TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Coromote

Wassenaar, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Landhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1924
Address
Buurtweg 91, 2244 AB Wassenaar
Place
Wassenaar
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.11496, 4.35120
Part of complex
524483
Monument number
524486

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "30 's Gravenhage" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding complexonderdeel 1

Het WOONHUIS (1) van het type landhuis, hoofdonderdeel van het complex Coromote, in Nieuw Historiserende stijl, is geïnspireerd op het Hollands-Classicisme met invloed van Engelse landhuisstijl en gebouwd in 1924 naar ontwerp van de Haagse architect S. de Clerq. In de achtergevel is een stichtingssteen ingemetseld met de tekst: "Hugo Alexander / Loudon / .1-XI-1924".

In aansluiting op de toen heersende belangstelling en mode tot het inrichten van stijlkamers zijn in het zeer rijk gedecoreerde interieur een aantal stijlkamers in verschillende Neo-stijlen aanwezig, waarbij gebruik is gemaakt van veel historisch materiaal. Kenmerkend is daarbij de belangstelling voor de Gouden Eeuw, waarbij in het historiserende interieur diverse 'antieke' historische elementen zijn opgenomen, zoals het goudleer, 16de- en 17de- eeuwse gebrandschilderde glas-in-loodpanelen en de 17de- en 18de-eeuwse schilderijen.

Verbouwingen van ondergeschikt belang, die in de periode 1926-1928 hebben plaatsgevonden onder leiding van de plaatselijke aannemer/architect G.J. Verboog hebben onder meer betrekking op het toevoegen van een dienstvertrek. Blijkens de aanwezigheid van duimen waren de vensters oorspronkelijk van luiken voorzien.

Sinds de jaren '60 is het landhuis in gebruik als residentie van de ambassadeur van Venezuela.

Omschrijving

Vrijstaande symmetrisch opgezette rechthoekige bouwmassa, die gedeeltelijk onderkelderd is, bestaat uit twee bouwlagen onder een afgeplat schilddak met rode (Engelse) leipannen. Op de vier nokhoeken staan zware schoorstenen in Engelse trant. De door een steekkapje gedekte dakkapellen hebben één of meer paren openslaande tweeruitsramen. De zijwanden zijn bekleed met leipannen. Het uit rode waalklinkers opgetrokken trasraam wordt afgedekt door een kantstaande rollaag. Daarboven zijn de gevels opgetrokken in een hardgrauwe handvormsteen (Utrechts formaat) in Vlaams verband. De vensters worden gedekt door strekken en hebben rood gebakken lekdorpels. De enkele en samengestelde raampartijen zijn voorzien van een roedenverdeling, deels uitgevoerd als klooster,- danwel kruiskozijn in 17de-eeuws aandoende trant. Alle geveleinden en de risalerende delen hebben geblokte hoekpilasters ter imitatie van rusticablokken. Onder de als hoofdgestel met gootklossen (guttae) uitgevoerde houten goot bevindt zich een decoratief fries.

De symmetrisch ingedeelde voorgevel (noordwest) heeft een door een driehoekig fronton bekroond middenrisaliet wwarin zich de entree bevindt, geaccentueerd door een balkon erboven. Entreepartij, middenrisaliet en geveleinden worden afgesloten door hoekpilasters. Een granieten stoep, bestaande uit drie halfronde treden, leidt naar een dubbele teakhouten deur. Boven het kalf, voorzien van snijwerk met bladmotief, bevindt zich een rondbogig bovenlicht met straalsgewijze roedenverdeling. De natuurstenen deuromlijsting bestaat uit een geprofileerde rondbogige omlijsting, geflankeerd door pilasters met verdiepte velden en guttae. Het balkon rust op zware consoles en heeft een gesmede balustrade die is uitgevoerd met fijn uitgevoerd krulwerk. Van de driedelige deurpartij van het balkon zijn de deur en het kalf uitgevoerd in de vorm van een spiegelboog. De middenpartij van het middenrisaliet wordt op de begane grond en verdieping geflankeerd door kloosterkozijnen. Op de begane grond zijn de vensters beveiligd met diefijzers in Neo-Lodewijk XV-stijl. Het driehoekige fronton boven het middenrisaliet heeft in het een midden een ronde oeil-de-boeuf, voorzien van een tuimelraam met roedenverdeling, binnen een natuurstenen omlijsting. Aan weerszijden van het middenrisaliet heeft de gevel één venster.

