TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

De Haar

Haarzuilens, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Historische aanleg
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1894 - 1910
Address
Kasteellaan bij 1, 3455 RR Haarzuilens (Utrecht 26) (and others)
Place
Haarzuilens
Municipality
Utrecht
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.12007, 4.98941
Part of complex
527891
Monument number
527893

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1893 map "Amsterdam-Rheinkanal : frei von Kanalabgaben / [getekend door] J.H. Schmüll" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving onderdeel 2: HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG.

De historische parkaanleg van kasteel de Haar is in grote lijnen ontworpen ten tijde van en kort na de restauratie van het hoofdgebouw (1894-circa 1910). Het concept van het park van kasteel de Haar was oorspronkelijk veel groter dan het park dat daadwerkelijk is uitgevoerd; ook het huidige open land ten westen van de Rijndijk, die nu de westgrens van een groot deel van de aanleg markeert, zou deel uitmaken van de parkaanleg. In dit oorspronkelijke concept zou het kasteel een centrale plaats innemen in een ontworpen landschap met verschillende zichtlijnen op punten in de omgeving. Onderdelen van de toenmalige bestaande infrastructuur, daterend uit de vijftiende en latere eeuwen, zijn ingepast in de nieuwe landschappelijke transformatie van het gebied.

Aan de aanleg van het groots opgezette tussen 1894 en circa 1910 gerealiseerde park ligt een intensief en langdurig ontwerpproces ten grondslag dat tot een groot aantal afwijkende ontwerpen en schetsen heeft geleid en in de ontwerpfase en erna verschillende wijzigingen heeft ondergaan. De tot stand gekomen aanleg is te onderscheiden in een Noorderpark en een Zuiderpark, die compositorisch met elkaar zijn verbonden maar door de openbare weg (Bochtdijk) worden gescheiden. Een belangrijk motief dat beide parken met elkaar verbindt is de uitgestrekte vijverpartij, door de tuinarchitect Copijn in 1894 in zijn bij de uit dat jaar daterende overzichtskaart behorende "Description" een "rivierarm" genoemd "die het park van voor tot achter doorstroomt". De compositie van het park bestaat voorts uit een waaiervormige structuur van zichtassen geconcipieerd vanuit het kasteel, met name vanaf de entree, verder vanuit de torens en vanaf de zuidgevel. Deze zichtassen strekken zich uit over de coulissen van het ontworpen en vormgegeven parklandschap, over de meer in formele trant aangelegde tuinen direct rond het kasteel en over de lange oprijlaan (aan weerszijden met dubbel beuk en eik beplant), de Zuylenlaan. Vanuit het kasteel liep een aantal zichtlijnen in noordoostelijke en noordwestelijke richting oorspronkelijk door tot over de grenzen van het park. Zij waren onder andere gericht op kerktorens van dorpen in de omgeving. Het merendeel van deze zichten is thans dicht gegroeid. Het Noorderpark, waar zich het kasteel en bijgebouwen bevinden, kent de grootste variëteit aan doorzichten en in formele trant aangelegde deeltuinen. Het Zuiderpark, dat qua oppervlakte ongeveer even groot is als het Noorderpark, is voor een groot deel gemodelleerd rond een enkel doorzicht vanuit de zuidzijde van het kasteel: het doorzicht bestaat uit een ruime en diepe parkweide in landschapsstijl met boomgroepen als coulissen, met glooiend bodemprofiel en geflankeerd door een grootschalige vijverpartij in landschapsstijl en stroken parkbos (sinds 1974 doet een groot deel van het Zuiderpark dienst als golfterrein). Tevens is het Zuiderpark een wandelpark: een wandeling van serpentinevormig verlopende wandelpaden voert langs de randen van het park en deels door het open parkgedeelte en rondom de vijverpartij. Deze wandeling is verbonden met de wandeling door het Noorderpark via de rustieke brug in beton met hek over de Bochtdijk (zie complexonderdeel 28). De werkzaamheden aan de aanleg van het Zuiderpark begonnen in circa 1905 en het park kreeg pas in 1909 zijn huidige gedaante. De bonnekaart uit 1908 laat zien dat in dat jaar alleen het oostelijke deel van het Zuiderpark nog in een staat van wording verkeerde. Een belangrijk karakteristiek van de aanleg van het Noorder- en Zuiderpark is verder de beslotenheid van het park naar het omringende landschap. Copijn zegt hierover in zijn "Description": "Boven alles moet het kasteel omringd worden door een forse groenmassa, die het een achtergrond geeft en waartegen de contouren van het slot zich kunnen aftekenen en waardoor deze imposante bouwmassa als het ware omkadert wordt. Het bos te noorden van het kasteel ondersteunt dit ontwerp terwijl het tegelijkertijd de Noord- en Noordwestenwinden opvangt".

