Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Groesbeekseweg 88
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1913
- Address
- Groesbeekseweg 88, Locatie: Altrade, 6524 DH Nijmegen (and others)
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.83816, 5.86543
- Monument number
- 523051
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
2 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het DUBBEL HERENHUIS (boven- en benedenwoning) met HEKWERK is gebouwd in 1913 door architect B.T. Boeyinga in opdracht van aannemer J.C. Kropman.
Berend Tobia Boeyinga (1886-1969) werkte op het Amsterdamse architectenbureau van Ed. Cuypers toen hij in 1913 door Charles Estourgie, die op hetzelfde bureau werkzaam was en zich zelfstandig wilde gaan vestigen, werd gevraagd mee te verhuizen naar Nijmegen. Boeyinga werkte drie jaar bij Estourgie en vertrok in 1916 weer naar Amsterdam, waar hij vervolgens vier jaar verbonden was aan het bureau van Michel de Klerk alvorens als architect in dienst te komen bij de Gemeentelijke Woningdienst.
Het ontwerp van het dubbel woonhuis voor Kropman, dat hij als zelfstandig architect bouwde, vertoont invloeden van het Rationalisme en het werk van H.P. Berlage, met name in de gevelopbouw, de combinatie van orthogonale bouwvolumes, de loggia's in de derde bouwlaag en het gebruik van natuursteen op uit constructief oogpunt belangrijke plaatsen. De rijke detaillering, die onder meer tot uitdrukking komt in het siermetselwerk, het smeedwerk en de toepassing van bouwsculptuur, wijzen vooruit naar de Amsterdamse School. Het woonhuis is gelegen op een hoek van een kerkplein, dat is gelegen in de aaneengesloten zuidelijke gevelwand van de Groesbeekseweg tegenover de Fort Kijk in de Potstraat. De Groesbeekseweg, waarvan het begin binnen het beschermde stadsgezicht ligt, is een Nijmeegse uitvalsweg die is opgenomen in de laat 19de- en vroeg 20ste-eeuwse stadsuitleg. Bij de bouw van het pand hield Boeyinga al rekening met de Antonius van Padua-kerk die nog gebouwd moest worden (Jos. Margry 1917). De hoek wordt gemarkeerd door een torenachtige bouwmassa met een loggia in de derde bouwlaag. Bovendien is de aan het voorplein van de kerk grenzende linker zijgevel nadrukkelijk vorm gegeven. Aan deze zijde bevindt zich een lange doorlopende galerij die van de voortuin langs de keuken en de dienstingang naar de achtertuin leidt.
De voortuin wordt van het trottoir gescheiden door muurtjes met smeedijzeren hekwerken.
Omschrijving Het DUBBEL HERENHUIS, met een boven- en een benedenwoning, bestaat uit een voorhuis met drie bouwlagen en een achterhuis met twee bouwlagen, die met elkaar worden verbonden door een ten opzichte van de oostgevel terug gelegen tweelaags gedeelte, waarin de keukens en één van de drie trappenhuizen zijn ondergebracht. De daken zijn plat en voorzien van een bitumineuze dakbedekking, behalve bij iets hogere torenachtige bouwmassa op de hoek, die een zadeldak met rode muldenpannen heeft. Het pand heeft een min of meer rechthoekig grondplan en is opgetrokken uit roodbruine baksteen, gemetseld in kruisverband. De gevels zijn voorzien van siermetselwerk en natuurstenen accenten op uit constructief oogpunt bezien belangrijke plaatsen. De vensters zijn rechthoekig en meerdelig en voorzien van gemetselde lekdorpels en brede houten kozijnen met ramen die gedeeltelijk vervangen zijn door exemplaren met dubbel glas. Het trappenhuis heeft ijzeren ramen. De achtergevel heeft bij een verbouwing deels aluminium ramen gekregen. De vensters worden afgesloten door strekken met natuurstenen geboortestenen of door rollagen.
