TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Wilhelminasingel 40

Nijmegen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1902
Address
Wilhelminasingel 40, Locatie: Altrade, 6524 AP Nijmegen (and others)
Place
Nijmegen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.84020, 5.86398
Monument number
523069

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Twee HERENHUIZEN met HEKWERK, gebouwd in 1902 voor en vermoedelijk ook door aannemer H. BARTELS. Beide huizen vormen een deel van de aaneengesloten westelijke gevelwand van deze straat die weer onderdeel uitmaakt van de zogenaamde '19de eeuwse gordel' van Nijmegen. Deze stadsuitleg met singels uit de periode 1880-1920 is als stadsbeeld beschermd. De afscheiding van de voortuinen door hekwerken is karakteristiek voor dit gebied. De huizen zijn ontworpen in een Overgangsarchitectuur, waarin kenmerken van de Art Nouveau en van de Neo-Renaissance zijn terug te vinden. Opvallend is dat de gevels van de panden anders zijn uitgevoerd dan ze op de bouwtekening uita 1898 zijn aangegeven. Waren ze op de tekening nog symmetrisch en vooral aan de Neo-Renaissance verwant, in werkelijkheid zijn ze nu asymmetrisch ingedeeld en uitbundig vormgegeven. Hoewel de indeling van beide huizen nagenoeg identiek is, onderscheiden ze zich van elkaar door de toegepaste gevelvormgeving.

Omschrijving

Twee onderkelderde herenhuizen met drie bouwlagen en een plat dak. De derde bouwlaag is aan de voorzijde voorzien van een doorgaand dakschild dat met asfaltleien is belegd en is voorzien van twee oorspronkelijke dakkapellen met lessenaarsdaken. De windveren van beide dakkapellen zijn voorzien van gesneden koppen. De VOORGEVELS van beide huizen hebben elk een indeling in twee beuken, die nog wordt benadrukt door het gebruik van twee kleuren baksteen, gecombineerd met een hoger doorgetrokken gevelgedeelte. Bij nummer 40 is de rechterbeuk hoger doorgetrokken en beÙindigd met een 'schoudergevel'. De linkerbeuk van nummer 42 heeft een getrapte, recht afgesloten beÙindiging met een baksteenbalustrade. Bij beide panden is de bovenverdieping gedeeltelijk uitgevoerd in rode baksteen. Beide hoger doorgetrokken beuken en een verticale as tussen beide panden zijn in grauwe baksteen gemetseld. De panden zijn voor wat betreft de indeling ongeveer aan elkaar gespiegeld. In elke gevel zijn de diverse geveldetailleringen echter verschillend toegepast, waardoor er een zeer gevarieerd gevelbeeld is ontstaan. Bij beide panden kenmerkt de onderverdieping zich door een in hardsteen uitgevoerde borstwering met kelderramen en daarboven een driezijdige erker rechts met links daarvan de entreepartij en een raam. De borstwering is door een profiellijst afgesloten. Bij beide panden is de hoger gesitueerde ingangspartij bereikbaar via een aantal hardstenen traptreden, bij nummer 40 nog voorzien van het oorspronkelijke traphek. De oorspronkelijke en in Art Nouveaustijl uitgevoerde voordeur is voorzien van smeedwerk en bevindt zich in een kozijn dat bij nummer 40 is voorzien van een bovenlicht, gevormd door twee bakstenen kolommetjes tussen drie smalle bovenlichten en een deels gepleisterde omlijsting. De entreepartij van nummer 42 heeft een halfrond afgesloten bovenlicht met glas-in-loodvulling. Boven beide deuren bevindt zich tussen kalf en bovenlicht een schuin geplaatst luifeltje met in zweepslagmotieven uitgevoerde ijzeren steunen. Links van de deur bevindt zich bij beide panden een groot schuifraam, waarvan het bovenlicht bij nummer 40 nog een middenroede heeft. De ramen hebben een gedecoreerde hardstenen latei. De onderpui van beide gevels kent een sterk horizontale werking door de brede sierbanden in pleisterwerk, die op de verdiepingen weer ontbreken. Beide driezijdige erkers bevatten elk drie schuiframen, die bij nummer 40 nog voorzien van de oorspronkelijke middenroeden in de bovenlichten. De lateien boven de ramen zijn bewerkt en de afsluitende geprofileerde goot is ter plaatse van het middelste raam doorbroken door een bakstenen balustrade van het op de erker uitkomende balkon. De gepleisterde deklijst met vazen is bij nummer 42 niet meer aanwezig. De dubbele balkondeur die op het balkon van nummer 40 uitkomt bevindt zich in een breed kozijn dat korfboogvormig is afgesloten en is voorzien van zij- en bovenlichten. De korfboog is in rode baksteen uitgevoerd en voorzien gepleisterde onderdelen. Hierboven bevinden zich in het doorgetrokken gevelgedeelte twee smalle ramen, gescheiden door een baksteenkolom en onderling verbonden door latei en onderdorpel. De schoudergevel is voorzien van dekplaten en een gepleisterde afsluiting. Op de verdieping van de linkerbeuk van 40 en de rechterbeuk van 42 bevindt zich eenzelfde type venster, dat echter bij 42 als balkondeurkozijn is uitgevoerd. Een groot stolpraam (deur) is voorzien van twee en lagere smalle zijlichten, een doorlopende vensterdorpel en een getrapt gepleisterde en gedecoreerde lateiafsluiting aan de bovenzijde. Boven beide kozijnen bevindt zich een geprofileerde gootlijst op klossen en een gepleisterde architraaflijst. Daartussen bevindt zich, als scheiding tussen beide panden, een gemetseld opzetstuk met een hardstenen afsluiting. De verdiepingramen van 42 hebben een rondboogvormige afsluiting in rode baksteen. De gekoppelde rondbogen hebben gepleisterde geboorte- en sluitstenen. In het doorgetrokken gevelvlak bevinden zich twee smalle ramen, gescheiden door een baksteenkolom en onderling verbonden door een latei en een onderdorpel. Het gevelvlak wordt recht beÙindigd met een baksteenbalustrade.

