Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Berg en Dalseweg 54
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1890
- Address
- Berg en Dalseweg 54, Locatie: Altrade, 6522 BM Nijmegen (and others)
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.84226, 5.87435
- Monument number
- 522987
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1893 map "Amsterdam-Rheinkanal : frei von Kanalabgaben / [getekend door] J.H. Schmüll" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Dubbel HERENHUIS met eenvoudig TUINHEK gebouwd ca. 1890 met een decoratieve gevel in neoclassicistische stijl waarin invloeden van zeventiende-eeuwse Engelse architectuur in de trant van het palladianisme en Inigo Jones herkenbaar zijn (vgl. Lindsey House, Londen). In 1891 werd huis nr. 54 aangekocht door de Lutherse gemeente als pastorie. Het pand is gelegen in de aaneengesloten zuidelijke gevelwand van de Berg en Dalseweg nabij het Mariaplein, in de wijk Altrade (Nijmegen-Oost). Na de slechting van de stadswallen in 1876 werd het gebied rond de oude stadskern van Nijmegen volgens het plan van L.A. Brouwer tot ontwikkeling gebracht en langs de singels en radiale uitvalswegen door projectontwikkelaars en particulieren grond aangekocht ten behoeve van woningbouw voor welgestelden. Tussen 1880 en 1910 verrezen langs de Berg en Dalseweg voornamelijk aaneengesloten herenhuizen en villa's. Door de uitzonderlijke behandeling van de gevel, neemt het pand in deze gevelwand een bijzondere plaats in. De goothoogte van de panden in dit deel van de straat loopt per blok naar het oosten op door het natuurlijke hoogteverschil van het terrein. Achter het pand bevinden zich de twee tuinen van de woningen, van elkaar gescheiden door een bakstenen tuinmuur. Aan de straatkant bezitten de woningen ondiepe, door eenvoudige smeedijzeren hekwerken met draaihekjes begrensde voortuinen. Nabij de voordeur van woning nr. 54 bevindt zich een ijzeren schoenschraper.
Omschrijving
Gedeeltelijk onderkelderd dubbel HERENHUIS bestaande uit drie bouwlagen op rechthoekig grondplan, met ter hoogte van de keuken van nr. 54 een drie bouwlagen hoge, smal en rechthoekige aanbouw, waarin zich bergruimte bevindt. Het pand wordt gedekt door een plat dak dat aan de achterzijde eindigt in een dakschild belegd met gesmoorde kruispannen. In het dakschild bevinden zich drie niet oorspronkelijke houten dakkapellen (nr. 54) en twee niet oorspronkelijke tuimeldakramen (nr. 56). Het karakter van het huis wordt bepaald door over de hele hoogte van de VOORGEVEL in stuc aangebrachte elementen, in combinatie met muurwerk in gele verblendsteen. De eerste en derde bouwlaag van de gevel zijn in verhouding tot de middelste bouwlaag gedrongen; de eerste bouwlaag fungeert zo als een basement voor de hogere tweede bouwlaag, de bel-etage. Het blok omvat twee woningen, een woning met drie vensterassen aan de rechterkant (nr. 54) en een kleinere woning met twee vensterassen aan de linkerkant (nr. 56). De gevel weerspiegelt de ongelijke grootte van deze woningen niet, maar is volledig symmetrisch opgezet en heeft een enigszins risalerend middengedeelte van drie vensterassen. Een balkon boven de voordeur van nr. 56 dat bij nr. 54 ontbreekt, is het enige element dat deze symmetrie doorbreekt. De eerste bouwlaag heeft een hardstenen plint met daarboven in stuc nagebootste rustica, afgesloten door een gepleisterde cordonlijst voorzien van een meandermotief. De vrij brede deuropeningen bevinden zich in de tweede en vierde travee, de overige traveeën bezitten vensters met stolpramen voorzien van tweedelige bovenlichten (bij nr. 56 ontbreken de bovenlichten), gedeeltelijk nog met glas-in-lood. De deuropeningen worden vanaf de bovenzijde van de hardstenen plint omlijst door een motief van gebundelde lauriertakken. De oorspronkelijke dubbele deuren van beide huizen zijn verdwenen; de huidige deur van nr. 54 dateert uit de twintiger jaren, de deur van nr. 56 is van meer recente datum. Vanaf de bel-etage worden de vensterassen geflankeerd door in totaal zes kolossale pilasters voorzien van basementen en kapitelen met eierlijsten, die zich over de eerste en tweede verdieping