De scheiding tussen het Noorder- en Zuiderpark door de Bochtdijk kreeg in het Noorderpark het profiel van een aarden schutterswal, die net hoog genoeg was "om een knielende boogschutter bescherming te bieden" (Joseph Cuypers); tegelijkertijd maakt deze wal het mogelijk de openbare weg aan het gezicht te ontrekken, waardoor het Noorder- en Zuiderpark ongemerkt in elkaar over lijken te gaan.

Architect van het totaalconcept van het park was Henri G. Copijn, die hiervoor op 3 februari 1896 het contract ondertekende. Dit contract vermeldt ondermeer: "De werkzaamheden starten op 1 maart 1896 volgens het getekende plan van H.G. Copijn, onder de directie van de restauratie-architect P.J.H. Cuypers".

Twee jaar eerder, in 1894, had Copijn al het basisontwerp gemaakt en verwerkt tot een grote overzichtskaart (Coll. J. Copijn, Groenekan). In de bij de kaart behorende "Description" geeft Copijn een indruk van de achterliggende gedachten voor het ontwerp en voor het verschil in karakter tussen het Noorder- en Zuiderpark: ".... Het ontwerp geeft een helder beeld van de diverse uitgangspunten met betrekking tot de onmiddellijke omgeving van het kasteel, de openbare weg en het dorp en met behulp van de grote geplande laan, de Zuylenlaan. Het verschil in karakter kan men op de kaart zien. Het zuidelijke deel, met zijn grote waterpartij, zijn bebossing en omsloten plekken, vormt een park in landschapsstijl op de wijze, die de Engelsen met 'pleasure-ground' aanduiden. Het noordelijke deel aan de oost- en noordzijde van het kasteel is een groot 'parc à bétail' (een aanleg met veeweiden), een echt Engels park waar de eentonigheid van de weiden wordt onderbroken door bosquetten, boomgroepen en solitaire bomen. De bomen, verspreid geplant in de weiden zijn Iepen, Eiken, Linden, Notenbomen en Esdoorns. De kleine slootjes zijn zoveel mogelijk verborgen door beplanting en een onregelmatige aanleg. Een kleine beek of rivier kabbelt rustig door het landschap en lijkt zich te verbinden met de waterpartijen in het andere deel van het park. Deze continuïteit wordt onderbroken door het verschil in niveau (meer dan een meter) van het waterpeil tussen beide delen. Toch wordt zij wel gesuggereerd door de waterloop met beplanting te verbergen. De verschillende pachtboerderijen, zichtbaar vanuit het kasteel, verlevendigen de kleuren of nuances in het landschap. Enkele slingerpaden maken het mogelijk om dat deel van het park te doorkruisen. De vergezichten vanuit het kasteel, geleid door de beplanting, lijken zich te verliezen in de verte. Dit deel van het park is op deze wijze practisch geheel bestemd voor economische doelstellingen, terwijl tegelijkertijd het landschap verfraaid wordt.....".

Het Zuiderpark omschrijft Copijn als een "parc paysager" en als "pittoresque" waarvan de zanderige bodem de gelegenheid geeft om heldere waterpartijen en droge wegen en paden aan te leggen en waar alles weelderig zal groeien: "...ook kan het terrein heel goed heuvelachtig worden vormgegeven...", hetgeen ook is gebeurd.

Ongetwijfeld hebben P. Cuypers en zijn zoon J. Cuypers een stempel op het ontwerp van Copijn gedrukt. Van de laatste twee zijn een aantal ontwerpen voor het park bekend, met name van de in geometrische stijl aangelegde deeltuinen rond het kasteel, die in het algemeen slechts in afgeleide vorm in het ontwerp van Copijn zijn terug te vinden. In ieder geval hebben P. en J. Cuypers een indringende rol gespeeld bij het ontwikkelen van het concept voor het ontwerp door Copijn en wellicht ook op de invulling daarvan. De diverse fortificatie-elementen rond en langs de deeltuinen van het Noorderpark zijn van hun hand.

