TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Provinciehuis, Waterstraat 16

's-Hertogenbosch, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Bestuursgebouw en onderdl
Function
Provinciehuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1897 - 1908
Address
Waterstraat 16, 5211 JD 's-Hertogenbosch
Place
's-Hertogenbosch
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.68647, 5.30422
Monument number
522527

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Utrecht University Library

3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 25 's-Hertogenbosch, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding.

Het voormalige PROVINCIEHUIS is gelegen aan de zuidelijke zijde van de Waterstraat in de binnenstad van 's-Hertogenbosch. Het provinciehuis is gebouwd op het terrein van een 17de-eeuws Jezuïetenklooster, dat sinds 1629 gebruikt werd als residentie voor de Gouverneur van de Staten Generaal in Staats Brabant. In 1768 kreeg het Gouvernement een nieuw onderkomen. Een gedeelte van de voormalige Jezuïetenkerk werd gehandhaafd en werd aanvankelijk gebruikt als receptiezaal, later als vergaderzaal voor het college van Gedeputeerde Staten. Tussen 1814 en 1820 werd het complex uitgebreid met gebouwen voor de Gouvernementele Griffie. Toen deze aan het einde van de negentiende eeuw te klein werden werd besloten tot de bouw van een nieuw griffiegebouw aan de Waterstraat, direct ten oosten van het uit 1888 daterende Rijksarchief, naar ontwerp van architect J. van Lokhorst. Het nieuwe provinciehuis werd eveneens ontworpen door Van Lokhorst en vertoont elementen van de rationalistische Neo-Gotiek. In 1897 werd begonnen met de bouw van de westvleugel, parallel aan het Rijksarchiefgebouw. Deze kreeg een aansluiting op de oude Statenzaal. In 1901 volgde de bouw van de noordvleugel langs de Waterstraat, die via een oude doorgang verbonden werd met het 18de-eeuwse Gouvernementsgebouw. Na de voltooiing van de beide vleugels van het provinciehuis ontwierp Van Lokhorst een nieuwe inrichting voor de Statenzaal in Neo-Renaissancestijl. In 1908 werd de archieftoren aan de oostelijke zijde van de noordvleugel uitgebreid. Het provinciehuis heeft in de loop der jaren een aantal wijzigingen ondergaan. In 1930, 1949 en 1950 werden respectievelijk de westvleugel, de noordvleugel en de archiefruimte aan de achterzijde met een verdieping verhoogd. In 1964 werd de zolderverdieping van de vleugel aan de Waterstraat aan de zuidzijde ingericht met kantoren. Ook werd de voormalige conciërgewoning in gebruik genomen als kantoor. Inwendige moderniseringen vonden plaats in de kamer van de Commissaris van de Koningin, de achterhal van de Statenzaal en het oostelijk deel van de bovenverdieping van de noordvleugel, waar na 1971 een kantine werd ondergebracht.

Omschrijving.

Het deels onderkelderde provinciehuis heeft een globaal U-vormige plattegrond, geopend aan de oostelijke zijde (waar het aansluit op het 18e-eeuwse Gouvernementsgebouw). Het gebouw telt drie bouwlagen plus souterrain, deels onder een zadeldak met leien (noordvleugel), deels onder plat dak (archieftorens en westvleugel). Boven de oude Statenzaal een aan de oostzijde afgewolfd schilddak, gedekt met verbeterde Hollandse pannen. In het dakschild boven de noordvleugel aan de voorzijde dakkapellen met zinken bolpiron. Boven de archieftorens bakstenen balustrades. Gevels in baksteen, met speklagen in gele verblendsteen. Hardstenen dorpel- en waterlijsten. Sierankers in de voorgevel. De noordelijke gevel van de noordvleugel toont een driedelige samenstelling: links het tien traveeën tellende archiefgedeelte, in het midden de noordvleugel van het provinciehuis met de hoofdentree, rechts de voormalige conciërgewoning. In het archiefgedeelte getoogde tweelichtvensters met profielsteen in een door een segmentboog afgesloten vensternis - ter hoogte van de begane grond en eerste verdieping twee boven elkaar geplaatste vensters in een vensternis. In de noordvleugel kruisvensters, op de begane grond onder een ontlastingsboog. Ter hoogte van het souterrain lage vensters met traliewerk. In de conciergewoning eveneens kruisvensters, op de begane grond en eerste verdieping onder ontlastingsboog. Iets rechts van het midden van de noordvleugel de markante ingangspartij, bestaande uit een dubbele houten paneeldeur. Deze wordt omgeven door een grote vensterpartij met boven- en zijlichten, waarin natuurstenen maaswerk in laat-Gotische vormen, verwijzend naar de Brabantse laat-Gotiek. Beeldhouwwerk in de vorm van hoofdjes in de dagkanten van de ingang. Het bovenlicht wordt gevormd door drie door een lancetboog afgesloten drielichtsvensters. Boven de ingangspartij een korfboog, bekroond door een kruisbloem. Aan weerszijden van de ingangspartij natuurstenen wapenschilden met de Nederlandse Leeuw (links) en het wapen van Brabant (rechts). In de achtergevel van de noordvleugel rechts het archiefgedeelte, waarin de vensterindeling overeenkomstig is met de voorgevel. Links hiervan, ter plaatse van het trappenhuis, een smal, hoger opgetrokken torenachtig bouwdeel. Hierin smalle getoogde vensters, per drie gekoppeld. Aan de linkerzijde van dit bouwdeel een lagere, minder diepe uitbouw met spleetvensters op de plaats van een kleiner trappenhuis.

