TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

St. Antonius

Castricum, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gezondheidszorg
Function
Gezondheidskolonie
Category
onroerend gebouwd
Built
1934
Address
Heereweg 114, 1901 ME Castricum
Place
Castricum
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.57280, 4.65412
Monument number
524129

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1930 map "Handelskaart van Nederland / naar de nieuwste officiëele gegevens bewerkt" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Aan de westzijde van de Heereweg en in het duingebied gelegen voormalig KOLONIEHUIS gebouwd in 1934 naar ontwerp van de Haagse architect J.B. Fels in een door het werk van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright beïnvloede bouwstijl. Opdrachtgever was de Christelijke Vereniging voor Kinderuitzending in Amsterdam, die echter tijdens de bouw failliet ging. Vervolgens werd het project overgenomen door de eveneens in de hoofdstad gevestigde Stichting Katholieke Kinderuitzending. Deze stichting exploiteerde meerdere koloniehuizen (o.a. in Boxtel en op de Veluwe) waaronder een oud pension aan het Pompplein in Egmond aan Zee. Hiervoor in de plaats kwam het nieuwe koloniehuis dat de naam "St. Antonius" kreeg. Tot ver na de oorlog bleef het gebouw in gebruik als vakantie- en rustoord voor jongens en meisjes ("bleekneusjes") van katholieke huize. Momenteel is in het pand een medisch kinderhuis gevestigd. Bij het ontwerpproces van het koloniehuis speelde de zonligging een belangrijke rol: de slaap-, speel- en eetzalen werden gesitueerd op het zuiden, de keukens, toiletten, garderbobe's en overige dienstruimten op het noorden. In de markante architectuur met zijn flauw hellende schilddaken met ruim overstek is duidelijk de invloed herkenbaar van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright.

N.B. De uitbreidingen uit de jaren '70 vallen niet onder de bescherming.

Omschrijving

Op H-vormig grondplan gebouwd koloniehuis bestaande uit een vrijwel haaks op de Heereweg staand langwerpig hoofdgebouw dat door een corridor verbonden wordt met een noordelijker en evenwijdig gelegen nevengebouw van geringere afmetingen. Het oorspronkelijk symmetrische hoofdgebouw kent een driedelige opzet met een twee bouwlagen hoog middendeel tussen even lange zijvleugels van één bouwlaag, die onder een flauwe hoek met het middendeel in zuidelijke richting gedraaid zijn. Het nevengebouw en de corridor zijn beide één bouwlaag hoog. De laatste heeft een zadeldak met ruim overstek. De eerste verdieping op het middendeel van het hoofdgebouw is niet over de volle breedte aangebracht, maar ligt aan de noordzijde enkele meters terug. De overgang tussen parterre en verdieping wordt hier gevormd door een lessenaarsdak (met ruim overstek) boven de vensters van de begane grond en onder de verdiepingsvensters. Alle overige bouwvolumes zijn voorzien van flauw hellende schilddaken met ruim overstek. Op de daken liggen zwartgeglazuurde grote Romaanse pannen. Het buitenmuurwerk is opgetrokken in witgesausde machinale baksteen waalformaat in kettingverband met platvolle voeg. De plint is zwart geschilderd. De gevels zijn vermoedelijk vanaf het begin wit geweest, want uit oude foto's blijkt dat ze al in 1940 witgesaust waren. De doorgaande betonnen lekdorpels onder alle vensters en de, eveneens in beton uitgevoerde, uitkragende doorgaande lateien erboven versterken de overwegend horizontale lijnen van de gevels. Temidden hiervan vormt de uit blokvormige bouwmassa's opgebouwde ingangspartij in het midden van de voorgevel (N) van het hoofdgebouw een sterk vertikaal accent. De ingangspartij steekt uit boven het genoemde lessenaarsdak en betaat uit twee risalerende rechthoekige (in grondplan en aanzicht) bouwvolumes met een plat dak ter hoogte van de onderzijde van de verdiepingvensters, en daartussen een eveneens haaks op de gevel staand rechthoekig bouwvolume dat boven de eerste verdieping uitsteekt en voorzien is van een haaks op het hoofddak aansluitend schilddak met ruim overstek. Tussen de twee eerstgenoemde bouwvolumes - beide zijn in het midden voorzien van een vertikale gleuf met daarachter vensters - is een uitkragende betonnen luifel aangebracht waaronder de terugliggende voordeur, een dubbele deur met in elke deurvleugel een groot staand glaspaneel waarvoor siersmeedwerk. Het tussenliggende bouwvolume heeft boven de luifel en tot vlak onder het dakoverstek een smalle uitgebouwde vertikale vensterpartij (ter hoogte van het achterliggende trappenhuis) waarop een uitkragende betonnen plaat. Tegen de rechterzijgevel (W) van het middenste bouwvolume is rechts in de hoek een in doorsnede rechthoekige en bovenaan opengewerkte schoorsteen opgetrokken. De ingangspartij is overigens ten behoeve van de verwarmingsinstallatie onderkelderd. In het midden van de horizontale gevelvlakken links en rechts van de hoofdingang bevindt zich een paneeldeur met bovenin vier glaspanelen. Ter weerszijden van beide deuren zijn vijf kleine staande vensters aangebracht.

