TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Onze Lieve Vrouw ter Eem

Amersfoort, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Klooster, kloosteronderdl
Function
Klooster
Category
onroerend gebouwd
Built
1931 - 1933
Address
Daam Fockemalaan 22, 3818 KG Amersfoort (and others)
Place
Amersfoort
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.14509, 5.35261
Part of complex
517688
Monument number
517689

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1909 map "32 Amersfoort" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

KLOOSTER- EN SCHOOLGEBOUWEN van de zusters van Onze Lieve Vrouw ter Eem. Achter een toegangspoort voert een vrijwel rechte oprijlaan naar het hoofdgebouw, dat met de voorgevel naar het noordoosten is gericht. De entree bevindt zich in het midden van de voorgevel, aan een rechthoekig plein, dat aan drie zijden begrensd wordt door delen van het gebouw. Rechts voor het gebouw bevindt zich een rechthoekige, verdiept gelegen vijver.

De rechthoekige plattegrond van het hoofdvolume wordt van oorsprong gevormd door haaks op elkaar staande vleugels van merendeels twee bouwlagen met kap, die enkele rechthoekige binnenhoven omsluiten. Het hoofdvolume is daarbij onderverdeeld in vier traveeën van ongelijke breedte. In de tweede travee van links is de hoofdingang van zowel het klooster als de school gesitueerd. De noordoost-zuidwest georiënteerde hoofdas van het gebouw wordt gevormd door de derde travee van links. Deze as bestaat respectievelijk uit de kapel met de asymmetrisch geplaatste toren, met daaraan grenzend een kloosterhof, daarop volgend de keuken, de keukenhof en eindigend met de later gerealiseerde recreatiezaal, die gelegen is in de langgerekte zuidwestzijde van het complex. Eetzalen bevinden zich aan weerszijden van de keuken en de klooster- en keukenhof. Ten noordwesten van de hoofdas bevindt zich de diensthof, de grootste van de hoven, die per auto te bereiken is middels een onderdoorgang in de drie bouwlagen hoge noordoostzijde van de hof. Ten zuidoosten van de hoofdas bevinden zich opeenvolgend twee rechthoekige binnenhoven, omringd door schoolvleugels. De rechthoekige plattegrond is aan de noordoost zijde uitgebreid met een kleinere binnenhof, die door drie vleugels wordt omsloten. Dit volume is ten opzichte van de voorgevel naar voren geplaatst, daarmee een tegenwicht biedend aan de eveneens ten opzichte van de entreegevel naar voren geplaatste kapel.

Aanbouwen hebben het complex vergroot. In 1938 vond de grootste uitbreiding plaats achter de twee linker traveeën van het hoofdvolume. Hier werd een geheel nieuwe, vrijwel vrijstaande binnenhof gerealiseerd. De ten opzichte van de zijgevel teruggelegen vleugels rondom de binnenhof zijn middels gangen met het bestaande gedeelte verbonden. In 1953 verrees de reeds genoemde recreatiezaal in het verlengde van de hoofdas. Tenslotte werd In 1957 de noordoostvleugel van de zuidoostelijke binnenhof verlengd naar het zuidoosten toe.

De vrijwel ornamentloze bakstenen gevels worden door vensterreeksen geleed. Hierbij is gestreefd naar een grote variatie binnen een beperkte hoeveelheid vensterformaten. Daarbij zijn de vensters relatief smal en hoog. Afwijkende vensters en muuruitsparingen bevinden zich met name in de als tuitgevels uitgevoerde eindgevels, die alle een eigen gevelindeling kennen. In de tuitgevels zijn enkele loggia's aangebracht, voorzien van halfronde uitsparingen, waarvan sommige aan elkaar gekoppeld zijn door natuurstenen zuilen met gestileerde dobbelsteenkapitelen. Onderdelen van het gebouw, die een religieuze functie hebben, zoals de kapel, de toren en de kloosteromgang zijn voorzien van kleine spitsboogvensters, veelal met glas-in-lood. Kunstwerken bevinden zich in, op en aan het gehele gebouw. Het betreft onder andere werken van de beeldhouwers Albert Termote en Kriege, de schilders Lode Sengers en Piet Worm, de glasschilders Maria Andriessen en Ninaber van Eyben (ook mozaïek) en de ijzer- en houtbewerkers Wim Nijs, Jan Koldewey en zijn vader B.J. Koldewey zelf.

In de symmetrische, twee bouwlagen tellende voorgevel (hoofdgebouw) aan het voorterrein bevindt zich de ingang van het complex. De entree op een natuurstenen plint is teruggelegen en wordt door drie achter elkaar gelegen segmentbogen met natuurstenen aanzetten omgeven. Boven de entree met vleugeldeuren met roosters, bevindt zich een gevelsteen met de tekst 'ONZE LIEVE VROUW TER EEM'. In de tuitgevel, die haaks staat op het zadeldak, is een beeld van Maria met kind aangebracht, ontworpen door Mari Andriessen.