uitstrekken. De pilasters dragen een gekornist hoofdgestel, waarvan de architraaf en het dorisch fries door de vensters van de derde bouwlaag onderbroken worden. De gevel wordt afgesloten door een gekorniste attiekzone, die bestaat uit een risalerende gesloten borstwering met aan weerszijden balustraden. Aan de muurdammen achter de stucpilasters bevindt zich contrasterende gele verblendsteen in kops verband gemetseld. Op de bel-etage bevinden zich tussen de gepleisterde pilasters vijf stolpdeuren met tweeruits bovenlichten, gedeeltelijk nog voorzien van glas-in-lood. De deuren worden elk afgesloten door een gepleisterd hoofdgestel en een driehoekig fronton gedragen door consoles. Voor de tweede deur van links (nr. 56) is een balkon aangebracht, de andere deuren zijn voorzien van Franse balkons. De derde bouwlaag bezit tweeruits stolpvensters, waarvoor zich smeedijzeren balustrades met stermotief bevinden. De sobere ACHTERGEVEL is opgetrokken in zichtbaar gelaten baksteen, gemetseld in kruisverband. Beide woningen bezitten een serre. De serre van woning nr. 54, opgetrokken over twee bouwlagen, is in de jaren twintig gewijzigd. De serre van nr. 56 wordt afgedekt door een zinken dak met roeven dat over de hele breedte van de gevel doorloopt en ter plaatse van de keuken een afdak vormt. In de tweede bouwlaag bevinden zich T-schuifvensters met tweeruits bovenlichten, aan de bovenzijde afgesloten met strekken. De vensters van nr. 56 bezitten gedeeltelijk nog bovenlichten met mousseline glas. De indeling van het INTERIEUR van beide woningen is in veel opzichten nog in oorspronkelijke staat. In het interieur van beide woningen bevinden zich nog veel oorspronkelijke en waardevolle elementen, zoals marmer-, tegel- en parketvloeren, rijk geornamenteerde stucplafonds, lambrizeringen, geprofileerde deuromlijstingen, wandbetegeling en inpandige kasten. Woning nr. 54 bezit een vestibule met marmeren vloer en plint met daarboven rusticawerk in stuc. Beide woningen beschikken nog over complete trappartijen, in nr. 56 is dit een twee-armige bordestrap, in nr. 54 een ruimer opgezette bordestrap met drie armen. Beide trappen hebben houten trappalen (in beide huizen verschillend van detaillering) en karakteristieke gedraaide smeedijzeren spijlen met rozetten. Opvallend is dat de detaillering van de twee woningen, vooral in de belangrijkste kamers op de bel-etage heel verschillend van karakter is. De twee vensters brede voorkamer van de bel-etage van nr. 56 is in een rijke neorenaissance trant gedecoreerd. De ruimte wordt betreden via een ingang met houten paneeldeuren met kussens, die aan de binnenzijde een bijzonder rijke omlijsting bezit in de vorm van een renaissancepoortje, bestaande uit een door zuilen met ionische kapitelen op hoge postamenten gedragen hoofdgestel met balustrademotief. Rondom de ruimte loopt een lage houten lambrizering met panelen waarboven nog de oorspronkelijke wandbespanning aanwezig is. Aan de oostzijde van de ruimte loopt de lambrizering door in een houten haardpartij, waarvan de schoorsteenmantel bestaat uit een gekornist hoofdgestel gedragen door overhoeks geplaatste colonnetten en de boezem uit een omlijsting van pilasters versierd met rolwerk en afgesloten door een kroonlijst, waarbinnen zich het motief van een hoofdgestel met fronton bevindt. Het onderstel van dit motief ontbreekt, wellicht heeft zich hier oorspronkelijk een spiegel bevonden. De ruimte wordt afgesloten door een in verschillende tinten groen geschilderd houten plafond, dat door balken is ingedeeld in verdiepte vakken van ongelijke grootte. De balken van het plafond zijn versierd met rolwerk en met een geornamenteerde knop op de kruispunten. In het huis nr. 54 bevinden zich in de kamers en suite op de bel-etage twee identieke marmeren schouwen gedetailleerd met diamantkoppen. In de jaren twintig van deze eeuw zijn in nr. 54 een aantal elementen gewijzigd, zoals de serre (thans met terrazzovloer), de glas-in-loodvulling van de deuren tussen huis en serre en de reeds genoemde voordeur van de woning. In de achterkamers op de tweede verdieping van beide woningen, is de constructie van het dakschild zichtbaar.
