Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Wilhelminasingel 24
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1900
- Address
- Wilhelminasingel 24, Locatie: Altrade, 6524 AM Nijmegen (and others)
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.84056, 5.86349
- Monument number
- 523068
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Rijtje van drie HERENHUIZEN met TUINHEK, deel uitmakend van de bebouwing aan de Wilhelminasingel en gebouwd rond 1900. De drie huizen vormen een deel van de aaneengesloten westelijke gevelwand van deze straat die weer onderdeel uitmaakt van de zogenaamde '19de eeuwse gordel' van Nijmegen. Deze stadsuitleg met singels uit de periode 1880-1920 is als stadsbeeld beschermd. De afscheiding van de voortuinen door smeedijzeren hekken is karakteristiek voor dit gebied. De hekken zijn geplaatst op een gemetseld muurtje en voorzien van draaiende delen. De huizen zijn ontworpen in een Eclectische bouwstijl, waarin kenmerken van de Neo-Renaissance zijn opgenomen. Hoewel de indeling van de drie huizen nagenoeg identiek is, en de gevels een verwante detaillering hebben, onderscheiden ze zich van elkaar door de plaatsing of juist het ontbreken van houten serre's aan de voorzijde.
Omschrijving
Rij van drie onderkelderde herenhuizen met drie bouwlagen en een plat dak. De derde bouwlaag is aan de voorzijde voorzien van een doorgaand dakschild dat met leien is belegd. De VOORGEVEL van elk van de drie huizen heeft drie assen, waarvan de middelste iets is uitgemetseld. De voorgevel van het middelste pand is ten behoeve van de symmetrie iets naar voren geplaatst. In het verlengde van elke middenas bevat het dakschild drie oorspronkelijke, onderling verschillend gedetailleerde, dakkapellen. De kapellen zijn voorzien van bewerkte houten onderdelen en schuiframen. Bij de middelste dakkapel is de bekroning ooit verdwenen en is het raam gemoderniseerd. Het doorlopende dakschild heeft naast elke grote dakkapel een kleinere kapel met een spits toelopende bekroning en een houten omlijsting.
De gevels van de panden zijn in kruisverband gemetseld en hebben een doorlopende gepleisterde borstwering tot aan de onderdorpel van de ramen op de begane grond. De horizontale geleding van het blok wordt bewerkstelligd door wit gepleisterde sierbanden ter hoogte van de wissel - onder- en bovendorpels van de ramen, een zwaar geprofileerde cordonlijst op de verdiepingscheiding en een fors hoofdgestel waarmee de gevel aan de bovenzijde wordt afgesloten. Dit hoofdgestel bestaat uit een fries met verdiept liggende velden ter breedte van de raampartijen en een geprofileerde en ter plaatse van de middenassen en het middelste woonhuis gecorniste kroonlijst op consoles. In de rechthoekige velden bevinden zich ijzeren roosters.
Via een aantal hardstenen traptreden bereikt men een hoger geplaatste ingangspartij die bij nummer 24 en 26 in de linkeras en bij nummer 28 in de rechteras is aangebracht. De met Neo-Renaissance motieven vormgegeven voordeur is bij alle drie de huizen nog aanwezig. De (deels niet meer functionerende schuiframen op de begane grond bevinden zich in kozijnen waarin het bovenraam een driezijdige beeindiging heeft en wordt afgesloten door een afwisselend in pleister- en baksteenwerk uitgevoerde, meegebogen strek. Ook de entreepartijen, waarvan er ÚÚn (nummer 28) vermoedelijk nog voorzien is van het oorspronkelijk luifeltje, hebben een vergelijkbare afsluiting. Onder de ramen zijn in de borstwerking rechthoekige velden en kelderlichten aanwezig. De (schuif)ramen op de verdieping zijn afgesloten door segmentboogvormige boogvelden met gepleisterde diamantkoppen, afgewisseld met rode baksteen. De geboorte- en sluitstenen van de geprofileerde segmentbogen zijn gepleisterd en voorzien van diamantkoppen (sluitstenen). De verdiepingramen worden omkaderd door geprofileerde rode bakstenen zijn aan de onderzijde afgesloten met geprofileerde dorpels. Onder elk verdiepingraam bevindt zich een rechthoekig, iets verdiept liggend veld, waar met groen en geel geglazuurde tegels decoratieve patronen zijn gevormd. Nummer 24 bevat een houten serre ter breedte van twee vensterassen. De rechthoekige serre bevindt zich op een hardstenen basement waarin een kelderlicht is aangebracht. De serre heeft bewerkte houten stijlen en regels en is voorzien van enkelruits onderramen en fraai gedetailleerde bovenramen die met glas-in-lood zijn uitgevoerd. Op het platte dak van de serre opent een dubbele deur in de middenas van het pand. De serre heeft een zwaar gedetailleerde houten balustrade.
