Rijksmonumentenregister · Netherlands
Maria Geboortekerk
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Parochiekerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1900 - 1901
- Address
- Berg en Dalseweg 42, 6521 JJ Nijmegen
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.84220, 5.87310
- Part of complex
- 522946
- Monument number
- 522947
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
Aan "Maria Geboorte" toegewijde rooms-katholieke PAROCHIEKERK (architecten Kaijser sr. en jr., 1900-1924) van het type kruisbasiliek met een voorhal, driebeukig schip, transept, koor met zijkapellen en een lagere vijfzijdige koorsluiting. De viering wordt gemarkeerd door een hoge dakruiter. De sacristie is geprojecteerd in de hoek tussen het koor en de westelijke transeptarm. De voorhal met entree wordt aan weerszijden geflankeerd door een traptoren met achtzijdige naaldspits.
Het DAK van het middenschip en het transept bestaat uit twee elkaar kruisende zadeldaken tussen topgevels. Op regelmatige afstanden zijn dakkapellen aangebracht: houten zolderluik met smeedijzeren beslag, aangekapt zadeldak met tweezijdig overstek en piron. Op de kruising van de nokken is een achtzijdige dakruiter geplaatst. De ranke spits wordt bekroond door een smeedijzeren kruis. Voornoemde daken, alsmede de lessenaardaken van de zijbeuken, de meerzijdige daken van de koorsluiting en zijkapellen en de zadeldaken van de sacristie zijn gedekt met leien in Maasdekking. De afwatering geschiedt via op de uitgemetselde muur gelegde goten. De bakstenen GEVELS met uitgemetseld trasraam zijn opgetrokken in kruisverband en worden afgesloten door een sierlijst van meerdere blok- en/of muizetandlijsten. De gevels worden horizontaal geleed door lagen van gele baksteen. Waterslaglijsten zijn aangebracht ter hoogte van de afzaten bij vensters en nissen. De verticale geleding van de gevels bestaat uit steunberen met versnijdingen en (hoek-)lisenen. De lisenen van de zijbeuken en het middenschip staan met elkaar in verbinding door luchtbogen met elk één pinakel. Diverse elementen zoals afzaten, afdeklijsten, ezelsruggen en pinakels zijn uitgevoerd in natuursteen. De geveltoppen van de voorgevel, de transeptarmen en het koor zijn geleed door klimmende spitsboognissen. Het merendeel van de uitgespaarde MUUROPENINGEN betreft lancetvensters in diverse afmetingen. In de voorgevel en in de eindgevel van de transeptarmen bevindt zich elk één groot spitsboogvenster met gemetselde montants, dat is samengesteld uit vijf lancetvensters aan de onderzijde en een roosvenster met cirkelmotief bovenin. De lichtbeuk van middenschip en transept bestaat uit één drielicht-lancetvenster per travee. De kelder onder de sacristie en het koor heeft in het trasraam rechthoekige vensters met smeedijzeren roosters. De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL heeft de breedte van het middenschip. Het verdiept gelegen portaal in het midden bestaat uit een dubbele eikenhouten deur met zwaar smeedijzeren beslag (bloementak-motief), een natuurstenen latei met het opschrift: "huis Gods + poort des hemels", een spitsboogvormig bovenlicht met tracering in natuursteen (driepas-motief), afgeschuinde archivolten en een wimberg. De wimberg wordt bekroond door een driehoekige reliëfsteen, voorstellende Christus met geknielde gelovigen, en een latijns kruis. Het grote kerkvenster boven het portaal wordt geflankeerd door stenen beelden van de heiligen Albertus de Groote (rechts) en Dominicus (links). De heiligenbeelden zijn geplaatst op een bewerkte kraagsteen en onder een overhuiving in de vorm van pinakel.
