Rijksmonumentenregister · Netherlands
Badhuis
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gezondheidszorg
- Function
- Badhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1928
- Address
- Daalseweg 262, 6523 CD Nijmegen (and others)
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.83724, 5.87663
- Monument number
- 523050
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "Kaart betreffende eene verandering van de grens tusschen de gemeenten, Nijmegen, Ubbergen en Groesbeek" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het BADHUIS met inpandige BEHEERDERSWONING, thans in gebruik als theater, is 1928 gebouwd door Gemeentewerken Nijmegen in een stijl die invloed vertoont van de Amsterdamse School. In de entreehal in het voorste gedeelte van het badhuis werden de mannen en vrouwen afzonderlijk naar het rechter en het linker gedeelte van de achterbouw geleid, waar zich de kleedhokjes, douches en baden bevonden. Op de eerste verdieping van de voorbouw was de beheerderswoning gesitueerd. Het badhuis werd in 1985 gesloten en in 1987-1988 verbouwd tot theater door E.A. Hulstein en P. van Hontem, waarbij het oorspronkelijke exterieur vrijwel geheel bewaard is gebleven. Het interieur van de voorbouw bleef eveneens grotendeels intact. De entreehal doet dienst als foyer en in de beheerderswoning is nu het kantoor van het theater gevestigd. De dakopbouw van het achterste gedeelte kreeg i.p.v. het met glasplaten gedekte dak een zinken roevendak. Het interieur van de voormalige badruimte werd gesloopt en verbouwd tot theaterzaal. Het badhuis is gelegen op een wigvormig, licht hellend terrein aan de splitsing van de Daalseweg en de Koolemans Beijnenstraat. Tussen deze straten verrees in de periode 1926-1930 een nieuwe woonwijk. De bewoners van deze wijk en de in 1925 gereed gekomen Spoorbuurt waren voor het gebruik van douche of bad aangewezen op het badhuis. Op de splitsing komen naast boven genoemde straten nog drie straten uit zodat een stervormig plein is ontstaan. Voor het badhuis, dat met de voorgevel (noordgevel) naar het plein is gekeerd, ligt een voorplein.
Omschrijving Het BADHUIS heeft een symmetrische opzet en bestaat uit twee bouwvolumes, een voorbouw met een grondplan in de vorm van een langgerekte zeshoek, waarbij de twee lange zijden de voor-en de achterzijde vormen en de vier korte zijden de twee zijgevels. Haaks hierop staat de achterbouw met een T-vormig grondplan. Het badhuis is onderkelderd. De voorbouw heeft twee bouwlagen en een zolder onder een overstekend schilddak met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. Het voor- en achterschild hebben over de volle nokbreedte een dakkapel met een opgewipt lessenaarsdak, windveren, met leien bedekte zijkanten en schuin geplaatste ventilatie roosters aan de voorzijde en meerruits raampjes aan de achterzijde. In de nok staan twee gemetselde schoorstenen met betonnen bekroningen. De achterbouw heeft een samengesteld dak, dat bestaat uit een afgeplat zadeldak en een haaks hierop staand schilddak, beide met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. Het afgeplatte deel heeft over de gehele lengte een houten dakopbouw met tien 4-ruits ramen aan weerszijden en een zinken roevendak. De nok van het schilddak wordt bekroond door zinken pironnen.
Het badhuis is opgetrokken uit donker- en lichtrode baksteen gemetseld in Vlaams verband. De donkerrode baksteen is gebruikt voor de plint en de steunberen en voornamelijk verticaal gemetseld. De horizontale accenten in de vorm van een cordonlijst, waterlijsten waarin doorlopende lekdorpels zijn opgenomen en de ornamenten aan de steunberen zijn uitgevoerd in grindbeton. De tweede bouwlaag wordt verder verlevendigd door vooruitspringende horizontale banden metselwerk en velden met verticaal metselwerk. De gevels worden afgesloten met houten lijsten en overstekende houten bakgoten. De vensters zijn rechthoekig en hebben over het algemeen houten kruis- of kloosterkozijnen of enkelvoudige kozijnen, die zijn voorzien van 4-, of 6-ruits ramen. De ramen in de eerste bouwlaag van de voorgevel zijn van staal.
