TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Sanatorium, Klokkenberg 99

Breda, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gezondheidszorg
Function
Sanatorium
Category
onroerend gebouwd
Built
1951 - 1953
Address
Klokkenberg 99, 4836 AZ Breda (and others)
Place
Breda
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.53894, 4.77891
Part of complex
528717
Monument number
528718

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Historical map archives, georeferenced via Allmaps

3 historical maps cover this location, the earliest the 1924 map "Topographische kaart van Breda en omstreken / Topographische Inrichting ; samengest. naar de gegevens van de Militaire Verkenningen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

SANATORIUMGEBOUW behorende tot het sanatoriumcomplex De Klokkenberg, gebouwd in 1951-1953 naar ontwerp van de architecten C.H. de Bever en C.M. van Moorsel Pzn. in traditionalistische stijl. Het sanatoriumgebouw is onder te verdelen in een hoofdgebouw, verpleeggebouwen, kapel, economiegebouw, binnenplaatsen en galerijen. Het hoofdgebouw met de verpleegvleugels voor tuberculosepatiënten richt zich op het zuidoosten zodat het veel zonlicht zou binnenkrijgen en een wijds uitzicht op het beekdal van de Mark heeft. Het gebouw heeft een symmetrische opzet waarbij de kapel in de as staat en de bouwmassa's door gangen zijn verbonden. De kapel heeft hierbij een dominante positie vanwege de grootte en de positionering: de kapel is het eerste bouwdeel dat de bezoeker gewaar wordt vanaf de entree.

Cornelis Hubertus (Cees) de Bever (1897-1965), architect uit Eindhoven, was sterk beïnvloed door het werk van Kropholler en Granpré Molière en tevens Eschauzier en Rouville de Meux. De architectuur van de kapel en de torens van het hoofdgebouw van De Klokkenberg worden aan De Bever toegekend vanwege de gelijkenissen met andere werken van zijn hand zoals het PNEM gebouw in 's-Hertogenbosch en de OLV Hemelvaartkerk in Raamsdonkveer. De architect Cornelis Marie van Moorsel (1892-1962)werkte na zijn studie bij A.J. Kropholler en was lange tijd redacteur van het R.K. Bouwblad. Zijn bekendste werk is het sanatorium Bergh en Bosch te Bilthoven dat hij ontwierp met B.M. Koldeweij. Vanwege de overeenkomsten met de plattegrond van Bergh en Bosch wordt vermoed dat Van Moorsel bij het ontwerpen van De Klokkenberg voornamelijk aan de lay-out en de detaillering van de lighallen heeft gewerkt. De gebrandschilderde ramen zijn van de Brabantse kunstenaar Marius de Leeuw (1915-2000).

Van 1954-1969 werd de verpleging gedaan door de Zusters Franciscanessen van de Onbevlekte Ontvangenis der H. Moeder Gods te Veghel. Zij waren gehuisvest in het zusterhuis. Vanaf 1969 werden er geen TBC-patiënten meer opgenomen en kreeg het complex een ziekenhuisfunctie. De aard van deze functie brengt met zich mee dat het complex diverse malen verbouwd is.

In de kapel, die is gedesacraliseerd, zijn op het orgelbalkon en in de voormalige sacristie elementen opgeslagen die tot de aankleding van de kapel behoorden zoals banken, beelden en een bronzen crucifix. De gekruisigde Christus met een tekstrol JESUS NAZARENUS REX JUDAORUM (INRI) is voorzien van de tekst: Geschenk van de architecten De Bever en Van Moorsel 1953 EV.