De voortuinen worden begrensd door eenvoudige smeedijzeren HEKWERKEN met draaihekjes.
Waardering
Dubbel HERENHUIS met eenvoudig TUINHEK gebouwd ca. 1890.
- Van architectuurhistorische waarde als een gaaf en zeldzaam voorbeeld in in- en exterieur van een stedelijk woonhuis uit het einde van de negentiende eeuw. De voorgevel valt op door een opmerkelijke combinatie van rijke ornamentiek in stucwerk en muurwerk in gele verblendsteen, die invloeden van het palladianisme, in het bijzonder Inigo Jones verraden.
- Het pand is van stedebouwkundige waarde als markant onderdeel van de straatwand van een van de uitvalswegen van Nijmegen, waarvan de karakteristieke bebouwing van herenhuizen is ontstaan in het laatste kwart van de negentiende eeuw. Het pand speelt een beeldbepalende rol vanwege de uitzonderlijke bewerking van de gevel. Het pand heeft ensemblewaarde in relatie met de belendende panden aan het Mariaplein, dat door de aanwezigheid van een grote verscheidenheid aan gevels, een staalkaart vormt van stijlen rond de eeuwwisseling.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Double TOWNHOUSE with simple GARDEN GATE built c. 1890 with a decorative facade in neoclassical style in which influences of seventeenth-century English architecture in the manner of palladianism and Inigo Jones are recognizable (cf. Lindsey House, London). In 1891 house no. 54 was purchased by the Lutheran congregation as a parsonage. The property is situated in the continuous southern facade wall of the Berg en Dalseweg near the Mariaplein, in the Altrade district (Nijmegen-East). After the demolition of the city walls in 1876 the area around the old city centre of Nijmegen was developed according to the plan of L.A. Brouwer and along the ring roads and radial arterial roads land was purchased by project developers and private individuals for the construction of housing for the well-to-do. Between 1880 and 1910 predominantly continuous townhouses and villas arose along the Berg en Dalseweg. Through the exceptional treatment of the facade, the property occupies a special place in this facade wall. The eaves height of the properties in this part of the street increases per block towards the east due to the natural slope of the terrain. Behind the property are the two gardens of the dwellings, separated from each other by a brick garden wall. On the street side the dwellings have shallow front gardens bounded by simple wrought-iron fences with swing gates. Near the front door of dwelling no. 54 there is an iron boot scraper.
Description
Partially cellaried double TOWNHOUSE consisting of three storeys on a rectangular ground plan, with at the level of the kitchen of no. 54 a three-storey high, narrow and rectangular extension, which contains storage space. The property is covered by a flat roof which at the rear ends in a roof slope covered with interlocking pantiles. In the roof slope there are three non-original wooden roof dormers (no. 54) and two non-original tilting roof windows (no. 56). The character of the house is determined by stucco elements applied over the full height of the FRONT FACADE, in combination with brickwork in yellow facing brick. The first and third storeys of the facade are squat in relation to the middle storey; the first storey thus functions as a basement for the higher second storey, the piano nobile. The block comprises two dwellings, a dwelling with three window bays on the right side (no. 54) and a smaller dwelling with two window bays on the left side (no. 56). The facade does not reflect the unequal size of these dwellings, but is set up completely symmetrically and has a somewhat projecting middle section of three window bays. A balcony above the front door of no. 56 which is absent at no. 54 is the only element that breaks this symmetry. The first storey has a sandstone plinth with above it stucco-imitated rustica, closed off by a plastered cornice band provided with a meander motif. The fairly wide door openings are located in the second and fourth bays, the remaining bays have windows with sash windows provided with two-part fanlights (at no. 56 the fanlights are absent), partially still with leaded glass. The door openings are framed from the top of the sandstone plinth by a motif of bundled laurel branches. The original double doors of both houses have disappeared; the current door of no. 54 dates from the nineteen twenties, the door of no. 56 is of more recent date. From the piano nobile the window bays are flanked by a total of six colossal pilasters provided with bases and capitals with egg-and-dart moulding, which extend over the first and second floors. The pilasters carry a corniced main entablature, of which the architrave and the Doric frieze are interrupted by the windows of the third storey. The facade is closed off by a corniced attic zone, which consists of a projecting closed balustrade with balustrades on either side. On the wall piers behind the