TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Mannenpaviljoen II (De Loet)

Castricum, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gezondheidszorg
Function
Ziekenpaviljoen
Category
onroerend gebouwd
Built
1905 - 1909
Address
Oude Parklaan 25, 1901 ZZ Castricum (and others)
Place
Castricum
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.55870, 4.64815
Part of complex
524169
Monument number
524184

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Op het terrein van Duin en Bosch gelegen ZIEKENPAVILJOEN (Mannenpaviljoen II) voor mannen. Het in 1905 door F.W.M. Poggenbeek ontworpen paviljoen in de stijl van het Rationalisme met kenmerken van de Chalet-stijl is het enige dat is overgebleven van de groep van drie mannenpaviljoens. Het langwerpige paviljoen is met de voorzijde op het zuidoosten georiënteerd.

Omschrijving

Globaal op een langwerpig rechthoekige plattegrond in grauw/rood bakstenen kruisverband opgetrokken, bouwlichaam van twee lagen met dwars geplaatste vleugels aan de achterzijde. In het met rode bouletpannen gedekte zadeldak zijn steekkappen geplaatst boven de (pseudo)risalieten. Ook de dwarsdelen en de dakkapellen in voor- en achtergevel zijn voorzien van (dubbele) overkragende steekkappen. De grotere, overkragende kappen rusten op houten geprofileerde consoles. De rookkanalen bevinden zich in rijen gekoppeld in versierde schoorstenen met zadeldakjes. De gevels zijn rondom op de verdieping gepleisterd met uitzondering van de hoek- en middenrisaliet. In de eveneens gepleisterde topgevels bevindt zich vakwerk, dan wel een verticaal beschot (ook in de dakkapellen). Het oorspronkelijke kozijn is een houten kruiskozijn met twee keer vierruits roedeverdeling boven en twee keer zesruits onder (soms vierruits glasdeuren). In de achtergevel is de roedenverdeling overwegend (voor zover niet gewijzigd) een zesruits stolpraam beneden en een zesruits valraam in het bovenlicht. Boven de kozijnen bevinden zich, in het zicht gelaten, segmentbogen of strekken, alle met hardstenen aanzetstenen. Ook de lekdorpels en de andere, constructieve details zijn van hardsteen. De asymmetrische voorgevel (ZO) heeft boven de centrale hoofdingang een galerij van drie segmentboog openingen rustende op afgeschuinde bakstenen pijlers met middensleuf, op deze wijze gekoppelde pijlers suggererend. De teruggelegen wand van de galerij is gepleisterd, in tegensteling tot de ongepleisterde bakstenen galerij-opbouw. De pijlers rusten op een balustrade met gemetselde, afgeschuinde balusters en gaan over in kleine gemetselde lisenen op hardstenen, geprofileerde consoles. Deze ondersteunen optisch een fries met bloktandlijst en de gepleisterde topgevel met vakwerk. In de topgevel vier T-ramen met drieruits bovenlichten en een tweeruits zolderraam. Op de galerij komen acht deuren en ramen uit met zes- en achtruits bovenlichten. De galerij heeft blauw-geel beschilderde troggewelfjes. De begane grond heeft boven de toegang een drieruits bovenlicht en aan weerzijden een hoog smal kozijn en twee (gewijzigde) kozijnen met dichtgemetseld bovenlicht. De geleding ter linker zijde van de hoofdingang wordt gedomineerd door steekkappen op de hoek en in het midden, de laatste geflankeerd door dakkapellen met negenruits vensters. De steekkap op de hoek heeft tussen het vakwerk drie gekoppelde vierruits vensters, het middelste hoger. De topgevel rust optisch op soortgelijke lisenen als in de centrale topgevel. Op de verdieping zijn twee kruiskozijnen geplaatst, de begane grond heeft een uitbouw onder een met rode holle pannen gedekt lessenaardak. In de uitbouw bevinden zich ook twee kruiskozijnen. Rechts van de hoekpartij loopt over twee vensterassen het dakschild minder ver door, is de gevel dus hoger opgetrokken en bevinden zich onder de dakrand vier gekoppelde vierruits vensters in een verticaal beschot. Hieronder in beide vensterassen een kruiskozijn op de verdieping en een (gewijzigd) kozijn op de parterre. De steekkap in het midden heeft in het verticale beschot vergelijkbare ramen als op de hoek, maar ongekoppeld en de middelste met vast kalf. Tussen het hoger opgetrokken deel en de centrale entree telt de voorgevel vier keer drie vensterassen met op de eerste verdieping kruiskozijnen en op de begane grond naast kruiskozijnen ook enkele (gekoppelde) deuren met bovenlicht. Onder de bovenlichten van de deuren en de parterrevensters strekt zich een vlakke houten luifel uit. Deze aan ijzeren draagstangen hangende luifel rust deels op decoratief gesneden houten staanders.