Omschrijving

Het SANATORIUMGEBOUW heeft een samengestelde, symmetrische plattegrond met aan de zuidzijde het hoofdgebouw met verpleegvleugels, aan de noordzijde de kapel, aan de westzijde het zusterhuis en aan de oostzijde het economiegebouw. Deze gebouwdelen zijn verbonden door éénlaags verbindingsgangen die tevens twee binnenplaatsen vormen. De verbindingsgangen zijn bouwlichamen met gesloten zadel of lessenaarsdaken met toegangsdeuren en vensters. De binnenplaatsen worden ontsloten door poorten. De architectuur bestaat uit sober baksteen metselwerk met regelmatige vensterindeling die is verlevendigd door architectonische elementen zoals biforae en triforae, muraalbogen en loggia's. De vensters bevatten houten kozijnen met stalen ramen, waarvan een groot deel is vervangen door kunststof kozijnen en ramen. Accenten zijn aangebracht in natuursteen. De draagconstructies bestaan voornamelijk uit gewapend betonnen vloeren of uit enkelvoudige houten vloeren. De kapconstructies bestaan uit ijzeren spanten met gordingen en beschoten daken gedekt met pannen. Een belangrijke karakteristiek is de structuur met verbindingsgangen waardoor binnenplaatsen worden gevormd. In deze verbindingsgangen zijn poorten aangebracht, met zorgvuldig gemetselde bakstenen koepelgewelven. Boven een aantal toegangsdeuren zijn boogvelden voorzien van siermetselwerk. In het interieur is een structuur met gangen en trappenhallen voorzien van natuursteen.

HOOFDGEBOUW

Exterieur

Het hoofdgebouw bestaat uit een hoofdvleugel van vier bouwlagen met kap, aangrenzend twee vleugels van drie bouwlagen. De oostelijke vleugel was voor de verpleging van mannen, de westelijke vleugel voor de verpleging van vrouwen. Op de overgang van de vleugels zijn accenten aangebracht in de vorm van twee torens met een naaldspits. Beide zijvleugels hebben aan de uiteinden een afzonderlijk éénlaags gebouw voor klassenverpleging en waren door een gang met de andere vleugels verbonden. Het gebouw is opgetrokken in baksteen en heeft een regelmatige vensterindeling. Centraal in de noordgevel, aan de binnenplaats, is de hoofdentree aangebracht. Deze is opgebouwd uit drie natuurstenen gewelven die steunen op twee ronde kolommen. De entree wordt benadrukt door de een stenen reliëf met gedeeltelijk geabstraheerde voorstellingen die verwijzen naar Genesis, in het midden het motief van de Maiestas Domini, een Christusfiguur zittende op een boog. In de entree is een gedenksteen voor de bouw van het sanatorium geplaatst. De noordgevels van de verpleegvleugels hebben uitspringende gebogen muurvlakken met glas-in-loodvensters. De verpleegvleugels hebben aan de zuidzijde een getrapte opbouw met op de begane grond een open beddenhal met geknikt betonnen dak en op derde bouwlaag een ligstoelenhal. De hallen kenden een open opzet.

Interieur

De representatieve ruimtes hebben een rijke afwerking en de gebruiksruimtes zijn sober vormgegeven. Door moderniseringen uitgevoerd aan het einde van de 20ste eeuw is het interieur gewijzigd. De hoge centrale entreehal heeft een uitbouw in de zuidgevel die is voorzien van glas-in-loodramen van Marius de Leeuw (gedateerd 1954). In de hal is tegen de westelijke wand een tegeltableau aangebracht waarop de situering van De Klokkenberg staat weergegeven, vermoedelijk ook van Marius de Leeuw. De trappen hebben natuurstenen treden bekleed met leisteen en sober gedetailleerde traphekken met houten leuningen. Op de vloeren van de traphallen liggen leistenen platen. De wanden hebben een bakstenen lambrisering met een plint van geglazuurde stenen. De bakstenen wand in de traphal is opengewerkt met nissen. De bovenverdieping, die geen representatieve functie had, kent een eenvoudiger afwerking. De trap heeft hier treden van gebakken tegels. De gangen zijn onderverdeeld in segmenten door tudorboogvormige tochtportalen met klapdeuren. In de nog oorspronkelijke glasdeuren zijn klokjes geëtst.

Aan de noordzijde van het hoofdgebouw een binnenplaats met aan beide zijden verbindingsvleugels met galerijen die aan de westzijde leiden naar het zusterhuis aan de oostzijde naar het economiegebouw. De binnenplaats wordt aan de zuidzijde afgesloten door een galerij en aan de noordzijde door de kapel.