De RUIMTELIJKE INDELING van de kerk bestaat uit een voorhal met zangerstribune, flankerende traptorens en zijkapellen; een driebeukig schip van zes traveeën; een viering met transeptarmen van elk één grote travee; één koortravee met twee vijfzijdige zijkapellen; een hoger gelegen vijfzijdige koorsluiting. Vanuit het koor en de westelijke transeptarm is de sacristie bereikbaar. Het altaar is vooruitgeschoven tot in de viering en geplaatst op een niet oorspronkelijke verhoging. De driedelig WANDOPSTAND bestaat uit een spitsboogarcade op zuilen, een schijntriforium en een lichtbeuk. De in totaal 12 zuilen zijn samengesteld uit een achtzijdig hardstenen basement, een schacht van zwarte natuursteen en een kapiteel met distel- en eikenbladmotief. Boven de spitse scheibogen bevindt zich het schijntriforium dat per travee bestaat uit drie gekoppelde spitsboognissen. De lichtbeuk bestaat uit één drielicht-lancetvenster per travee. Vanaf de kapitelen schieten schalken omhoog ter ondersteuning van de gordelbogen en de ribben van de vierdelige kruisribgewelven. Ook in het interieur is het metselwerk op regelmatige afstand voorzien van lagen gele baksteen. In de kerk bevindt zich een groot aantal oorspronkelijke INTERIEURELEMENTEN, zoals vloeren van tegels in de kleuren rood, blauw, zwart en geel die in geometrische patronen zijn gelegd als waren het tapijten (1916-1917); twee rijen eikenhouten kerkbanken in het middenschip (1901-1905, 1923); diverse eikenhouten deuren met eenvoudige briefpanelen; een neogotische kruisweg (Jan Dunselman, 1905-1911) bestaande uit 14 op houten panelen geschilderde staties met 12 voorafbeeldingen en enkele heiligen; twee wijwaterbekkens van gepolijst hardsteen (1901); een houten beeld van de heilige Antonius (atelier P. Peeters, Antwerpen 1905).
Opmerkelijk zijn de inventarisstukken van de gebroeders Arens, edelsmeden te Nijmegen: een marmeren hoogaltaar met koperen overhuiving bekroond door God de Vader (1925-1927); een preekstoel met aan de onderrand de vier evangelistensymbolen, een open balustrade met zonnebloemmotief, een paneel met een voorstelling van twee herten bij de bron, en een uil op de trappaal (1925); twee communiebanken met op de panelen voorstellingen van een broodkorf met twee vissen en pelikaan met gespreide vleugels (1935).
Van de oorspronkelijke glas-in-loodramen zijn de exemplaren in de zijbeuken die verhaalden over het leven van Maria in de oorlog verloren gegaan (thans gekleurd glas-in-lood met geometrische motieven). In de glas-in-loodramen van de koorsluiting staat de dood van Christus centraal (atelier Derix, Kevelaer 1928-1930). In de linker zijkapel bevinden zich glas-in-loodramen met voorstellingen van de geboorte van Jezus, de opdracht in de tempel, het bezoek van de drie koningen, de Heilige Familie, en het sterfbed van Jozef (1932-1934). In de rechter zijkapel zijn de glas-in-loodramen gewijd aan het H. Hart (1956). Voorin de kerk bezit de rechter zijkapel twee glas-in-loodramen met als thema's: Simeon profeteert Maria's lijden en de dood van Christus. De doopkapel aan de linker zijde bezit twee glas-in-loodramen naar ontwerp van P. van Bergen met als thema's Mozes slaat water uit de rots en de doop van Christus.
Waardering
Rooms-katholieke PAROCHIEKERK toegewijd aan "Maria Geboorte" uit 1900-1901 en 1923-1924.
- Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed en gaaf voorbeeld van een neogotische kruisbasiliek naar ontwerp van de architecten Johannes en Jules KAIJSER. De Maria Geboortekerk behoort tot de tweede generatie neogotische kerken in Nijmegen. Het kerkgebouw valt op door de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp, zoals de gave verhoudingen met rijzige proporties en de zeer verzorgde detaillering in kleur- en materiaalgebruik. Het ontwerp refereert aan de Franse vroeggotiek. Jules Kaijser heeft in de laatste bouwfase naadloos op het werk van zijn vader aangesloten. Het rijk uitgevoerde interieur bevat een groot aantal waardevolle onderdelen, zoals de oorspronkelijke tegelvloeren, eikenhouten kerkmeubilair, een neogotische kruisweg uit de periode 1905-1911, edelsmeedwerk uit het atelier van de gebroeders Arens te Nijmegen (overhuiving van het hoogaltaar, een preekstoel en twee communiebanken) en enkele glas-in-loodramen die de Tweede Wereldoorlog overleefd hebben.
- Van stedenbouwkundige waarde als essentieel en markant gesitueerd onderdeel van de zogenaamde "19de eeuwse gordel" van Nijmegen. Komende vanaf de Waalbrug is de rijzige Maria Geboortekerk van bijzondere waarde voor het stadssilhouet door de hoge ligging op een stuwwal in Nijmegen-Oost.
- Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling, in casu het rooms-katholieke bewustzijn en klimaat in Nijmegen in het algemeen en de vorming van nieuwe parochies in de stadsuitleg in het bijzonder.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
Roman Catholic PARISH CHURCH dedicated to "Maria Geboorte" (architects Kaijser sr. and jr., 1900-1924) of the cross basilica type with a vestibule, three-aisled nave, transept, choir with side chapels and a lower pentagonal choir closure. The crossing is marked by a high roof lantern. The sacristy is positioned in the corner between the choir and the western transept arm. The vestibule with entrance is flanked on both sides by a stair tower with an octagonal spire.
The ROOF of the central nave and transept consists of two intersecting gabled roofs between gable ends. Roof dormers are arranged at regular intervals: wooden attic window with wrought-iron fittings, hipped gabled roof with two-sided overhang and pyrones. At the intersection of the ridge lines is an octagonal roof lantern. The slender spire is crowned by a wrought-iron cross. The aforementioned roofs, as well as the leanto roofs of the side aisles, the multi-faceted roofs of the choir closure and side chapels and the gabled roofs of the sacristy are covered with slate in Maas laying. Water drainage is effected via gutters laid on the masonry wall. Brick FACADES with exposed ashlar are constructed in flemish bond and are finished with a decorative cornice of multiple block and/or dentil mouldings. The facades are articulated horizontally by courses of yellow brick. Water-striking mouldings are arranged at the height of the offsets at windows and niches. The vertical articulation of the facades consists of buttresses with bevels and (corner) pilasters. The pilasters of the side aisles and central nave are connected to each other by flying arches, each with one pinnacle. Various elements such as offsets, covering mouldings, saddle stones and pinnacles are executed in natural stone. The gable ends of the front facade, the transept arms and the choir are articulated by climbing pointed arch niches. The majority of the cut-out WALL OPENINGS are lancet windows in various sizes. In the front facade and in the end wall of the transept arms there is one large pointed arch window each with masonry mullions, which is composed of five lancet windows at the bottom and a rose window with circular motif at the top. The clerestory of the central nave and transept consists of one three-light lancet window per bay. The cellar beneath the sacristy and choir has rectangular windows with wrought-iron grilles in the ashlar. The symmetrically arranged FRONT FACADE has the width of the central nave. The recessed portal in the centre consists of a double oak door with heavy wrought-iron fittings (flower-spray motif), a natural stone lintel with the inscription: "house of God + gate of heaven", a pointed arch-shaped fanlight with tracery in natural stone (trefoil motif), bevelled archivolts and a canopy. The canopy is crowned by a triangular relief stone depicting Christ with kneeling believers, and a Latin cross. The large church window above the portal is flanked by stone statues of the saints Albertus Magnus (right) and Dominicus (left). The saint statues are placed on a worked corbel and beneath an overhanging covering in the form of a pinnacle.
