TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Vrouwenpaviljoen III (Kinnehin)

Castricum, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gezondheidszorg
Function
Ziekenpaviljoen
Category
onroerend gebouwd
Built
1905 - 1909
Address
Kinnehin 1, 1901 ZP Castricum (and others)
Place
Castricum
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.55961, 4.64343
Part of complex
524169
Monument number
524181

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Voormalig ZIEKENPAVILJOEN uit 1905-1909, deel uitmakend van het ziekenhuiscomplex Duin en Bosch. Dit vrouwenpaviljoen III dat de naam Kinnehin droeg (thans Prinses zu Wied geheten) was bestemd voor 65 zware en chronische vrouwelijke psychiatrische patiënten. Vermoedelijk om die reden ligt het ver naar achteren op het terrein van Duin en Bosch. Van de drie oorspronkelijke vrouwenpaviljoens is Kinnehin het enig overgebleven. De bouw van de in 1909 in gebruik genomen paviljoens werd gegund op 31 mei 1905. De oorspronkelijk L-vormige laagbouw linksvoor is vóór 1946 in dezelfde stijl vergroot tot haar huidige T-vorm. In 1997 is Kinnehin verbouwd tot appartementencomplex. Het interieur werd daartoe geheel vernieuwd en het exterieur gerestaureerd. Uitwendig onderging het gebouw enkele wijzigingen. Zo is de roedenverdeling in de vensters gewijzigd en werden ten behoeve van de nieuwe functie bescheiden balkons en serres aangebracht. Vanwege de "onrustige" patiënten waren de ruitjes oorspronkelijk kleiner en bezet met dik glas. Langs de op het zuidoosten gerichte voorgevel waren overdekte terrassen "zoodat de patiënten zoodra 't weer dit eenigszins toelaat, van de buitenlucht kunnen genieten". Van de luifel boven de terrassen resteert het linker gedeelte.

Omschrijving

Op onregelmatig grondplan gebouwd pand van twee bouwlagen bestaande uit een rechthoekig hoofdvolume met zadeldak, tegen de achtergevel hiervan twee uitbouwen met insnijdende zadeldaken, tegen de rechterzijgevel een terugliggend nevenvolume met schilddak, linksachter een eveneens rechthoekig nevenvolume met zadeldak en vóór de laatste een eveneens tegen de linkerzijgevel van het hoofdvolume aansluitend T-vormig bouwdeel van één bouwlaag met zadeldak (de voet van de "T" sluit aan tegen de zijgevel). Alle daken hebben een flauwe dakhelling, een ruim overstek op gesneden klossen en een dekking van rode kruispannen. De buitengevels zijn opgetrokken in rode machinale waalsteen in kruisverband met snijvoeg en vanaf een per bouwvolume wisselende hoogte gepleisterd en witgesausd. Het pleisterwerk wordt verlevendigd door banden van rode baksteen, o.a. ter hoogte van de zoldervloer en de onder- en wisseldorpels van de verdiepingsvensters. De geveltoppen zijn uitgevoerd in vakwerk. Voor de lekdorpels onder de vensters is hardsteen toegepast evenals voor de aanzetten van de segmentbogen of strekken boven de vensters. De grotere vensters zijn uitgevoerd als een kruisvenster met meerruits bovenlicht (in de voorgevel van het hoofdvolume en de laagbouw oorspronkelijk negenruits valramen). De voorgevel (ZO) van het hoofdvolume heeft rechts van het midden een verhoogde en licht risalerende middenpartij onder twee evenwijdige zadeldaken haaks op het voorschild. De middenpartij is voorzien van vier vensterassen met kruisvensters en een klein zoldervenster in beide topgevels. Op de parterre bevindt zich in de tweede en vierde vensteras geen venster maar een deur met bovenlicht. Links van de risaliet telt de voorgevel twee keer drie vensterassen met in de tweede en vijfde as van links op de begane grond een deur met bovenlicht. Rechts van de De parterrevensters in het hoofdvolume worden evenals de verdiepingsvensters in de middenrisaliet ontlast door segmentbogen van rode baksteen. Het terugliggende rechter volume telt drie vensterassen (beneden oorspronkelijk T-vensters met achtruits bovenlicht, boven kruisvensters met vierruits bovenlichten). Ter hoogte van de segmentbogen boven de parterrevensters heeft het rechter volume een roze gevoegde band die zich voortzet in de rechterzij- en achtergevel. Zowel op het zuidoostelijke dakvlak van het terugliggende bouwvolume als ter weerszijden van de verhoogde middenpartij van het hoofdvolume bevindt zich een driehoekige dakkapel (het voorschild van de laagbouw telde drie dito dakkapellen). Op het voorschild van het hoofdvolume staat rechtsonder een vierkante schoorsteen. De ruim twintig overige schoorstenen staan op de achterschilden van de diverse bouwdelen en hebben een vierkante of een rechthoekige doorsnede. Alle schoorstenen zijn gemetseld in rode baksteen en voorzien van een betonnen zadeldakje (de ribbels op het beton suggereren tuiles du nord) waaronder naar gelang de breedte van de schoorsteen één tot dertien openingen.

