TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Breehorn

Castricum, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gezondheidszorg
Function
Ziekenpaviljoen
Category
onroerend gebouwd
Built
1934 - 1935
Address
Oude Parklaan 157, 1901 ZZ Castricum (and others)
Place
Castricum
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.55892, 4.64428
Part of complex
524169
Monument number
524180

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1930 map "Handelskaart van Nederland / naar de nieuwste officiëele gegevens bewerkt" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Op het terrein van Duin en Bosch gelegen ZIEKENPAVILJOEN voor vrouwen, genaamd "het nieuwe paviljoen" of "paviljoen Breehorn". Het op dezelfde manier als de oorspronkelijke vrouwenpaviljoens georiënteerde paviljoen is gebouwd in 1934-1935 in Interbellum-architectuur.

Omschrijving

Op een T-vormige plattegrond over twee bouwlagen, in halfsteens verband opgetrokken bouwlichaam onder met rode verbeterde holle pannen gedekte schilddaken. Aan de achterzijde bevinden zich dwarsgeplaatste uitbouwen van verschillende hoogte onder vlakke daken. Hierdoor ontstaan drie U-vormige ruimtes. Aan de voorzijde bevinden zich twee kleine uitbouwen onder vlakke daken en een aangebouwde vlakke luifel. De houten kozijnen, aan de achterzijde overwegend enkel en aan de voorzijde gekoppeld, per twee en per vier, hebben houten kalven, een stalen roedenverdeling en betonnen lateien. Deze roedenverdeling is aan de voorzijde vierruits boven en zesruits onder. Aan de zij- en achtergevels komen ook vensters met een fijnere roedenverdeling voor: twaalfruits boven en eenentwintig onder. De bovenlichten zijn valramen, onder bevinden zich overwegend draairamen. De glasdeuren met zesruits ramen zijn op dezelfde manier vormgegeven. Rondom een overkragende goot en een kantsteen gemetseld fries boven een doorlopende (grind)betonnen latei.

In de noordoostgevel van het dwarsdeel van de T-vorm bevindt zich de hoofdingang in het verlengde van de gang die over de hele lengte van het paviljoen loopt. De entree, dubbele glasdeuren geflankeerd door kozijnen van het standaardtype heeft de vlakke, door pijlers gedragen luifel, op de kalfhoogte. De pijlers rusten op gemetselde blokken. Links van de luifel een smal tweeruits venster. Rechts van de entree bevindt zich onder een steekkap het uitgebouwde trappenhuis met een hoog venster over bijna de hele hoogte, boven een rond raam. De kozijnen links van het trappenhuis, zes op de verdieping en vier op de begane grond zijn van het gekoppelde basistype. In de langgerekte dakkapel drie tienruits lichtstroken. Het één bouwlaag hoge bouwdeel rechts van het trappenhuis telt zes brede staande vensters met zesruits bovenlichten. De zuidoostelijke zijde van het dwarsdeel heeft op de begane grond drie dubbele deuren met vierruits bovenlichten en op de teruggelegen verdieping twee gekoppelde kozijnen van het standaardtype, een vierruits roedenverdeling in het bovenlicht met een zesruits raam daaronder. Het balkon heeft een ronde stalen leuning op de borstwering. De binnenkant van het dwarsdeel heeft dezelfde gekoppelde ramen, twee beneden en drie boven. In de oksel van het dwarsdeel en de hoofdvorm bevindt zich een uitbouw met centraal eenzelfde raam maar nog eens verdubbeld (dus vier bovenlichten), tussen dubbele glasdeuren onder de standaard bovenlichten en lateien. De borstwering en de leuning zijn als die van het dwarsdeel. Op de verdieping dezelfde geleding. In de hoeken boven en beneden twee kleine smalle vensters. In de kopse kant van de uitbouw is een dubbel standaard kozijn geplaatst en bevindt zich op kalfhoogte een vlakke, langgerekte luifel op pijlers die rusten op een gemetselde borstwering. Een zelfde luifel bevindt zich in de oksel met de eenlaagse uitbouw aan de andere kant van de voorgevel. Met uitzondering van de ramen en deuren in deze uitbouw zijn alle kozijnen in de voorgevel van het standaardtype, de kozijnen met vier bovenlichten soms met middelstijl. De uitbouw heeft een breed staand venster en aan weerszijden van de dubbele glasdeuren een verbreding van het kozijn.