Uit de onderlinge correspondentie van Copijn, vader en zoon Cuypers en de eigenaar zou de gevolgtrekking gemaakt kunnen worden dat bij de schepping van het Noorderpark een soort stalenboek van internationale en historische tuinen en tuintypen voor ogen stond. Het verband tussen de tuinen en lanen moest gemaakt worden door een "Engelsch park". Het kasteel diende omgeven te worden door "Middeleeuwse tuinen en wel volgens de regelmaat van de 15de eeuw". Onder laatstgenoemde tuinen worden de tuinen in Renaissance tuinstijl terzijde van de laan van het poortgebouw naar het chatêlet bedoeld. Deze tuinen bevatten een 'Oosterse tuin' oftewel een Palmentuin. Intermediair tussen kasteel en Zuiderpark werd de zogenaamde Romeinse tuin aangelegd. Ten westen van het naar de regels van de Frans classicistische tuinarchitectuur aangelegde 'Grand Canal', de menagerietuin, een kleinschalige aanleg in Franse vroeg landschappelijke stijl. Aan de westzijde van het park, op ruime afstand van het kasteel werd op bestaande tuinbouwgronden aan de Eykstraat, tussen de nieuw aangeplante bosrand en het nieuw aangelegde dorp Haarzuilens, de grote moestuin aangelegd, met ten noorden daarvan een boomgaard. De moestuin herbergde een zeer ruime wintertuin, waarvan de gietijzeren omkassing in 1996 werd afgebroken. Er was bij de tennisbaan een doolhof naar voorbeeld van het doolhof op Hampton Court (gereconstrueerd in 2001) en een "Monticule en spirale", een serpentine-heuvel van 8 à 9 meter hoog met hagen en rozen. Beide onderdelen werden door Copijn ("Description") als voorbeelden van Middeleeuwse tuinkunst beschouwd. Even voor het einde aan de westzijde van de grote en opmerkelijke brede oprijlaan met een laanbeplanting van dubbele beuk aan weerszijden, de Zuylenlaan, werd aan de oever van de aldaar gelegen waterpartij de rotstuin aangelegd, die nog grotendeels bewaard is gebleven. Het ontbreken van de in die tijd populaire Japanse of Chinese tuin geeft echter aan dat volledigheid van tuinstijlen en typen niet de overwegende ambitie was. Waarschijnlijk was evenals bij het kasteel een demonstratie van de invloedrijkheid, rijkdom, glorie, legendarische afstamming en ouderdom van de dynastie van de Van Zuylens een van de motieven voor deze gevarieerde gelaagdheid en uitgestrektheid van het park.

Voorts speelde oorspronkelijk ook het idee een rol om het park, evenals het kasteel, gedeeltelijk te restaureren volgens toenmalige romantisch-historiserende restauratie-opvattingen. De tuinarchitect Leonard Springer die in 1893 als eerste voor een ontwerp voor het park werd uitgenodigd, kreeg ondermeer de instructie mee om de openbare wegen (Bochtdijk) en lanen te eerbiedigen. Uiteindelijk bleef alleen het tracé van de Bochtdijk bewaard en de karakteristiek van het verloop van de Haarlaan, die als 'tweede' oprijlaan aan het noordelijk einde haaks omgaat naar het chatelet; wel werd de Haarlaan gedurende het uitvoeringsproces een stuk in westelijke richting verlegd.

In de directe nabijheid van het kasteel werden geometrische tuinen met een decoratief karakter aangelegd. Zij kwamen tot stand gedurende een periode van ruim twintig jaar en werden in die periode verschillende malen gewijzigd. Hun tegenwoordige vorm werd rond en na 1910 gerealiseerd. Ontwerp en uitvoering stammen van H. Copijn, mede op basis van verschillende ideeën van Dr. P.J.H. Cuypers en zijn zoon Ir. Jos.Cuypers, die hiervoor ook schetsen leverden.

De volgende geometrisch deeltuinen zijn te onderscheiden:

- Romeinse tuin, aangelegd door H. Copijn mede op basis van ideeën van Dr. P.J.H. en Ir. Jos. Cuypers; de Romeinse tuin direct ten zuiden van het kasteel ontleent zijn naam aan de vorm van zijn hoofdstructuur, een Romeinse renbaan. Geometrische tuin met paden, grasparterres, gazons, vazen, tuinornamenten en historische beplanting. Het gazon ligt verdiept. Oorspronkelijk was in het midden een vierkant, verhoogd beplantingsvak met een rond, verhoogd vak aan de noord- en zuidzijde. Halverwege de tuin leiden stenen trappen naar twee symmetrisch gespiegeld gekandelaberde lindenbomen, die nog dateren uit de tijd van het hier gesitueerde oude dorp Haarzuilens. De in de tuin geplaatste monumentale kapitelen van klassieke zuilen verwijzen naar de Romeinse tijd en de legendarische afstamming van het geslacht van Zuylen (Colonna). Aan de zuidzijde wordt de tuin afgescheiden door de schutterswal, die aan de oostzijde uitmondt in een bakstenen bastion met schietgleuven;