ZUSTERHUIS (westelijk carrégebouw)

Exterieur

Het zusterhuis heeft een carrévormige plattegrond, bestaande uit drie vleugels van twee bouwlagen met een zadeldak en dakkapellen. De binnenplaats wordt gesloten door een verbindingsgang van één bouwlaag. De oostgevel van het zusterhuis sluit aan op een binnenplaats en is voorzien van een arcade met natuurstenen kolommen en twee verbindingsgangen. De westgevel is verlevendigd met muraalbogen.

Interieur

De begane grond is ingedeeld met een kruisgang waaraan vertrekken liggen. De verdiepingen kennen een indeling met een middengang. De gangen zijn sober vormgegeven terwijl de traphallen architectonisch verder zijn uitgewerkt. Ter plaatse van de aansluiting op de verbindingsgang op de zuidoosthoek bevindt zich een hal waarbij van natuurstenen kolommen de draagmuren vervangen.

ECONOMIEGEBOUW (oostelijk carrégebouw)

Exterieur

Het economiegebouw heeft een carrévormige plattegrond, gevormd door drie vleugels van twee bouwlagen met zadeldak en dakkapellen. Een vierde (oostelijke) vleugel van één bouwlaag sluit de binnenplaats. Hier bevindt zich de keuken. De westgevel sluit aan op een binnenplaats en is voorzien van een arcade met natuurstenen kolommen met daarover een houten draagbalk die de aankapping draagt. Op de galerij sluiten twee verbindingsgangen aan. De entree bevindt zich in de westgevel. De noordgevel heeft rechthoekige vensters, een triforium met natuurstenen deelzuilen en een loggia op de westhoek. De zuidgevel en oostgevel hebben een sobere gevelindeling. De dakkapellen zijn bekleed met keramische daktegels en hebben houten kozijnen met stalen ramen.

Interieur

De begane grond is ingedeeld met een kruisgang waaraan vertrekken liggen. De verdiepingen kennen een indeling met een middengang. De gangen zijn sober vormgegeven terwijl de traphallen architectonisch verder zijn uitgewerkt. Ter plaatse van de aansluiting met de verbindingsgang is een hal waarbij natuurstenen kolommen draagmuren vervangen.

Het economiegebouw en het zusterhuis zijn met de kapel verbonden door middel van verbindingsgangen, waarin poorten zijn aangebracht.

KAPEL

Exterieur

De neo-romaanse kapel heeft een basilicale opzet met een schip met transeptarmen, een forse vieringtoren, een absis en een entreepartij. De entreepartij is opgetrokken in tufsteen en bezit een tentdak, bekroond met een bol met daarop een kruis. Boven de dubbele ingangsdeuren zijn de letters D.O.M. aangebracht. In het boogveld boven de deur een reliëf met het Maiestas Domini motief, voorstellende Christus in een mandorla omringd door een stier, een adelaar, een mensfiguur en een leeuw: de symbolen voor de vier evangelisten Lucas, Johannes, Matthëus en Marcus. Voor de entree is een stoep aangebracht. Het schip is gedekt met een zadeldak en heeft in de zijgevels rondboogvormige ramen. De vieringtoren heeft rondboogvormige ramen en een tentdak met daarop een met lood bekleed klokkentorentje bekroond met een filigraan bol met een kruis. De transeptarmen hebben biforae en schilddaken.

Interieur

Het interieur van de kapel kent een sobere afwerking. De wanden bestaan uit schoon metselwerk en de vloeren zijn voorzien van leistenen plavuizen. Vanaf de entree gezien: de zijbeuken worden van de middenbeuk gescheiden door arcades met natuursteen kolommen. De middenbeuk heeft een vlakke balkenzoldering met moer- en kinderbinten, het koor en de zijruimten hebben een aankapping met balkenzoldering waarvan alleen de moerbalken in het koor voorzien zijn van sleutelstukken. Alle moerbalken rusten op natuurstenen consoles. Aan de westzijde een zijkapel met altaar. Aan de oostzijde een kapel. In het middenschip staat aan de zuidzijde op het balkon een orgel van de gebr. Vermeulen uit Weert. Het orgelbalkon rust op een arcade, die is dichtgemetseld waardoor de onderliggende ruimte bij een toegangsportaal is getrokken. Aan de weerszijden van het ingangsportaal zijn nevenruimten gelegen. Aan de westzijde zijn toiletten geplaatst, aan de oostzijde is de sacristie. In het metselwerk van de muren zijn elementen opgenomen zoals natuurstenen wijwaterbakjes en ijzeren kandelaars met daaronder een natuurstenen kruisje.