De asymmetrisch ingedeelde VOORGEVEL telt vier traveeën, waarbij smalle en bredere traveeën elkaar afwisselen. De smalle traveeën, waarvan de linker wordt gevormd door de hoektoren, zijn hoger, springen licht naar voren, worden afgesloten met een rollaag en een bakgoot op klossen en hebben in de eerste bouwlaag de ingangspartijen. Deze bestaan uit een paneeldeur met ruitje en smeedijzeren rooster en een 3- of 4-ruits bovenlicht met glas-in-lood in een kozijn op hardstenen neuten. Boven de deuren zijn bewerkte houten luifels aan getordeerde smeedijzeren trekstangen bevestigd. De rechter deur heeft glas-in-lood zijlichten. De deuren zijn toegankelijk via hardstenen stoepen tussen gemetselde muurtjes. Boven de afsluitende strekken bevinden zich velden met siermetselwerk en zandstenen platen met inschriften resp.: 'ANNO' en '1913'. De smalle traveeën hebben in de derde bouwlaag een loggia, die bij de rechter travee drie bogen en bij de linker travee twee bogen telt. De linker hoektravee heeft aan de oostzijde nog eens vijf bogen. De bogen hebben zandstenen aanzetstenen en zijn voorzien van gemetselde borstweringen met kruisvormige uitsparingen. Boven de bogen bevinden zich eveneens reeksen kruisvormige uitsparingen. De traveeën worden afgesloten met topgevels, de linker heeft een puntgevel, de rechter is recht afgesloten. De voorgevel wordt rechts afgesloten met een liseen, die wordt bekroond met een gebeeldhouwd blok zandsteen, dat aan de voor- en rechterzijde is voorzien van een gestileerde uil in reliëf. De topgevels en de liseen zijn onderling verbonden door middel van ijzeren stangen. De bredere iets teruggelegen traveeën hebben beide een erker met balkon, v.l.n.r. resp. een rechthoekige en een driezijdige erker. De balkonbalustrades zijn gemetseld en voorzien van kruisvormige openingen en natuurstenen afdekplaten. De balkons zijn toegankelijk via dubbele deuren met zij- en bovenlichten. De brede traveeën worden afgesloten met een uitgemetselde rand en een houten lijst.
De asymmetrisch ingedeelde LINKER ZIJGEVEL heeft rechts de drielaags hoektoren en links het tweelaags achterhuis. Hiertussen bevindt zich een teruggelegden lager drielaags gedeelte van twee traveeën. De linker travee van dit gedeelte heeft evenals de hoektoren veelruits ijzeren trappenhuisramen. De rechter travee heeft voor de keukens twee veranda's boven elkaar, waarvan de bovenste later is dichtgezet. Het venster boven de veranda's is later gewijzigd. Het linker venster in het achterhuis is eveneens later bijgemaakt. Over de volle breedte van de linker zijgevel bevindt zich een galerij in de vorm van een overdekte houten pergola die bestaat uit een balkenconstructie die rust op telkens twee paar stijlen. De stijlen, die onderling worden verbonden door andreaskruisen, staan op hardstenen basementen die zijn opgenomen in de gemetselde tuinmuur. In de tuinmuur zijn uitsparingen voor smeedijzeren sierhekken en aan de voorzijde bevinden zich tevens drie draaihekken, die toegang geven tot de twee voordeuren en de galerij. De asymmetrisch ingedeelde ACHTERGEVEL bestaat uit een teruggelegden drielaags gedeelte links en het tweelaags achterhuis rechts. Het linker gedeelte heeft voor de eerste bouwlaag een serre met balkon. De serre heeft een dubbele deur met zijlichten en glas-in-lood bovenlichten. De bovenpui is later opnieuw gemetseld. Het achterhuis is later naar achteren uitgebouwd en voorzien van een stalen veranda met balkon. Bovendien zijn alle ramen vervangen.
In het INTERIEUR is de indeling grotendeels bewaard gebleven. Ook zijn nog een aantal oorspronkelijke interieurelementen aanwezig zoals enkele marmeren schoorsteenmantels in de kamers en suite, een schouw met gekleurde tegels in de keuken, trappen met eenvoudige leuningen van bewerkte planken, een gang met terrazzo-mozaïek vloer en twee dubbele veelruits tochtdeuren, waarvan de bovenlichten diagonale roeden hebben, een wc met witte, zwarte en wit-zwarte patroontegels en door het gehele huis houten lijsten op ca. 2.50m hoog en paneeldeuren in vlakke omlijstingen, die worden afgesloten met een lijst met parelrand en soms ook met een houten vlak tympaan daarboven.
