TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Uiterdijk 78

Zoelen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1899
Address
Uiterdijk 78, 4011 EW Zoelen (Buren 25)
Place
Zoelen
Municipality
Buren
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.91455, 5.41947
Monument number
523122

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1879 map "De Nieuwe Hollandsche Waterlinie en de stelling in de Geldersche Vallei / ontworpen door M.H.J. Plantenga ; geteekend door M. van Meurs" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De VILLA met HEKWERK is gebouwd in 1899 in een mengvorm van neorenaissance en chaletstijl. De villa maakte oorspronkelijk deel uit van een T-boerderij. Het dwars geplaatste voorhuis van de T-boerderij, waarin gedurende de tweede helft van de 19de eeuw een stoomboterfabriek was gevestigd, werd in 1899 afgebroken en vervangen door de villa. De eerste steen werd gelegd door Charles Constant Hasselman, de kleinzoon van de familie Hasselman die de aangrenzende buitenplaats Djoerang bewoonde. Zijn vader was van 1912 tot 1933 burgemeester van Zoelen en de villa deed dienst als ambtswoning. Het bedrijfsgedeelte werd min of meer losgekoppeld van de villa en verbouwd tot boerenwoning. Haaks op dit bedrijfsgedeelte werden in 1899 nieuwe stallen gebouwd. Het voormalige bedrijfsgedeelte is herhaaldelijk gewijzigd en valt niet onder de bescherming. Bij de noordoostelijke hoek van het huis is midden jaren zeventig een muur met pergola gebouwd. Deze valt niet onder de bescherming.

De VILLA is gelegen temidden van een parkachtige tuin met oude bomen op een wigvormig stuk grond, dat wordt omsloten door de Uiterdijk aan de noordzijde en de Linge aan de zuidzijde. Op de punt van de wig ligt een boomgaard. Tussen de tuin en de boomgaard loopt een verhard pad naar een brug over de Linge. Aan de zijde van de Uiterdijk en het pad bevinden zich delen van een geornamenteerd smeedijzeren hekwerk. Langs de boomgaard staat een eenvoudiger spijlenhek.

Omschrijving

Het grondplan van de VILLA is samengesteld uit twee evenwijdige rechthoeken, die ten opzichte van elkaar verschoven zijn. De villa heeft een kelder, twee bouwlagen, een toren van drie bouwlagen en een zolderverdieping onder een samengesteld dak. Het dak bestaat uit twee overstekende haaks op elkaar staande zadeldaken met eindschilden en een plat dak. Een van de zadeldaken heeft een overstekende steekkap. De daken zijn gedekt met gesmoorde en rode kruispannen. De steekkap heeft windveren en een gesneden schijnspant op korbelen. De geprofileerde bakgoten hebben een gesneden rand. De daken zijn voorzien van pironnen, schoorstenen en dakkapellen met zinken tentdakjes en pironnen. De toren heeft een ingesnoerde spits met shingles en piron.

De villa is opgetrokken uit in kruisverband gemetselde rode baksteen. De asymmetrisch ingedeelde gevels worden horizontaal geleed door een gepleisterde plint, geprofileerde waterlijsten en speklagen met diamantkoppen op de hoeken. De gevels zijn voorzien van smeedijzeren muurankers. Vensters en deuren zijn gevat in een gepleisterde omlijsting en worden afgesloten met strekken, segment- of rondbogen. Bij de bogen is gebruik gemaakt van rode profielstenen. De boogtrommels zijn voorzien van metselmozaïek of geornamenteerd pleisterwerk. Strekken en bogen hebben gepleisterde geboorte- en sluitstenen. De lekdorpels zijn van hardsteen. De vensters hebben kozijnen met geknipte loodslabben en schuiframen, overwegend met T-verdeling en gedeeld bovenlicht.

De VOORGEVEL (oostgevel) heeft ongeveer in het midden een licht vooruitspringend gedeelte met topgevel. Hiervoor staat een vijfzijdige houten veranda met oorspronkelijk uitneembare glaspanelen op een stenen onderbouw. De veranda heeft tuindeuren, 2-ruits glaspanelen en rondboogbovenlichten met gekleurd glas-in-lood. Op de veranda, die wordt afgesloten met een gesneden rand bevindt zich een balkon. Het balkon is toegankelijk via een dubbele deur met zij- en bovenlichten. In de topgevel is een venster. Links van de vijfzijdige veranda bevindt zich een rechthoekige serre die op nagenoeg dezelfde wijze is gedetailleerd. De vorm van de bovenlichten en de gesneden rand wijken iets af. Bovendien is het balkon boven op de serre kleiner en voorzien van een gesneden houten balkonbalustrade met houten hoekposten. Dit balkon is toegankelijk via een dubbele balkondeur met gedeeld bovenlicht. Rechts van de middenpartij bevindt zich in de eerste en de tweede bouwlaag een venster met twee schuiframen.