Ter hoogte van de aansluiting tussen het middendeel en de oostvleugel bevindt zich een rechthoekige uitbouw onder een schilddak (met ruim overstek) haaks op het hoofddak. De overgang tussen met middendeel en de westvleugel wordt gevormd door de haaks op het middendeel en het nevengebouw staande corridor. Langs de oostgevel hiervan is over de volle lengte een bloembak gemetseld. Boven de aansluiting van het zadeldak van de corridor tegen het dak van het middengebouw is, half verdiept in het laatstgenoemde dak, een vijfzijdig balkon aangebracht dat aan de buitenzijde bekleed is met gesmoorde daktegels. Beide zijvleugels (hierin waren de slaapzalen ondergebracht) hebben een verhoogde middenrisaliet (circa 1 meter hoger opgetrokken dan de parterre-gevels) waarvan het van een ruim overstek voorziene schilddak haaks aansluit op het dak van de zijvleugels. Waar de nokken van de zijvleugeldaken de zijschilden van het dak boven het verhoogde middendeel raken is een kubusvormig schoorsteen gemetseld. In de oorspronkelijk symmetrische zuidgevel van het hoofdgebouw wordt de overgang tussen het hoge middendeel en de naar voren komende zijgevels gevormd door een smal risalerend blokvormig bouwvolume (in aanzicht een staande rechthoek) waarvan het platte betonnen dak aansluit op de doorgaande betonnen lekdorpel onder de verdiepingsvensters van het middendeel. Beide zijvleugels hebben ook aan deze zijde een middenrisaliet. Deze komen echter minder sterk naar voren en blijven daardoor binnen het brede dakoverstek.

Het nevengebouw bestaat links en rechts van de corridor uit twee ongeveer even lange vleugels: een smalle oostvleugel en een brede en hogere westvleugel (in de laatste waren de eetzaal en de onderkelderde keuken ondergebracht). Tegen de zuidoosthoek van de oostvleugel is een vierkante sokkel gemetseld waarop een witgesaust terracotta beeld van St. Antonius. De noordgevel van het oostvleugel heeft in het midden een getrapte uitbouw onder een schilddak dat haaks aansluit op het schilddak van de oostvleugel. Het zuidelijke dakschild van het grote schilddak boven de westvleugel telt vijf inpandige balkons. Op het westelijke dakschild staat een gemetselde dakkapel uit de bouwtijd met een plat dak voorzien van een gering overstek.

INTERIEUR. De centrale gang in het middendeel van het hoofdgebouw heeft een lambrisering van geelgeglazuurde tegels met een boven- en onderrand van zwartgeglazuurde tegels. De gangvloer bestaat uit grijsgespikkelde tegels met langs de rand een dubbele bies van zwarte tegels en middenornamenten van zwarte en rode tegels. De gang op de eerste verdieping heeft eenzelfde vloer, maar in plaats van een tegellambrisering gepleisterde wanden. Hierin zijn nog de originele deuren aanwezig - vlakke deuren met bovenin een liggend raam - die toegang geven tot de voor het personeel bestemde vertrekken op de eerste verdieping.

Waardering

Het kinderhuis met bijbehorend interieur is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorisch waarde als merendeels gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een koloniehuis uit de jaren '30 van de twintigste eeuw opgetrokken in Wrightiaanse stijl.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Former COLONY HOUSE located on the west side of the Heereweg and in the dune area, built in 1934 to a design by The Hague architect J.B. Fels in a building style influenced by the work of American architect Frank Lloyd Wright. The client was the Christian Association for Children's Holiday Stays based in Amsterdam, which however went bankrupt during construction. The project was subsequently taken over by the Foundation for Catholic Children's Holiday Stays, also based in the capital. This foundation operated multiple colony houses (including in Boxtel and on the Veluwe) including a former guesthouse at the Pompplein in Egmond aan Zee. In its place came the new colony house which was given the name "St. Antonius". Long after the war the building continued to be used as a holiday and rest home for boys and girls ("pale faces") from Catholic families. Currently the building houses a children's medical facility. In the design process of the colony house, sun exposure played an important role: the sleeping, play and dining halls were situated on the south side, the kitchens, toilets, cloakrooms and other service rooms on the north side. In the striking architecture with its gently sloping hipped roofs with generous overhang, the influence of American architect Frank Lloyd Wright is clearly recognizable.