De afscheiding van de voortuinen rondom bestaat uit muurtjes met smeedijzeren HEKWERKEN.
Waardering
DUBBEL HERENHUIS met HEKWERK uit 1913 naar ontwerp van B.T. Boeyinga.
- Van architectuurhistorische waarde als een goed en vrij gaaf voorbeeld van een dubbel herenhuis met stijlinvloeden van het rationalisme en H.P. Berlage, dat bovendien vooruitloopt op de Amsterdamse School. Het huis heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals de markante hoektoren met loggia, de rijke detaillering en het materiaalgebruik. Het huis is van belang voor het oeuvre van B.T. Boeyinga als een van zijn eerste zelfstandig uitgevoerde werken.
- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante situering op een hoek in de aaneengesloten zuidelijke gevelwand van de Groesbeekseweg, één van de Nijmeegse uitvalswegen, die is opgenomen in de laat 19de- en vroeg 20ste-eeuwse stadsuitleg na afbraak van de vestingwerken en deel uit maakt van het beschermde stadsgezicht.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The DOUBLE TOWNHOUSE (upper and lower dwelling) with IRONWORK FENCING was built in 1913 by architect B.T. Boeyinga on commission from contractor J.C. Kropman.
Berend Tobia Boeyinga (1886-1969) worked at the Amsterdam architectural office of Ed. Cuypers when in 1913 he was asked by Charles Estourgie, who was working at the same office and wished to establish himself independently, to move with him to Nijmegen. Boeyinga worked for three years at Estourgie's office and left in 1916 to return to Amsterdam, where he subsequently was associated for four years with the office of Michel de Klerk before entering service as an architect with the Municipal Housing Service.
The design of the double dwelling for Kropman, which he built as an independent architect, shows influences of Rationalism and the work of H.P. Berlage, in particular in the façade composition, the combination of orthogonal building volumes, the loggias in the third storey and the use of natural stone at points of constructive importance. The rich detailing, expressed notably in decorative brickwork, ironwork and the application of architectural sculpture, point forward to the Amsterdam School. The townhouse is situated at a corner of a church square, which is located in the continuous southern façade wall of the Groesbeekseweg opposite the Fort Kijk in de Potstraat. The Groesbeekseweg, whose beginning lies within the protected historic townscape, is a Nijmegen arterial road that was incorporated in the late 19th- and early 20th-century urban expansion. When building the property Boeyinga already took into account the Antonius van Padua church which was yet to be built (Jos. Margry 1917). The corner is marked by a tower-like building mass with a loggia in the third storey. Moreover, the left side façade bordering the church forecourt is deliberately articulated. On this side there is a long continuous gallery that leads from the front garden along the kitchen and the service entrance to the back garden.
The front garden is separated from the pavement by small walls with wrought iron fencing.
Description The DOUBLE TOWNHOUSE, with an upper and a lower dwelling, consists of a front house with three storeys and a rear house with two storeys, which are connected to each other by a two-storey section set back from the east façade, in which the kitchens and one of the three staircases are housed. The roofs are flat and provided with bituminous roof covering, except for the slightly higher tower-like building mass at the corner, which has a gabled roof with red pantiles. The property has a more or less rectangular ground plan and is constructed of reddish-brown brick, laid in Flemish bond. The façades are provided with decorative brickwork and natural stone accents at points of constructive importance. The windows are rectangular and multi-part and provided with moulded drip moulds and wide wooden frames with sashes, some of which have been replaced by double-glazed examples. The staircase has iron frames. The rear façade was partly fitted with aluminium frames during renovation. The windows are closed off by stretches with natural stone lintels or by relieving courses.
