TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Administratiegebouw

Castricum, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Handel en kantoor
Function
Administratiegebouw
Category
onroerend gebouwd
Built
1905 - 1909
Address
Oude Parklaan 121 Castricum (and others)
Place
Castricum
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.55746, 4.64730
Part of complex
524169
Monument number
524171

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

HOOFDGEBOUW uit 1905-1909, deel uitmakend van het ziekenhuiscomplex Duin en Bosch. Het in het centrum van het terrein gesitueerde hoofdgebouw bestaat uit een voor- en een achtergebouw. Het voorgebouw doet nog steeds dienst als administratiegebouw en ook het achtergebouw heeft zijn oorspronkelijke functie van centrale keuken en magazijn behouden. In het tot kantoorruimte verbouwde hoge gedeelte van het achtergebouw waren op de eerste en tweede verdieping slaapkamers voor het mannelijk respectievelijk vrouwelijk dienstpersoneel. Aanvankelijk bevonden zich ook in het administratiegebouw een aantal slaapkamers voor inwonend personeel. Het hoofdgebouw had oorspronkelijk een opvallende kleurstelling: het stijl- en regelwerk van het vakwerk was geel geverfd, de tussenliggende vlakken waren wit en de vensters rood.

N.B. De latere aanbouwen rond het hoofdgebouw maken geen deel uit van de bescherming.

Omschrijving

Op nagenoeg H-vormig grondplan gebouwd pand bestaande uit twee hoofdvolumes: een langwerpig voorgebouw en tegen de achtergevel hiervan een ongeveer T-vormig achtergebouw. Het voorgebouw heeft een hoogte van twee bouwlagen onder een samengesteld dak. Het achtergebouw is samengesteld uit een L-vormig keukengedeelte van één bouwlaag onder twee schilddaken met lichtkap en uit drie rechthoekige volumes van één, twee of drie bouwlagen met zadeldak. Alle daken zijn gedekt met rode verbeterde Hollandse pannen en voorzien van een overstek op gesneden klossen. De buitengevels zijn tot de eerste verdieping, de zolderverdieping of de wisseldorpels van de verdiepingsvensters opgetrokken in bruinrode machinale waalsteen in kruisverband met snijvoeg, en daarboven gepleisterd en/of uitgevoerd in vakwerk. De vensters hebben hardstenen lekdorpels. Verder is onder meer hardsteen toegepast voor de aanzetten van de strekken boven de vensters in het voorgebouw.