De rechter zijgevel (zuidwest) heeft op de begane grond rechts één venster en links een rechthoekige uitgebouwde erker met balkon, voorzien van een decoratief gemetselde balustrade met à-jourwerk. De grote raampartijen in voor- en rechterzijgevel hebben stalen kozijnen met roedenverdeling. Op de verdieping bevindt zich links op het balkon een dubbel openslaand balkonraam met spiegelboogvormig kalf en rechts één venster.

De symmetrisch ingedeelde achtergevel (zuidoost) heeft een vergelijkbare gevelindeling als de voorgevel. Voor het middenrisaliet bevindt zich een natuurstenen halfrond balkon, gedragen door slanke Ionische zuilen met erboven het door een spiegelboogvormig traplicht. Onder het balkon is een rechthoekige natuurstenen plaat ingemetseld met een figuratieve voorstelling in haut-reliëf. Rechts van het bordes bevindt zich een stichtingssteen. Op enkele pijlers van het bordes staan 17de-eeuwse natuurstenen siervazen met bloemen en schilddragende leeuwen. Aan weerszijden van het middenrisaliet is in de gevel een pseudo kruiskozijn in de gevel geplaatst, geflankeerd door een smal venster. Ten noordoosten sluit op de achtergevel een tuinmuur aan, gedekt door een ezelsrug. Ongeveer halverwege wordt deze muur doorbroken door een rondbogige doorgang onder een verhoogd gemetselde ezelsrug. Links daarvan bevindt zich een fontein in een rondbogig spaarveld. Voor de achtergevel ligt een gemetseld terras (zie onderdeel 4).

Tegen de linkerzijgevel (noordoost) staat een rechthoekige éénlaags uitbouw met een plat dak met rechts een kleine rechthoekige uitbouw. De beide zijgevels hebben een pilastergeleding die aansluit op de pijlers van het balkon erboven. De zuidoostelijke zijgevel heeft in beide traveeën een rond venster.

De voorgevel van de uitbouw (noordoost) heeft links twee vensters met rechts daarvan een samengestelde deurpartij met bovenlichten onder een betonnen latei. De kleine uitbouw heeft twee vensters. Op de verdieping van het hoofdgebouw bevindt zich links een samenstel van rookkanalen, die gedeeltelijk door de dakvoet steken. Rechts in de gevel is een venster in de gevel geplaatst. Tussen uitbouw en garage loopt in noordwestelijke richting een tuinmuur, die halverwege een doorgang heeft. De door een ezelsrug gedekte tuinmuur heeft ter accentuering van de muurbeëindiging een bekroning met een bolvormig natuurstenen ornament.

INTERIEUR. In het vrijwel gaaf bewaarde interieur, met diverse stijlkamers is veel historisch bouwmateriaal verwerkt. Bij de Oud-Hollandse stijlkamers zijn de klooster- en kruiskozijnen met eikenhout en decoratief smeedijzeren beslag in 17de-eeuwse trant, zijn de vensterbanken voorzien van radiatorkasten en deels met zitbanken. De meeste vertrekken op de begane grond hebben een strokenparket. Een aantal plafonds is uitgevoerd met een zware balkenzoldering met moer- en kinderbinten. 16de- en 17de-eeuwse gebrandschilderde glas-in-loodpanelen komt voor in de vensters van onder meer de eetkamer, de bibliotheek, het trapportaal en de tochtdeuren tussen tochtportaal en hal. De deuren op de begane grond hebben, overeenkomstig de stijl van de betreffende kamer, merendeels zware panelen.