Het rechter gedeelte van de voorgevel (noordoostzijde) wordt gedomineerd door de kerktoren, die voorzien is van een ingesnoerde koperen spits met kruis. Rechts naast de toren bevindt zich de aan drie zijden vrijstaande kapel met zadeldak. Het schip wordt geflankeerd door een kapel en sacristie met zadeldaken haaks op de hoofdrichting. Aan de oostzijde wordt de kapel besloten door een driezijdige absis. De kapel is voorzien van steunberen. Rechts naast de kapel bevindt zich een lagere toren, die niet boven de nok van het schip uitsteekt. De toren is voorzien van een zadeldak en tuitgevels. Rechts van de kapel bevindt zich, teruggelegen, de drie bouwlagen hoge vleugel van de diensthof. Geheel rechts bevindt zich een bakstenen trap, die gedecoreerd is met een gebeeldhouwde religieuze voorstelling. Links naast de trap bevindt zich de onderdoorgang naar de binnenhof.

Geheel links aan het voorterrein bevindt zich een naar voren geplaatste bouwmassa, van twee lagen, waarin leslokalen en spreekkamers waren ondergebracht.

De achtergevel (zuidwestzijde) van de hoofdmassa kent een zeer langgerekte vorm, met alleen geheel links een risalerende tuitgevel. In het midden van de gevel bevindt zich een bouwmassa die vier bouwlagen telt. Deze verhoging wordt benadrukt door hoogteverschillen in kaphoogte. Door de verspringingen in hoogte is een oplossing gevonden voor de hoogteverschillen in het terrein. Zo heeft het blok links drie bouwlagen, het middenblok vier (waarvan de eerste bouwlaag deels uitgegraven is) en het blok rechts twee bouwlagen.

Voor de hierboven beschreven gevel uit 1931-33 is de aanbouw uit 1938 gelegen. Deze aanbouw is middels één bouwlaag hoge gangen met de hoofdmassa verbonden. De zuidwestgevel van de aanbouw telt twee bouwlagen en een zadeldak, evenwijdig aan de gevel.

De linkerzijgevel (zuidoostzijde) bestaat uit een afwisseling van lijstgevels met zadeldak en risalerende tuitgevels. Deze afwisseling is voortgezet in de aanbouw uit 1938. Een smalle en lage gang vormt de verbinding tussen hoofdmassa en aanbouw. Geheel links bevindt zich de uitbreiding uit 1957.

De rechterzijgevel (noordwestzijde) telt in hoofdzaak drie bouwlagen. Geheel links bevindt zich een trap. Geheel rechts één bouwlaag met lijstgevel onder zadeldak. Het drie bouwlagen hoge deel heeft in het midden een lijstgevel, met daarboven een zadeldak. Dit zadeldak staat vrij van en met de nok haaks op de tuitgevels, die dit dak flankeren.

Het interieur van met name de kloosteronderdelen (kloosteromgang, entree en kapel) kent een grote gaafheid. De kapel heeft een ziende houten kap. Grote baksteenoppervlakken met grote spitsbooguitsparingen kenmerken het koor en de daaraan gelegen altaarruimte. Drie vensters aan beide zijden in het koor, onzichtbaar vanuit de zaal, werpen een gouden licht op het koor. Constructieve elementen als voet en kapiteel zijn gemaakt van natuursteen (graniet en zand/kalksteen) en gele baksteen, blauw en groen geglazuurd. In de kapel bevinden zich symbolische voorstellingen in glas-in-lood, sculpturen (o.a Termote) en schilder- en smeedwerk. Houten deuren, en vele kleine glas-in-loodvensters verbeelden de litanie van Maria.

Waardering

Het klooster- en scholencomplex van de zusters van Onze Lieve Vrouw ter Eem is van algemeen belang vanwege zijn architectuurhistorische waarde als gaaf en zeldzaam voorbeeld van een kloostercomplex, ontworpen in een traditionalistische bouwstijl. Daarnaast is het van cultuurhistorische betekenis als voorbeeld van een klooster- en scholencomplex uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Binnen het oeuvre van de architect neemt dit complex een bijzondere plaats in. Het gebouw is van ensemblewaarde in relatie tot de overige complexonderdelen, alsmede met het aangrenzende klooster- en scholencomplex van het Constantinianum.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

CLOISTER AND SCHOOL BUILDINGS of the Sisters of Our Lady at Eem. Behind an access gate, a virtually straight drive leads to the main building, which faces northeast with its front facade. The entrance is situated in the middle of the front facade, at a rectangular courtyard, bounded on three sides by parts of the building. To the right in front of the building is a rectangular, sunken pond.

The rectangular plan of the main volume is originally formed by wings at right angles to each other, mostly of two storeys with roof truss structure, which enclose several rectangular inner courtyards. The main volume is subdivided into four bays of unequal width. In the second bay from the left, the main entrance to both the cloister and the school is situated. The northeast-southwest oriented main axis of the building is formed by the third bay from the left. This axis consists respectively of the chapel with the asymmetrically placed tower, adjoining a cloister courtyard, followed by the kitchen, the kitchen courtyard and ending with the later constructed recreation hall, located in the elongated southwest side of the complex. Refectories are situated on either side of the kitchen and the cloister and kitchen courtyard. To the northwest of the main axis is the service courtyard, the largest of the courtyards, accessible by car via a passage in the three-storey high northeast side of the courtyard. To the southeast of the main axis are two successive rectangular inner courtyards, surrounded by school wings. The rectangular plan is extended on the northeast side with a smaller inner courtyard, enclosed by three wings. This volume is positioned forward in relation to the front facade, thereby providing a counterbalance to the chapel, which is also positioned forward in relation to the entrance facade.