De ZIJGEVELS van beide panden zijn niet zichtbaar. De hoge ACHTERGEVELS zijn bij beide panden gepleisterd en hebben een risalerend bouwdeel aan de rechterzijde. In dit bouwdeel bevinden zich de ramen en de toegangsdeur tot het souterrain en de per twee gekoppelde ramen van de drie bouwlagen daarboven. De oorspronkelijke schuif- en stolpramen in deze gevels zijn bij nummer 40 nog het meest oorspronkelijk aanwezig. Hier zijn alleen de bovenlichten aangepast. Alle ramen bevinden zich in segmentboogvormig afgesloten vensteropeningen, waarin oorspronkelijk ook persiennes hebben gehangen. Deze zijn bij nummer 42 op twee bouwlagen nog aanwezig. In het bij beide panden terugleggende gedeelte links is boven op het uitgebouwde souterrain een houten platgedekte serre aanwezig. Deze was oorspronkelijk door middel van een houten trap met de tuin verbonden. Bij nummer 40 zijn serre en trapleuningen nog oorspronkelijk en voorzien van houtsnijwerk en dubbele schuifdeuren. Bij nummer 42 is voor de oorspronkelijke serre een houten terras uitgebouwd die door middel van een trap aan de zijkant met de tuin is verbonden. Boven de serre's bevindt zich in het terugliggende gevelgedeelte een breed segmentboogvormige gevelopeningen waarin een balkondeurkozijn is opgenomen. Op de derde bouwlaag bevinden zich bij elk pand twee segmentboogvormg afgesloten ramen.