De verspringende RECHTER ZIJGEVEL (noordgevel) heeft in het midden de toren, waarin zich de ingangspartij bevindt. Deze bestaat uit een dubbele neorenaissance-paneeldeur met twee rondboogruiten, smeedijzeren roosters en bovenlicht in een portiek met een vloer van gekleurde patroontegels, een lambrisering van metrotegels en stucpanelen op de wand. Het portiek is toegankelijk via een rondboogvormig afgesloten opening in de oostgevel van de toren. De opening is enkele jaren na de bouw dicht gezet met een dubbele glasdeur met bovenlicht. Voor het portiek ligt een hardstenen stoep met balustrade. De noordgevel van de toren heeft in de eerste bouwlaag een venster, de oostgevel in de tweede bouwlaag. In de derde bouwlaag van de toren bevindt zich zowel aan de oost- als de noordzijde een rondboog tweelicht. Links en rechts van de toren bevinden zich in de eerste en tweede bouwlaag respectievelijk één en twee vensters. In de noordgevel is een steen ingemetseld met het monogram CCH' (Charles Constant Hasselman) en de datum 26-10-1899'. De verspringende LINKER ZIJGEVEL heeft rechts een vooruitspringend gedeelte met topgevel, dat in de eerste en tweede bouwlaag twee vensters met t-schuiframen heeft en in de topgevel twee smallere vensters bezit. Het linker gedeelte onder het platte dak wordt afgesloten met een houten daklijst en heeft twee vensters en een dubbele deur met bovenlicht in de eerste en drie vensters in de tweede bouwlaag. Tussen de deur (gang) en de twee vensters (keuken) is haaks op de gevel een muur gemetseld.

De ACHTERGEVEL links van het bedrijfsgedeelte heeft enkel in de topgevel een venster, dat is voorzien van een 4-ruits stolpraam en een rondboogtrommel. Rechts van de aansluiting op het bedrijfsgedeelte heeft de achtergevel twee vensters in de eerste en de tweede bouwlaag. Hier bevindt zich tussen het woonhuis en het bedrijfsgedeelte een smalle gang. Aan het einde van de gang bevindt zich vóór de aansluiting met het bedrijfsgedeelte een uitbouw met deur. Boven de uitbouw en in de tweede bouwlaag van de aansluiting bevinden zich twee gedeelde vensters. Bij de hoek van de achtergevel en de linker zijgevel liggen een waterreservoir en twee filterbakken. Het regenwater werd via de hemelwaterafvoerbuizen ter zuivering door een kolenfilter geleid en vervolgens in het reservoir opgeslagen, waaruit het kon worden opgepompt onder andere in de keuken. De tuin wordt deels omgeven door een geornamenteerd smeedijzeren HEKWERK. De boomgaard heeft een eenvoudiger smeedijzeren hekwerk.

De oorspronkelijke indeling van het INTERIEUR is bewaard gebleven evenals vele oorspronkelijke interieurelementen. De twee boven beschreven rechthoeken worden gescheiden door een gang, die van de noord- naar de zuidgevel loopt. In de gang bevinden zich twee tochtportalen met glasdeuren, boven- en zijlichten, voorzien van geëtst glas. De gang heeft een marmeren vloer en plinten, een lambrisering, pilasters en stucpanelen op de wanden, geornamenteerde stucplafonds en consoles. In de gang bevindt zich de trap met geornamenteerde houten trappaal en smeedijzeren leuning met houten handlijst. De zuidoostelijke rechthoek bevat drie op de tuin gerichte kamers met schuifdeuren en een geornamenteerde schoorsteenmantel van geaderd rood marmer in de herenkamer, een eenvoudige houten schoorsteenmantel in de middelste kamer die toegang tot de veranda geeft en een zwart marmeren schoorsteenmantel in de tuinkamer. De kamers hebben geornamenteerde stucplafonds, paneeldeuren in geprofileerde omlijsting met geornamenteerde kroonlijsten van papier-maché, schuifdeuren naar de veranda en vouwblinden. De veranda heeft een vloer van geornamenteerde patroontegels. De noordoostelijke rechthoek bevat de eetkamer met geornamenteerd stucplafond en de dienstvertrekken waaronder de keuken met aanrechtkastjes, pompkast en grote muurkast. Er zijn twee kelders met troggewelfjes. Op de eerste verdieping bevinden zich twee kamers met geornamenteerd stucplafonds en zwart marmeren schoorsteenmantels met betegelde achterwand. De trap naar de zolder heeft geornamenteerde houten spijlen in plaats van smeedijzeren. Er is ook een diensttrap, waarvan het bovenste deel tot kast is verbouwd. Op zolder bevinden zich een dienstbodenkamertje, een washok, een ingebouwde kast en droogrekken.