De 80 meter lange voorgevel (ZO) van het voorgebouw kent een symmetrische opzet met een brede en verhoogde middenrisaliet met klokkentoren en twee vleugels die eindigen in een hoekrisaliet met insnijdend zadeldak. Tegen de buitenzijde van beide hoekrisalieten sluit een risalerend rechthoekig bouwdeel aan van één bouwlaag onder een zadeldak met wolfeind en de noklijn evenwijdig aan de weg. De tussendorpels van vrijwel alle vensters in de voorgevel worden geflankeerd door hardstenen sierblokken. De middenrisaliet is tot aan de zolder uitgevoerd in schoonmetselwerk afgewisseld met hardstenen banden ter hoogte van de vensterdorpels. Zowel op de parterre als de verdieping bevindt zich links en rechts en tweetal vensters met vierruits bovenlicht. De hoofdingang in het midden heeft een drieruits bovenlicht en ter weerszijden een venster met bovenlicht. Boven de ingang is een brede hardstenen gevelsteen aangebracht waarop de functie van het gebouw: "ADMINISTRATIEGEBOUW". Deze gevelsteen draagt twee smalle vensters met vierruits bovenlicht waartussen een tweedelig venster met twee dito bovenlichten. Boven deze drie vensters bevindt zich een vergelijkbare hardstenen gevelsteen met de naam "DUIN en BOSCH". De middenrisaliet is boven de eerste verdieping uitgevoerd als een topgevel van vakwerk waarin drie zoldervensters: links en rechts een venster met tweeruits bovenlicht en in het midden twee door dito vensters geflankeerde gekoppelde ramen met vierruits bovenlicht. Boven dit vierdelige zoldervenster bevindt zich een geschoorde hijsbalk (waaraan reeds vóór de tweede wereldoorlog een vlaggenmast bevestigd is). De vierkante klokkentoren op het dak van de middenrisaliet heeft een gemetselde en in doorsnede vierkante onderbouw met in beide zijkanten twee vensters en bovenaan elke zijde een topgevel van vakwerk waarin een galmgat. Op deze onderbouw rust een kleiner vierkant dat eveneens uitgevoerd is in vakwerk en aan alle vier kanten een wijzerplaat heeft. Het torendak hierboven bestaat uit een ingesnoerde vierzijdige leigedekte spits met een ruim overstek op geprofileerde klossen. De spits wordt bekroond door een windvaan waarin de initialen van de naam van het ziekenhuis zijn uitgespaard. De vleugels ter weerszijden van de middenrisaliet zijn ter hoogte van de eerste verdieping gepleisterd. Halverwege hebben de zijvleugels op beide bouwlagen een kruisvenster met vierruits bovenlichten, en naast de middenrisaliet een tweetal dito vensters. Verder telt elke bouwlaag drie deuren (parterre) of vensters (1e verd.) met zesruits bovenlicht en ter weerszijden een smal venster met vierruits bovenlicht. De in schoonmetselwerk uitgevoerde strekken van de verdiepingvensters contrasteren met het pleisterwerk. Halverwege het dakvlak boven de zijvleugels staat een grote dakkapel voorzien van drie gekoppelde vierruits ramen waarboven een vertikaal beschot en een zadeldak met overstek. Ter weerszijden van beide dakkapellen bevindt zich een kleine driehoekige dakkapel (de rechter is verdwenen). De als topgevel uitgevoerde hoekrisalieten zijn op beide bouwlagen voorzien van een tweetal kruisvensters met vierruits bovenlichten. Middenboven bevinden zich twee gekoppelde vierruits zolderraampjes. De hoekrisalieten hebben de overgang van baksteen naar vakwerk ter hoogte van de wisseldorpels van de verdiepingsvensters. Het baksteen wordt verlevendigd door banden van hardsteen ter hoogte van de vensterdorpels. In de tegen de hoekrisalieten aansluitennde risalerende laagbouwen bevinden zich merendeels hoge kruisvensters met zesruits bovenlichten. Het bovenste gedeelte van de laagbouwen is niet uitgevoerd in vakwerk maar gepleisterd. De achtergevel (NW) van het voorgebouw wordt geleed door vijf sterk geprononceerde risalieten en vier tussenliggende gevelvlakken. De middelste en buitenste risalieten hebben een topgevel met zadeldak, de twee tussenliggende risalieten worden beëindigd door twee gekoppelde topgevels waarachter dito zadeldaken. De middenrisaliet komt het meest naar voren en is tot aan de zolder uitgevoerd in schoonmetselwerk en daarboven in vakwerk. De begane grond van de middenrisaliet staat door middel van een klein tussenlid in verbinding met de keuken van het achtergebouw. In de middenrisaliet bevinden zich twee grote vierdelige vensters ter hoogte van de achterliggende trapbordessen. De vier overige risalieten variëren in breedte, diepte en in het aantal vensters. Bij deze risalieten bevindt de overgang tussen baksteen en vakwerkzich ter hoogte van de wisseldorpels van de verdiepingsvensters. De zijgevels van de vijf risalieten zijn gesloten of voorzien van enkele smalle vensters. De vier tussenliggende gevelvlakken van de achtergevel zijn ter hoogte van de eerste verdieping gepleisterd en merendeels voorzien van kruisvensters met vierruits bovenlichten en strekken van rode baksteen. De circa 55 meter lange noordwestgevel van het achtergebouw is samengesteld uit drie rechthoekige bouwvolumes met zadeldak: een langgerekt middenvolume van drie bouwlagen, in het verlengde hiervan links een korter en breder magazijngedeelte van twee bouwlagen, en rechts een dwarsgeplaatst volume van één bouwlaag. Zowel het hoge middenvolume als het linker volume heeft de noklijn evenwijdig aan de achtergevel en is tot aan de wisseldorpels van de (1e) verdiepingsvensters uitgevoerd in schoonmetselwerk. Het linker volume is hierboven uitgevoerd in vakwerk, het middenvolume gepleisterd en bovenlangs bekleed met onderaan gepunte vertikale delen. Het middenvolume telt op beide verdiepingen negen T-vensters met drieruits bovenlicht en heeft zowel links als rechts ter hoogte van de achterliggende trapbordessen twee gekoppelde vensters. Op het dakvlak boven het middenvolume staat halverwege een driehoekige dakkapel als genoemd. Het linker volume is zowel op de begane grond als de eerste verdieping voorzien van enkele paarsgewijs geplaatste vensters van geringe grootte. Rechts bevinden zich boven de begane grond twee driedelige vensters boven elkaar. Het dakoverstek boven het linker volume wordt onderbroken door twee brede dakopbouwen voorzien van een topgevel en twee gekoppelde zoldervensters. In de topgevel van het rechter volume bevinden zich twee dito vensters (de overige vensters in deze naar achteren verlengde laagbouw zijn niet oorspronkelijk). De kopse noordoostgevel van het magazijngedeelte heeft in het midden van de begane grond en de zolderverdieping een dubbele paneeldeur met bovenin elke deurhelft een zes- (parterre) of vierruits (zolder) raam. Boven de door kleine zijlichten geflankeerde zolderdeur bevindt zich een hijsbalk. De overgang van baksteen naar vakwerk bevindt zich halverwege de eerste verdieping. Het bovenste gedeelte van de gevel is bekleed met een getrapt beschot van onderaan gepunte vertikale delen. De achtergevel (ZO) van het bij benadering T-vormige achtergebouw is weinig representatief en bestaat merendeels uit lage risalerende volumes van verschillende grootte. De twee lichtkappen op de schilddaken van de centrale keuken hebben glazen jaloezieën in de langswanden, gekoppelde ramen in de kopse zijden en een glazen zadeldak. Van de hoge ronde schoorsteen tussen beide schilddaken resteert de vierkante basis. De overgang van vierkant naar rond is uitgevoerd in hardsteen. De zuidoostgevel van het hoge bouwvolume is nagenoeg identiek aan de noordwestgevel, alleen zijn hier de vensters van de trappenhuizen kleiner.