Tochtportaal, langgerekte gang en trappenhuis zijn uitgevoerd in Oud-Hollandse Neo-17de-eeuwse stijl. De dubbele tochtdeuren hebben glas-in-loodpanelen met gebrandschilderd ruiten. Donkerbruin eikenhout, voorzien van snijwerk en ebbenhouten decoraties is toegepast voor de panelenlambrizering en de deuren, die een Composiete pilastergeleding hebben en een gecornist hoofdgestel. In het tochtportaal en de gang staan op de kapitelen in totaal twaalf bruin geschilderde terracotta beelden (apostelen) uit het midden van de 18de eeuw in de trant van Zuid-Nederlandse beeldhouwer Walter Pompe. Verspreid over de beide lange zijden bevinden zich zes midden-18de-eeuwse tegeltableaus met bijbelse voorstellingen binnen een omlijsting met schildpadtegels. Hiervan zijn aan de zuidwestzijde drie opgenomen in de lambrisering boven een vaste bank met ventilatorkasten. De overige tegeltableaux hebben arcadische voorstellingen, die kunnen worden toegeschreven aan de Rotterdamse tegelfabriek Aelmis. Aan de andere lange zijde (noordoost) is een zwart marmeren schouw met boezem uit het derde kwart van de 17de eeuw geplaatst. Boven een spiegelpaneel bevindt zich binnen een (Neo-)omlijsting uit de bouwtijd van het huis een grisaille met putti (gesigneerd 'J(acob) de Wit') uit omstreeks 1775.

Aan het einde van de gang bevindt zich een houten trap met bordes, waarvan de Manieristische trapbalusters in schijnperspectief zijn uitgevoerd. Rondom het trappenhuis is een cassettenlambrizing aangebracht, die aan de onderzijde wordt afgesloten door een fries met in totaal zeventien historische, vermoedelijk 17de-eeuwse wapenschildjes met naam en helmteken. Het grote traplicht heeft een spiegelboogvormige beëindiging. Onder het bordes van de trap bevindt zich aan de tuinzijde een kleine rechthoekige plantenkamer boven een zandstenen plint betegeld met witjes, enkele 18de eeuwse tegels en een fonteintje. Op de vloer liggen winkelmanstegeltjes.

De bibliotheek, uitgevoerd in Oud-Hollandse stijl, heeft een hoge paneellambrizering- en deuren met casettepatroon. De eiken lambrisering bestaat uit panelen met geometrisch patroon en een gecornist hoofdgestel, alles uitgevoerd met snijwerk en voorzien van ebbenhouten details.

Aan de zuidwestzijde zijn twee ingebouwde boekenkasten met gecanneleerde Corintische pilasters opgenomen. Vergelijkbare detaillering komt ook voor in de deuromlijsting van de deur naar de woonkamer. Boven de lambrisering is goudleerbehang aangebracht met twee verschillende motieven (Zuidelijke Nederlanden; ca. 1725-1745;). De glas-in-loodramen zijn uitgevoerd met gebrandschilderde voorstellingen, waarvan de oudste stammen uit het midden van de 16de eeuw, gemiddeld vier per raam. Van de zware rechthoekige schouw wordt de schouwmantel gedragen door roodbruin geaderde, marmeren zuilen. De houten bekleding van de schouwmantel heeft een pilastergeleding met zuilen, voorzien van vergulde corintische kapitelen. In het fries van het hoofdgestel erboven is in intarsia de tekst 'anno/in mei/1621' aangebracht. Eronder komen in drie traveëen rondbogige 17de-eeuwse geschilderde panelen voor met allegorische vrouwenfiguren. Onder de schouwbalk hangt een 17de-eeuwse tapisserie als schoorsteenvalletje. Centraal op de achterwand van de haard bevindt zich een 17de-eeuws tegeltableau, voorstellende 'Zeeslag tussen de heer Admiraal de Ruyter en Prins Robbert v.d. Graaf, d'Estree bij Kijkduin & de Helder op den 21 April 1673'. Verder 18de-eeuwse mangaantegels, onder andere met rankenmotief en landschappen.

De eetkamer heeft een lage lambrisering met gecanneleerde halfzuilen en vensterbanken waarin radiatorkasten zijn opgenomen.

De uit schoon metselwerk opgetrokken schouw heeft een eikenhouten ommanteling en boezem uit de bouwtijd van het huis, waarin 17de- en 18de-eeuwse reliëfs met snijwerk zijn verwerkt, waaronder een notenhouten spiegellijst. In het ronde schilderij een voorstelling van twee badende vrouwenfiguren. In de drie zware paneeldeuren zijn onder meer historische reliëfs verwerkt, waaronder pauwen. De glas-in-lood ramen zijn verlevendigd met acht gekleurde schilden met familiewapens.

