TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Fort Maasmond/Fort a/dn H v Holland

Hoek van Holland, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Fort, vesting en -onderdelen
Function
Kustfort
Category
onroerend gebouwd
Built
1881 - 1888
Address
Stationsweg bij 80, Locatie: Voorlopig, 3151 HS Hoek van Holland (Rotterdam 28)
Place
Hoek van Holland
Municipality
Rotterdam
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.97988, 4.12047
Part of complex
527206
Monument number
527208

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

4 historical maps cover this location, the earliest the 1846 map "Kaart van de provincie Zuid-Holland / opgemaakt op last van de Provinciale Staten" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

KUSTVERDEDIGINGSFORT, genaamd 'Fort aan den Hoek van Holland' of 'Maasmond', hoofdonderdeel van het gelijknamige complex, in 1881-1888 gebouwd ter verdediging van de monding van de Nieuwe Waterweg, die in 1870 gereedkwam. Het fort consolideerde de uitbouw van het vestingstelsel langs de kust, vastgelegd in de Vestingwet van 1874. N.B. In de bezettingstijd, toen in het fort o.a. een Duitse bakkerij was gevestigd, zijn alle ijzeren gepantserde geschutskoepels met kanonnen uit het fort gesloopt. Ook de ingebouwde stoomketel met stoommachines is destijds verwijderd. In 1995 werd het oude silhouet van het fort weer hersteld door de in spuitbeton gegoten reconstructie van de koepels, vervaardigd door Aannemingsmaatschappij Gebroeders Koudijs B.V. uit Oud-Beijerland.