- Rozentuin en Palmentuin: een in de hoek van de haaks verlopende oprijlaan en kasteelgracht gelegen ensemble van deeltuinen in neorenaissance stijl bestaande uit de in 4 vakken verdeelde rozentuin aan de zuidzijde en de in twee vakken verdeelde Palmentuin (ook wel Buxustuin genoemd). De tuinen worden van elkaar gescheiden door een berceau met in het midden een gebroken zuil ter nagedachtenis aan de overleden zoon Hélin (zie onder). De huidige kruisvormige indeling van de Rozentuin, met in het hart het prieel uit circa 1910, dateert uit 1965 en werd aangelegd in opdracht van Gabriëlle van Zuylen onder instructie van de Engelse tuin- en landschapsarchitect Russel Page. Ook de rozenboog in het midden van de rozentuin dateert uit deze periode. Aan de zuidzijde een herinneringsmonument, opgericht in 1912-1913 naar aanleiding van de dood van de zoon van het echtpaar van Zuylen, Hélin. Bij deze gelegenheid werd de oorspronkelijke aanleg van de Rozentuin, die uit een patroon van 3 lobben bestond, veranderd in een stervorm met in het hart een cirkel; dit patroon bleef tot in 1965 bewaard.

Enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog werd de beplanting van de Palmentuin vernieuwd. De huidige indeling van de Palmentuin dateert uit 1914. De door een pad en pergola omgeven tuin bestaat uit twee gelijke vakken met een patroon van guirlandes en voluten in buxus, waartussen steenslag. De delen worden gescheiden door een pad dat in het centrum een rond rozenperk met vaas als gedenkteken voor de in 1997 overleden baronesse Marie-Helène de Rothschild-van Zuylen.

De in 1900 aangelegde Rozen- en Palmentuin vervingen het complex van moestuinen dat door vader en zoon Cuypers in de jaren '90 van de 19de eeuw hier was aangelegd.

- Tussen de Rozentuin en Romeinse tuin is aan de oprijlaan, tegenover de stalgebouwen, de buitenmanege gesitueerd, omgeven door stroken heesterbeplanting en parkbos met linden, beuk, kastanjes en plataan. Deze manege is in feite de oudste aan de laan gelegen 'deeltuin'. De baan staat aangegeven op de bonnekaart uit 1908; in dit jaar waren de rozen- en palmentuin nog met bos beplant.

Overige deeltuinen in het Noorderpark:

- 'Grand canal'; het kanaal dat naar afmeting on-Nederlands van allure is werd op de as van de noordelijke toren van het kasteel aangelegd en tussen 1912 en 1915 tot zijn huidige proportie verlengd. Het vormt het centrale motief in deze zogenaamde Franse tuin. Joseph Cuypers merkt hier in 1902 het volgende over op: "De gezichts lijn vanuit het eindpunt Noordelijk in den Franschen tuin naar den hoofdtoren gericht, loopt bijna zuiver Noord-Zuid en deelt het kasteel zoowel in plan als in opstand in twee deelen van gelijken in houd, maar niet volkomen gelijk van vorm; de toren zelf is het toppunt van beide driehoeken (...) Omgekeerd is nu vanuit het kasteel het uitzicht naar den grooten vijver met de daarin springende fontein vrijgebleven". Omstreeks 1965 werd in opdracht van Gabriëlle van Zuylen onder instructie van Russel Page de bosvakken aan weerszijden van het kanaal omlijst door rechte hagen met haagbeuk.

- In 1904 werd ten westen van het 'Grand canal' in de Franse tuin de huidige tennisbaan aangelegd onder supervisie van Copijn.

- Gebastioneerde tuinen ten oosten van het Chatelet en ten oosten van het kasteel, genaamd respectievelijk de Kleine en Grote Cour; omstreeks 1894 gereedgekomen door keermuren en bastions en gracht omgeven deeltuinen tussen het Chatelet en het kasteel. De Kleine Cour werd door Copijn in Middeleeuwse trant aangelegd met spaarzame beplanting, gazon, eenvoudige bloemborders en waterput; de huidige inrichting van de kleine cour met borders met ondermeer Dahlia's dateert uit omstreeks 1965 naar ontwerp van Gabriëlle van Zuylen en Russel Page.

- Centraal op de Grote Cour een grote wagenwielvormige border als zodanig daterend uit het einde van de 19de eeuw: voor de doorsnede van de border was de mogelijkheid om met een zesspan rond de Cour te kunnen gaan bepalend. De inrichting van de border werd omstreeks 1965 enigszins gewijzigd naar ontwerp van Gabriëlle van Zuylen en Russel Page.