De RUIMTELIJKE INDELING is bij beide panden bewaard gebleven en nog voorzien van vele oorspronkelijke INTERIEURONDERDELEN. Het interieur van nummer 40 is het meest oorspronkelijk bewaard gebleven. Bij elk pand worden de twee beuken van elk huis gescheiden door een gang met aan de linkerkant twee kamers met daartussen het grote trappenhuis. Aan de rechterzijde bevindt zich de kamer en suite met aangebouwde serre. Ook de kelder heeft een centrale gang met daaraan oorspronkelijk een grote keuken aan de zijde van de Wilhelminasingel, de mangelkamer, provisiekamer, kelder, kolenbergplaats en poetshok. Opvallend onderdeel in de panden zijn de grote centraal gelegen trappenhuizen die door een lichtkoepel van boven worden verlicht. De trapbalusters zijn van gesmeed ijzer. De gangen hebben marmeren vloeren. Bij nummer 40 heeft het voorhalletje een moza'ekvloertje en een stucplafond. Ook in de voorkamer van de kamer en suite is nog een stucplafond aanwezig. Het stucplafond in de achterkamer is in de oorlog verdwenen. De indeling van deze kamer is met in Neo-Renaissancestijl uitgevoerde schoorsteenmantels (ÚÚn is er vernieuwd), betimmeringen, schuifdeuren, paneeldeuren en houten vloeren bewaard is gebleven. Opvallend is dat de paneeldeuren aan de halzijde zijn voorzien van rijk bewerkte omlijstingen met opzetstukken waarin bloemvazen zijn opgenomen. Vergelijkbare omlijstingen zijn (ongeschilderd) terug te vinden bij het pand Kronenburgersingel 231. In de hal zijn verder ook nog vlakke stucdecoraties op de muren aangebracht. Ook op de verdieping zijn nog een enkele schoorsteenmantel en een stucplafond bewaard gebleven. De lichtkoepel op het platte dak heeft aan de binnenzijde nog de oorspronkelijke betimmering. In de kelder is de keuken vernieuwd.

Bij nummer 42 ontbreken de rijk bewerkte opzetstukken in de hal, maar bevinden zich nog wel de oorspronkelijke paneeldeuren, het voorhalletje met tochtdeuren, moza'ekvloer en de stucdecoraties op de muren. In de kamer en suite zijn de oorspronkelijke schuifdeuren en ÚÚn stucplafond nog aanwezig, maar bevinden zich geen oorspronkelijke schoorsteenmantels. Deze bevinden zich wÚl op de verdieping in de kamer en suite. Op enkele plaatsen is aan de achterzijde van het pand nog glas-in-lood aanwezig. De kelder heeft nog de oorspronkelijke keuken met granito vloeren, kasten, een schouw en een betegeling tot halve hoogte. Ook de tegelvloeren van de keldergang en de kelder zijn nog oorspronkelijk.

De voortuinen worden afgescheiden door een doorlopend HEKWERK. Het bijzonder rijk uitgevoerde hekwerk bestaat uit vier gemetselde en deels gepleisterde kolommen, voorzien van opzetstukken en onderling verbonden door in smeedijzer uitgevoerde hekwerken in een door de Art Nouveau beïnvloede stijl. Het hekwerk bevindt zich op een laag gemetseld muurtje en is voorzien van draaiende delen.

Waardering

Twee HERENHUIZEN met doorlopend TUINHEK uit 1902, deel uitmakend van een woonblok dat rond deze tijd is ontstaan. Beide huizen zijn ontworpen door H. Bartels.

- Van architectuurhistorische waarde als goed bewaard voorbeeld van een aantal gekoppelde herenhuizen, gebouwd in de stadsuitleg van Nijmegen in een Overgangsarchitectuur die vooral door de Neo-Renaissance en de Art Nouveau is be'nvloed. Deze bouwstijl is typerend is voor een gedeelte van de bebouwing aan de Singels in Nijmegen. De panden vallen op door de rijk gedetailleerde en deels gespiegeld van elkaar vormgegeven voorgevels. De woningen hebben hun karakteristieke bouwvolume, hun architectuur, het decoratieschema goed behouden en zijn ook in het interieur nog voor een groot deel oorspronkelijk.

- Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de als stadsbeeld beschermde zogenaamde '19de eeuwse gordel' van Nijmegen. Karakteristieke elementen van deze stadsuitleg zoals de aaneengesloten gevelwanden met afwisselend erkers, balkons, dakkapellen en voortuinen met hekwerken, zijn ook hier aanwezig. Dit hekwerk valt op vanwege de door de Art Nouveau be'nvloede vormgeving.

- Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand is gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in de nieuw aangelegde straten rond de oude stad; een stadsuitbreiding die met het verwijderen van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw mogelijk was geworden.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Two MANSIONS with IRONWORK FENCING, built in 1902 for and presumably also by contractor H. BARTELS. Both houses form part of the continuous western facade wall of this street, which in turn is part of the so-called '19th-century belt' of Nijmegen. This urban development with tree-lined avenues from the period 1880-1920 is protected as a cityscape. The separation of the front gardens by ironwork fencing is characteristic of this area. The houses are designed in a Transitional architecture, in which features of Art Nouveau and Neo-Renaissance can be found. It is striking that the facades of the properties are executed differently than they are indicated on the building drawing from 1898. Whereas on the drawing they were still symmetrical and primarily related to Neo-Renaissance, in reality they are now asymmetrically arranged and elaborately designed. Although the layout of both houses is virtually identical, they distinguish themselves from each other through the applied facade design.

Description

Two basement mansions with three storeys and a flat roof. The third storey is provided on the front with a continuous roof section that is covered with asphalt tiles and is furnished with two original roof dormers with catslide roofs. The verges of both dormers are provided with carved heads. The FRONT FACADES of both houses each have a division into two bays, which is further emphasized by the use of two colours of brick, combined with a higher continuous facade section. At number 40, the right bay is extended higher and terminated with a 'shoulder gable'. The left bay of number 42 has a stepped, straight-ended termination with a brick balustrade. On both properties, the upper storey is partly executed in red brick. Both higher extended bays and a vertical axis between both properties are laid in grey brick. The properties are roughly mirrored to each other as far as layout is concerned. In each facade, however, the various facade details are applied differently, creating a very varied facade appearance. At both properties, the basement storey is characterized by a breast wall executed in ashlar stone with basement windows and above it a three-sided bay window on the right with the entrance section to the left of it and a window. The breast wall is finished with a profile strip. At both properties, the higher-situated entrance section is accessible via a number of ashlar stone steps, at number 40 still provided with the original stair railing. The original front door, executed in Art Nouveau style, is provided with wrought ironwork and is located in a frame which at number 40 is provided with a fanlight, formed by two small brick columns between three narrow fanlights and a partly plastered surround. The entrance section of number 42 has a semi-circular ended fanlight with leaded glass fill. Above both doors, between the door frame and fanlight, there is an obliquely placed small canopy with iron supports executed in whip-lash motifs. To the left of the door, at both properties, there is a large sash window, the fanlight of which at number 40 still has a centre muntin. The windows have a decorated ashlar stone lintel. The ground floor of both facades has a strong horizontal effect through the broad decorative bands in plasterwork, which are absent again on the upper storeys. Both three-sided bay windows each contain three sash windows, which at number 40 are still provided with the original centre muntins in the fanlights. The lintels above the windows are worked and the closing profiled gutter is broken at the location of the middle window by a brick balustrade of the balcony projecting from the bay window. The plastered cornice with vases is no longer present at number 42. The double glazed door that opens onto the balcony of number 40 is located in a wide frame that is finished in a basket arch form and is provided with side and top lights. The basket arch is executed in red brick and provided with plastered elements. Above this, in the extended facade section, are two narrow windows, separated by a brick column and connected to each other by a lintel and transom. The shoulder gable is provided with coping stones and a plastered finish. On the storey of the left bay of 40 and the right bay of 42, there is the same type of window, which at 42 is, however, executed as a balcony door frame. A large sash door is provided with two lower narrow side lights, a continuous window sill and a stepped plastered and decorated lintel finish at the top. Above both frames is a profiled gutter on consoles and a plastered architrave strip. Between these, as a division between both properties, there is a built-up section with an ashlar stone finish. The storey windows of 42 have a round arch-shaped finish in red brick. The coupled round arches have plastered springes and keystones. In the extended facade section are two narrow windows, separated by a brick column and connected to each other by a lintel and transom. The facade section is finished straight with a brick balustrade.