Waardering

Het SANATORIUMGEBOUW van het complex Sanatorium De Klokkenberg is van algemeen belang als toonbeeld van de vroege wederopbouw en tevens als evidente mijlpaal in de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland:

- als uitdrukking van een sociale ontwikkeling, de bestrijding van tuberculose;

- vanwege de cultuurhistorische waarde als uitdrukking van de wijze waarop de sociale en rooms-katholieke structuur van de jaren 50 tot uitdrukking komt in de aanwezigheid van een kapel, aparte verpleeggebouwen voor mannen en vrouwen en de gedeelten voor 'klasse-verpleging' en een zusterhuis;

- vanwege het belang van het gebouw in de oeuvres van C.H. de Bever en C.M. van Moorsel.;

- vanwege de ensemblewaarde met betrekking tot de functionele en visuele relatie tussen de verschillende complexonderdelen;

- vanwege de ensemblewaarde wegens de hoogwaardige kwaliteit van de bebouwing en de historisch- ruimtelijke relatie met de groenvoorzieningen, wegen, wateren en bodemgesteldheid;

- vanwege het belang van het gebouw in de relatie tot de visuele gaafheid van de landschappelijke omgeving;

- vanwege het belang van het gebouw wegens de typologische en functionele zeldzaamheid;

- vanwege de imposante stedenbouwkundige opzet met groenaanleg;

- als gaaf voorbeeld van een naoorlogs sanatorium in traditionalistische stijl;

- als uitdrukking van een sociale ontwikkeling, de bestrijding van tuberculose;

- vanwege de cultuurhistorische en architectuurhistorische waarde als uitdrukking van de wijze waarop de sociale en rooms-katholieke structuur van de jaren 50 tot uitdrukking komt in de aanwezigheid van een kapel, aparte verpleeggebouwen voor mannen en vrouwen en de gedeelten voor 'klasse- verpleging' en een zusterhuis;

- vanwege de imposante stedenbouwkundige opzet en de samenhang met de groenaanleg;

- vanwege de grote mate van gaafheid;

- vanwege de grote mate van herkenbaarheid in het oeuvre van C.H. de Bever en C.M. van Moorsel;

- vanwege de zeldzaamheid van het gebouwtype; het is een van de laatste voorbeelden van sanatoriumbouw.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

SANATORIUM BUILDING belonging to the sanatorium complex De Klokkenberg, built in 1951-1953 to a design by architects C.H. de Bever and C.M. van Moorsel Pzn. in a traditionalist style. The sanatorium building can be subdivided into a main building, nursing pavilions, chapel, service building, courtyards and galleries. The main building with nursing wings for tuberculosis patients is oriented towards the southeast so that it would receive abundant sunlight and has a wide view over the valley of the Mark stream. The building has a symmetrical layout with the chapel positioned on the central axis and the building masses connected by corridors. The chapel holds a dominant position because of its size and positioning: the chapel is the first building element that the visitor perceives from the entrance.

Cornelis Hubertus (Cees) de Bever (1897-1965), architect from Eindhoven, was strongly influenced by the work of Kropholler and Granpré Molière and also Eschauzier and Rouville de Meux. The architecture of the chapel and the towers of the main building of De Klokkenberg are attributed to De Bever because of the similarities with other works by him such as the PNEM building in 's-Hertogenbosch and the OLV Hemelvaartkerk in Raamsdonkveer. Architect Cornelis Marie van Moorsel (1892-1962) worked after his studies with A.J. Kropholler and was editor of the R.K. Bouwblad for a long time. His best-known work is the sanatorium Bergh en Bosch in Bilthoven which he designed with B.M. Koldeweij. Because of the similarities with the floor plan of Bergh en Bosch it is suspected that Van Moorsel was primarily responsible for the design of the layout and detailing of the light halls at De Klokkenberg. The stained-glass windows are by the Brabant artist Marius de Leeuw (1915-2000).