- Ten westen van het 'Grand Canal' de zogenaamde Menagerietuin; in historiserende Franse vroeg landschappelijke stijl door Copijn aangelegd parkgedeelte met een kleinschalig patroon van vijvers en slingerpaden. Cuypers vermeldt over dit parkgedeelte: "Noordelijk een bosch en vijvers bewoond door watervogels". De hokken voor watervogels werden omstreeks 1980 verwijderd; toen werd de aanleg van de Menagerietuin ook enigszins vereenvoudigd.

- Het noordelijke gedeelte van het Noorderpark, gelegen tussen de elkaar snijdende wegen Rijndijk en Polderweg, werd als open landschap ingericht en kreeg de naam Klein Limburg. De Polderweg stamt uit de tijd van de parkaanleg en is schuin over de strokenverkaveling aangelegd. Met boomgroepen langs de beide wegen en op het open land en met laanbeplanting in het verlengde van het centrale padenstelsel vanaf het kasteel is het bestaande landschap van de slagenverkaveling getransformeerd tot één grote landschappelijke open eenheid, die een verwijzing inhoudt naar de toenmalige beeldvorming van het Limburgse landschap en die de noordelijke afronding vormt van de grootse aanleg van De Haar.

Omstreeks 1965 werd in het Noorderpark op de plaats van de zogenaamde ossenwei een tweede hertenkamp, de zogenaamde Grote Hertenkamp aangelegd. Een deel van het Zuiderpark werd toen als ossenwei ingericht tot 1974, toen dit park deels als golfterrein in gebruik werd genomen.

Tussen de Bochtdijk en de hoofdoprijlaan, de rechte Zuylenlaan, vanouds de zogenaamde Kleine Hertenkamp.

Het Noorder- en Zuiderpark wordt doorsneden door een patroon van wandelpaden en lanen deels met halfverharding en deels verhard. Al naar gelang het gebruik dit voorschreef is er een verschil in de breedte van de paden: de wandelpaden zijn relatief smaller dan de lanen en de paden die ook geschikt moesten zijn voor wagens en werkverkeer.

Het padenpatroon van het Zuiderpark verloopt voornamelijk in curven. Het padenpatroon in het Noorderpark kenmerkt zich door een variatie van rechte lanen en in curven verlopende paden. Het paden- en lanenpatroon is niet alleen het element dat de hoogtepunten die het park biedt verbindt, maar vertegenwoordigt ook een grote sierwaarde. Met name geldt dit voor de wandelpaden die zich als een sierlijk lint door het park slingeren.

Het park van De Haar kent een rijk assortiment aan bomen en heesters. De lanen zijn voorzien van een laanbeplanting van beuk, eik, kastanje en linde. In de parkweiden solitairen en 'clumps' met ondermeer eik, beuk, kastanje, linde, acacia, es en els. In de nabijheid van de vijverpartijen tevens moerascypres en rododendrons. In de bosvakken een gevarieerde beplanting van ondermeer eik, beuk, kastanje, naaldhout, taxus en hulst.

Waardering

De HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG van Kasteel De Haar is in cultuurhistorisch opzicht van algemeen belang:

- vanwege de ontstaansgeschiedenis;

- als zeldzaam gaaf bewaard voorbeeld van een aanleg in landschapsstijl van Hendrik Copijn, aansluitend op de geometrische delen van de aanleg en liggend in het landgoed van De Haar;

- vanwege het belang van de aanleg voor de geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur;

- vanwege de, ook in detail, gaaf bewaarde structuur;

- vanwege de voor Nederland ongebruikelijke omvang;

- vanwege de esthetische kwaliteit van het ontwerp.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description of component 2: HISTORICAL GARDEN AND PARK LAYOUT.

The historical park layout of castle De Haar was designed in broad outline during and shortly after the restoration of the main building (1894-circa 1910). The concept of the park of castle De Haar was originally much larger than the park that was actually executed; also the current open land to the west of the Rijndijk, which now marks the western boundary of a large part of the layout, would have been part of the park layout. In this original concept the castle would have occupied a central place in a designed landscape with various sight lines to points in the surrounding area. Components of the then existing infrastructure, dating from the fifteenth and later centuries, were incorporated into the new landscape transformation of the area.