Het 18de-eeuwse hoofdvertrek in Regence-stijl heeft parket met geometrisch ruitpatroon, stucplafond met in reliëf ruitpatroon in Neo-stijl, beschilderde lage lambrisering, waarin radiatorkasten zijn opgenomen. De geschilderde houten bovendeurstukken en de blauw-grijs geaderde marmeren schouwen stammen vermoedelijk uit circa 1780. Schuifdeuren geven toegang tot de serre.

De vestibule met zwart/wit marmeren tegelvloer heeft een halfhoge eiken lamberisering met als kapstokken 17de-eeuwse gestoken reliëfs.

De keuken, dien- en spoelkamer en het diensttrappenhuis hebben hun oorspronkelijke karakter behouden met bijvoorbeeld de oorspronkelijk betegeling en vaste (vitrine)kasten en granito aanrecht. Tevens dienstlift is een bewaard.

De verdieping is soberder van uitvoering met wit gepleisterde wanden en stucplafonds met verschillende patronen (eierlijst, guttae). Ook hier zijn verschillende historische bouwelementen toegepast, zoals de schouw in de slaapkamer, die een 17de-eeuwse gestoken omlijsting heeft en een achterwand met Delfts blauwe tegels. Badkamer met Delftsblauwe tegels uit de bouwtijd van het huis met bijbelse scènes. De deur naar de dienstvleugels is vermoedelijk 18de-eeuws, voorzien van smeedwerk

Waardering

Het uit 1924 daterende landhuis 'Coromote' is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische historische waarde:

- als hoofdonderdeel van het gelijknamige complex met bijbehorende onderdelen en terrasaanleg;

- wegens de Nieuw Historiserende bouwstijl, geïnspireerd op het Hollands Classicisme met invloed van de Engelse landhuisstijl waarbij historische bouwelementen en kunstwerken uit de 16de tot 18de eeuw zijn geïncorporeerd;

- als een representatief voorbeeld van het bouwkundige oeuvre van de Haagse architect S. de Clerq;

- het landhuis is in hoge mate gaaf in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering, zowel wat betret het ex- als het interieur;

- vanwege het gaaf bewaarde interieur dat in verschillende neo-stijlen is uitgevoerd typerend voor het begin van de 20ste eeuw.

Het landhuis heeft voorts een hoge ensemblewaarde vanwege de ruimtelijke, functionele en stilistische samenhang met de overige complexonderdelen, terrasaanleg en tuinmuren.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction to complex component 1

The DWELLING HOUSE (1) of the country house type, main component of the Coromote complex, in New Historicising style, is inspired by Dutch Classicism with influence of English country house style and built in 1924 according to design by The Hague architect S. de Clerq. In the rear facade a foundation stone is set into the wall bearing the text: "Hugo Alexander / Loudon / .1-XI-1924".

In line with the then prevailing interest and fashion for furnishing period rooms, the very richly decorated interior contains a number of period rooms in various Neo-styles, using much historical material. Characteristic is the interest in the Golden Age, whereby in the historicising interior various 'antique' historical elements are incorporated, such as the gilt leather, 16th- and 17th-century painted leaded glass panels and 17th- and 18th-century paintings.

Alterations of subordinate importance, which took place in the period 1926-1928 under the direction of the local contractor/architect G.J. Verboog, concerned among other things the addition of a service room. As evidenced by the presence of shutters were the windows originally provided with shutters.

Since the 1960s the country house has been in use as the residence of the ambassador of Venezuela.

Description

Freestanding symmetrically arranged rectangular building mass, which is partially cellared, consists of two storeys under a hipped roof with red (English) slate tiles. Heavy chimneys in English style stand on the four roof ridge corners. The roof dormers covered by a gabled roof extension have one or more pairs of opening two-light windows. The side walls are clad with slate tiles. The trasraam of red facing bricks is covered by a set on edge roller course. Above this the facades are built up in a hard grey hand-moulded stone (Utrecht format) in Flemish bond. The windows are topped with stretches and have red baked roof tiles with drip moulding. The single and composite window arrangements are provided with glazing bars, partly executed as cloister or cross windows in 17th-century style. All facade ends and the projecting sections have blocked corner pilasters to imitate rustication. Under the wooden gutter executed as a main frame with guttae blocks (guttae) is a decorative frieze.