Omschrijving

Het pantserfort bestaat uit een escarp (hoofdgebouw), omgeven door een grotendeels droge gracht van zeven meter breed en ongeveer zeven meter diep en een twintig traveeën tellend contrescarp (buitenringgebouw) aan de landzijde (noord). Het hoofdgebouw heeft in plattegrond de vorm van een vierhoek, waarvan de hoeken aan de noord- en zuidzijde zijn afgesnoten. Het escarp van het fort telt een verdieping op de begane grond en een tussenverdieping - de zogenaamde gangspil - die toegang verstrekt tot de iets hoger gesitueerde geweergalerij. In de koepels A en B waren oorspronkelijk naast de gangspilverdieping ook een projectielverdieping aangebracht. Deze laatste is alleen in de A-koepel nog aanwezig. De met zadeldaken overkapte holleberen verbinden op de afgesnoten noord- en zuidhoeken het hoofdgebouw via een carponnière en een hiermee in verbinding staande trap met de buitenring. De carponnières met vleugels aan weerszijden van de hollebeer verdedigden de flanken van de gracht. Hiertoe zijn elk van de vleugels uitgerust met twee afsluitbare schietgaten. Aan weerszijden van de holleberen wordt de droge gracht onderbroken door natte delen, de zogenaamde diamantgrachten. Deze staan door middel van een buis door de hollebeer met elkaar in verbinding. De gebouwen - behalve de koepelonderbouwen, die werden onderheid - zijn gebouwd op staal met een gemetselde onderbouw waarop een betonlaag van brikkenbeton afgedekt met zand. De onderheide, geheel opgemetselde, ronde onderbouw van de koepels in het hoofdgebouw staan 'los' van het overige gedeelte. De kozijnen van de (getoogde)vensters zijn van hout. De vensters aan de buitenring hebben van binnenuit verschuifbare ijzeren pantserluiken. Alle gevelmuren zijn afgedekt met een rollaag. Waar de rollagen elkaar onder een hoek ontmoeten is een gebosseerde natuursteen aangebracht. Boven de hoofdingang, in de rollaag, bevindt zich een natuursteen met inscriptie '1883', het jaartal waarin het hoogste gemetselde punt werd bereikt. Het hoofdgebouw bevat aan de landzijde, en geschakeerd aan een gang, tien logiesverblijven met gemetselde tongewelven. De verblijven worden verlicht door getoogde tweeledige vensters, die alleen naar binnen kunnen worden geopend. Aan de gangzijde, steeds aan weerszijden van de in het midden gelegen deur, is eveneens een getoogd venster aanwezig. De logieslokalen in het fort hebben alle een schoorsteenaansluiting voor een kachel en regelbare ventilatie/luchtpijp. In het hoofdgebouw bevinden zich voorts de voormalige kamer van de commandant, met aangrenzend de telegraaf/telefoonkamer, en werkplaatsen voor een timmerman, schoenmaker en (wapen)smid. Rond elke koepelonderbouw bevinden zich een kruitkamer, een kardoesvulplaats en een kardoesopslagruimte; ruimten voor ongevulde en gevulde projectielen. Deze ruimten zijn aan de waterzijde en de noordwesthoek beschermd door een zeven meter dikke spouwmuur gevuld met zand. In de buitenring bevinden zich aan de grachtzijde de ruimten voor apotheek, verbandkamer, ziekenzaal, toegang tot de lift, twee keukens, voorraadkamers, logiesverblijven en de nog geheel complete bakkerij uit de bouwtijd met bijbehorende onderdelen. Het fort dat in oorsprong de monding van de Nieuwe Waterweg verdedigde, had als hoofdbewapening vier kanonnnen van 24 cm kaliber, opgesteld in twee naast elkaar gelegen pantserkoepels A en B en twee kanonnen van 15 cm in de kleinere en lager gelegen koepel C in de zuidwesthoek. Schuinachter de koepel B, met zicht op de Nieuwe Waterweg, de monding en de landzijde, was een observatie/commando koepeltje geplaatst. Het fort is ten behoeve van de nabije verdediging aan de landzijde uitgerust met een gepantserde infanterie-/geweergalerij. De geweergalerij met twee hoeken van 45 graden, is gesitueerd op de tussenverdieping (de gangspilverdieping) van de koepel A en B en wordt door dwarsmuren verdeeld in twaalf traveeën. De dwarsmuren zijn van brikkenbeton en voorzien van rondboogvormige doorgangsopeningen. Ter overkluizing is gebruik gemaakt van twee lagen spoorijzers. De gietijzeren steunen (dertien staties) voor de pantserplaten van deze galerij werden geleverd door de Duitse firma Gruson en zijn gesigneerd H. Gruson - Buckau - Fort Maasmond. De pantserplaten zijn waarschijnlijk geleverd door een Frans hoogovenbedrijf. Elke travee heeft in het midden een halfrond schietgat voor een mitrailleur, geflankeerd door twee vierkante geweerschietgaten en heeft een betonnen schootstafel voor het instellen van het vizier, waarvan er nog twee in de oorspronkelijke staat aanwezig zijn. In het totaal heeft de geweergalerij 34 geweer- en 6 mitrailleurschietgaten, alternerend aangebracht in een schietopstelling van een mitrailleurschietgat geflankeerd door twee geweerschietgaten en één opstelling van vier geweerschietgaten. In de noord- en zuid caponnière zijn in totaal vier mitrailleur-, vier schrootkanon- en veertien geweerschietgaten aangebracht. De twee holle beren hebben in totaal zestien geweerschietgaten. De schietgaten in de holle beer en de caponnière zijn afsluitbaar en dienden voor de verdediging van de flanken van de gracht. Het glacis (dak) van het hoofdgebouw is van buiten naar binnen respectievelijk opgebouwd uit een talud, een breed vlak, een talud, een geweergalerij, een steil talud en de koepels A en B. Voor het draaien van de koepels A en B waren in oorsprong stoommachines aanwezig; deze zijn in de oorlog verwijderd. Het glacis is van binnenuit bereikbaar via een met een pantserluik afsluitbare ijzeren klimkoker, uitkomend op het glacis tussen de A en B-koepel, hier vlakbij staat de vlaggenmast. Het dak is rondom voorzien van luchtkokers. Van buitenaf was het glacis oorspronkelijk bereikbaar via een ijzeren ophaalbrug. Deze is inmiddels vervangen door een vaste brug boven de holle beer in de noord-oosthoek. Onder deze brug is op de holle beer een vast, versperrend smeedijzeren hekwerk geplaatst. Het fort heeft een eigen drinkwatervoorziening (niet meer in gebruik maar nog wel werkend). Het hemelwater, vallend op het hoofdgebouw en buitenring en vervolgens gefiltreerd door de zand- en grindlaag op de betondekking, wordt via druipkokers afgevoerd naar de tien gemetselde regenbassins onder de gebouwen. Een teveel aan hemelwater wordt vanzelf via een buizenstelsel in de natte delen van de droge gracht afgevoerd naar de Nieuwe Waterweg. Het drinkwater kon met handpompen (waarvan er nog twee in het fort aanwezig zijn) worden opgepompt.