The SIDE FACADES of both properties are not visible. The tall REAR FACADES are plastered at both properties and have a projecting section on the right side. In this section are the windows and the access door to the basement and the windows of the three storeys above, coupled in pairs. The original sash and sash doors in these facades are still most original at number 40. Only the fanlights have been adapted. All windows are located in segmental arch-shaped window openings, in which venetian blinds originally also hung. These are still present at number 42 on two storeys. In the recessed section to the left at both properties, above the built-out basement, there is a wooden flat-roofed conservatory. This was originally connected to the garden by means of a wooden staircase. At number 40, the conservatory and stair railings are still original and provided with woodcarving and double sliding doors. At number 42, a wooden terrace has been built out in front of the original conservatory, which is connected to the garden by means of a staircase on the side. Above the conservatories, in the recessed facade section, is a wide segmental arch-shaped facade opening in which a balcony door frame is incorporated. On the third storey of each property are two segmental arch-shaped windows.

The SPATIAL LAYOUT is preserved at both properties and still provided with many original INTERIOR COMPONENTS. The interior of number 40 is best preserved in its original state. At each property, the two bays of each house are separated by a hallway with two rooms on the left side with the large stairwell between them. On the right side is the room en suite with attached conservatory. The basement also has a central hallway with originally a large kitchen on the side of the Wilhelminasingel, the mangling room, pantry, cellar, boiler room and cleaning room. A striking component in the properties are the large centrally located staircases which are lit from above by a skylight. The stair balusters are of wrought iron. The hallways have marble floors. At number 40, the front vestibule has a mosaic floor and a stucco ceiling. Also in the front room of the room en suite is still a stucco ceiling present. The stucco ceiling in the back room disappeared in the war. The layout of this room is preserved with chimney mantels executed in Neo-Renaissance style (one has been renewed), wood panelling, sliding doors, panel doors and wooden floors. It is striking that the panel doors on the hall side are provided with richly worked surrounds with built-up sections in which flower vases are incorporated. Similar surrounds are (unpainted) to be found at the property Kronenburgersingel 231. In the hallway there are also flat stucco decorations applied on the walls. Also on the storey are a single chimney mantel and a stucco ceiling still preserved. The skylight on the flat roof still has the original wood panelling on the inside. In the basement, the kitchen has been renovated.

At number 42, the richly worked built-up sections are absent in the hallway, but the original panel doors, the front vestibule with draught doors, mosaic floor and the stucco decorations on the walls are still present. In the room en suite, the original sliding doors and one stucco ceiling are still present, but there are no original chimney mantels. These are, however, present on the storey in the room en suite. In some places, leaded glass is still present on the rear of the property. The basement still has the original kitchen with granito floors, cupboards, a fireplace and tiling to half height. The tile floors of the basement hallway and the basement are also still original.

The front gardens are separated by a continuous IRONWORK FENCE. The particularly richly executed ironwork consists of four brick columns, partly plastered, provided with built-up sections and interconnected by ironwork fencing executed in wrought iron in a style influenced by Art Nouveau. The ironwork is located on a low brick wall and is provided with rotating sections.

Valuation

Two MANSIONS with continuous GARDEN FENCE from 1902, forming part of a residential block that was developed around this time. Both houses were designed by H. Bartels.

- Of architectural-historical value as a well-preserved example of a number of coupled mansions, built in the urban development of Nijmegen in a Transitional architecture that is particularly influenced by Neo-Renaissance and Art Nouveau. This building style is typical of part of the development along the Singels in Nijmegen. The properties stand out because of their richly detailed front facades, partly mirrored in design from each other. The dwellings have retained their characteristic building volume, their architecture, the decoration scheme well and are also largely original in their interior.

- Of urban design value as part of the so-called '19th-century belt' of Nijmegen, which is protected as a cityscape. Characteristic elements of this urban development such as the continuous facade walls with alternating bay windows, balconies, roof dormers and front gardens with ironwork fences, are also present here. This fence stands out because of its design influenced by Art Nouveau.

- Of cultural-historical value as a recognizable element of a social development. The property was built as housing for the new and wealthy urban elite, which preferably settled in substantial mansions in the newly laid out streets around the old city; an urban expansion that became possible with the removal of the fortifications at the end of the 19th century.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map