Waardering VILLA met HEKWERKEN uit 1899.

Van architectuurhistorische waarde als een goed en gaaf voorbeeld in ex- en interieur van een villa in neorenaissance- en chaletstijl met esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals bijzondere ornamentatie en materiaalgebruik.

Van stedenbouwkundige waarde vanwege de schilderachtige ligging in een bocht van de dijk aan de oever van het riviertje de Linge.

Van cultuurhistorische waarde als uitdrukking van een sociaal-economische ontwikkeling in de tweede helft van de 19de eeuw, namelijk het ontstaan van grote rijkdom bij bepaalde boeren in de Betuwe, wat een culturele ontwikkeling tot gevolg had, namelijk het verbouwen of herbouwen van het voorhuis van hun T-boerderij in een villa, waaraan iedere herinnering aan het oorspronkelijk agrarische karakter ontbrak. Van cultuurhistorische waarde als een goed voorbeeld van een vrij gaaf bewaard gebleven laat 19de-eeuws interieur van welgestelden met onder meer de kenmerkende scheiding tussen woon- en dienstvertrekken.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The VILLA with IRONWORK was built in 1899 in a mixed style of neo-Renaissance and chalet style. The villa originally formed part of a T-shaped farmhouse. The transversely placed front house of the T-shaped farmhouse, in which a steam butter factory had been established during the second half of the 19th century, was demolished in 1899 and replaced by the villa. The foundation stone was laid by Charles Constant Hasselman, the grandson of the Hasselman family who inhabited the adjacent country estate Djoerang. His father was mayor of Zoelen from 1912 to 1933 and the villa served as the official residence. The business section was more or less decoupled from the villa and converted into a farmhouse. New stables were built at right angles to this business section in 1899. The former business section has been repeatedly altered and does not fall under protection. At the north-eastern corner of the house a wall with pergola was built in the mid-1970s. This does not fall under protection.

The VILLA is situated amidst a park-like garden with old trees on a wedge-shaped piece of land, which is enclosed by the Uiterdijk on the north side and the Linge on the south side. At the point of the wedge lies an orchard. Between the garden and the orchard runs a paved path to a bridge over the Linge. On the side of the Uiterdijk and the path are parts of ornamental wrought-iron IRONWORK. Along the orchard stands simpler slatted fencing.

Description

The ground plan of the VILLA is composed of two parallel rectangles which are offset relative to each other. The villa has a basement, two storeys, a tower of three storeys and an attic storey under a complex roof. The roof consists of two overhanging gabled roofs perpendicular to each other with half-hips and a flat roof. One of the gabled roofs has an overhanging pent roof. The roofs are covered with suppressed and red interlocking tiles. The pent roof has roof cresting and a carved false end tile on corbels. The profiled gutters have a carved edge. The roofs are provided with roof finials, chimneys and roof dormers with zinc canopy roofs and finials. The tower has a pinched spire with shingles and finial.

The villa is built of red brick laid in running bond. The asymmetrically divided facades are horizontally articulated by a plastered plinth, profiled drip mouldings and strings with diamond-shaped stops at the corners. The facades are provided with wrought-iron wall anchors. Windows and doors are set in a plastered frame and are closed with straight lintels, segmental or round arches. For the arches, red profile bricks have been used. The arch drums are provided with brick mosaic or ornamental plasterwork. Lintels and arches have plastered sills and lug stones. The water sills are of hard stone. The windows have frames with cut lead cames and sash windows, predominantly with T-glazing and divided fanlight.