De voorgevel (ZO) van de laagbouw sluit aan op die van het hoofdvolume en is voorzien van drie deuren met bovenlicht en een kruisvenster ter weerszijden van elke deur. Onder de bovenlichten van de zes vensters en de drie deuren hangt aan acht ijzeren stangen een brede doorgaande luifel die zich oorspronkelijk uitstrekte tot en met het hoofdvolume. Door de bovenlichten boven de luifel uit te laten steken ontvangen de achterliggende vertrekken toch voldoende licht. De kopse rechterzijgevel (NO) van het paviljoen kent een symmetrische opzet met in het midden de door zij- en bovenlichten omgeven voormalige hoofdingang waarboven een door hardsteen omlijst veld met de naam van het paviljoen. Dit veld vormt de basis van een verhoogde middenrisaliet met insnijdend zadeldak. Deze middenrisaliet is ter plaatse van de verdieping niet gepleisterd, maar uitgevoerd in schoonmetselwerk en voorzien van een kruisvenster met ter weerszijden hiervan een smal venster van gelijke hoogte. De vensterdorpels worden geflankeerd door hardstenen sierblokken. Middenboven heeft de middenrisaliet een driedelig zoldervenster en bovenin het dakoverstek erboven een hijsbalk. Ter weerszijden van de middenrisaliet en de hoofdingang daaronder was de gevel oorspronkelijk gesloten. Bovenin de kopse linkerzijgevel (ZW) van het hoofdvolume bevinden zich vier gekoppelde zolderramen. De verlengde linkerzijgevel (ZW) van de laagbouw telt elf muuropeningen waarin merendeels kruisvensters. Het (aangebouwde) linker deel van deze gevel springt enigszins naar voren en heeft een verlaagd zadeldak. In beide kopse gevels van de laagbouw bevindt zich een tweeruits zoldervenster. De achtergevel (NW) van het paviljoen heeft door de eerdergenoemde uitbouwen en risalerende nevenvolumes een sterk geleed en weinig regelmatig aanzien. Het rechter nevenvolume waarin vijf isoleerkamers waren ondergebracht telt drie vensterassen met kruisvensters. Bij dit nevenvolume zet het vakwerk van de kopgevels zich voort onder het overstek van de langsgevels. Onder het vakwerk is dit bouwvolume niet gedeeltelijk gepleisterd maar geheel uitgevoerd in schoonmetselwerk. Het grote linker nevenvolume is onder meer voorzien van een kruisvenster links- en rechtsboven en een middenrisaliet waarin drie smalle hoge vensters die het achterliggende trappenhuis verlichtten. Boven deze middenrisaliet is het dakvlak lager doorgetrokken. In de twee uitbouwen tegen de achtergevel van het hoofdvolume bevinden zich diverse typen vensters waaronder in meerderheid smalle hoge vensters. De rechter van deze twee risalieten heeft rechts een uitgebouwd neventrappenhuis van anderhalve bouwlaag met plat dak. De drie terugliggende gevelvlakken tellen elk drie vensterassen met overwegend kruisvensters. Tegen de achtergevel van de T-vormige laagbouw bevindt zich een uitgebouwde voormalige isoleerkamer met kruisvenster en plat dak. De kleine voormalige toiletuitbouw rechts hiervan is voorzien van twee smalle (naar beneden verlengde) vensters. Links van uitgebouwde isoleerkamer bevinden zich twee kruisvensters met in de linker een deur.

Waardering

Het voormalige vrouwenpaviljoen III is van algemeen belang als historisch-functioneel onderdeel van het ziekenhuiscomplex Duin en Bosch en als uitwendig grotendeels gaaf bewaard voorbeeld van inrichtingsarchitectuur uit het eerste decennium van de 20ste eeuw, opgetrokken in een door Rationalisme en Chalet-stijl beïnvloede bouwtrant. Voor het oeuvre van architect F. Poggenbeek en ingenieur J. Scholtens. Vanwege de ensemblewaarde.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Former SICK PAVILION from 1905-1909, part of the Duin en Bosch hospital complex. This women's pavilion III which bore the name Kinnehin (now called Prinses zu Wied) was intended for 65 severe and chronic female psychiatric patients. Presumably for that reason it is located far to the rear of the Duin en Bosch grounds. Of the three original women's pavilions, Kinnehin is the only one remaining. The construction of the pavilions put into use in 1909 was awarded on 31 May 1905. The originally L-shaped low building on the front left was enlarged before 1946 in the same style to its current T-shape. In 1997 Kinnehin was converted into an apartment complex. The interior was completely renovated for this purpose and the exterior restored. Externally the building underwent some modifications. The glazing bars in the windows were altered and, for the purposes of the new function, modest balconies and conservatories were added. Because of the "troublesome" patients, the panes were originally smaller and set with thick glass. Along the southeast-facing front facade were covered terraces "so that the patients, as soon as the weather permits, could enjoy the fresh air". Of the canopy above the terraces, only the left part remains.

