitals. Many doors have a cross ornament. The CLOISTER GARDEN, the heart of the claustrum, now has mainly a contemporary layout and planting, but remains present as an open, green space. The reception and guest wing is connected to the tower and the rest of the cloister by means of a small linking element. The wing is distinguished by the colonnade with gallery above along the front. In the rear facade in the middle section eight tall semi-circular arch niches in which the windows are placed. Internally mainly traffic functions on the ground floor between cloister and school. The kitchen wing was originally designed longer and intended to connect to the unrealised boarding wing. The wing is two storeys high and five bays long. At the rear, connected to the church entrance projecting part with tympanum-shaped finial. Internally in use for the school.

The SCHOOL consists of four wings. One in north-south orientation. This wing can be seen as the main access and traffic space wing. It contains the underpass to the schoolyard with the main entrance to both school wings included and on the opposite side the gymnasium. The central staircase is also housed in this wing. At right angles to this wing are more or less in each other's extension the two long wings, the HBS wing on the west side and the Gymnasium wing on the east side. At right angles to the HBS wing stands the HAVO wing from 1968, which seeks stylistic alignment with the original building. This wing and the HBS wing border the SCHOOLYARD paved with paving stones in two colours in a pattern of large blocks. By means of stairs one reaches from here the much lower situated (unprotected) sports field. On the retaining wall of the yard is the sculpture 'Sport' by sculptor Wim Harzing (1898-1978), depicting five sporting figures (1957), installed under the 1% scheme.

The main access wing is three storeys high with on the ground floor an underpass in the form of three equal semi-circular arch openings on masonry columns. In the left arch is the school entrance and the central staircase which provides access to the school wings. This is accentuated by a tower structure with owl finial. Via the entrance in the right arch the gymnasium and drawing room are accessed. In the front facade further to the right a second access to the hall/staircase with above a coupled vertical series of windows. Other windows regularly distributed over a relatively closed facade with a monumental window above the middle arch opening. This window is flanked by sculpted half-figures, works by Wim Harzing, depicting on the right Constantine the Great and on the left his mother Saint Helena. The rear side has a more open character with horizontal strips of windows. The staircase consists of open flights with landings and passages, the floors supported by columns. The HBS wing is four storeys high with regular window arrangement, which differs on the north and south facades since the classrooms, with larger windows (three large coupled windows per classroom) are on the south side and the connecting corridors with smaller windows on the north side. Here on the ground floor semi-circular arch openings with steel frames containing doors. The windows of the first storey have a tympanum-like finial, straight windows for the second storey and arched for the fourth. Against the north side stands an eight-sided stair tower connected by a glazed link with owl finial. The Gymnasium wing is three storeys high and has the same facade layout because the classrooms are on the south side and the corridor on the north side. The north facade here has a simpler appearance with uniform rectangular windows on all storeys, furthermore doors on ground floor and door on storey with masonry staircase and platform with iron railing. Also here against the north facade a masonry eight-sided stair tower with owl finial, but without a linking element. One of the small semi-circular arch windows is executed with a stained-glass window depicting Constantine the Great on horseback by glazier Victor van Mil. The name Bredius in this work refers to the family who donated the glass out of gratitude for the establishment of the school.

The gymnasium and the drawing rooms are connected to the main access wing by a linking element. In this is the staircase. The gymnasium with above the assembly hall has a facade articulation of five shallow semi-circular arch niches in which the windows are set. These are tall semi-circular arch windows with below a frame containing doors for the gymnasium and smaller semi-circular arch windows for the assembly hall. Against the rear facade a square stair tower with owl finial. Gymnasium with ceiling on concrete beams. Masonry gallery on the south side and wall with masonry lattice motif on the north side. Assembly hall with stage against the north wall. The two drawing rooms positioned above each other form a square building mass with closed, raised corner sections with emphasis through a concrete element on the top. Between these four tall semi-circular arch windows allow light to enter.

Evaluation

CLOISTER AND SCHOOL "Het Constantinianum" with associated SCHOOLYARD, CLOISTER GARDEN, TRANSFORMER SHED and four GATE PIERS are an essential showcase of early Post-war Reconstruction from 1940 and of general importance because of:

- Cultural-historical value, in particular that of the Roman Catholic history of the post-war monastic system and the related educational institutions, more specifically that of the Crosiers.

- Architectural-historical values as an example of a large, monumental design in traditional post-war building style with references to early Christian and Byzantine architecture with a strong emphasis on tower features. Important in the oeuvre of architect Schijvens, sculptor Harzing and glazier Van Mil;

- the integrity, the whole is preserved in substantial measure (despite modifications), both the buildings and the landscape setting;

- because of the applied art from the 1% scheme;

- urban planning value in relation to the adjacent O.L.V. ter Eem as well as because of the striking location on an access road to Amersfoort;

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map