stucco pilasters there is contrasting yellow facing brick laid in Flemish bond. On the piano nobile there are five sash doors with two-light fanlights between the plastered pilasters, partially still provided with leaded glass. The doors are each closed off by a plastered main entablature and a triangular pediment carried by consoles. A balcony has been fitted in front of the second door from the left (no. 56), the other doors are provided with French balconies. The third storey has two-light sash windows, in front of which there are wrought-iron balustrades with star motif. The sober REAR FACADE is built up in exposed brickwork, laid in English bond. Both dwellings have a conservatory. The conservatory of dwelling no. 54, built over two storeys, was altered in the nineteen twenties. The conservatory of no. 56 is covered by a zinc roof with gutters which runs across the full width of the facade and at the level of the kitchen forms a lean-to. In the second storey there are T-sash windows with two-light fanlights, closed off at the top with lintels. The windows of no. 56 partially still have fanlights with mousseline glass. The arrangement of the INTERIOR of both dwellings is in many respects still in original condition. In the interior of both dwellings there are still many original and valuable elements, such as marble, tile and parquet floors, richly ornamented stucco ceilings, wainscoting, profiled door surrounds, wall tiling and built-in cupboards. Dwelling no. 54 has a vestibule with marble floor and plinth with above it rustica work in stucco. Both dwellings still have complete staircases, in no. 56 this is a two-arm imperial staircase, in no. 54 a more generously arranged imperial staircase with three arms. Both staircases have wooden newels (in both houses different in detailing) and characteristic turned wrought-iron balusters with rosettes. It is striking that the detailing of the two dwellings, especially in the main rooms on the piano nobile, is very different in character. The two-window wide front room of the piano nobile of no. 56 is decorated in a rich neo-Renaissance manner. The space is entered via an entrance with wooden panelled doors with cushion panels, which on the interior side has a particularly rich surround in the form of a Renaissance doorway, consisting of an entablature carried by columns with Ionic capitals on high pedestals with a balustrade motif. Around the space runs a low wooden wainscot with panels above which the original wall covering is still present. On the east side of the space the wainscot continues into a wooden fireplace surround, of which the chimney mantel consists of a corniced entablature carried by angled colonnettes and the chimney breast of a surround of pilasters decorated with scrollwork and closed off by a cornice, within which is the motif of an entablature with pediment. The base of this motif is missing, possibly there was originally a mirror here. The space is closed off by a wooden ceiling painted in various shades of green, which is divided by beams into sunken panels of unequal size. The beams of the ceiling are decorated with scrollwork and with an ornamented knop at the intersections. In house no. 54 there are in the rooms en suite on the piano nobile two identical marble chimney breasts detailed with diamond heads. In the nineteen twenties of this century a number of elements were altered in no. 54, such as the conservatory (now with terrazzo floor), the leaded glass filling of the doors between house and conservatory and the aforementioned front door of the dwelling. In the back rooms on the second floor of both dwellings, the construction of the roof slope is visible.
The front gardens are bounded by simple wrought-iron FENCES with swing gates.
Valuation
Double TOWNHOUSE with simple GARDEN GATE built c. 1890.
- Of architectural historical value as an intact and rare example in interior and exterior of an urban dwelling house from the end of the nineteenth century. The front facade stands out through a remarkable combination of rich ornamentation in stucco work and brickwork in yellow facing brick, which reveals influences of palladianism, in particular Inigo Jones.
- The property is of urban planning value as a distinctive component of the street facade of one of the arterial roads of Nijmegen, of which the characteristic development of townhouses arose in the last quarter of the nineteenth century. The property plays a characterizing role due to the exceptional treatment of the facade. The property has ensemble value in relation to the adjacent properties on the Mariaplein, which through the presence of a great variety of facades, forms a sampler of styles around the turn of the century.
Nearby in the register
- Woonhuis, Berg en Dalseweg 58Woonhuisunder 1 mi
- Winkelwoning, Mariaplein 6Werk-woonhuisunder 1 mi
- TrianonHorecaunder 1 mi
- Maria GeboortekerkKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.