Het gedeelte rechts van de centrale entree telt vijftien vrijwel identieke vensterassen en heeft dezelfde twee dakkapellen als in de linkerzijde, maar geen steekkappen. De linkerzijgevel (ZW) heeft in de top een vergelijkbaar gekoppeld kozijn als in de linker topgevel van de voorgevel, maar met in het middenraam een vast kalf. Het kozijnhout is decoratief gesneden. Op de verdieping bevindt zich links een samengesteld kozijn waarin een negenruits middenraam met zesruits bovenlicht tussen smalle drieruits zijramen met tweeruits bovenlicht. Een vergelijkbaar kozijn bevindt zich rechts op de begane grond. De ingangspartij links hiervan heeft boven de (gewijzigde) deur twee vierruits bovenlichten en ter weerszijden smalle zijlichten.

De achtergevel (NW) heeft in het doorgetrokken rechter (ZW) dwarsdeel een asymmetrisch geplaatste uitbouw, alleen in de van vakwerk voorziene topgevel gepleisterd. In de top een gekoppeld venster als in de linkerzijgevel. Op de verdieping drie, door muurdammen gekoppelde ramen met meerruits roedenverdeling en op de begane grond kleinere vensters. Links van de uitbouw kruiskozijnen als aan de voorzijde, maar smaller en met strekken op de verdieping. Parallel aan het rechter dwarsdeel bevindt zich een verder naar voren uitgebouwd dwarsdeel. Tussen beide dwarsdelen bevinden zich vier vensterassen met als basistype een kozijn waarin een zesruits stolpraam onder een zesruits bovenlicht.

Het tweede dwarsdeel, onder een dubbel zadeldak, heeft in beide zijgevels drie vensterassen met in de bovenlichten een vier-, zes-, of negenruits roedenverdeling. Enkele kozijnen zijn nog de oorspronkelijke kruiskozijnen. De drie kozijnen boven hebben strekken, de drie beneden segmentbogen. Voorts in beide gevels boven en onder een rij van vijf gekoppelde kleinere vensters, met net zulke ontlastingsbogen. De kopse kant heeft een uitbouw, onder een plat dak, met een driedelig kruiskozijn op de verdieping en een vergelijkbaar kozijn op de begane grond, maar met deuren. In de zijkanten van de uitbouw bevindt zich boven en onder een smal venster. Tussen de tweede en de derde dwarsvleugel vier vensterassen als tussen de eerste en de tweede dwarsvleugel en links een uitspringend gedeelte onder een doorgetrokken dakschild. In dit gedeelte op de verdieping twee paar gekoppelde vierruits vensters en op de begane grond links een kruiskozijn en rechts een deur onder een samengesteld bovenlicht.

De derde dwarsvleugel bevindt zich ter hoogte van de hoofdingang aan de voorzijde en heeft vanuit de topgevel doorlopende dakschilden, het middendeel hoger opgetrokken. De hoge topgevel heeft een verticaal beschot, de lagere topgevel, net als de zijkanten, vakwerk in het pleisterwerk. In de topgevels zijn vergelijkbare gekoppelde ramen als in de topgevels van de voorgevel geplaatst. Aan weerszijden van de kleinere topgevel een venster, en op de verdieping een kruiskozijn met aan weerszijden een smal venster. In het gepleisterde deel bevinden zich kleinere vensters. Links van de derde dwarsvleugel tel de achtergevel 23 vensterassen, die merendeels per twee of per vijf gekoppeld zijn.

Waardering

Het mannenpaviljoen II uit 1905-1909 is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als representatief voorbeeld van een inrichtingspaviljoen uit het begin van de twintigste eeuw, opgetrokken in een door Rationalisme en Chalet-stijl beïnvloede bouwtrant, en als historisch-functioneel onderdeel van het ziekenhuiscomplex Duin en Bosch. Vanwege de ensemblewaarde.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Located on the grounds of Duin en Bosch, a HOSPITAL PAVILION (Men's Pavilion II) for men. The pavilion, designed in 1905 by F.W.M. Poggenbeek in the Rationalist style with characteristics of the Chalet style, is the only one that has survived from the group of three men's pavilions. The elongated pavilion is oriented with its front facing the southeast.