Het INTERIEUR van het administratiegebouw is nog gedeeltelijk oorspronkelijk en onder meer voorzien van een vestibule overwelfd door troggewelfjes van geglazuurde baksteen (thans aan het oog onttrokken), een centrale hal waarin een keizerstrap met granito trapbordessen, hardstenen treden en een op ijzeren spijlen rustende houten handlijst, op beide bouwlagen een middengang van waaruit deels nog originele paneeldeuren toegang geven tot de aangrenzende vertrekken, en bovenaan de genoemde trap een door een getoogd stucplafond overwelfde ruimte waarin vier paneeldeuren leiden naar de zolders en de klokkentoren. Onderin de laatste staat een door B. Eijsbouts te Asten geleverd uurwerk uit de bouwtijd. De huidige uit 1984 daterende luidklok heeft dezelfde zwaarte (70 kilo) en toonhoogte (ges) als de oorspronkelijke klok die in de tweede wereldoorlog geroofd is. In het hoge volume van het achtergebouw bevindt zich aan beide uiteinden een trappenhuis voorzien van granito bordesvloeren en een hardstenen bordestrap waarlangs een ijzeren leuning met eikenhouten handlijst. Het onderkelderde magazijngedeelte rechtsachter heeft een vergelijkbaar trappenhuis en een brede gemetselde keldertrap van rode baksteen. De kelder wordt overwelfd door op ijzeren balken rustende troggewelfjes. Zowel de verdiepings- als zoldervloer van het magazijn rust op vier ijzeren dwarsbalken (H-profiel) die elk halverwege ondersteund wordt door een ijzeren zuil. Boven het keukengedeelte bevinden zich twee ziende kappen met verhoogde lichtkap. De door trekstangen versterkte spanten van beide kappen zijn ingelaten in korte muurstijlen waaronder hardstenen consoles De overige kappen van het hoofdgebouw zijn uitgevoerd als met brede delen beschoten gordingenkappen.