Annexes have enlarged the complex. In 1938 the largest extension took place behind the two left bays of the main volume. Here an entirely new, virtually freestanding inner courtyard was created. The wings around this courtyard, recessed in relation to the side facade, are connected to the existing section by means of corridors. In 1953 the aforementioned recreation hall was erected in the extension of the main axis. Finally, in 1957 the northeast wing of the southeast inner courtyard was extended toward the southeast.

The virtually unadorned brick facades are articulated by window sequences. This was aimed at achieving great variety within a limited number of window formats. The windows are relatively narrow and tall. Differing windows and wall recesses are found particularly in the spout gables at the ends, each of which has its own facade arrangement. In the spout gables several loggias have been installed, furnished with semicircular recesses, some of which are connected to each other by natural stone columns with stylized cubiform capitals. Components of the building that have a religious function, such as the chapel, the tower and the cloister walk, are furnished with small pointed arch windows, mostly with leaded glass. Artworks are located in, on and around the entire building. These include works by the sculptors Albert Termote and Kriege, the painters Lode Sengers and Piet Worm, the glass painters Maria Andriessen and Ninaber van Eyben (also mosaic) and the metalworkers and woodworkers Wim Nijs, Jan Koldewey and his father B.J. Koldewey himself.

In the symmetrical, two-storey front facade (main building) facing the courtyard is the entrance to the complex. The entrance on a natural stone plinth is recessed and is surrounded by three segmental arches placed one behind the other with natural stone abutments. Above the entrance with glazed double doors with grilles, is a facade stone with the text 'ONZE LIEVE VROUW TER EEM'. In the spout gable, which stands at right angles to the gabled roof, is an image of Mary with child, designed by Mari Andriessen.

The right section of the front facade (northeast side) is dominated by the church tower, which is furnished with a tapered copper spire with cross. To the right next to the tower is the chapel, free-standing on three sides, with gabled roof. The nave is flanked by a chapel and sacristy with gabled roofs perpendicular to the main direction. On the east side the chapel is closed by a three-sided apse. The chapel is furnished with buttresses. To the right next to the chapel is a lower tower, which does not extend above the ridge of the nave. The tower is furnished with a gabled roof and spout gables. To the right of the chapel, recessed, is the three-storey high wing of the service courtyard. Furthest right is a brick staircase, decorated with a carved religious representation. To the left next to the staircase is the passage to the inner courtyard.

At the far left of the front courtyard is a forward-positioned building mass, of two storeys, in which classrooms and consultation rooms were housed.

The rear facade (southwest side) of the main mass has a very elongated form, with only a protruding spout gable at the far left. In the middle of the facade is a building mass with four storeys. This heightening is emphasized by differences in roof height. Through the height differences, a solution has been found for the level differences in the site. Thus the block on the left has three storeys, the central block four (of which the first storey is partly excavated) and the block on the right two storeys.

In front of the facade described above from 1931-33 is the extension from 1938. This extension is connected to the main mass by one-storey high corridors. The southwest facade of the extension has two storeys and a gabled roof, parallel to the facade.

The left side facade (southeast side) consists of an alternation of cornice-topped facades with gabled roof and protruding spout gables. This alternation is continued in the 1938 extension. A narrow and low corridor forms the connection between main mass and extension. At the far left is the 1957 extension.

The right side facade (northwest side) has mainly three storeys. At the far left is a staircase. At the far right one storey with cornice-topped facade under gabled roof. The three-storey section has in the middle a cornice-topped facade, with above it a gabled roof. This gabled roof stands free from and with its ridge perpendicular to the spout gables, which flank this roof.

The interior of particularly the cloister components (cloister walk, entrance and chapel) has great integrity. The chapel has a visible wooden roof truss. Large brick surfaces with large pointed arch recesses characterize the choir and the adjoining altar space. Three windows on both sides in the choir, invisible from the hall, cast a golden light on the choir. Structural elements such as base and capital are made of natural stone (granite and sandstone/limestone) and yellow brick, blue and green glazed. In the chapel are symbolic representations in leaded glass, sculptures (including Termote) and painted and wrought ironwork. Wooden doors and many small leaded glass windows depict the Litany of Mary.

Valuation

The cloister and school complex of the Sisters of Our Lady at Eem is of general interest for its architectural-historical value as an intact and rare example of a cloister complex, designed in a traditionalist building style. Moreover, it is of cultural-historical significance as an example of a cloister and school complex from the first half of the twentieth century. Within the oeuvre of the architect, this complex occupies a special place. The building has ensemble value in relation to the other complex components, as well as with the adjoining cloister and school complex of the Constantinianum.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map