From 1954-1969 nursing was provided by the Sisters Franciscanessen van de Onbevlekte Ontvangenis der H. Moeder Gods from Veghel. They were housed in the sisters' house. From 1969 onwards no tuberculosis patients were admitted and the complex acquired a hospital function. The nature of this function meant that the complex underwent various renovations.

In the chapel, which has been deconsecrated, elements belonging to the chapel's furnishings such as benches, statues and a bronze crucifix are stored on the organ gallery and in the former sacristy. The crucified Christ with a scroll bearing the text JESUS NAZARENUS REX JUDAORUM (INRI) is inscribed with: A gift from architects De Bever and Van Moorsel 1953 EV.

Description

The SANATORIUM BUILDING has a complex, symmetrical floor plan with the main building with nursing wings on the south side, the chapel on the north side, the sisters' house on the west side and the service building on the east side. These building elements are connected by single-storey connecting corridors which also form two courtyards. The connecting corridors are structures with closed gabled or mansard roofs with access doors and windows. The courtyards are accessed through gates. The architecture consists of sober brickwork with regular window distribution that is enlivened by architectural elements such as biforae and triforae, wall arches and loggias. The windows contain wooden frames with steel casements, much of which has been replaced with plastic frames and casements. Accents have been introduced in natural stone. The supporting structures consist mainly of reinforced concrete floors or simple wooden floors. The roof truss structures consist of iron girders with purlins and lined roofs covered with tiles. An important characteristic is the structure with connecting corridors that form courtyards. In these connecting corridors are gates with carefully laid brick barrel vaults. Above a number of access doors are arch fields featuring decorative brickwork. In the interior there are corridors and staircases lined with natural stone.

MAIN BUILDING

Exterior

The main building consists of a main wing of four storeys with roof truss structure, and two adjoining wings of three storeys. The eastern wing was for the nursing of men, the western wing for the nursing of women. At the transition of the wings accents have been introduced in the form of two towers with needle spires. Both side wings have at their ends a separate single-storey building for class nursing and were connected to the other wings by a corridor. The building is constructed of brickwork and has regular window distribution. Centrally on the north facade, facing the courtyard, is the main entrance. This is constructed from three natural stone barrel vaults resting on two round columns. The entrance is emphasised by a stone relief with partially abstracted representations referring to Genesis, in the centre the motif of the Maiestas Domini, a figure of Christ seated on an arch. In the entrance is a commemorative stone for the construction of the sanatorium. The north facades of the nursing wings have projecting curved wall surfaces with stained-glass windows. The nursing wings have a stepped structure on the south side with on the ground floor an open ward hall with bent concrete roof and on the third storey a deck-chair hall. The halls had an open design.

Interior

The representative spaces have rich finishes and the functional spaces are designed with sobriety. Through modernisations carried out at the end of the 20th century the interior has been altered. The high central entrance hall has a projection in the south facade fitted with stained-glass windows by Marius de Leeuw (dated 1954). In the hall against the west wall is a tile tableau showing the location of De Klokkenberg, presumably also by Marius de Leeuw. The stairs have natural stone steps lined with slate and soberly detailed stair railings with wooden handrails. On the floors of the staircases lie slate tiles. The walls have brick wainscoting with a plinth of glazed stone. The brick wall in the stairwell is open-worked with niches. The upper floor, which had no representative function, features simpler finishing. The stairs here have steps of fired tiles. The corridors are subdivided into segments by Tudor-arch shaped draught doors with flapping doors. In the still original glass doors are etched bells.

On the north side of the main building a courtyard with connecting wings on both sides with galleries that on the west side lead to the sisters' house and on the east side to the service building. The courtyard is closed on the south side by a gallery and on the north side by the chapel.

SISTERS' HOUSE (western square building)

Exterior

The sisters' house has a square floor plan, consisting of three wings of two storeys with a gabled roof and roof dormers. The courtyard is closed by a connecting corridor of one storey. The east facade of the sisters' house adjoins a courtyard and is fitted with an arcade with natural stone columns and two connecting corridors. The west facade is enlivened with wall arches.

Interior

The ground floor is divided with a cloister to which rooms connect. The upper floors have a layout with a central corridor. The corridors are designed soberly while the staircases are further articulated architecturally. At the point where the connecting corridor joins on the southeast corner there is a hall where natural stone columns replace the load-bearing walls.