Underlying the creation of the grand-scale park realized between 1894 and circa 1910 is an intensive and lengthy design process that led to a large number of different designs and sketches and underwent various modifications in the design phase and afterwards. The resulting layout can be distinguished into a Northern Park and a Southern Park, which are compositionally connected to each other but are separated by the public road (Bochtdijk). An important motif connecting both parks is the extensive water feature, which the landscape architect Copijn in 1894 in his "Description" accompanying the overview map from that year called a "branch of the river" that "flows through the park from front to back". The composition of the park furthermore consists of a fan-shaped structure of sight lines conceived from the castle, particularly from the entrance, further from the towers and from the south façade. These sight lines extend across the coulisses of the designed and formed park landscape, across the more formally laid out gardens directly around the castle and across the long driveway (planted on both sides with double beech and oak), the Zuylenlaan. From the castle a number of sight lines originally ran in a northeasterly and northwesterly direction through to beyond the boundaries of the park. They were directed, among other things, at church towers of villages in the surrounding area. The majority of these views have since become overgrown. The Northern Park, where the castle and outbuildings are located, has the greatest variety of views and formally laid out partial gardens. The Southern Park, which in area is approximately as large as the Northern Park, is for a large part modelled around a single view from the south side of the castle: the view consists of a spacious and deep park meadow in landscape style with tree groups as coulisses, with undulating ground profile and flanked by a large-scale water feature in landscape style and strips of park forest (since 1974 a large part of the Southern Park has served as a golf course). The Southern Park is also a walking park: a walk following serpentine-shaped walking paths leads along the edges of the park and partly through the open park section and around the water feature. This walk is connected with the walk through the Northern Park via the rustic concrete bridge with railing over the Bochtdijk (see complex component 28). The works on the layout of the Southern Park began around 1905 and the park acquired its present form only in 1909. The bonnekaart from 1908 shows that in that year only the eastern part of the Southern Park was still in a state of development. An important characteristic of the layout of the Northern and Southern Parks is furthermore the enclosure of the park towards the surrounding landscape. Copijn states about this in his "Description": "Above all the castle must be surrounded by a strong mass of greenery, which gives it a background and against which the contours of the castle can be seen in silhouette and by which this imposing building mass is framed as it were. The forest to the north of the castle supports this design while at the same time it shields the north and northwest winds".

The division between the Northern and Southern Park by the Bochtdijk was given in the Northern Park the profile of an earthen rampart, which was just high enough "to offer protection to a kneeling archer" (Joseph Cuypers); at the same time this wall makes it possible to hide the public road from view, so that the Northern and Southern Parks appear to merge imperceptibly into each other.

The architect of the overall concept of the park was Henri G. Copijn, who signed the contract for this on 3 February 1896. This contract states among other things: "The works start on 1 March 1896 according to the signed plan by H.G. Copijn, under the direction of the restoration architect P.J.H. Cuypers".

Two years earlier, in 1894, Copijn had already made the basic design and worked it into a large overview map (Coll. J. Copijn, Groenekan). In the "Description" accompanying the map, Copijn gives an impression of the underlying ideas for the design and of the difference in character between the Northern and Southern Park: ".... The design provides a clear picture of the various starting points with regard to the immediate surroundings of the castle, the public road and the village and with the help of the large planned avenue, the Zuylenlaan. The difference in character can be seen on the map. The southern part, with its large water feature, its tree planting and enclosed areas, forms a park in landscape style in the way that the English denote with 'pleasure-ground'. The northern part on the east and north side of the castle is a large 'parc à bétail' (a layout with meadows for grazing), a genuine English park where the monotony of the meadows is interrupted by small woods, tree groups and solitary trees. The trees, scattered throughout the meadows are Elms, Oaks, Lindens, Walnut trees and Maples. The small ditches are as far as possible hidden by planting and irregular layout. A small stream or river babbles quietly through the landscape and seems to connect with the water features in the other part of the park. This continuity is interrupted by the difference in level (more than a metre) of the water surface between the two parts. Yet it is suggested by hiding the watercourse with planting. The various tenant farms, visible from the castle, enliven the colours or nuances in the landscape. A few winding paths make it possible to traverse that part of the park. The distant views from the castle, guided by the planting, seem to fade into the distance. This part of the park is in this way practically entirely intended for economic purposes, while at the same time the landscape is beautified.....".

Copijn describes the Southern Park as a "parc paysager" and as "picturesque", of which the sandy soil provides the opportunity to create clear water features and dry roads and paths and where everything will grow luxuriantly: "...the terrain can also be given a hilly shape quite well...", which it has been.

Undoubtedly P. Cuypers and his son J. Cuypers left their mark on Copijn's design. A number of designs for the park are known from the latter two, particularly of the geometrically laid out partial gardens around the castle, which in general are only found in derivative form in Copijn's design. In any case, P. and J. Cuypers played an important role in developing the concept for the design by Copijn and possibly also in the execution of it. The various fortification elements around and along the partial gardens of the Northern Park are from their hand.