The symmetrically arranged front facade (north-west) has a centre projection crowned by a triangular pediment in which the entrance is situated, accentuated by a balcony above. Entrance area, centre projection and facade ends are terminated by corner pilasters. A granite stoep consisting of three semicircular steps leads to a double teak wooden door. Above the stile, provided with carved leaf motifs, is a semicircular fanlight with radial glazing bars. The natural stone door surround consists of a moulded semicircular surround, flanked by pilasters with recessed fields and guttae. The balcony rests on heavy consoles and has a wrought balustrade executed with finely detailed scrollwork. Of the tripartite door arrangement of the balcony the door and stile are executed in the form of a mirror arch. The centre section of the centre projection is flanked on the ground floor and first floor by cloister windows. On the ground floor the windows are secured with decorative grilles in Neo-Rococo style. The triangular pediment above the centre projection has in the middle a round oeil-de-boeuf, provided with a pivot window with glazing bars, within a natural stone surround. On either side of the centre projection the facade has one window.

The right side facade (south-west) has on the ground floor on the right one window and on the left a rectangular projecting bay with balcony, provided with a decoratively laid masonry balustrade with openwork. The large window arrangements in front and right side facade have steel frames with glazing bars. On the first floor on the left on the balcony is a double opening balcony window with mirror arch stile and on the right one window.

The symmetrically arranged rear facade (south-east) has a similar facade arrangement as the front facade. In front of the centre projection is a natural stone semicircular balcony, supported by slender Ionic columns with above it the light brought through by a mirror arch-shaped fanlight. Under the balcony a rectangular natural stone plate is set into the wall with a figurative representation in high relief. To the right of the flight of steps is a foundation stone. On some pillars of the flight of steps stand 17th-century natural stone ornamental vases with flowers and shield-bearing lions. On either side of the centre projection a pseudo cross window is placed in the facade, flanked by a narrow window. To the north-east a garden wall adjoins the rear facade, topped with a half-hipped roof. Approximately halfway this wall is broken through by a semicircular passage under a raised laid half-hipped roof. To the left of this is a fountain in a semicircular spare field. In front of the rear facade lies a laid terrace (see component 4).

Against the left side facade (north-east) stands a rectangular single-storey extension with a flat roof with on the right a small rectangular extension. The two side facades have a pilaster arrangement which connects to the pillars of the balcony above. The south-eastern side facade has in both bays a round window.

The front facade of the extension (north-east) has on the left two windows with on the right a composite door arrangement with fanlights under a concrete lintel. The small extension has two windows. On the first floor of the main building on the left is an assembly of chimney stacks, which partly protrude through the roof eaves. On the right in the facade a window is placed in the facade. Between extension and garage runs a garden wall in a north-western direction, which has a passage halfway. The garden wall covered with a half-hipped roof has by way of accentuation of the wall termination a coping with a spherical natural stone ornament.

INTERIOR. In the virtually unaltered interior, with various period rooms, much historical building material is incorporated. With the Old Dutch style rooms the cloister and cross windows with oak wood and decorative wrought iron fittings in 17th-century style, the window sills are provided with radiator boxes and partly with benches. Most rooms on the ground floor have strip parquet. A number of ceilings is executed with a heavy beam and joist structure. 16th- and 17th-century painted leaded glass panels occur in the windows of among others the dining room, the library, the stair hall and the draught-proof doors between draught-proof hall and hall. The doors on the ground floor have, in accordance with the style of the room in question, mostly heavy panels.

Draught-proof hall, long corridor and stairwell are executed in Old Dutch Neo-17th-century style. The double draught-proof doors have leaded glass panels with painted panes. Dark brown oak wood, provided with carved detail and ebonized decoration is applied for the panelled wall covering and the doors, which have a Composite pilaster arrangement and a corniced main frame. In the draught-proof hall and corridor stand on the capitals a total of twelve brown painted terracotta figures (apostles) from the middle of the 18th century in the style of South Netherlandish sculptor Walter Pompe. Distributed over both long sides are six mid-18th-century tile tableaux with biblical representations within a surround with tortoiseshell tiles. Of these, three are incorporated on the south-western side in the wall covering above a fixed bench with ventilator boxes. The remaining tile tableaux have Arcadian representations, which can be attributed to the Rotterdam tile factory Aelmis. On the other long side (north-east) is a black marble fireplace with surround from the third quarter of the 17th century placed. Above a mirror panel is within a (Neo-)surround from the building period of the house a grisaille with putti (signed 'J(acob) de Wit') from circa 1775.

