TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Loge St. Lodewijk

Nijmegen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Vergadering en vereniging
Function
Logegebouw
Category
onroerend gebouwd
Built
1898
Address
Waldeck Pyrmontsingel 77, 6524 BA Nijmegen (and others)
Place
Nijmegen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.84021, 5.86554
Monument number
523048

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De LOGE SINT LODEWIJK, centrum van de VRIJMETSELARIJ met BEHEERDERSWONING en HEKWERK is gebouwd in 1898 in neorenaissance-stijl. In Nijmegen is de vrijmetselarij circa 1750 opgericht door de gouverneur van het garnizoen, Ludwig Friedrich van Saksen-Hildburghausen, die ook de loge haar naam gaf. De eerste loge werd opgeheven in 1774. De tweede loge werd opgericht in 1785 en ging met de komst van de Fransen in 1795 ter ziele. De derde loge Sint Lodewijk tenslotte werd in 1843 opgericht en vergaderde in verschillende sociëteiten in de stad totdat in 1899 het gebouw aan de Waldeck Pyrmontsingel werd geopend.

In het rondvenster van de topgevel zijn in glas-in-lood de zinnebeelden van de vrijmetselarij afgebeeld, een winkelhaak en een passer in een vijfpuntige ster. De grote zaal op de eerste verdieping was de Tempel. Aankleding en inventaris zijn niet meer aanwezig. Enkel het oorspronkelijke hemelsblauwe met gouden sterren beschilderde koofgewelf is onder het verlaagde systeemplafond bewaard gebleven.

Via een met een poortje afgesloten smalle doorgang rechts van de beheerderswoning is de achtertuin bereikbaar. De bestrate voortuin wordt van het trottoir gescheiden door een smeedijzeren hekwerk met een gemetselde voetmuur en hekposten. De twee dubbele draaihekken zijn niet meer aanwezig. De loge is gelegen in de aaneengesloten zuidelijke gevelwand van de in 1896 aangelegde Waldeck Pyrmontsingel, die deel uit maakt van het laat negentiende-eeuwse uitbreidingsplan, dat is ontwikkeld na de afbraak van vestingwerken.

Omschrijving

De LOGE heeft een rechthoekig grondplan met ter rechterzijde een rechthoekige uitbouw (de beheerderswoning). De loge telt twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een plat dak, dat aan de straatzijde is voorzien van een dakschild. Het dakschild is gedekt met leien in maasdekking en heeft twee bewerkte houten dakkapellen met geknikte puntdaken, die zijn voorzien van leien in maasdekking en pironnen. De beheerderswoning heeft twee bouwlagen onder een plat dak.

De loge en de woning zijn opgetrokken uit rode baksteen, gemetseld in kruisverband. De zijgevel en de achtergevel van loge en woning zijn gepleisterd. De beheerderswoning, die iets terug ligt ten opzichte van de loge, is vanwege een geringere verdiepingshoogte en het ontbreken van een zolderverdieping, een stuk lager dan de loge.

De VOORGEVEL van de loge is symmetrisch ingedeeld en telt drie traveeën, waarvan het accent sterk op de middentravee ligt, die is uitgevoerd als risaliet. De risaliet heeft een monumentale ingangspartij, daarboven een hoog rondboogspaarveld met rondboogvenster en rond venster. De risaliet wordt afgesloten met een zijwaarts uitkragende trapgevel, die is versierd met een overhoekse pinakel, bekroond met geornamenteerde smeedijzeren bekroning. De twee andere traveeën hebben rondboogspaarvelden tussen vanaf de eerste bouwlaag uitkragende lisenen.

De asymmetrisch ingedeelde voorgevel van de beheerderswoning heeft twee traveeën.