SERVICE BUILDING (eastern square building)

Exterior

The service building has a square floor plan, formed by three wings of two storeys with gabled roof and roof dormers. A fourth (eastern) wing of one storey closes the courtyard. Here is located the kitchen. The west facade adjoins a courtyard and is fitted with an arcade with natural stone columns with above it a wooden bearing beam that supports the roof covering. Two connecting corridors connect to the gallery. The entrance is located in the west facade. The north facade has rectangular windows, a triforium with natural stone mullions and a loggia on the west corner. The south facade and east facade have a simple facade layout. The roof dormers are clad with ceramic roof tiles and have wooden frames with steel casements.

Interior

The ground floor is divided with a cloister to which rooms connect. The upper floors have a layout with a central corridor. The corridors are designed soberly while the staircases are further articulated architecturally. At the point where it connects with the connecting corridor is a hall where natural stone columns replace load-bearing walls.

The service building and the sisters' house are connected with the chapel by means of connecting corridors in which gates are fitted.

CHAPEL

Exterior

The neo-Romanesque chapel has a basilical layout with a nave with transept arms, a substantial crossing tower, an apse and an entrance section. The entrance section is constructed of tufa stone and has a pavilion roof crowned with a sphere surmounted by a cross. Above the double entrance doors are the letters D.O.M. In the arch field above the door is a relief showing the Maiestas Domini motif, representing Christ in a mandorla surrounded by a bull, an eagle, a human figure and a lion: the symbols for the four evangelists Luke, John, Matthew and Mark. A step is placed before the entrance. The nave is covered with a gabled roof and has round-arched windows in the side facades. The crossing tower has round-arched windows and a pavilion roof topped with a small bell tower clad with lead and crowned with a filigree sphere with a cross. The transept arms have biforae and hipped roofs.

Interior

The interior of the chapel has sober finishing. The walls consist of exposed brickwork and the floors are laid with slate tiles. From the entrance looking in: the side aisles are separated from the central nave by arcades with natural stone columns. The central nave has a flat beam ceiling with main and secondary beams, the choir and the side spaces have a roof covering with beam ceiling of which only the main beams in the choir are fitted with keystones. All main beams rest on natural stone corbels. On the west side a side chapel with altar. On the east side a chapel. In the central nave on the south side on the gallery stands an organ by the brothers Vermeulen from Weert. The organ gallery rests on an arcade which is filled in, so that the space underneath is connected to an access portal. Adjoining spaces are located on either side of the entrance portal. On the west side toilets are placed, on the east side is the sacristy. In the brickwork of the walls are incorporated elements such as natural stone holy water basins and iron candelabra with a natural stone cross beneath.

Evaluation

The SANATORIUM BUILDING of the complex Sanatorium De Klokkenberg is of general importance as an exemplary case of early post-war reconstruction and as an obvious milestone in the spatial development of the Netherlands:

- as an expression of a social development, the fight against tuberculosis;

- because of its cultural-historical value as an expression of the way in which the social and Roman Catholic structure of the 1950s is expressed in the presence of a chapel, separate nursing buildings for men and women and sections for 'class nursing' and a sisters' house;

- because of the importance of the building in the oeuvre of C.H. de Bever and C.M. van Moorsel;

- because of the ensemble value regarding the functional and visual relationship between the various complex components;

- because of the ensemble value due to the high quality of the building and the historical-spatial relationship with the green spaces, roads, water features and soil conditions;

- because of the importance of the building in relation to the visual integrity of the surrounding landscape;

- because of the importance of the building on account of its typological and functional rarity;

- because of the imposing urban design with landscaping;

- as an intact example of a post-war sanatorium in traditionalist style;

- as an expression of a social development, the fight against tuberculosis;

- because of the cultural-historical and architectural-historical value as an expression of the way in which the social and Roman Catholic structure of the 1950s is expressed in the presence of a chapel, separate nursing buildings for men and women and sections for 'class nursing' and a sisters' house;

- because of the imposing urban design and the coherence with the landscaping;

- because of the high degree of integrity;

- because of the high degree of recognisability in the oeuvre of C.H. de Bever and C.M. van Moorsel;

- because of the rarity of the building type; it is one of the last examples of sanatorium construction.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map