Rijksmonumentenregister · Netherlands
Boerderij(M1), Laanzichtweg 97
Teteringen, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Boerderij
- Function
- Boerderij(M1)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1900
- Address
- Laanzichtweg 97, 4847 SH Teteringen (Breda 30) (and others)
- Place
- Teteringen
- Municipality
- Breda
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.60973, 4.83552
- Part of complex
- 526833
- Monument number
- 526448
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1889 map "Manoeuvreerkaart der 3de Divisie Infanterie in 1889 op de schaal van 1:50.000 / [Topographische Inrichting]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving onderdeel 1. Langgevelboerderij.
Inleiding
Vlak achter een uit 1790 daterend blokvormig landhuis en waarschijnlijk oorspronkelijk daartoe behorend, ligt aan het einde van een lange oprijlaan met volwassen laanbeplanting een uit circa 1900 daterende LANGGEVELBOERDERIJ (nr. 97), waarvan een gedeelte (nr. 99) blijkens muurankers uit 1695 stamt. Het gaat om een restant van de voorganger van de huidige boerderij, en wel het woonhuisgedeelte, waartegen rond 1900 een nieuw bedrijfsgedeelte met woonhuis is gebouwd. Zowel het oudere als het nieuwere deel van het pand is opgetrokken in ambachtelijk-traditionele stijl met streekeigen kenmerken. Tegen de zijmuur van het oude woonhuis staat een leipeer.
Omschrijving
De eenlaagse langgevelboerderij uit circa 1900 uit machinale baksteen met gepleisterde speklagen is gebouwd tegen het woongedeelte van een langgevelboerderij uit 1695 die op haar beurt is opgetrokken uit gele IJsselsteen in kruisverband. Het geheel is onder een zadeldak met gesmoorde muldenpannen gebracht. Door de combinatie van een woonhuisgedeelte, een breder bedrijfsgedeelte - beide uit circa 1900 - met een woonhuisgedeelte uit XVII is een symmetrisch geheel ontstaan. De situatie is waarschijnlijk bedoeld om de op het bedrijf meewerkende ouders of grootouders te kunnen huisvesten. De voorgevel van het oorspronkelijke woonhuis is drieassig van opzet: een rond 1900 vernieuwde voordeur met panelen en siersmeedwerk in Art Nouveau-vormen voor een venstertje in oorspronkelijk kozijn met tweedelig bovenlicht wordt aan weerszijden geflankeerd door een groot schuifraam met fijnmazige roedenverdeling. Het linkervenster telt 30 ruiten, het rechter 9 ruiten. De vensters zijn voorzien van opgeklampte dubbele luiken. Boven en onder de vensters alsmede boven de deuropening zitten rollagen. Op regelmatige afstanden zijn onder een eenvoudige gepleisterde kroonlijst muurankers aangebracht die samen het jaartal van de bouw "1695" vormen. De zinken dakgoot alsmede de muldenpannen zullen tijdens de vergrotings- en vernieuwingscampagne van rond 1900 zijn aangebracht. Het metselwerk uit IJsselsteen is in een lichte tint geverfd geweest, het voegwerk is met een dagstreep uitgevoerd. Naast de voordeur is een polychrome reliëftegel van majolica aangebracht met een voorstelling van de H. Maria en de tekst "O.L. Vrouw v. altijddurende bijstand", circa 1935. Een uit IJsselsteen gemetselde schoorsteen bevindt zich recht boven de stookplaats, iets rechts uit het midden van de nok.
De zijgevel rechts is een puntgevel, door een latere herstelling nu nog slechts deels met vlechtingen. Het zadeldak is aan de kant van de voorgevel aanzienlijk hoger aangezet dan aan de zijde van de achtergevel. Dit wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van een kelder met opkamer die tegen een voormalige buitenmuur aangebouwd is. Deze voormalige buitenmuur moet ouder zijn dan 1695, daar in de zijgevel geen sporen van een verbouwing zichtbaar zijn. Ter plaatse van de woonkamer op de begane grond bevindt zich een groot incompleet venster met oorspronkelijk zevenlichts bovenlicht. Dubbele opgeklampte luiken met originele gehengen. Daarboven op zolderniveau een klein staand rechthoekig venster, nu zonder vulling. In het kozijn rechts twee duimen. De top van de gevel is in oranje-gele handvormsteen van afwijkend formaat hersteld. Het venster van de opkamer, een draairaam met 12 ruiten, is nog geheel intact. Twee duimen rechts in het kozijn zonder luiken. Het getralied keldervenster is nu van binnenuit dichtgezet. Ook hier ontbreekt een luik, wel zijn rechts twee duimen voorhanden. Boven en onder de vensters zitten rollagen. Ter hoogte van de gordingen zijn zeven staafankers aangebracht, waarvan er drie als gevolg van de dakhelling een knik vertonen. Het achterdakvlak is deels gerepareerd met golfplaat. Het gedeelte rechts daarnaast is opgelicht ten behoeve van een dichte deur waarnaast zich een dertigruits schuifraam met dubbele luiken bevindt. De achtergevel was oorspronkelijk gepleisterd. Koude staande voeg naar het bedrijfsgedeelte uit circa 1900.