Waardering

Kustverdedigingsfort aan de Maasmond, hoofdonderdeel van het complex Fort aan den Hoek van Holland met bijbehorende onderdelen, als goed bewaard voorbeeld van een laat negentiende-eeuws kustverdedigingswerk van algemeen belang wegens de strategische, militair- en architectuurhistorische waarde, de situationele waarde in verband met de aanleg van de Nieuwe Waterweg en de politiekhistorische waarde met name wegens de hier op 13 mei 1940 gehouden laatste Ministerraadsvergadering, voorafgaand aan de evacuatie van de regering naar Engeland.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

COASTAL DEFENCE FORT, named 'Fort aan den Hoek van Holland' or 'Maasmond', principal component of the complex of the same name, built in 1881-1888 to defend the mouth of the Nieuwe Waterweg, which was completed in 1870. The fort consolidated the expansion of the fortification system along the coast, laid down in the Fortification Act of 1874. N.B. During the occupation, when a German bakery was among other things established in the fort, all iron armoured gun cupolas with cannons were demolished from the fort. The built-in steam boiler with steam engines was also removed at that time. In 1995 the old silhouette of the fort was restored by the reconstruction of the cupolas cast in sprayed concrete, manufactured by Aannemingsmaatschappij Gebroeders Koudijs B.V. from Oud-Beijerland.