De voorgevel van de loge en de beheerderswoning hebben een verhoogde deels hardstenen plint, afgesloten met een hardstenen waterlijst. De gevels worden horizontaal geleed door witgepleisterde speklagen. De scheiding tussen de verdiepingen is aangegeven door middel van een brede band met metselmozaïek van baksteen en zwarte verblendsteen, die bij de beheerderswoning is gevat tussen twee hardstenen waterlijsten. De begrenzingen van lisenen, spaarvelden, deuropeningen en vensterbogen zijn uitgevoerd in profielstenen van rode verblendsteen, waarbij deels ook zwarte verblendsteen is gebruikt. Verder zijn er accenten in de vorm van witgepleisterde blokken, kraagstenen en geboorte- en sluitstenen. De voorgevel van de loge wordt afgesloten met een hoofdgestel, dat bestaat uit een architraaflijst, een fries van metselmozaïek met gepleisterde consoles en een geprofileerde kroonlijst. De voorgevel van de woning wordt afgesloten met een gepleisterde architraaflijst, een fries van rode verblendsteen met kraagsteentjes, een rij leien in Rijndekking en een geprofileerde lijst. Op de hoek van de gevel bevindt zich een uitkragend, getrapt bakstenen element, dat met hardstenen platen is afgedekt.

De voorgevel van de loge heeft in het midden een monumentale ingangspartij, die bestaat uit een dubbele paneeldeur met rondboogbovenlicht in een gepleisterde omlijsting van een rondboog tussen ionische pilasters, afgesloten met een hoofdgestel en bekroond met een fronton. De ingangspartij wordt aan weerszijden geflankeerd door een rondboogvenster met stolpraam en bovenlicht, waarvan de lekdorpel is opgenomen in de waterlijst. In de tweede bouwlaag bevinden zich drie rondboogvensters met hardstenen lekdorpels en nieuwe ramen. In de trapgevel bevindt zich een rond venster met geel en blauw glas-in-lood. Tegen een gele achtergrond bevindt zich een blauwe vijfpuntige ster met een ingeschreven pentagram, waarin een passer en een winkelhaak zijn aangebracht.

De voorgevel van de beheerderswoning heeft links een paneeldeur met bovenlicht en rechts een venster met T-schuifraam. Deur en venster worden afgesloten met een geprofileerde, gepleisterde bovendorpel en een segmentboog van rode verblendsteen. De boogtrommels zijn voorzien van metselmozaïek. in de tweede bouwlaag bevinden zich twee getoogde vensters met gewijzigde ramen en bovenlichten.

De rechter ZIJGEVEL van de loge is witgepleisterd en voorzien van gewijzigde of later aangebrachte vensters. De rechter zijgevel van de woning heeft een getoogd venster met gewijzigd raam. De gevels worden afgesloten met een geprofileerde houten lijst.

De ACHTERGEVEL van de loge is voorzien van een eenlaags uitbouw en gewijzigde of later aangebrachte vensters. De achtergevel van de woning heeft een achterdeur met bovenlicht, geflankeerd door een venster met T-schuifraam en daarboven een venster met gewijzigd raam. De gevels worden afgesloten met een geprofileerde houten lijst.

De indeling van het INTERIEUR is deels bewaard gebleven. ook zijn nog enkele oorspronkelijke interieurelementen aanwezig. Vestibule en hal hebben geornamenteerde stucplafonds en zwart-witte tegelvloeren van marmer en hardsteen. De vestibule heeft stucpanelen met rozetten op de wanden. De drie trappen hebben geornamenteerde houten trappalen en houten of gietijzeren spijlen. Op de eerste verdieping is een ovale hal met stucplafond en veelruits bovenlicht met geel glas. Hier geeft een brede opening met twee treden toegang tot de tempel. Onder het verlaagd plafond is het oorspronkelijke diepblauwe koofgewelf met gouden vijfpuntige sterren aanwezig. In het midden is een grote metalen vijfpuntige ster bevestigd. Rondom bevindt zich een polychrome kooflijst en een gestucte band met Egyptische motieven. Verder zijn paneeldeuren in geprofileerde omlijstingen bewaard gebleven. Het interieur van de beheerderswoning is geheel gemoderniseerd.