Nummer 26 heeft geen serre, maar een klein balkon op consoles, aangebracht onder een dubbele deur in de middenas van het pand. Het houten balkon heeft een deels in smeedijzer uitgevoerde balustrade. Nummer 28 heeft een houten serre ter breedte van de middenas. Deze serre strekt zich echter over twee bouwlagen uit en is net als de serre bij 24 voorzien van zeer rijk uitgevoerd houtsnijwerk en glas-in-lood bovenramen op de begane grond en op de verdieping.
De ZIJGEVELS van de panden zijn niet zichtbaar. De ACHTERGEVELS zijn recht afgesloten en voorzien van een grotendeels in hout uitgevoerde uitbouw over twee bouwlagen (links bij 24 en 26, rechts bij 28), alsmede een dieper uitgebouwd gedeelte in baksteen. Ook dit bakstenen gedeelte heeft twee bouwlagen. Hierboven is op het platte dak van de in hout uitgevoerde gedeelten het balkon van de zolderetage ontstaan, voorzien van houten en ijzeren balustraden (niet oorspronkelijk). Bij nummer 24 is de houten uitbouw op de tweede bouwlaag dichtgemaakt. Oorspronkelijk bevond zich vermoedelijk op de begane grond een serre met daarboven, op de verdieping, een loggia zoals die bij nummer 26 nog aanwezig is. Ook bij nummer 28 is de loggia op de verdieping dichtgemaakt. In het bakstenen gedeelte bevinden zich hier boven het souterrain nog een oorspronkelijk achterdeurkozijn en op de verdieping een T-schuifraam. Hoewel de indelingen bij beide andere huizen dezelfde is, zijn de invullingen ervan deels vernieuwd. Vanuit de tuinen zijn de hoger gelegen keukens te bereiken via houten trapjes. De ijzeren traphekjes bij nummer 24 zijn mogelijk nog oorspronkelijk. In het souterrain bevindt zich bij alle drie de panden een verdiept liggende ingang en een strook ramen onder de het houten gedeelte. De drie achtertuinen zijn gescheiden door bakstenen tuinmuurtjes met vlakke lisenen.
De RUIMTELIJKE INDELING van de huizen is vergelijkbaar, waarbij de indeling van nummer 28 gespiegeld is aan die van nummer 24 en 26. In het verlengde van de entreepartij met tochtdeuren bevindt zich de oorspronkelijke trap naar de bovenverdiepingen in een met marmer beklede gang. In de rechterbeuk (links bij 28) bevinden zich een kamer en suite en een serre en in het verlengde van de gang liggen toilet, keldertrap en keuken. Ook de bovenverdiepingen hebben een vergelijkbare verdeling rond de trappenhuizen. In de drie panden zijn een groot aantal INTERIEURELEMENTEN bewaard gebleven. In nummer 24 heeft de kamer en suite nog de oorspronkelijke schuifdeuren, schoorsteenmantels in Neo-Renaissance stijl, stucplafonds en een serre met de oorspronkelijke glas-in-loodvulling. De oorspronkelijke deuren en deuromlijstingen zijn er nog en ook het oorspronkelijke tochtportaal met glas-in-lood is nog aanwezig. Het halletje heeft nog de oorspronkelijke betegeling. In de kelder is de oorspronkelijke indeling nog herkenbaar. In de keuken bevindt zich nog een gedeelte van de oorspronkelijke schouw. Ook op beide verdiepingen zijn nog deuren, stucplafonds en een drietal schoorsteenmantels aanwezig. Nummer 26 heeft dezelfde indeling maar hier zijn de oorspronkelijke schoorsteenmantels en schuifdeuren niet meer in de kamer en suite aanwezig. De stucplafonds zijn er nog wel. Ook op de verdiepingen bevinden zich verspreid nog een aantal stucplafonds. De serre en de keukenvloer zijn nog oorspronkelijk, alsmede de marmerbekleding, de deuren en de deuromlijstingen. Ook de kelder heeft nog oorspronkelijke elementen. Bij nummer 28 is de indeling gespiegeld aan die van beide andere panden, maar voorzien van een vergelijkbare detaillering. Achter het toilet bevindt zich nog een luchtkoker over de hele bouwhoogte. De oorspronkelijke paneeldeuren, lambrizeringen, deuromlijstingen en stucplafonds zijn op alle verdiepingen nog aanwezig, alsmede de schuifdeuren tussen de kamer en suite, de schoorsteenmantels en het tochtportaaltje op de begane grond. Een opvallend verschil met beide andere panden is, dat een gedeelte van de stucplafonds op de begane grond nog de oorspronkelijke veelkleurige beschildering heeft en dat ook de serre aan de achterzijde een plafondbeschildering heeft. De serre aan de voorzijde is op de verdieping voorzien van een in perspectief beschilderde houten zoldering met bloem- en vogelmotieven en een stucrozet. In de serre bevinden zich nog glas-in-lood-bovenramen. Op de verdieping bevindt zich nog een oorspronkelijk wastafeltje.