De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL heeft een middenrisaliet, waarin zich de ingangspartij bevindt. Deze bestaat uit een dubbele houten deur met een 2-ruits stalen bovenlicht. De deur heeft in iedere helft drie ruiten met smeedijzeren roosters en wordt aan weerszijden geflankeerd door smalle, hoge vensters met 4-ruits stalen ramen. Onder deze ramen zijn golvend gesmede leuningen tegen de muur bevestigd. Voor de deur ligt een stoep. In de tweede bouwlaag van de risaliet bevinden zich vier door middel van een doorlopende lekdorpel gekoppelde vensters. Tussen de vensters en de cordonlijst zijn in een omkadering van rijk geornamenteerd smeedwerk de krullend gesmede letters "BADHUIS" aangebracht. De risaliet wordt aan weerszijden geflankeerd door drie smalle, hoge vensters met 4-ruits stalen ramen in de eerste bouwlaag en een venster met kruiskozijn in de tweede bouwlaag.
De symmetrisch ingedeelde LINKER ZIJGEVEL bestaat uit twee identiek vormgegeven korte zijden van de langgerekte zeshoek, die worden gescheiden door een tot de goot doorlopende liseen, waartegen in de eerste bouwlaag een steunbeer is geplaatst. Aan weerszijden van de steunbeer bevinden zich licht vooruitspringende muurvlakken met in de eerste en de tweede bouwlaag twee vensters met resp. kloosterkozijnen met twee vier-ruits ramen en kozijnen met 6-ruits draairamen.
De symmetrisch ingedeelde RECHTER ZIJGEVEL is op dezelfde wijze vorm gegeven als de linker zijgevel.
De ACHTERGEVEL van de voorbouw wordt vrijwel geheel aan het oog onttrokken door de aangebouwde achterbouw. Voor het overige is deze gevel blind uitgevoerd.
De LINKER ZIJGEVEL van de achterbouw heeft aan het uiteinde links een vooruitspringend gedeelte met een paneeldeur met 6-ruits bovenlicht en een venster met 6-ruits raam. Het wat meer terug gelegen gedeelte heeft aan de bovenzijde een doorlopend bandvenster met een strook van negen vier- en acht-ruits ramen. Verder bevindt zich hier een trap die toegang geeft tot de kelder.
De RECHTER ZIJGEVEL van de achterbouw heeft aan het uiteinde rechts een vooruitspringend gedeelte met een paneeldeur met zes-ruits bovenlicht en dubbele deur met acht-ruits bovenlicht. Het terug gelegen gedeelte is op vrijwel dezelfde wijze vormgegeven als bij de linker zijgevel. Hier bevindt zich echter links een paneeldeur met vier-ruits bovenlicht.
De ACHTERGEVEL van de achterbouw is niet zichtbaar.
Het INTERIEUR van de voorbouw is grotendeel bewaard gebleven. In het tochtportaal geeft een dubbele glasdeur toegang tot de vrijwel het gehele oppervlak van de voorbouw beslaande hal met de kassa in het midden van de achterwand. Tegen de achterzijde van de kassa bevinden zich twee hardstenen fonteintjes waar de bezoekers hun voeten dienden te wassen alvorens de badruimte te betreden. De wanden zijn tot circa 2.50 meter bekleed met gekleurd terrazzowerk in bruin-, rood- en groentinten, waarin een rand van witte, zwarte en zwarte reliëftegels is verwerkt. De lambrisering wordt afgesloten met een houten lijst met halfrond profiel. Op de verdieping is de indeling van de voormalige beheerderswoning bewaard gebleven en zijn tevens nog oorspronkelijke interieurelementen aanwezig zoals eenvoudige stucplafonds, de keuken met keuken- en aanrechtkastjes, een zestien-ruits daklicht in het plafond van de overloop en paneeldeuren in vlakke omlijsting. Verder zijn in voor- en achterbouw nog een aantal oorspronkelijke paneeldeuren met ruitvormig ruitje en een oorspronkelijke trap aanwezig. In de achterbouw bevindt zich achter de ingang in de linker zijgevel nog een oorspronkelijke gang met een groen-zwarte tegelvloer een terrazzo-lambrisering van hetzelfde type maar met een andere kleurstelling als in de voorbouw.