Tussen de rechter zijgevel en het buurpand bevindt zich een houten poortje onder een met lood afgedekt afdakje, waarboven een geornamenteerd smeedijzeren hekje is geplaatst.

Het HEKWERK bestaat uit gemetselde hekposten en voetmuurtjes met smeedijzeren hekwerken van deels getordeerde spijlen met pijlpunten. De hekposten hebben een basis van zwarte verblendsteen en hardsteen en een puntvormige bekroning van hardsteen. De voetmuurtjes zijn afgedekt met zwarte verblendsteen.

Waardering

VRIJMETSELAARSLOGE met BEHEERDERSWONING en HEKWERK uit 1898.

- Van architectuurhistorische waarde als een goed voorbeeld van een vrijmetselaarsloge in neorenaissance-stijl met esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals goede verhoudingen, een bijzondere ornamentatie en enkele kenmerkende ex- en interieurelementen zoals resp. het ronde glas-in-lood raam en het beschilderde koofgewelf.

- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging in de aaneengesloten zuidelijke gevelwand van de in 1896 aangelegde Waldeck Pyrmontsingel, die deel uit maakt van het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan, dat is ontwikkeld na de afbraak van vestingwerken. Het pand ligt binnen het beschermd stadsgezicht.

- Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming en het uiterlijk welke verbonden is met een culturele ontwikkeling namelijk het oprichten en bouwen van vrijmetselaarsloges door de maatschappelijke elite.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The LOGE SINT LODEWIJK, centre of FREEMASONRY with MANAGER'S RESIDENCE and IRONWORK was built in 1898 in neo-Renaissance style. In Nijmegen freemasonry was founded around 1750 by the governor of the garrison, Ludwig Friedrich van Saksen-Hildburghausen, who also gave the lodge its name. The first lodge was dissolved in 1774. The second lodge was founded in 1785 and ceased to exist with the arrival of the French in 1795. The third lodge Sint Lodewijk finally was founded in 1843 and met in various societies in the city until in 1899 the building on the Waldeck Pyrmontsingel was opened.

In the round window of the top gable are depicted in leaded glass the emblems of freemasonry, a set square and a compass in a five-pointed star. The great hall on the first floor was the Temple. Decoration and furnishings are no longer present. Only the original sky-blue ceiling vault painted with golden stars has been preserved under the lowered system ceiling.

Via a narrow passage closed off by a small gate to the right of the manager's residence the back garden is accessible. The paved front garden is separated from the pavement by wrought-iron ironwork with a mortared footwall and gate posts. The two double hinged gates are no longer present. The lodge is located in the continuous southern facade wall of the Waldeck Pyrmontsingel, laid out in 1896, which forms part of the late nineteenth-century expansion plan, which was developed after the demolition of fortifications.

Description

The LOGE has a rectangular ground plan with on the right side a rectangular extension (the manager's residence). The lodge has two storeys and an attic storey under a flat roof, which on the street side is fitted with a hipped roof. The hipped roof is covered with slates in Meuse bond and has two worked wooden roof dormers with bent pointed roofs, which are covered with slates in Meuse bond and roof tiles. The manager's residence has two storeys under a flat roof.

The lodge and the residence are built of red brick, laid in cross bond. The side wall and rear wall of lodge and residence are rendered. The manager's residence, which is set back somewhat in relation to the lodge, is considerably lower than the lodge due to a lower storey height and the absence of an attic storey.

The FRONT FACADE of the lodge is symmetrically arranged and comprises three bays, of which the emphasis is strongly on the central bay, which is executed as a risalit. The risalit has a monumental entrance section, above it a high round-arched spandrel with round-arched window and round window. The risalit is closed off with a sideways projecting stepped gable, which is decorated with an oblique pinacle, crowned with ornamented wrought-iron cresting. The two other bays have round-arched spandrels between pilasters projecting from the first storey.

The asymmetrically arranged front facade of the manager's residence has two bays.