De doorlopende HEKWERKEN die de voortuinen afscheiden zijn van smeedijzer, geplaatst op een gemetseld muurtje en voorzien van draaiende delen.
Waardering
Drie HERENHUIZEN met doorlopend TUINHEK, deel uitmakend van een woonblok uit ca. 1900.
- Van architectuurhistorische waarde als goed bewaard voorbeeld van een aantal gekoppelde herenhuizen, gebouwd in de stadsuitleg van Nijmegen in een Eclectische, door de Neo-Renaissance be'nvloede bouwstijl die typerend is voor een gedeelte van de bebouwing aan de Singels in Nijmegen. De panden vallen op door de rijk gedetailleerde en deels gespiegeld van elkaar vormgegeven voorgevels. De woningen hebben hun karakteristieke bouwvolume, hun architectuur, het decoratieschema goed behouden en zijn ook in het interieur nog voor een groot deel oorspronkelijk.
- Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de als stadsbeeld beschermde zogenaamde '19de eeuwse gordel' van Nijmegen. Karakteristieke elementen van deze stadsuitleg zoals de aaneengesloten gevelwanden met afwisselend erkers, balkons, dakkapellen en voortuinen met hekwerken, zijn ook hier aanwezig.
- Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand is gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in de nieuw aangelegde straten rond de oude stad; een stadsuitbreiding die met het verwijderen van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw mogelijk was geworden.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Row of three TOWNHOUSES with GARDEN FENCE, forming part of the development on the Wilhelminasingel and built around 1900. The three houses form part of the continuous western facade wall of this street, which in turn is part of the so-called '19th-century belt' of Nijmegen. This urban development with ringroads from the period 1880-1920 is protected as a townscape. The separation of the front gardens by wrought-iron fences is characteristic of this area. The fences are placed on a masonry wall and fitted with hinged sections. The houses are designed in an Eclectic building style, incorporating features of the Neo-Renaissance. Although the layout of the three houses is virtually identical, and the facades have related detailing, they distinguish themselves from each other by the placement or indeed the absence of wooden conservatories at the front.
Description
Row of three basement-level townhouses with three storeys and a flat roof. The third storey is provided on the front facade with a continuous roof structure clad with slate. The FRONT FACADE of each of the three houses has three bays, the middle one of which is slightly projecting. The front facade of the middle house is placed slightly forward for the sake of symmetry. In line with each middle bay, the roof structure contains three original dormers with mutually different detailing. The dormers are fitted with worked wooden components and sash windows. At the middle dormer, the cornice has been lost at some point and the window has been modernised. The continuous roof structure has, beside each large dormer, a smaller one with a tapering cornice and a wooden surround.
The facades of the houses are built in flemish bond and have a continuous rendered parapet up to the sill of the windows on the ground floor. The horizontal articulation of the block is achieved through white rendered decorative bands at the level of the transition - under- and oversills of the windows, a heavily profiled cornice-line on the storey separation, and a substantial main cornice with which the facade is terminated at the top. This main cornice consists of a frieze with recessed fields corresponding to the width of the window sections and a profiled and at the middle bays and the middle house corniced cornice on consoles. In the rectangular fields are iron grilles.
By means of a number of hardstone steps one reaches a higher-positioned entrance section which at number 24 and 26 is arranged in the left bay and at number 28 in the right bay. The front door, designed with Neo-Renaissance motifs, is present in all three houses. The (partly non-functioning) sash windows on the ground floor are located in frames in which the upper window has a three-sided termination and is closed off by an alternating rendered and brickwork curved stretch. The entrance sections too, one of which (number 28) is presumably still provided with the original canopy, have a similar closure. Under the windows are rectangular fields and cellar lights in the parapet. The (sash) windows on the first floor are closed off by segmental arch fields with rendered diamond bosses, alternated with red brick. The voussoirs and closing stones of the profiled segmental arches are rendered and provided with diamond bosses (closing stones). The first-floor windows are framed by profiled red bricks and at the bottom are closed off with profiled sills. Beneath each first-floor window is a rectangular, slightly recessed field, where decorative patterns are formed with green and yellow glazed tiles. Number 24 contains a wooden conservatory the width of two window bays. The rectangular conservatory is located on a hardstone basement in which a cellar light is provided. The conservatory has worked wooden mullions and rails and is provided with single-glazed lower windows and finely detailed upper windows which are executed with leaded glass. A double door opens onto the flat roof of the conservatory in the middle bay of the house. The conservatory has a heavily detailed wooden balustrade.