The FRONT FACADE (east facade) has in approximately the middle a slightly projecting section with stepped gable. In front of this stands a five-sided wooden veranda with originally removable glass panes on a stone foundation. The veranda has garden doors, 2-light glass panes and round-arch fanlights with coloured glass-in-lead. On the veranda, which is closed with a carved edge, is a balcony. The balcony is accessible via a double door with side and fanlights. In the stepped gable is a window. To the left of the five-sided veranda is a rectangular conservatory detailed in much the same way. The shape of the fanlights and the carved edge differ slightly. Furthermore, the balcony above the conservatory is smaller and provided with a carved wooden balcony balustrade with wooden corner posts. This balcony is accessible via a double balcony door with divided fanlight. To the right of the central section is in the first and second storey a window with two sash windows.

The offset RIGHT SIDE FACADE (north facade) has in the middle the tower, in which the entrance section is located. This consists of a double neo-Renaissance panel door with two round-arch panes, wrought-iron grilles and fanlight in a porch with a floor of coloured patterned tiles, wainscoting of metro tiles and stucco panels on the wall. The porch is accessible via a round-arch closed opening in the east facade of the tower. The opening was sealed several years after construction with a double glass door with fanlight. In front of the porch lies a hard stone step with balustrade. The north facade of the tower has in the first storey a window, the east facade in the second storey. In the third storey of the tower is on both the east and north side a round-arch two-light. To the left and right of the tower are in the first and second storey respectively one and two windows. In the north facade is a stone set into the wall with the monogram 'CCH' (Charles Constant Hasselman) and the date '26-10-1899'.

The offset LEFT SIDE FACADE has on the right a projecting section with stepped gable, which in the first and second storey has two windows with T-sash windows and in the stepped gable two narrower windows. The left section under the flat roof is closed with a wooden eaves board and has two windows and a double door with fanlight in the first and three windows in the second storey. Between the door (hall) and the two windows (kitchen) a wall is built perpendicular to the facade.

The REAR FACADE to the left of the business section has only in the stepped gable a window, which is provided with a 4-light pivot window and a round-arch drum. To the right of the junction with the business section, the rear facade has two windows in the first and second storey. Here, between the main house and the business section, is a narrow hall. At the end of the hall, before the junction with the business section, is a small extension with door. Above the extension and in the second storey of the junction are two divided windows. At the corner of the rear facade and the left side facade are a water reservoir and two filter tanks. The rainwater was directed via the rainwater drainage pipes through a charcoal filter for purification and subsequently stored in the reservoir, from which it could be pumped, among other places, into the kitchen. The garden is partly surrounded by ornamental wrought-iron IRONWORK. The orchard has simpler wrought-iron fencing.

The original layout of the INTERIOR has been preserved as well as many original interior elements. The two rectangles described above are separated by a hall, which runs from the north to the south facade. In the hall are two draught-proof portals with glass doors, fanlights and side lights, provided with etched glass. The hall has a marble floor and skirting boards, wainscoting, pilasters and stucco panels on the walls, ornamental stucco ceilings and consoles. In the hall is the staircase with ornamental wooden newel and wrought-iron handrail with wooden handrail. The south-eastern rectangle contains three garden-facing rooms with sliding doors and an ornamental fireplace mantel of veined red marble in the drawing room, a simple wooden fireplace mantel in the middle room which gives access to the veranda and a black marble fireplace mantel in the garden room. The rooms have ornamental stucco ceilings, panel doors in profiled frames with ornamental cornices of papier-mâché, sliding doors to the veranda and venetian blinds. The veranda has a floor of ornamental patterned tiles. The north-eastern rectangle contains the dining room with ornamental stucco ceiling and the service rooms including the kitchen with fitted cupboards, pump cabinet and large wall cupboard. There are two basements with barrel vaults. On the first floor are two rooms with ornamental stucco ceilings and black marble fireplace mantels with tiled back. The staircase to the attic has ornamental wooden spindles instead of wrought-iron. There is also a service staircase, the upper part of which has been converted into a cupboard. On the attic are a small servant's room, a laundry room, a fitted cupboard and drying racks.

Valuation

VILLA with IRONWORK from 1899.

Of architectural-historical value as a good and well-preserved example in exterior and interior of a villa in neo-Renaissance and chalet style with aesthetic qualities in the design such as particular ornamentation and use of materials.

Of urban-planning value due to the picturesque location in a bend of the dyke on the bank of the small river Linge.

Of cultural-historical value as an expression of a socio-economic development in the second half of the 19th century, namely the emergence of great wealth among certain farmers in the Betuwe, which resulted in a cultural development, namely the renovation or reconstruction of the front house of their T-shaped farmhouse into a villa, which lacked any reminder of its original agrarian character.

Of cultural-historical value as a good example of a relatively well-preserved late 19th-century interior of the wealthy with among other things the characteristic separation between living quarters and service rooms.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map