In de kap zijn langgerekte dakkapellen geplaatst met drie keer drie gekoppelde vierruits ramen.

De asymmetrische zuidwestelijke, naar achter uitstekende kopse kant heeft in de met een steekkap afgesloten risaliet over de gehele hoogte van het trappenhuis een staand venster boven een rond raam. Rechts daarvan dubbele glasdeuren met de vlakke betonnen luifel op kalfhoogte, gedragen door betonnen pijlers op gemetselde blokken. Rechts van de entree twee en op de verdieping drie gekoppelde kozijnen van het standaardtype. Links van de risaliet op de begane grond en de verdieping drie staande vensters met boven en onder een fijne roedenverdeling. In de eenlaagse uitbouw links twee staande, enkele kozijnen van het basistype (zesruits onderramen, vierruits bovenlichten). De achterzijde van deze uitbouw heeft drie van dergelijke vensters. De eerste U-vormige ruimte, rechts aan de noordwestelijke zijde, heeft rechts in de uitbouw twee kozijnen van het basistype waartussen een smal venster, in het tweelagig gedeelte vier dito kozijnen op de verdieping met daartussen een smal venster en op de begane grond een deur en twee standaard kozijnen en drie smalle vensters. In de kap een eenvoudige dakkapel met vierruits raam. De aansluitende zijde heeft op de verdieping zeven en op de begane grond zes standaard kozijnen en een deur. In de kap een enkele dakkapel en een die aansluit op de getrapte uitbouw die de ander poot van de U vormt. Deze poot is in drie trappen opgebouwd met op de middelste een dakterras met ijzeren leuningen. In de zuidwestgevel van deze uitbouw op de begane grond vier staande kozijnen, vier smalle vensters en een deur, op de eerste verdieping drie staande kozijnen en vier smalle vensters en op de tweede verdieping alleen vier smalle vensters. De kopse kant van deze poot heeft een vergelijkbare entree als de linker uitbouw aan de voorgevel, maar met slechts een glasdeur en de flankerende kozijnen niet naar de grond doorgetrokken. Op het dakterras erboven komen dubbele deuren uit van het basistype.

De tweede U-vormige binnenplaats heeft rechts in de getrapte uitbouw, op de begane grond vijf staande kozijnen en op de verdieping drie kozijnen van het basistype. In de derde trap loopt over de twee verdiepingen een hoog smal raam, te vergelijken met de trappenhuisramen aan de kopse kanten van het paviljoen. In de oksel bevindt zich een blokvormige uitbouw met een deur en een staand kozijn. Op de derde trap sluit weer een dakkapel aan. De aansluitende zijde heeft een rechthoekige middenrisaliet met op elk van de drie bouwlagen twee smalle vensters en in de zijkanten op de begane grond toegangsdeuren. Aan weerszijden van het uitgebouwde trappenhuis op de begane grond en op de verdieping twee kozijnen van het basistype. De eenlaagse linker poot van de tweede U heeft drie brede staande vensters, een toegangsdeur en drie smalle vensters. De kopse zijde is blind. De derde U-vormige binnenplaats heeft rechts vier brede, staande vensters en een toegangsdeur. In de aansluitende zijde bevinden zich op de begane grond dubbele deuren en vier dubbele kozijnen van het basistype. Voorts op de verdieping zeven, boven de uitbouw één en op de begane grond twee enkele kozijnen van het basistype. In de kap drie dakkapellen met vierruits ramen. De andere poot van de U heeft een eenlaags deel onder een apart schilddak met daarin een langgerekte dakkapel voorzien van drie gekoppelde tienruits liggende ramen. In dit lage deel vier basiskozijnen, een breder staand kozijn en een glasdeur. In het tweelaags gedeelte tegen de hoofdvorm, bevinden zich drie smalle vensters op de verdieping en op de begane grond. De kopse kant van deze poot heeft een entree als de kopse kant tussen de eerste en de tweede U-vormige ruimte.