Number 26 has no conservatory, but a small balcony on consoles, placed under a double door in the middle bay of the house. The wooden balcony has a balustrade partly executed in wrought iron. Number 28 has a wooden conservatory the width of the middle bay. This conservatory, however, extends over two storeys and, like the conservatory at 24, is provided with very richly executed wood carving and leaded-glass upper windows on the ground floor and on the first floor.
The SIDE FACADES of the houses are not visible. The REAR FACADES are straight-terminated and provided with a largely timber-constructed extension over two storeys (left at 24 and 26, right at 28), as well as a deeper extended section in brick. This brick section also has two storeys. Above this, on the flat roof of the timber-constructed sections, is the balcony of the attic storey, provided with wooden and iron balustrrades (not original). At number 24, the timber extension on the second storey has been closed off. Originally there was presumably on the ground floor a conservatory with above it, on the first floor, a loggia such as that still present at number 26. At number 28 too, the loggia on the first floor has been closed off. In the brick section here, above the basement, are still an original rear door frame and on the first floor a T-shaped sash window. Although the layouts of the other two houses are the same, their infill has partly been renewed. The higher-located kitchens can be reached from the gardens via wooden stairs. The iron stair gates at number 24 are possibly still original. In the basement all three houses have a sunken entrance and a strip of windows under the timber section. The three rear gardens are separated by brick garden walls with flat pilasters.
The SPATIAL LAYOUT of the houses is comparable, with the layout of number 28 mirrored to that of number 24 and 26. In line with the entrance section with draughts-excluding doors is the original staircase to the upper storeys in a marble-lined corridor. In the right aisle (left at 28) are a suite of rooms and a conservatory and in line with the corridor are toilet, cellar stairs and kitchen. The upper storeys too have a similar division around the staircases. In the three houses a large number of INTERIOR ELEMENTS have been preserved. In number 24, the suite of rooms still has the original sliding doors, Neo-Renaissance-style chimneypieces, stucco ceilings and a conservatory with the original leaded-glass infill. The original doors and door surrounds are present and also the original draughts-excluding portal with leaded glass is still there. The hallway still has the original tiling. In the basement the original layout is still recognisable. In the kitchen is still part of the original chimney. On both first floors too, there are still doors, stucco ceilings and three chimneypieces. Number 26 has the same layout but here the original chimneypieces and sliding doors are no longer present in the suite of rooms. The stucco ceilings are however still there. On the first floors too, there are still a number of stucco ceilings scattered about. The conservatory and the kitchen floor are still original, as are the marble cladding, the doors and door surrounds. The basement too still has original elements. At number 28 the layout is mirrored to that of the other two houses, but provided with similar detailing. Behind the toilet is still an air duct over the full building height. The original panelled doors, wall panelling, door surrounds and stucco ceilings are still present on all storeys, as are the sliding doors between the suite of rooms, the chimneypieces and the draughts-excluding portal on the ground floor. A striking difference from the other two houses is that a part of the stucco ceilings on the ground floor still has the original polychrome painting and that the rear conservatory too has ceiling painting. The front conservatory on the first floor is provided with a wooden vault painted in perspective with floral and bird motifs and a stucco rose. In the conservatory are still leaded-glass upper windows. On the first floor is still an original small washstand.
The continuous IRON FENCING which separates the front gardens is of wrought iron, placed on a masonry wall and fitted with hinged sections.
Valuation
Three TOWNHOUSES with continuous GARDEN FENCE, forming part of a residential block from c. 1900.
- Of architectural-historical value as a well-preserved example of a number of attached townhouses, built in the urban expansion of Nijmegen in an Eclectic style influenced by the Neo-Renaissance which is characteristic of part of the development on the Ringroads in Nijmegen. The houses stand out for their richly detailed and partly mirrored front facades. The houses have well maintained their characteristic building volume, their architecture, the decorative scheme and are also in the interior still largely original.
- Of urban-planning value as part of the so-called '19th-century belt' of Nijmegen which is protected as a townscape. Characteristic elements of this urban development such as the continuous facade walls with alternating bay windows, balconies, dormers and front gardens with iron fencing, are also present here.
- Of cultural-historical value as a recognisable element of a social development. The house was built as housing for the new and wealthy urban elite, which preferred to settle in substantial townhouses in the newly laid-out streets around the old city; an urban expansion made possible by the removal of the fortifications at the end of the 19th century.
Nearby in the register
- Woonhuis, Wilhelminasingel 40Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Groesbeekseweg 1Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Oranjesingel 17Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Groesbeekseweg 14Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.