The SPATIAL LAYOUT of the church consists of a vestibule with singers' gallery, flanking stair towers and side chapels; a three-aisled nave of six bays; a crossing with transept arms of each one large bay; one choir bay with two pentagonal side chapels; a higher pentagonal choir closure. From the choir and the western transept arm the sacristy is accessible. The altar is moved forward to the crossing and placed on a non-original platform. The three-part WALL ELEVATION consists of a pointed arch arcade on columns, a triforium and a clerestory. The total of 12 columns are composed of an octagonal limestone base, a shaft of black natural stone and a capital with thistle and oak leaf motif. Above the pointed arch ribs is the triforium which per bay consists of three coupled pointed arch niches. The clerestory consists of one three-light lancet window per bay. From the capitals, corbels shoot upward to support the main beams and the ribs of the four-part cross-ribbed vaults. In the interior as well, the masonry is provided with courses of yellow brick at regular intervals. The church contains a large number of original INTERIOR ELEMENTS, such as floors of tiles in red, blue, black and yellow colours arranged in geometric patterns as if they were carpets (1916-1917); two rows of oak church benches in the central nave (1901-1905, 1923); various oak doors with simple mail-panel design; a neogothic Stations of the Cross (Jan Dunselman, 1905-1911) consisting of 14 stations painted on wooden panels with 12 prefigurations and several saints; two basins of polished limestone (1901); a wooden statue of the holy Antonius (atelier P. Peeters, Antwerp 1905).
Remarkable are the furnishings from the brothers Arens, goldsmiths in Nijmegen: a marble high altar with copper canopy crowned by God the Father (1925-1927); a pulpit with the four evangelists' symbols at the lower edge, an open balustrade with sunflower motif, a panel with a depiction of two deer at the spring, and an owl on the stair newel (1925); two communion rails with panels depicting a bread basket with two fish and pelican with spread wings (1935).
Of the original stained glass windows, the specimens in the side aisles that narrated the life of Mary were lost in the war (now coloured stained glass with geometric motifs). In the stained glass windows of the choir closure the death of Christ is central (atelier Derix, Kevelaer 1928-1930). In the left side chapel are stained glass windows depicting the birth of Jesus, the presentation in the temple, the visit of the three kings, the Holy Family, and the deathbed of Joseph (1932-1934). In the right side chapel the stained glass windows are dedicated to the Sacred Heart (1956). At the front of the church the right side chapel has two stained glass windows with themes: Simeon prophesies Mary's suffering and the death of Christ. The baptismal chapel on the left side has two stained glass windows designed by P. van Bergen with themes Moses strikes water from the rock and the baptism of Christ.
Valuation
Roman Catholic PARISH CHURCH dedicated to "Maria Geboorte" from 1900-1901 and 1923-1924.
- Of architectural-historical value as a typologically good and intact example of a neogothic cross basilica designed by architects Johannes and Jules KAIJSER. The Maria Geboorte church belongs to the second generation of neogothic churches in Nijmegen. The church building stands out for the high aesthetic qualities of the design, such as the intact proportions with lofty proportions and the very careful detailing in colour and material use. The design references French early gothic. Jules Kaijser seamlessly continued his father's work in the final building phase. The richly executed interior contains a large number of valuable components, such as the original tile floors, oak church furnishings, a neogothic Stations of the Cross from the period 1905-1911, goldsmith work from the atelier of the brothers Arens in Nijmegen (canopy of the high altar, a pulpit and two communion rails) and some stained glass windows that survived the Second World War.
- Of urban planning value as an essential and distinctive component of the so-called "19th-century belt" of Nijmegen. Coming from the Waalbrug, the lofty Maria Geboorte church is of particular value for the city silhouette due to its high location on a terminal moraine in Nijmegen-Oost.
- Of cultural-historical value as a particular expression of a spiritual development, namely the Roman Catholic consciousness and climate in Nijmegen in general and the formation of new parishes in the urban extension in particular.
Nearby in the register
- Pastorie(F), Berg en Dalseweg 40Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Woonhuis, Berg en Dalseweg 54Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Berg en Dalseweg 58Woonhuisunder 1 mi
- Winkelwoning, Mariaplein 6Werk-woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.