Het INTERIEUR verkeert nog grotendeels in de oorspronkelijke staat. De diverse behandelruimtes zijn alle aan de lange gang gelegen die zich over de hele lengte van het paviljoen uitstrekt. Bij het betreden van de hoofdingang bevindt zich links een open ruimte door een kolonnade van ronde pijlers afgescheiden van de gang. Deze pijlers dragen zichtbaar de betonnen balken van de dragende skeletstructuur. Van de kleinere interieuronderdelen op de begane grond zijn de tegelvloer, deuren, lambrisering en rustbank oorspronkelijk. In de laatste van de behandelkamers bevindt zich een vaste kast met afsluitbare opbergkastjes van de patiënten, waarvan de voorwand door het personeel met één sleutel is te openen. Het paviljoen heeft een vloerverwarming uit de bouwperiode.

Waardering

Het paviljoen uit 1934-1935 met bijbehorend interieur is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf voorbeeld van een inrichtingspaviljoen uit de jaren dertig van de 20ste eeuw opgetrokken in Interbellum-architectuur. Als historisch-functioneel onderdeel van het ziekenhuiscomplex Duin en Bosch. Verder vanwege de ensemblewaarde.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Located on the grounds of Duin en Bosch, a HOSPITAL WARD PAVILION for women, called "the new pavilion" or "Breehorn pavilion". The pavilion, oriented in the same manner as the original women's pavilions, was built in 1934-1935 in Interbellum architecture.

Description

On a T-shaped floor plan over two storeys, a masonry structure built in half-brick bond under hipped roofs covered with red improved hollow tiles. On the rear side there are transverse outbuildings of varying heights under flat roofs. This creates three U-shaped spaces. On the front side there are two small outbuildings under flat roofs and an attached flat canopy. The wooden frames, predominantly single on the rear side and coupled on the front side, in pairs and in fours, have wooden muntins, a steel glazing bars and concrete lintels. This glazing bar arrangement on the front side is four-pane over six-pane. On the side and rear facades there are also windows with finer glazing bars: twelve-pane over twenty-one-pane. The fanlights are pivot windows, below there are predominantly swing windows. The glass doors with six-pane windows are designed in the same manner. Around an overhanging gutter and a stone edge corbelled frieze above a continuous (gravel) concrete lintel.

In the northeastern facade of the transverse part of the T-shape is the main entrance in line with the corridor that runs the full length of the pavilion. The entrance, double glass doors flanked by frames of the standard type, has the flat canopy carried by pillars, at the moulding height. The pillars rest on masonry blocks. Left of the canopy a narrow two-pane window. Right of the entrance is the built-out stairwell under a steeper roof with a tall window spanning almost the full height, above a round window. The frames left of the stairwell, six on the upper floor and four on the ground floor are of the coupled basic type. In the elongated roof dormer three ten-pane light strips. The one-storey building section right of the stairwell has six broad upright windows with six-pane fanlights. The southeastern side of the transverse part has on the ground floor three double doors with four-pane fanlights and on the recessed upper floor two coupled frames of the standard type, a four-pane glazing bar arrangement in the fanlight with a six-pane window beneath. The balcony has a round steel railing on the parapet. The inside of the transverse part has the same coupled windows, two below and three above. In the corner where the transverse part and the main structure meet there is an extension with centrally the same window but doubled again (thus four fanlights), between double glass doors under the standard fanlights and lintels. The parapet and railing are the same as those of the transverse part. On the upper floor the same articulation. In the corners above and below two small narrow windows. In the end facade of the extension is a double standard frame and at moulding height is a flat, elongated canopy on pillars that rest on a masonry parapet. The same canopy is found in the corner with the one-storey extension on the other side of the front facade. With the exception of the windows and doors in this extension, all frames in the front facade are of the standard type, the frames with four fanlights sometimes with a centre mullion. The extension has a broad upright window and on either side of the double glass doors a widening of the frame.