The front facade of the lodge and the manager's residence have a raised partly sandstone plinth, closed off with a sandstone drip moulding. The facades are horizontally articulated by whitewashed brick bands. The separation between the storeys is indicated by means of a broad band with brick mosaic of brick and black facing brick, which at the manager's residence is set between two sandstone drip mouldings. The boundaries of pilasters, spandrels, door openings and window arches are executed in moulded stones of red facing brick, with partly also black facing brick used. Furthermore there are accents in the form of whitewashed blocks, corbels and springer and key stones. The front facade of the lodge is closed off with a main cornice, which consists of an architrave band, a frieze of brick mosaic with rendered consoles and a moulded cornice. The front facade of the residence is closed off with a rendered architrave band, a frieze of red facing brick with small corbels, a row of slates in Rhine bond and a moulded band. On the corner of the facade is a projecting, stepped brick element, which is covered with sandstone slabs.

The front facade of the lodge has in the centre a monumental entrance section, which consists of a double panelled door with round-arched fanlight in a rendered surround of a round arch between Ionic pilasters, closed off with a main cornice and crowned with a pediment. The entrance section is flanked on either side by a round-arched window with transom sash and fanlight, of which the water table is incorporated in the drip moulding. In the second storey are three round-arched windows with sandstone sills and new frames. In the stepped gable is a round window with yellow and blue leaded glass. Against a yellow background is a blue five-pointed star with an inscribed pentagram, in which a compass and a set square are depicted.

The front facade of the manager's residence has on the left a panelled door with fanlight and on the right a window with T-sash window. Door and window are closed off with a moulded, rendered transom and a segmental arch of red facing brick. The arch drums are furnished with brick mosaic. In the second storey are two arched windows with altered frames and fanlights.

The right SIDE FACADE of the lodge is whitewashed and furnished with altered or later added windows. The right side facade of the residence has an arched window with altered frame. The facades are closed off with a moulded wooden band.

The REAR FACADE of the lodge is furnished with a single-storey extension and altered or later added windows. The rear facade of the residence has a rear door with fanlight, flanked by a window with T-sash window and above it a window with altered frame. The facades are closed off with a moulded wooden band.

The arrangement of the INTERIOR is partly preserved. Also some original interior elements are still present. Vestibule and hall have ornamented stucco ceilings and black-and-white tile floors of marble and sandstone. The vestibule has stucco panels with rosettes on the walls. The three staircases have ornamented wooden handrails and wooden or cast-iron balusters. On the first floor is an oval hall with stucco ceiling and multi-paned fanlight with yellow glass. Here a broad opening with two steps gives access to the temple. Under the lowered ceiling is the original deep blue ceiling vault with golden five-pointed stars. In the centre a large metal five-pointed star is attached. Around it is a polychrome ceiling band and a stuccoed band with Egyptian motifs. Furthermore panelled doors in moulded surrounds have been preserved. The interior of the manager's residence is entirely modernized.

Between the right side facade and the neighbouring building is a wooden gate under a lead-covered awning, above which an ornamented wrought-iron gate is placed.

The IRONWORK consists of mortared gate posts and footwalls with wrought-iron ironwork of partly twisted spikes with arrow points. The gate posts have a base of black facing brick and sandstone and a pointed cresting of sandstone. The footwalls are covered with black facing brick.

Valuation

FREEMASONRY LODGE with MANAGER'S RESIDENCE and IRONWORK from 1898.

- Of architectural historical value as a good example of a freemasonry lodge in neo-Renaissance style with aesthetic qualities in the design such as good proportions, distinctive ornamentation and some characteristic exterior and interior elements such as respectively the round leaded glass window and the painted ceiling vault.

- Of urban design value because of its location in the continuous southern facade wall of the Waldeck Pyrmontsingel, laid out in 1896, which forms part of the late 19th-century expansion plan, which was developed after the demolition of fortifications. The building is located within the protected townscape.

- Of cultural historical value because of the destination and appearance which is connected with a cultural development namely the establishment and construction of freemasonry lodges by the social elite.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map