Description

The armoured fort consists of an escarp (main building), surrounded by a largely dry moat seven metres wide and approximately seven metres deep and a contrescarp (outer ring building) counting twenty bays on the landward (north) side. The main building has a quadrangular plan, the corners of which are cut off on the north and south sides. The escarp of the fort has one storey above ground level and an intermediate storey - the so-called gangway storey - which provides access to the somewhat higher positioned gun gallery. In cupolas A and B there were originally, in addition to the gangway storey, also a projectile storey. This latter is only still present in cupola A. The covered hollow passages with saddle roofs connect the main building to the outer ring via a casemate and a staircase connected with it, at the cut-off north and south corners. The casemates with wings on either side of the hollow passage defended the flanks of the moat. For this purpose each of the wings is equipped with two closeable loopholes. On either side of the hollow passages the dry moat is interrupted by wet sections, the so-called diamond-shaped moats. These are connected to one another by means of a pipe through the hollow passage. The buildings - except the cupola substructures, which were sub-founded - were built on steel with a masoned substructure on which a concrete layer of brick concrete covered with sand was laid. The sub-founded, wholly masoned, round substructure of the cupolas in the main building stand 'freely' from the rest. The frames of the (arched) windows are of wood. The windows in the outer ring have iron armoured shutters that slide from inside. All facade walls are covered with a roll-moulding. Where the roll-mouldings meet at an angle, a dressed natural stone has been placed. Above the main entrance, in the roll-moulding, is a natural stone with the inscription '1883', the year in which the highest masoned point was reached. The main building contains on the landward side, and staggered along a corridor, ten residential quarters with masoned barrel vaults. The quarters are lit by arched two-part windows, which can only be opened inwards. On the corridor side, always on either side of the centrally located door, there is likewise an arched window. All the residential rooms in the fort have a chimney connection for a stove and adjustable ventilation/air pipe. In the main building are furthermore the former commander's room, with adjoining the telegraph/telephone room, and workshops for a carpenter, shoemaker and (weapon) smith. Around each cupola substructure are a powder magazine, a cartridge-filling place and a cartridge storage room; spaces for unfilled and filled projectiles. These spaces are protected on the water side and the northwest corner by a seven-metre-thick cavity wall filled with sand. In the outer ring are, on the moat side, the spaces for pharmacy, dressing room, sick room, access to the lift, two kitchens, storage rooms, residential quarters and the still completely intact bakery from the time of construction with its associated components. The fort, which originally defended the mouth of the Nieuwe Waterweg, had as main armament four cannons of 24 cm calibre, positioned in two adjacent armoured cupolas A and B and two cannons of 15 cm in the smaller and lower positioned cupola C in the southwest corner. Diagonally behind cupola B, with a view of the Nieuwe Waterweg, the mouth and the landward side, was an observation/command cupola positioned. The fort was equipped for nearby defence on the landward side with an armoured infantry/gun gallery. The gun gallery with two 45-degree angles, is positioned on the intermediate storey (the gangway storey) of cupola A and B and is divided by cross walls into twelve bays. The cross walls are of brick concrete and provided with semicircular barrel-vaulted passage openings. For the vault, two layers of rail iron were used. The cast iron supports (thirteen stations) for the armour plates of this gallery were supplied by the German company Gruson and are signed H. Gruson - Buckau - Fort Maasmond. The armour plates were probably supplied by a French blast furnace company. Each bay has in the centre a semicircular loophole for a machine gun, flanked by two square rifle loopholes and has a concrete firing platform for adjusting the sight, of which two are still present in the original state. In total the gun gallery has 34 rifle and 6 machine gun loopholes, arranged alternately in a firing arrangement of one machine gun loophole flanked by two rifle loopholes and one arrangement of four rifle loopholes. In the north and south casemate are in total four machine gun, four shrapenel cannon and fourteen rifle loopholes. The two hollow passages have in total sixteen rifle loopholes. The loopholes in the hollow passage and the casemate are closeable and served to defend the flanks of the moat. The glacis (roof) of the main building is built from outside to inside respectively of a slope, a broad flat surface, a slope, a gun gallery, a steep slope and cupolas A and B. For the rotation of cupolas A and B, steam engines were originally present; these were removed during the war. The glacis is accessible from inside via an iron climbing tube closeable with an armoured shutter, emerging on the glacis between cupolas A and B, close by here stands the flagpole. The roof is provided all around with air shafts. From outside the glacis was originally accessible via an iron drawbridge. This has meanwhile been replaced by a fixed bridge over the hollow passage in the north-east corner. Under this bridge a fixed, obstructing wrought iron railing has been placed on the hollow passage. The fort has its own drinking water supply (no longer in use but still working). The rainwater, falling on the main building and outer ring and subsequently filtered through the sand and gravel layer on the concrete covering, is discharged via drip pipes to the ten masoned rainwater cisterns under the buildings. An excess of rainwater is automatically discharged via a pipe system in the wet sections of the dry moat to the Nieuwe Waterweg. The drinking water could be pumped up with hand pumps (of which two are still present in the fort).

Valuation

Coastal defence fort on the Maasmond, principal component of the complex Fort aan den Hoek van Holland with associated components, as a well-preserved example of a late nineteenth-century coastal defence work of general importance because of the strategic, military and architectural historical value, the situational value in connection with the construction of the Nieuwe Waterweg and the political historical value in particular because of the last ministerial meeting held here on 13 May 1940, preceding the evacuation of the government to England.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map