Description

Broadly constructed on an elongated rectangular floor plan in grey/red brick in Flemish bond, a building structure of two storeys with transverse wings at the rear. In the gabled roof covered with red barrel tiles are gable dormers placed above the (pseudo)risalits. The transverse sections and the roof dormers in the front and rear facades are also provided with (double) overhanging gable dormers. The larger, overhanging dormers rest on wooden profiled consoles. The flue channels are located in rows coupled together in decorated chimneys with gabled roofs. The facades are plastered all around on the storey with the exception of the corner and central risalit. In the likewise plastered gable ends there is half-timbering, or vertical boarding (also in the roof dormers). The original window frame is a wooden cross window with two sets of four-pane glazing bars above and two sets of six-pane below (sometimes four-pane glass doors). In the rear facade the glazing bar division is predominantly (insofar as not altered) a six-pane casement below and a six-pane sash window in the fanlight. Above the window frames are, left visible, segmental arches or lintels, all with hardstone setting stones. The drip mouldings and other constructive details are likewise of hardstone. The asymmetrical front facade (SE) has above the central main entrance a gallery of three segmental arch openings resting on chamfered brick piers with a central groove, coupled piers in this manner suggesting. The recessed wall of the gallery is plastered, in contrast to the unplastered brick gallery structure. The piers rest on a balustrade with mortared, chamfered balusters and transition into small mortared pilasters on hardstone, profiled consoles. These optically support a frieze with dentil moulding and the plastered gable end with half-timbering. In the gable end four T-windows with three-pane fanlights and a two-pane attic window. On the gallery eight doors and windows open with six- and eight-pane fanlights. The gallery has blue-yellow painted barrel vaults. The ground floor has above the entrance a three-pane fanlight and on either side a tall narrow window frame and two (altered) frames with blocked-in fanlight. The articulation to the left side of the main entrance is dominated by gable dormers on the corner and in the centre, the latter flanked by roof dormers with nine-pane windows. The gable dormer on the corner has between the half-timbering three coupled four-pane windows, the middle one higher. The gable end optically rests on similar pilasters as in the central gable end. On the storey two cross windows are placed, the ground floor has an extension under a mansard roof covered with red barrel tiles. In the extension two cross windows are also placed. To the right of the corner section, over two window axes the roof overhang extends less far, the facade is thus raised higher and below the eaves are four coupled four-pane windows in vertical boarding. Below this in both window axes a cross window on the storey and an (altered) window frame on the ground floor. The gable dormer in the centre has in the vertical boarding comparable windows as on the corner, but uncoupled and the middle one with fixed light. Between the raised section and the central entrance the front facade has four times three window axes with on the first storey cross windows and on the ground floor next to cross windows also some (coupled) doors with fanlight. Below the fanlights of the doors and the ground floor windows extends a flat wooden canopy. This canopy hanging from iron support bars rests partly on decoratively carved wooden supports.

The section to the right of the central entrance has fifteen virtually identical window axes and has the same two roof dormers as on the left side, but no gable dormers. The left side facade (SW) has in the top a comparable coupled window frame as in the left gable end of the front facade, but with in the middle window a fixed light. The window frame wood is decoratively carved. On the storey on the left there is a composite window frame in which a nine-pane middle window with six-pane fanlight between narrow three-pane side windows with two-pane fanlight. A comparable window frame is located on the right on the ground floor. The entrance section to the left of this has above the (altered) door two four-pane fanlights and on either side narrow side lights.

The rear facade (NW) has in the extended right (SW) transverse section an asymmetrically placed extension, plastered only in the gable end provided with half-timbering. In the top a coupled window as in the left side facade. On the storey three windows coupled by wall piers with multiple-pane glazing bar division and on the ground floor smaller windows. To the left of the extension cross windows as on the front, but narrower and with lintels on the storey. Parallel to the right transverse section is a transverse section that extends further forward. Between both transverse sections are four window axes with as basic type a window frame in which a six-pane casement below a six-pane fanlight.

The second transverse section, under a double gabled roof, has in both side facades three window axes with in the fanlights a four-, six-, or nine-pane glazing bar division. Some window frames are still the original cross windows. The three windows above have lintels, the three below segmental arches. Furthermore in both facades above and below a row of five coupled smaller windows, with the same relief arches. The end wall has an extension, under a flat roof, with a three-part cross window on the storey and a comparable window frame on the ground floor, but with doors. In the sides of the extension is above and below a narrow window. Between the second and the third transverse wing four window axes as between the first and the second transverse wing and on the left a projecting section under an extended roof overhang. In this section on the storey two pairs of coupled four-pane windows and on the ground floor on the left a cross window and on the right a door under a composite fanlight.

The third transverse wing is situated at the level of the main entrance at the front and has roof overhangs running through from the gable end, the middle section raised higher. The tall gable end has vertical boarding, the lower gable end, as well as the side sections, half-timbering in the plasterwork. In the gable ends comparable coupled windows as in the gable ends of the front facade are placed. On either side of the smaller gable end a window, and on the storey a cross window with on either side a narrow window. In the plastered section are smaller windows. To the left of the third transverse wing the rear facade counts 23 window axes, which are mostly coupled in twos or in fives.

Assessment

The men's pavilion II from 1905-1909 is of general importance because of its cultural and architectural-historical value as a representative example of an institutional pavilion from the beginning of the twentieth century, constructed in a building style influenced by Rationalism and Chalet style, and as a historically-functional component of the hospital complex Duin en Bosch. Because of its ensemble value.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map