Waardering BADHUIS met inpandige BEHEERDERSWONING uit 1928 naar ontwerp van Gemeentewerken Nijmegen.
- Van architectuurhistorische waarde als een goed en vrij gaaf voorbeeld van een groot badhuis in een stijl die invloeden vertoont van de Amsterdamse School. Het badhuis heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals goede verhoudingen en een bijzonder materiaalgebruik en ornamentering. Het badhuis heeft bovendien architectuurhistorische waarde omdat het als bouwtype zeldzaam is geworden.
- Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een in dezelfde periode tot stand gekomen woonwijk en vanwege de markante ligging op een wigvormig terrein aan een plein waar vijf wegen samenkomen.
- Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming, welke verbonden is met een historische ontwikkeling nl. het van gemeentewege oprichten van openbare badhuizen in uitbreidingswijken.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The BATHHOUSE with integrated CARETAKER'S DWELLING, now in use as a theatre, was built in 1928 by Gemeentewerken Nijmegen in a style showing influence from the Amsterdam School. In the entrance hall in the front section of the bathhouse, men and women were separately directed to the right and left sections of the rear building, where the changing cubicles, showers and baths were located. On the first storey of the front building the caretaker's dwelling was situated. The bathhouse was closed in 1985 and in 1987-1988 was converted into a theatre by E.A. Hulstein and P. van Hontem, whereby the original exterior was largely preserved. The interior of the front building remained largely intact as well. The entrance hall serves as a foyer and the caretaker's dwelling now houses the theatre's office. The roof structure of the rear section received a zinc glazing bar roof instead of the roof covered with glass plates. The interior of the former bathing room was demolished and converted into a theatre auditorium. The bathhouse is situated on a wedge-shaped, slightly sloping terrain at the junction of the Daalseweg and the Koolemans Beijnenstraat. Between these streets a new residential district arose in the period 1926-1930. The residents of this district and the Spoorbuurt, which was completed in 1925, were dependent on the bathhouse for the use of shower or bath. At the junction, in addition to the above-mentioned streets, three more streets converge forming a star-shaped square. In front of the bathhouse, which faces the square with its front facade (north facade), lies a forecourt.
Description The BATHHOUSE has a symmetrical layout and consists of two building volumes, a front building with a floor plan in the form of an elongated hexagon, whereby the two long sides form the front and rear and the four short sides form the two side facades. Perpendicular to this stands the rear building with a T-shaped floor plan. The bathhouse has a basement. The front building has two storeys and an attic under an overhanging hipped roof with softened improved Dutch tiles. The front and rear roof slopes have over their full ridge width a roof dormer with an upturned lean-to roof, roof gables, slate-covered side panels and obliquely placed ventilation grilles on the front side and multi-pane windows on the rear side. In the ridge stand two brick chimneys with concrete crowns. The rear building has a composite roof consisting of a flattened gabled roof and a perpendicular hipped roof, both with softened improved Dutch tiles. The flattened section has over its entire length a wooden roof structure with ten 4-pane windows on either side and a zinc glazing bar roof. The ridge of the hipped roof is crowned with zinc finials.
The bathhouse is constructed of dark and light red brick laid in Flemish bond. The dark red brick is used for the plinth and buttresses and principally laid vertically. The horizontal accents in the form of a cornice strip, drip mouldings in which continuous downspouts are incorporated and the ornaments on the buttresses are executed in gravel concrete. The second storey is further enlivened by projecting horizontal bands of brickwork and fields with vertical brickwork. The facades are finished with wooden strips and overhanging wooden rainwater pipes. The windows are rectangular and generally have wooden cross or cloister windows or simple frames, furnished with 4- or 6-pane windows. The windows in the first storey of the front facade are of steel.