Inwendig bestaat het woongedeelte van 1695 uit een woonkeuken, direct toegankelijk via de voordeur, met grote schouw. Geprofileerde omlijsting. Tegen de achterwand witte en blauwe tegeltjes, waarschijnlijk circa 1900. In het latere boardplafond is een omtimmerde moerbalk herkenbaar. Naast de woonkeuken, toegankelijk via een oorspronkelijke deur met oud beslag, bevindt zich de "goeie kamer" met identieke schouw, ruggelings tegen die van de woonkeuken en gebruik makend van hetzelfde rookkanaal. Geen tegels. Het oude plafond heeft twee moerbalken, waarvan een met balksleutels met een in- en uitgezwenkt profiel. Het balkenplafond vertoont vernieuwde kinderbalken die niet allemaal zijn ingelaten in de oorspronkelijke kepen. Langs de achtergevel bevindt zich een spoelkeuken met hardstenen spoelbak tegen een oorspronkelijke buitenmuur met dichtgezet venster. Houten balkenplafond met brede delen, circa 1900. Cementen vloer. Van hieruit toegang tot de nu dichtgestorte kelder, die oorspronkelijk van een houten plafond was voorzien. Daarop bevond zich een klein opkamertje. Op zolder staan drie eiken spantjukken met rechte benen en schoren, circa 1850. Op de dekbalk van het middelste juk een middenstijl, afgeschoord op de dekbalk, onder de nokgording. Op de beide andere jukken staan steeds twee rechte spanten die de nokgording ondersteunen. Eén spantjuk is op ambachtelijke wijze geheel vernieuwd. Een ander spantjuk met gehakte telmerken. Sporen van rondhout. Oorspronkelijke schoorsteen uit IJsselsteen midden op de zolder.
Het woonhuisgedeelte van rond 1900 is eenvoudig van opzet en op de details na vrijwel gelijk aan dat van 1695. Het telt één bouwlaag en heeft een zadeldak met gesmoorde muldenpannen. De voorgevel is drieassig, met rechts een voordeur en daarnaast twee ramen met T-vensters met segmentboogvormige strekken. De gevel wordt verlevendigd door een gepleisterde plint, speklagen en een geprofileerde, deel houten kroonlijst. Staafankers. Het bedrijfsgedeelte met gietijzeren halvemaanvormige stalramen is aan de zijde van de voorgevel uitgebouwd, waardoor het dak hier lager aanzet. Zowel op het voor- als het achterdakvlak grote dakkapellen (XXc). Achtergevel met diverse raam- en deuropeningen waaronder een grote schuifdeur naar de bedrijfsruimte. Alle deuren en luiken zijn donkergroen geschilderd, de kozijnen wit.
Aan de weg een aantal forse Amerikaanse eiken en zomereiken met een stamomvang van 100-200 cm.
Waardering
Het samenstel van een langgevelboerderij van rond 1900 met het zeventiende-eeuwse woongedeelte van haar voorganger is van algemeen belang. Het pand heeft cultuurhistorische waarde als voorbeeld van de ontwikkeling van een boerderij waarin verschillende generaties gelijktijdig leefden. De boerderij is van architectuurhistorisch belang vanwege de combinatie van de zeventiende-eeuwse vormentaal met die van rond 1900, bovendien vanwege de aanwezigheid van een aantal gaaf bewaard gebleven details aan in- en exterieur. Er is sprake van ensemblewaarde vanwege de context van boerderij met Vlaamse schuur in een agrarisch, parkachtig landschap met hoog opgaand geboomte in de onmiddellijke nabijheid van een groot herenhuis.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description component 1. Long-gable farmhouse.
Introduction
Just behind a block-shaped country house dating from 1790 and probably originally belonging to it, at the end of a long drive lined with mature avenue trees, stands a LONG-GABLE FARMHOUSE (no. 97) dating from circa 1900, a part of which (no. 99) according to wall anchors dates from 1695. This is a remnant of the predecessor of the current farmhouse, namely the residential section, against which a new business section with residence was built around 1900. Both the older and newer part of the building are constructed in craftsman-traditional style with regional characteristics. Against the side wall of the old residence stands a slate pear.