Waardering

Het hoofdgebouw met bijbehorend interieur is van algemeen belang als historisch-functioneel hoofdonderdeel van het ziekenhuiscomplex Duin en Bosch en als gaaf bewaard voorbeeld van inrichtingsarchitectuur uit het eerste decennium van de 20ste eeuw, opgetrokken in een door Rationalisme en Chalet-stijl beïnvloede bouwtrant. Vanwege de ensemblewaarde en de situering van het gebouw in het centrum van het complex.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

MAIN BUILDING from 1905-1909, forming part of the Duin en Bosch hospital complex. The main building, situated in the centre of the site, consists of a front and a rear building. The front building continues to serve as an administration building and the rear building has also retained its original function as central kitchen and store. In the high section of the rear building, which has been converted to office space, there were bedrooms on the first and second storeys for male and female domestic staff respectively. Initially, a number of bedrooms for resident staff were also located in the administration building. The main building originally had a striking colour scheme: the style and framing timbers of the half-timbered work were painted yellow, the intervening panels were white and the windows red.

N.B. The later extensions around the main building are not included in the protection.

Description

Building constructed on an approximately H-shaped ground plan consisting of two main volumes: an elongated front building and against its rear facade an approximately T-shaped rear building. The front building has a height of two storeys under a composite roof. The rear building is composed of an L-shaped kitchen section of one storey under two hipped roofs with lantern light and three rectangular volumes of one, two or three storeys with gabled roofs. All roofs are covered with red improved Dutch tiles and provided with an overhang on cut brackets. The outer facades are built up to the first storey, the attic storey or the alternating cornices of the storey windows in red-brown machine-made brick in English bond with raked joints, and above that rendered and/or executed in half-timbering. The windows have stone lintels. Stone is further applied for the springers of the stretches above the windows in the front building.

The 80 metre long front facade (SE) of the front building has a symmetrical arrangement with a broad and raised central risalit with bell tower and two wings ending in a corner risalit with incised gabled roof. Against the outside of both corner risalits adjoins a protruding rectangular building section of one storey under a gabled roof with half-hipped end and the ridge line parallel to the road. The intermediate cornices of virtually all windows in the front facade are flanked by stone ornamental blocks. The central risalit is executed up to the attic in facing brickwork alternating with stone bands at the height of the window cornices. Both on the ground floor and the storey there are on the left and right a pair of windows with four-pane fanlights. The main entrance in the middle has a three-pane fanlight and on either side a window with fanlight. Above the entrance a broad stone facade stone has been applied on which the function of the building: "ADMINISTRATION BUILDING". This facade stone bears two narrow windows with four-pane fanlights between which a two-part window with two such fanlights. Above these three windows is a similar stone facade stone with the name "DUIN en BOSCH". The central risalit above the first storey is executed as a stepped gable of half-timbering in which three attic windows: on the left and right a window with two-pane fanlight and in the middle two coupled windows with four-pane fanlight flanked by such windows. Above this four-part attic window is a braced hoisting beam (to which a flagpole had already been attached before the Second World War). The square bell tower on the roof of the central risalit has a masoned and square in cross-section lower structure with two windows on both sides and at the top of each side a stepped gable of half-timbering in which a sound hole. On this lower structure rests a smaller square which is likewise executed in half-timbering and has a clock face on all four sides. The tower roof above consists of a constricted four-sided slate-covered spire with ample overhang on profiled brackets. The spire is crowned by a weathervane in which the initials of the name of the hospital are cut out. The wings on either side of the central risalit are rendered at the height of the first storey. Halfway up, the side wings have on both storeys a cross window with four-pane fanlights, and next to the central risalit a pair of such windows. Furthermore, each storey has three doors (ground floor) or windows (1st storey) with six-pane fanlight and on either side a narrow window with four-pane fanlight. The stretches of the storey windows executed in facing brickwork contrast with the rendering. Halfway up the roof slope above the side wings stands a large dormer window provided with three coupled four-pane windows above which vertical boarding and a gabled roof with overhang. On either side of both dormers is a small triangular dormer (the right one has disappeared). The corner risalits executed as stepped gables are on both storeys provided with a pair of cross windows with four-pane fanlights. In the middle above are two coupled four-pane attic windows. The corner risalits have the transition from brick to half-timbering at the height of the alternating cornices of the storey windows. The brickwork is enlivened by bands of stone at the height of the window cornices. In the low buildings adjoining the corner risalits are mostly tall cross windows with six-pane fanlights. The upper section of the low buildings is not executed in half-timbering but rendered. The rear facade (NW) of the front building is articulated by five pronounced risalits and four intervening facade planes. The middle and outer risalits have a stepped gable with gabled roof, the two intervening risalits are terminated by two coupled stepped gables behind which are likewise gabled roofs. The central risalit projects most forward and is executed up to the attic in facing brickwork and above that in half-timbering. The ground floor of the central risalit is connected by means of a small intermediate section to the kitchen of the rear building. In the central risalit are two large four-part windows at the height of the rear stairwell landings. The four remaining risalits vary in width, depth and in the number of windows. With these risalits, the transition between brick and half-timbering is at the height of the alternating cornices of the storey windows. The side facades of the five risalits are closed or provided with a few narrow windows. The four intervening facade planes of the rear facade are rendered at the height of the first storey and mostly provided with cross windows with four-pane fanlights and stretches of red brickwork. The approximately 55 metre long north-west facade of the rear building is composed of three rectangular building volumes with gabled roofs: an elongated central volume of three storeys, adjacent to it on the left a shorter and broader store section of two storeys, and on the right a cross-placed volume of one storey. Both the high central volume and the left volume have the ridge line parallel to the rear facade and is executed up to the alternating cornices of the (first) storey windows in facing brickwork. The left volume is executed above this in half-timbering, the central volume rendered and above bordered with vertically pointed sections at the bottom. The central volume has on both storeys nine T-windows with three-pane fanlight and has on both left and right at the height of the rear stairwell landings two coupled windows. Halfway up the roof slope above the central volume stands a triangular dormer as mentioned. The left volume is provided on both the ground floor and the first storey with a few paired windows of small size. On the right are above the ground floor two three-part windows one above the other. The roof overhang above the left volume is interrupted by two broad roof additions provided with a stepped gable and two coupled attic windows. In the stepped gable of the right volume are two such windows (the remaining windows in this rearward extended low building are not original). The end north-east facade of the store section has in the middle of the ground floor and the attic storey a double panelled door with in the top of each door leaf a six-pane (ground floor) or four-pane (attic) window. Above the attic door flanked by small side lights is a hoisting beam. The transition from brick to half-timbering is located halfway up the first storey. The upper section of the facade is clad with stepped boarding of vertically pointed sections at the bottom. The rear facade (SE) of the approximately T-shaped rear building is not very representative and consists mostly of low protruding volumes of various sizes. The two lantern lights on the hipped roofs of the central kitchen have glass jalousies in the longitudinal walls, coupled windows in the end sides and a glass gabled roof. Of the tall round chimney between both hipped roofs, the square base remains. The transition from square to round is executed in stone. The south-east facade of the high building volume is almost identical to the north-west facade, except that here the windows of the staircases are smaller.