At the end of the corridor is a wooden staircase with landing, of which the Mannerist stair balusters are executed in apparent perspective. Around the stairwell a coffered wall covering is applied, which is terminated at the underside by a frieze with in total seventeen historical, presumably 17th-century coat of arms shields with name and helmet badge. The large stair light has a mirror arch-shaped termination. Under the landing of the staircase is on the garden side a small rectangular plant room above a sandstone plinth paved with small white tiles, some 18th-century tiles and a small fountain. On the floor are Winkelmann tiles.

The library, executed in Old Dutch style, has high panelled wall covering and doors with cassette pattern. The oak wall covering consists of panels with geometric pattern and a corniced main frame, all executed with carved detail and provided with ebonized details.

On the south-western side two built-in bookcases with fluted Corinthian pilasters are incorporated. Similar detailing also occurs in the door surround of the door to the living room. Above the wall covering gilt leather wallpaper is applied with two different motifs (Southern Netherlands; c. 1725-1745;). The leaded glass windows are executed with painted representations, of which the oldest date from the middle of the 16th century, averaging four per window. The heavy rectangular fireplace surround is borne by reddish-brown veined marble columns. The wooden covering of the fireplace surround has a pilaster arrangement with columns, provided with gilded Corinthian capitals. In the frieze of the main frame above the text 'anno/in mei/1621' is incorporated in inlay. Below are in three bays semicircular 17th-century painted panels with allegorical female figures. Under the fireplace beam hangs a 17th-century tapestry as chimney panel. Central on the rear wall of the fireplace is a 17th-century tile tableau, representing 'Sea battle between the Lord Admiral de Ruyter and Prince Robert of the County, d'Estrée at Kijkduin & de Helder on 21 April 1673'. Further 18th-century manganese tiles, among other things with foliate motif and landscapes.

The dining room has low wall covering with fluted half-columns and window sills in which radiator boxes are incorporated.

The fireplace of clean brickwork has an oak wooden surround and upper section from the building period of the house, in which 17th- and 18th-century reliefs with carved detail are incorporated, including a walnut mirror frame. In the round painting a representation of two bathing female figures. In the three heavy panel doors are incorporated among other things historical reliefs, including peacocks. The leaded glass windows are enlivened with eight coloured shields with family coats of arms.

The 18th-century main room in Régence style has parquet with geometric diamond pattern, stucco ceiling with raised diamond pattern in Neo-style, painted low wall covering, in which radiator boxes are incorporated. The painted wooden overdoor panels and the blue-grey veined marble fireplaces probably date from circa 1780. Sliding doors provide access to the conservatory.

The vestibule with black/white marble tile floor has half-height oak wall covering with as coat racks 17th-century incised reliefs.

The kitchen, service and scullery room and the service stairwell have retained their original character with for example the original tiling and fixed (display) cabinets and granite sink top. Also a service lift is preserved.

The first floor is more soberly executed with white plastered walls and stucco ceilings with various patterns (egg-and-dart, guttae). Here too various historical building elements are applied, such as the fireplace in the bedroom, which has a 17th-century incised surround and a rear wall with Delft blue tiles. Bathroom with Delft blue tiles from the building period of the house with biblical scenes. The door to the service wings is presumably 18th-century, provided with wrought work.

Evaluation

The country house 'Coromote' dating from 1924 is of general importance due to its cultural and architectural historical value:

- as the main component of the complex of the same name with associated components and terrace arrangement;

- due to the New Historicising building style, inspired by Dutch Classicism with influence of the English country house style whereby historical building elements and artworks from the 16th to 18th centuries are incorporated;

- as a representative example of the building work of The Hague architect S. de Clerq;

- the country house is in a high degree unaltered in main form, material use and detailing, both as regards the exterior and interior;

- due to the unaltered preserved interior executed in various neo-styles typical of the early 20th century.

The country house furthermore has a high ensemble value due to the spatial, functional and stylistic coherence with the other complex components, terrace arrangement and garden walls.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map