N.B. The extensions from the 1970s are not protected.

Description

Colony house built on an H-shaped floor plan consisting of an elongated main building standing virtually at right angles to the Heereweg, which is connected by a corridor to a more northerly and parallel secondary building of smaller dimensions. The originally symmetrical main building has a three-part arrangement with a two-storey central section between equally long single-storey side wings, which are angled at an oblique angle to the central section in a southerly direction. The secondary building and the corridor are both single storeys high. The latter has a gabled roof with generous overhang. The first floor of the central section of the main building is not provided across the full width, but is set back several metres on the north side. The transition between ground floor and first floor is formed here by a sloping roof (with generous overhang) above the ground floor windows and below the first floor windows. All other building volumes are provided with gently sloping hipped roofs with generous overhang. The roofs are covered with black-glazed large Romanesque tiles. The outer brickwork is laid in whitewashed machine-made brick in Waal format in running bond with recessed joints. The plinth is painted black. The facades were presumably white from the beginning, as old photographs show that they were already whitewashed in 1940. The continuous concrete drip mouldings below all windows and the likewise concrete cantilevered continuous lintels above them reinforce the predominantly horizontal lines of the facades. Amidst this, the entrance bay built up from cubic building masses in the centre of the front facade (N) of the main building forms a strong vertical accent. The entrance bay projects above the aforementioned sloping roof and consists of two projecting rectangular (in plan and elevation) building volumes with a flat roof at the level of the underside of the first floor windows, and between them a likewise perpendicular to the facade rectangular building volume that projects above the first floor and is provided with a hipped roof with generous overhang running perpendicular to the main roof. Between the two first-mentioned building volumes - both are provided in the middle with a vertical slot with windows behind it - an overhanging concrete canopy has been installed beneath which the recessed front door, a double door with in each door leaf a large upright glass panel with ornamental ironwork in front of it. The intermediate building volume has above the canopy and flush with the roof edge a narrow projecting vertical window bay (at the level of the stairwell behind it) on which rests an overhanging concrete slab. Against the right side facade (W) of the middle building volume, a rectangular in section and open-worked at the top chimney is built in the corner on the right. The entrance bay is moreover undercellared for the heating installation. In the middle of the horizontal facade surfaces left and right of the main entrance is a panelled door with four glass panels at the top. Five small upright windows are arranged on either side of both doors.

At the level of the connection between the central section and the east wing is a rectangular extension under a hipped roof (with generous overhang) perpendicular to the main roof. The transition between the central section and the west wing is formed by the corridor running perpendicular to the central section and the secondary building. Along the east facade of this, a planter has been laid in brickwork over the full length. Above the connection of the gabled roof of the corridor against the roof of the central building, a five-sided balcony has been installed, half-recessed into the latter roof, which is clad on the outside with hipped roof tiles. Both side wings (which housed the sleeping halls) have a raised central projection (approximately 1 metre higher than the ground floor facades) whose hipped roof provided with generous overhang runs perpendicular to the roof of the side wings. Where the ridges of the side wing roofs meet the side slopes of the roof above the raised central section, a cubic chimney has been built. In the originally symmetrical south facade of the main building, the transition between the tall central section and the forward-projecting side facades is formed by a narrow projecting cubic building volume (in elevation an upright rectangle) whose flat concrete roof connects to the continuous concrete drip moulding below the first floor windows of the central section. Both side wings also have a central projection on this side. These however project less prominently and thereby remain within the broad roof overhang.

The secondary building consists to the left and right of the corridor of two approximately equally long wings: a narrow east wing and a broad and taller west wing (the latter housed the dining hall and the undercellared kitchen). Against the southeast corner of the east wing is a square base built in brickwork on which stands a whitewashed terracotta statue of St. Antonius. The north facade of the east wing has in the middle a stepped extension under a hipped roof that runs perpendicular to the hipped roof of the east wing. The southern roof slope of the large hipped roof above the west wing has five internal balconies. On the western roof slope stands a brick dormer from the period of construction with a flat roof provided with slight overhang.

INTERIOR. The central corridor in the central section of the main building has a wall lining of yellow-glazed tiles with an upper and lower border of black-glazed tiles. The corridor floor consists of grey-speckled tiles with along the edge a double border of black tiles and middle ornaments of black and red tiles. The corridor on the first floor has the same floor, but instead of tile wall lining has plastered walls. The original doors are still present here - flat doors with a horizontal window at the top - which provide access to the rooms intended for staff on the first floor.

Valuation

The children's house with its associated interior is of general importance for its cultural and architectural historical value as a largely well-preserved example of a colony house from the 1930s constructed in Wrightian style.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map