In the roof are elongated roof dormers with three times three coupled four-pane windows.

The asymmetrical southwestern, rear-projecting end facade has in the risalit terminated with a steeper roof spanning the full height of the stairwell an upright window above a round window. To the right of it double glass doors with the flat concrete canopy at moulding height, carried by concrete pillars on masonry blocks. Right of the entrance two and on the upper floor three coupled frames of the standard type. Left of the risalit on the ground floor and upper floor three upright windows with above and below a fine glazing bar arrangement. In the one-storey extension on the left two upright, single frames of the basic type (six-pane lower windows, four-pane fanlights). The rear of this extension has three such windows. The first U-shaped space, right on the northwestern side, has right in the extension two frames of the basic type with a narrow window between them, in the two-storey section four such frames on the upper floor with a narrow window between them and on the ground floor a door and two standard frames and three narrow windows. In the roof a simple roof dormer with four-pane window. The adjoining side has on the upper floor seven and on the ground floor six standard frames and a door. In the roof a single roof dormer and one connecting to the stepped extension that forms the other arm of the U. This arm is built up in three steps with on the middle one a roof terrace with iron railings. In the southwestern facade of this extension on the ground floor four upright frames, four narrow windows and a door, on the first upper floor three upright frames and four narrow windows and on the second upper floor only four narrow windows. The end facade of this arm has a similar entrance as the left extension on the front facade, but with only a glass door and the flanking frames not extending to the ground. On the roof terrace above, double doors of the basic type open out.

The second U-shaped courtyard has right in the stepped extension, on the ground floor five upright frames and on the upper floor three frames of the basic type. In the third step a tall narrow window runs across the two storeys, comparable to the stairwell windows at the end facades of the pavilion. In the corner is a block-shaped extension with a door and an upright frame. On the third step another roof dormer connects. The adjoining side has a rectangular central risalit with on each of the three storeys two narrow windows and on the sides on the ground floor access doors. On either side of the built-out stairwell on the ground floor and on the upper floor two frames of the basic type. The one-storey left arm of the second U has three broad upright windows, an access door and three narrow windows. The end side is blank. The third U-shaped courtyard has right four broad, upright windows and an access door. In the adjoining side on the ground floor are double doors and four double frames of the basic type. Furthermore on the upper floor seven, above the extension one and on the ground floor two single frames of the basic type. In the roof three roof dormers with four-pane windows. The other arm of the U has a one-storey section under a separate hipped roof with in it an elongated roof dormer provided with three coupled ten-pane horizontal windows. In this low section four basic frames, a broader upright frame and a glass door. In the two-storey section against the main structure, three narrow windows on the upper floor and on the ground floor. The end facade of this arm has an entrance as the end facade between the first and second U-shaped space.

The INTERIOR is still largely in its original state. The various treatment rooms are all located on the long corridor that extends the full length of the pavilion. Upon entering the main entrance on the left is an open space separated from the corridor by a colonnade of round pillars. These pillars visibly support the concrete beams of the load-bearing skeleton structure. Of the smaller interior components on the ground floor the tile floor, doors, wainscoting and bench seat are original. In the last of the treatment rooms there is a fixed cabinet with lockable storage cupboards for patients, the front of which can be opened by staff with a single key. The pavilion has floor heating from the building period.

Valuation

The pavilion of 1934-1935 with its associated interior is of general importance for its cultural and architectural historical value as an intact example of an institutional pavilion from the 1930s built in Interbellum architecture. As a historically-functional component of the hospital complex Duin en Bosch. Furthermore for its ensemble value.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map