From the mutual correspondence of Copijn, father and son Cuypers and the owner, the conclusion could be drawn that in the creation of the Northern Park a sort of catalogue of international and historical gardens and garden types was in mind. The connection between the gardens and avenues was to be made by an "English park". The castle was to be surrounded by "Medieval gardens and indeed according to the regularity of the 15th century". Under the latter gardens are meant the gardens in Renaissance garden style beside the avenue from the gate building to the chatelet. These gardens contain an 'Oriental garden' or a Palm Garden. Intermediate between castle and Southern Park was the so-called Roman Garden laid out. To the west of the "Grand Canal" laid out according to the rules of French classical garden architecture, the menagerie garden, a small-scale layout in French early landscape style. On the west side of the park, at a considerable distance from the castle, on existing horticultural land on the Eykstraat, between the newly planted forest edge and the newly laid out village of Haarzuilens, the large vegetable garden was laid out, with to the north of it an orchard. The vegetable garden housed a very spacious winter garden, of which the cast-iron casing was demolished in 1996. There was a maze at the tennis court modelled on the maze at Hampton Court (reconstructed in 2001) and a "Monticule en spirale", a serpentine hill of 8 to 9 metres high with hedges and roses. Both components were considered by Copijn ("Description") as examples of Medieval garden art. Just before the end on the west side of the large and remarkable broad driveway with avenue planting of double beech on both sides, the Zuylenlaan, the rock garden was laid out on the bank of the water feature located there, which has been largely preserved. The absence of the Japanese or Chinese garden, which was popular at the time, does indicate however that completeness of garden styles and types was not the overriding ambition. Probably, as with the castle, a demonstration of the influence, wealth, glory, legendary descent and antiquity of the dynasty of the Van Zuylen was one of the motives for this varied layering and extent of the park.

Furthermore, the idea originally also played a role to restore the park, like the castle, partly according to the romantic-historicising restoration views of the time. The landscape architect Leonard Springer who was first invited in 1893 for a design for the park, was among other things instructed to respect the public roads (Bochtdijk) and avenues. Ultimately only the line of the Bochtdijk was preserved and the character of the course of the Haarlaan, which as a 'second' driveway at the northern end turns at right angles towards the chatelet; however the Haarlaan was shifted somewhat to the west during the execution process.

In the immediate vicinity of the castle, geometric gardens with a decorative character were laid out. They came about during a period of more than twenty years and during that period were modified several times. Their present form was realized around and after 1910. Design and execution come from H. Copijn, also based on various ideas of Dr. P.J.H. Cuypers and his son Ir. Jos. Cuypers, who also provided sketches for this.

The following geometric partial gardens can be distinguished:

- Roman Garden, laid out by H. Copijn also based on ideas of Dr. P.J.H. and Ir. Jos. Cuypers; the Roman Garden directly to the south of the castle takes its name from the form of its main structure, a Roman racetrack. Geometric garden with paths, grass parterres, lawns, vases, garden ornaments and historical planting. The lawn is sunken. Originally in the middle was a square, raised planting bed with a circular, raised bed on the north and south side. Halfway through the garden, stone steps lead to two symmetrically mirrored candelabriform linden trees, which still date from the time of the old village of Haarzuilens located here. The monumental capitals of classical columns placed in the garden refer to Roman times and the legendary descent of the Zuylen family (Colonna). On the south side the garden is separated by the rampart, which on the east side leads into a brick bastion with gun ports;

- Rose Garden and Palm Garden: an ensemble of partial gardens located in the corner of the right-angled driveway and castle moat in neorenaissance style consisting of the rose garden divided into 4 sections on the south side and the Palm Garden (also called Box Garden) divided into two sections. The gardens are separated from each other by a berceau with a broken column in the middle as a memorial to the deceased son Hélin (see below). The present cruciform layout of the Rose Garden, with the arbour from circa 1910 at its heart, dates from 1965 and was laid out on the instructions of Gabriëlle van Zuylen under the direction of English garden and landscape architect Russel Page. The rose arbour in the middle of the rose garden also dates from this period. On the south side a memorial monument, erected in 1912-1913 following the death of the son of the couple van Zuylen, Hélin. On this occasion the original layout of the Rose Garden, which consisted of a pattern of 3 lobes, was changed into a star shape with a circle at its heart; this pattern was preserved until 1965.

A few years after the Second World War the planting of the Palm Garden was renewed. The present layout of the Palm Garden dates from 1914. The garden, surrounded by a path and pergola, consists of two equal sections with a pattern of garlands and volutes in box, between which stone chippings. The sections are separated by a path that in the centre has a circular rose bed with a vase as a memorial to baroness Marie-Helène de Rothschild-van Zuylen who died in 1997.

The Rose and Palm Garden, laid out in 1900, replaced the complex of vegetable gardens that father and son Cuypers had laid out here in the 1890s.