Description
The single-storey long-gable farmhouse from circa 1900, built of machine-made brick with plastered brick-and-tile banding, is constructed against the residential section of a long-gable farmhouse from 1695 which in turn was built of yellow IJssel brick in English bond. The whole is covered by a gabled roof with interlocking Spanish tiles. By the combination of a residential section, a wider business section - both from circa 1900 - with a residential section from the 17th century, a symmetrical whole has been created. The situation was probably intended to house parents or grandparents working on the farm. The front facade of the original residence is three-bay in layout: a front door renewed around 1900 with panels and wrought-iron ornament in Art Nouveau forms in front of a small window in an original frame with two-part fanlight is flanked on both sides by a large sash window with fine-mesh glazing bars. The left window has 30 panes, the right 9 panes. The windows are provided with double shutters attached with clasps. Above and below the windows as well as above the door opening are roller blinds. At regular intervals ornamental wall anchors have been placed beneath a simple plastered cornice which together form the year of construction "1695". The zinc guttering and the Spanish tiles will have been installed during the expansion and renovation campaign around 1900. The IJssel brick masonry has been painted in a light shade, the mortar joints executed with a line. Next to the front door a polychrome relief tile of majolica has been applied depicting the Virgin Mary and the text "O.L. Vrouw v. altijddurende bijstand" (Our Lady of Perpetual Succour), circa 1935. A chimney of IJssel brick is situated directly above the fireplace, slightly right of centre on the ridge.
The right side gable is a pointed gable, now through later repair only partly with wattle-work. The gabled roof is set considerably higher on the front facade side than on the rear facade side. This is caused by the presence of a cellar with an upper room built against a former external wall. This former external wall must be older than 1695, as no traces of alteration are visible in the side gable. At the location of the sitting room on the ground floor is a large incomplete window with an original seven-light fanlight. Double shutters attached with clasps with original hinges. Above this at attic level a small standing rectangular window, now without filling. In the frame on the right two thumbs. The top of the gable has been repaired in orange-yellow hand-moulded brick of different format. The window of the upper room, a casement window with 12 panes, is still completely intact. Two thumbs on the right in the frame without shutters. The barred cellar window is now sealed from the inside. Here too a shutter is missing, although two thumbs are present on the right. Above and below the windows are roller blinds. At the height of the beams seven rod anchors have been placed, of which three show a bend as a result of the roof slope. The rear roof surface is partly repaired with corrugated sheet. The section to the right of this has been opened up for a solid door alongside which is a thirteen-pane sash window with double shutters. The rear gable was originally plastered. Cold standing joint towards the business section from circa 1900.
Internally the residential section of 1695 consists of a kitchen-living room, directly accessible via the front door, with large fireplace. Moulded surround. Against the rear wall white and blue tiles, probably circa 1900. In the later boarded ceiling a framed main beam is recognisable. Next to the kitchen-living room, accessible via an original door with old hardware, is the "best room" with an identical fireplace, back to back against that of the kitchen-living room and using the same flue. No tiles. The old ceiling has two main beams, one of which has beam keys with an in- and out-swept profile. The timber ceiling shows renewed principal rafters which have not all been housed in the original slots. Along the rear gable is a scullery with a stone sink against an original external wall with a sealed window. Wooden beam ceiling with broad sections, circa 1900. Cement floor. From here access to the now filled-in cellar, which was originally provided with a timber ceiling. On it was a small upper room. On the attic three oak roof-trusses with straight legs and struts, circa 1850. On the tie-beam of the middle truss a central post, strutted on the tie-beam, under the ridge purlin. On the other two trusses are each two straight rafters supporting the ridge purlin. One roof-truss has been completely renewed in a craftsman manner. Another roof-truss with axe-dressed carpenters' marks. Traces of roundwood. Original chimney of IJssel brick in the centre of the attic.
The residential section from around 1900 is simple in design and except for details almost identical to that of 1695. It comprises one storey and has a gabled roof with interlocking Spanish tiles. The front facade is three-bay, with on the right a front door and next to it two windows with T-windows with segmental arched lintels. The gable is enlivened by a plastered plinth, brick-and-tile banding and a moulded, partly wooden cornice. Rod anchors. The business section with cast-iron crescent-shaped stable windows is extended on the front facade side, causing the roof to set lower here. Both on the front and rear roof surfaces large roof dormers (20th century). Rear gable with various window and door openings including a large sliding door to the business area. All doors and shutters are painted dark green, the frames white.
On the roadside a number of sturdy American oaks and summer oaks with a trunk circumference of 100-200 cm.
Valuation
The combination of a long-gable farmhouse from around 1900 with the seventeenth-century residential section of its predecessor is of general importance. The building has cultural-historical value as an example of the development of a farmhouse in which different generations lived simultaneously. The farmhouse is of architectural-historical importance because of the combination of the seventeenth-century formal language with that of around 1900, moreover because of the presence of a number of well-preserved details on the interior and exterior. There is ensemble value because of the context of farmhouse with Flemish barn in an agricultural, park-like landscape with tall trees in the immediate vicinity of a large manor house.
Nearby in the register
- Schuur(M), Laanzichtweg bij 97Boerderijunder 1 mi
- St. Franciscus XaveriusBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- St. Franciscus XaveriusGedenktekenunder 1 mi
- St. Franciscus XaveriusKlooster, kloosteronderdlunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.