The asymmetrically arranged FRONT FAÇADE comprises four bays, with narrow and wider bays alternating. The narrow bays, of which the left is formed by the corner tower, are taller, project slightly forward, are closed off with a relieving course and a rainwater gutter on corbels and have the entrance arrangements in the first storey. These consist of a panelled door with small pane and wrought iron grille and a 3- or 4-pane fanlight with leaded glass in a frame on sandstone steps. Above the doors are worked wooden canopies fixed to twisted wrought iron rods. The right door has leaded glass sidelights. The doors are accessible via sandstone steps between moulded small walls. Above the closing stretches are fields with decorative brickwork and sandstone plaques with inscriptions respectively: 'ANNO' and '1913'. The narrow bays have a loggia in the third storey, which has three arches in the right bay and two arches in the left bay. The left corner bay has an additional five arches on the east side. The arches have sandstone springing stones and are provided with moulded breastworks with cross-shaped recesses. Above the arches are likewise rows of cross-shaped recesses. The bays are closed off with gable tops, the left has a pointed gable, the right is closed straight. The front façade is closed off on the right with a pilaster, which is crowned with a carved sandstone block, which is provided on the front and right side with a stylized owl in relief. The gable tops and the pilaster are interconnected by means of iron rods. The wider slightly recessed bays each have an oriel with balcony, v.l.n.r. respectively a rectangular and a three-sided oriel. The balcony balustrades are moulded and provided with cross-shaped openings and natural stone coping plates. The balconies are accessible via double doors with side and fanlights. The wide bays are closed off with an expended moulded edge and a wooden moulding.
The asymmetrically arranged LEFT SIDE FAÇADE has on the right the three-storey corner tower and on the left the two-storey rear house. Between these is a recessed lower three-storey section of two bays. The left bay of this section, like the corner tower, has many-paned iron staircase windows. The right bay has two verandas, one above the other, in front of the kitchens, the upper one of which was later sealed. The window above the verandas was later modified. The left window in the rear house was likewise later altered. Along the full width of the left side façade there is a gallery in the form of a covered wooden pergola consisting of a beam structure resting on alternating pairs of posts. The posts, which are interconnected by St. Andrew's crosses, stand on sandstone plinths which are incorporated in the moulded garden wall. The garden wall contains recesses for wrought iron ornamental fencing and on the front are also three swing gates, which provide access to the two front doors and the gallery. The asymmetrically arranged REAR FAÇADE consists of a recessed three-storey section on the left and the two-storey rear house on the right. The left section has a conservatory with balcony for the first storey. The conservatory has a double door with sidelights and leaded glass fanlights. The upper part was later re-moulded. The rear house was later extended to the rear and provided with a steel veranda with balcony. Moreover, all windows have been replaced.
In the INTERIOR the layout has largely been preserved. A number of original interior elements are also still present such as some marble fireplace surrounds in the en-suite rooms, a surround with coloured tiles in the kitchen, stairs with simple railings of worked planks, a hallway with terrazzo-mosaic floor and two double many-paned draught doors, the fanlights of which have diagonal glazing bars, a w.c. with white, black and white-black patterned tiles and throughout the house wooden mouldings at approximately 2.50m high and panelled doors in flat surrounds, which are closed off with a moulding with pearl edge and sometimes also with a wooden flat tympanum above.
The separation of the front gardens around consists of small walls with wrought iron FENCING.
Assessment
DOUBLE TOWNHOUSE with IRONWORK FENCING from 1913 designed by B.T. Boeyinga.
- Of architectural historical value as a good and fairly intact example of a double townhouse with stylistic influences of Rationalism and H.P. Berlage, which moreover anticipates the Amsterdam School. The house has aesthetic qualities in its design such as the striking corner towers with loggia, the rich detailing and the use of materials. The house is of significance for the oeuvre of B.T. Boeyinga as one of his first independently executed works.
- Of urban design value because of its striking siting at a corner in the continuous southern façade wall of the Groesbeekseweg, one of the Nijmegen arterial roads, which was incorporated in the late 19th- and early 20th-century urban expansion following the demolition of the fortifications and forms part of the protected historic townscape.
Nearby in the register
- Loge St. LodewijkVergadering en verenigingunder 1 mi
- Woonhuis, Wilhelminasingel 40Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Wilhelminasingel 24Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Fransestraat 83Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.