The symmetrically arranged FRONT FACADE has a central risalit, in which the entrance arrangement is located. This consists of a double wooden door with a 2-pane steel fanlight. The door has in each half three panes with wrought-iron grilles and is flanked on either side by narrow, tall windows with 4-pane steel frames. Below these windows are wavy wrought-iron railings attached to the wall. In front of the door lies a step. In the second storey of the risalit are four windows coupled by means of a continuous downspout. Between the windows and the cornice strip the words "BADHUIS" in curly wrought letters are placed in a frame of richly ornamented ironwork. The risalit is flanked on either side by three narrow, tall windows with 4-pane steel frames in the first storey and a window with a cross window in the second storey.
The symmetrically arranged LEFT SIDE FACADE consists of two identically designed short sides of the elongated hexagon, which are separated by a pilaster extending to the gutter, against which a buttress is placed in the first storey. On either side of the buttress are slightly projecting wall panels with on the first and second storeys two windows with respectively cloister windows with two four-pane frames and frames with 6-pane casement windows.
The symmetrically arranged RIGHT SIDE FACADE is designed in the same manner as the left side facade.
The REAR FACADE of the front building is almost entirely hidden from view by the adjoining rear building. Otherwise this facade is executed blind.
The LEFT SIDE FACADE of the rear building has at the end on the left a projecting section with a panelled door with 6-pane fanlight and a window with 6-pane frame. The slightly recessed section has at the top a continuous band window with a strip of nine four- and eight-pane windows. Furthermore there is here a staircase which gives access to the basement.
The RIGHT SIDE FACADE of the rear building has at the end on the right a projecting section with a panelled door with six-pane fanlight and double door with eight-pane fanlight. The recessed section is designed in virtually the same manner as on the left side facade. Here, however, there is on the left a panelled door with four-pane fanlight.
The REAR FACADE of the rear building is not visible.
The INTERIOR of the front building is largely preserved. In the draught vestibule a double glass door gives access to the hall which occupies almost the entire surface of the front building, with the cashier's desk in the middle of the rear wall. Against the rear side of the cashier's desk are two stone fountain basins where visitors were required to wash their feet before entering the bathing room. The walls are covered to approximately 2.50 metres with coloured terrazzo work in brown, red and green tones, in which a border of white, black and black relief tiles is incorporated. The wainscoting is finished with a wooden strip with a half-round profile. On the storey the layout of the former caretaker's dwelling is preserved and original interior elements are still present such as simple stucco ceilings, the kitchen with kitchen and counter cupboards, a sixteen-pane roof light in the ceiling of the landing and panelled doors in flat moulding. Furthermore, in the front and rear building there are still a number of original panelled doors with diamond-shaped panes and an original staircase. In the rear building, behind the entrance in the left side facade, there is still an original corridor with a green-black tile floor and terrazzo wainscoting of the same type but with a different colour scheme as in the front building.
Valuation BATHHOUSE with integrated CARETAKER'S DWELLING from 1928 to a design by Gemeentewerken Nijmegen.
- Of architectural historical value as a good and fairly intact example of a large bathhouse in a style showing influences from the Amsterdam School. The bathhouse has aesthetic qualities in its design such as good proportions and exceptional material use and ornamentation. The bathhouse furthermore has architectural historical value because as a building type it has become rare.
- Of urban planning value as part of a residential district created in the same period and because of the striking location on a wedge-shaped terrain on a square where five roads converge.
- Of cultural historical value because of its designation, which is connected with a historical development namely the establishment by the municipality of public bathhouses in expansion districts.
Nearby in the register
- Van HeukelumBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Begraafplaats Altrade aanlegBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- RandagBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Van RosendaelBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.