The INTERIOR of the administration building is still partially original and is among other things provided with a vestibule vaulted by trough vaults of glazed brickwork (now hidden from view), a central hall with an imperial staircase with granite stairwell landings, stone treads and a wooden handrail resting on iron balusters, on both storeys a central corridor from which partly original panelled doors give access to the adjoining rooms, and at the top of the mentioned stairs a space vaulted by a curved stucco ceiling in which four panelled doors lead to the attics and the bell tower. At the bottom of the latter is a clockwork delivered by B. Eijsbouts of Asten dating from the building period. The current bell dating from 1984 has the same weight (70 kilos) and pitch (G) as the original bell which was stolen during the Second World War. In the high volume of the rear building are at both ends a stairwell provided with granite landing floors and a stone landing staircase along which an iron railing with oak handrail. The cellaried store section to the rear right has a similar stairwell and a wide masoned cellar staircase of red brickwork. The cellar is vaulted by trough vaults resting on iron beams. Both the storey and attic floor of the store rest on four iron cross-beams (H-section) each supported halfway by an iron column. Above the kitchen section are two roof truss structures with raised lantern light. The trusses of both structures reinforced by tie rods are let into short wall stanchions under which stone consoles. The remaining roof trusses of the main building are executed as joist trusses with broad boarding.

Evaluation

The main building with its interior is of general importance as a historic-functional main component of the Duin en Bosch hospital complex and as a well-preserved example of institutional architecture from the first decade of the 20th century, constructed in a building style influenced by Rationalism and Chalet style. Due to its ensemble value and the location of the building in the centre of the complex.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map