Description

Building constructed on an irregular ground plan consisting of two storeys comprising a rectangular main volume with gabled roof, against the rear facade of which two projecting structures with recessing gabled roofs, against the right side facade a recessed side volume with hipped roof, rear left a likewise rectangular side volume with gabled roof and in front of the latter, also adjoining the left side facade of the main volume, a T-shaped building section of one storey with gabled roof (the foot of the "T" adjoins the side facade). All roofs have a shallow pitch, generous overhang on cut brackets and a covering of red interlocking roof tiles. The exterior facades are constructed in red machine-made Dutch bond brickwork with cut joints and from a height varying per building volume plastered and whitewashed. The plasterwork is enlivened by bands of red brick, including at the height of the attic floor and the lower and intermediate toothed corbels of the floor windows. The gable tops are executed in timber framing. Hard stone is used for the drip moulds below the windows as well as for the springer stones of the segment arches or lintels above the windows. The larger windows are executed as cross windows with multi-light fanlights (in the front facade of the main volume and the low building originally nine-light sash windows). The front facade (SE) of the main volume has to the right of centre an elevated and slightly projecting central section under two parallel gabled roofs perpendicular to the front wall slope. The central section is provided with four window bays with cross windows and a small attic window in both gable tops. On the ground floor, in the second and fourth window bay there is no window but a door with fanlight. To the left of the projection the front facade has two groups of three window bays with in the second and fifth bay from the left on the ground floor a door with fanlight. To the right of the The ground floor windows in the main volume are, like the floor windows in the central projection, relieved by segment arches of red brick. The recessed right volume has three window bays (below originally T-windows with back-light fanlights, above cross windows with four-light fanlights). At the height of the segment arches above the ground floor windows, the right volume has a pink-jointed band which continues in the right side and rear facades. Both on the southeast roof slope of the recessed building volume and on either side of the elevated central section of the main volume there is a triangular roof dormer (the front wall slope of the low building had three such roof dormers). On the front wall slope of the main volume stands bottom right a square chimney. The more than twenty other chimneys stand on the rear slopes of the various building sections and have a square or rectangular cross-section. All chimneys are built in red brick and provided with a concrete gabled roof (the ribs on the concrete suggest tuiles du nord) below which, depending on the width of the chimney, there are one to thirteen openings.

The front facade (SE) of the low building adjoins that of the main volume and is provided with three doors with fanlights and a cross window on either side of each door. Below the fanlights of the six windows and three doors hangs a wide continuous canopy from eight iron rods which originally extended to and including the main volume. By allowing the fanlights above the canopy to protrude, the rooms behind still receive sufficient light. The end right side facade (NE) of the pavilion has a symmetrical design with in the centre the former main entrance surrounded by side and top lights above which a field framed by hard stone with the name of the pavilion. This field forms the base of an elevated central projection with recessing gabled roof. This central projection is not plastered at the floor level, but executed in fair-faced brickwork and provided with a cross window with on either side a narrow window of equal height. The window sills are flanked by hard stone decorative blocks. Centre-top the central projection has a three-part attic window and above it in the roof overhang a hoisting beam. On either side of the central projection and the main entrance below it the facade was originally closed. At the top of the end left side facade (SW) of the main volume are four coupled attic windows. The extended left side facade (SW) of the low building has eleven wall openings, most of which are cross windows. The (adjoining) left part of this facade projects somewhat forward and has a lowered gabled roof. In both end facades of the low building there is a two-light attic window. The rear facade (NW) of the pavilion, owing to the aforementioned projecting structures and projecting side volumes, has a strongly articulated and little regular appearance. The right side volume, in which five isolation rooms were housed, has three window bays with cross windows. At this side volume, the timber framing of the gable tops continues under the overhang of the long facades. Below the timber framing this building volume is not partially plastered but entirely executed in fair-faced brickwork. The large left side volume is inter alia provided with a cross window top left and top right and a central projection in which three narrow tall windows which lit the rear stairwell. Above this central projection the roof slope is carried lower. In the two projecting structures against the rear facade of the main volume there are various types of windows, including predominantly narrow tall windows. The right of these two projections has on the right an adjoining side stairwell of one-and-a-half storeys with flat roof. The three recessed facade sections each have three window bays with predominantly cross windows. Against the rear facade of the T-shaped low building is an adjoining former isolation room with cross window and flat roof. The small former toilet extension to the right of this is provided with two narrow (downward extended) windows. To the left of the adjoining isolation room are two cross windows, in the left one a door.

Valuation

The former women's pavilion III is of general interest as a historically-functional component of the Duin en Bosch hospital complex and as an externally largely intact example of institutional architecture from the first decade of the 20th century, constructed in a building style influenced by Rationalism and Chalet style. For the oeuvre of architect F. Poggenbeek and engineer J. Scholtens. On account of its ensemble value.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map