- Between the Rose Garden and Roman Garden, on the driveway, opposite the stable buildings, is the outdoor riding school situated, surrounded by strips of shrub planting and park forest with lindens, beech, chestnuts and planes. This riding school is in fact the oldest 'partial garden' located on the avenue. The arena is indicated on the bonnekaart from 1908; in this year the rose and palm gardens were still planted with forest.

Other partial gardens in the Northern Park:

- 'Grand canal'; the canal which is un-Dutch in scale and character was laid out on the axis of the northern tower of the castle and was extended between 1912 and 1915 to its present proportions. It forms the central motif in this so-called French garden. Joseph Cuypers remarks as follows about this in 1902: "The line of sight from the end point Northerly in the French garden towards the main tower, runs almost due north-south and divides the castle both in plan and in elevation into two parts of equal content, but not completely equal in form; the tower itself is the apex of both triangles (...) Conversely, from the castle the view towards the large water feature with the fountain in it remains clear". Around 1965, on the instructions of Gabriëlle van Zuylen under the direction of Russel Page, the forest sections on both sides of the canal were framed by straight hedges of hornbeam.

- In 1904 the present tennis court was laid out to the west of the 'Grand canal' in the French garden under the supervision of Copijn.

- Bastioned gardens to the east of the Chatelet and to the east of the castle, called respectively the Small and Large Court; completed around 1894, partial gardens surrounded by retaining walls, bastions and moat between the Chatelet and the castle. The Small Court was laid out by Copijn in Medieval style with sparse planting, lawn, simple flower borders and well; the present arrangement of the small court with borders containing among other things Dahlias dates from around 1965 according to the design of Gabriëlle van Zuylen and Russel Page.

- Central to the Large Court a large cart-wheel-shaped border as such dating from the end of the 19th century: for the design of the border the possibility of being able to drive a six-horse team around the Court was determining. The arrangement of the border was somewhat modified around 1965 according to the design of Gabriëlle van Zuylen and Russel Page.

- To the west of the 'Grand Canal' the so-called Menagerie Garden; a park section laid out by Copijn in historicising French early landscape style with a small-scale pattern of ponds and winding paths. Cuypers remarks about this park section: "To the north a forest and ponds inhabited by water birds". The pens for water birds were removed around 1980; at that time the layout of the Menagerie Garden was also somewhat simplified.

- The northern part of the Northern Park, located between the intersecting roads Rijndijk and Polderweg, was arranged as an open landscape and was given the name Klein Limburg. The Polderweg dates from the time of the park layout and is laid out diagonally across the strip subdivision. With tree groups along both roads and on the open land and with avenue planting in the extension of the central path system from the castle, the existing landscape of the strip subdivision was transformed into one large landscape unit, which contains a reference to the contemporary image of the Limburgian landscape and which forms the northern completion of the grand layout of De Haar.

Around 1965 a second deer park, the so-called Large Deer Park, was laid out in the Northern Park on the site of the so-called ox meadow. Part of the Southern Park was then arranged as an ox meadow until 1974, when that park was partly taken into use as a golf course.

Between the Bochtdijk and the main driveway, the straight Zuylenlaan, traditionally the so-called Small Deer Park.

The Northern and Southern Parks are traversed by a pattern of walking paths and avenues, partly with semi-hard surfaces and partly hard-surfaced. Depending on the use this required, there is a difference in the width of the paths: the walking paths are relatively narrower than the avenues and the paths which also had to be suitable for carts and work traffic.

The path pattern of the Southern Park runs mainly in curves. The path pattern in the Northern Park is characterised by a variation of straight avenues and winding paths. The path and avenue pattern is not only the element that connects the highlights that the park offers, but also represents great decorative value. This applies in particular to the walking paths which wind through the park like an ornamental ribbon.

The park of De Haar has a rich assortment of trees and shrubs. The avenues are provided with avenue planting of beech, oak, chestnut and linden. In the park meadows solitary trees and 'clumps' with among other things oak, beech, chestnut, linden, acacia, ash and alder. In the vicinity of the water features also swamp cypress and rhododendrons. In the forest sections varied planting of among other things oak, beech, chestnut, coniferous wood, yew and holly.

Valuation

The HISTORICAL GARDEN AND PARK LAYOUT of Castle De Haar is of general importance from a cultural-historical perspective:

- because of its genesis;

- as a rare well-preserved example of a layout in landscape style by Hendrik Copijn, adjoining the geometric parts of the layout and located on the De Haar estate;

- because of the importance of the layout for the history of garden and landscape architecture;

- because of the well-preserved structure, also in detail;

- because of the, for the Netherlands, unusual extent;

- because of the aesthetic quality of the design.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map