In de travee links hiervan op de begane grond een moderne uitbouw met toiletten (hierachter is nog gedeeltelijk het bovenlicht van de oorspronkelijke deur naar de binnenplaats zichtbaar) en twee later toegevoegde rookkanalen. De achtergevel is voorzien van drielichtvensters onder een segmentboog (begane grond) en gekoppelde rechtgesloten tweeruits vensters (eerste en tweede verdieping). Op de bovenverdieping, ter plaatse van de kantine, moderne vensters.

Geheel rechts de in 1908 ontstane aansluiting van de archieftoren op het gouvernementsgebouw, bestaande uit een afgeschuinde hoek. Links van de noordvleugel tussen de kantoorvleugel en de conciërgewoning een vijfzijdige traptoren met spleetvensters.

De westelijke gevel van de westvleugel (aan de Mortel) telt zestien traveeën en heeft evenals de voorgevel aan de Waterstraat kruisvensters, op de begane grond onder een ontlastingsboog. Links van het midden een vijf traveeën tellende risalerende gevelpartij, waarachter de vergaderzaal van Gedeputeerde Staten. Rechts, ter plaatse van de sanitaire blokken op de begane grond getoogde vensters met zesruits raam met glas-in-lood, op de eerste verdieping tweeruits, op de tweede verdieping drieruits vensters. Onder deze vensters telkens twee spleetvensters. Achteringang met bakstenen trap. In de oostelijke gevel van de westvleugel kruisvensters ter plaatse van de kantoren, op de begane grond voorzien van ontlastingsbogen. Geheel rechts een licht risalerend bouwdeel, waarin ter hoogte van het trappenhuis een viertal gekoppelde hoge rondboogvensters, voorzien van glas-in-lood. In de gevel aan de binnenplaats, iets links van het midden, een vier traveeën tellend risalerende gevelpartij. Links hiervan de aansluiting met de oude Statenzaal. De zuidelijke kopgevel rechtgesloten vensters met kruiskozijnen. Links in de kopgevel, ter plaatse van het trappenhuis grote driedelige vensters met glas-in-lood. In het inwendige is de oorspronkelijke dispositie grotendeels gehandhaafd, enige latere wijzigingen betreffen de latere indeling van de zolderverdieping en het onderbrengen van een kantine op de bovenverdieping van de noordvleugel en de vergroting van de achterhal van de Statenzaal. Achter de hoofdingang van het provinciehuis een grote vestibule, waar de gangen van de noord- en westvleugel uitkomen. In de noordvleugel loopt de gang langs de achtergevel, kantoren aan de Waterstraat. In de westgevel een centrale gang met aan weerszijden kantoren, op de begane grond belangrijke vertrekken voor de Gedeputeerde Staten.

Trappenhuizen op de uiteinden van de vleugels en in de oksel tussen de noord- en westvleugel. Ook resteert nog een groot deel van de oorspronkelijke, rijke inwendige decoratie van het provinciehuis. Onder meer zijn van belang: op de begane grond kruisribgewelven in de gangen en vestibule, met hout omtimmerde ijzeren moer- en kinderbalken in de overige vertrekken. In de vergaderzaal van Gedeputeerde Staten balken beschilderd met stadswapens, houten lambriseringen met panelen, goudleerbehang, gietijzeren haard en schouw beschilderd met wapenschilden. Kamer Statenafdeling met schouw met Art Nouveau-betegeling en houten schuifdeur met panelen. Koffiekamer met kunststenen schouw met sculptuur in schouwwangen. Kamer van Commissaris der Koningin met eikenhouten paneellambriseringen, radiatorkasten, paneeldeuren en een schouw. In de Statenzaal is het rijke, oorspronkelijke interieur nog vrijwel geheel aanwezig: o.a. schouw met vergulde beeldengroep, eikenhouten paneellambriseringen, paneeldeuren met omlijstingen, loggia's voor de publieke tribune, etc. Op de bovenverdiepingen balkenplafonds en tegellambriseringen (alleen eerste verdieping). Trappenhuizen met tegellambris (gedeeltelijk verwijderd) en hardstenen trappen met smeedijzeren leuningen.

Verder is de constructie van het archiefdepot van belang: vijf etages met gietijzeren roostervloeren en stellingen.

Waardering.

Het voormalige provinciehuis is van algemeen belang. Het gebouw bezit cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een bestuurlijke ontwikkeling. Het illustreert de groei van de provinciale bestuurlijke organisatie aan het einde van de negentiende eeuw. Het provinciehuis is daarnaast als provinciaal griffiegebouw met archief van belang als bijzondere illustratie van een typologische ontwikkeling. Het voormalige provinciehuis heeft architectuurhistorische waarde door het bijzondere materiaalgebruik en de decoratie en door de plaats die het gebouw inneemt binnen de geschiedenis van het rijksbouwen, met name het werk van architect J. van Lokhorst. Het archiefdepot is van bouwhistorisch belang vanwege de bijzondere constructie. Het voormalige provinciehuis heeft ensemblewaarde als essentieel onderdeel van het complex rondom het voormalige Gouvernement, dat cultuurhistorisch van nationaal belang is. Voorts is het gebouw, tezamen met het eveneens door Van Lokhorst ontworpen Rijksarchief, van belang voor het aanzien van de wijk. Het voormalige provinciehuis is tot slot van belang vanwege de gaafheid en vanwege typologische en functionele zeldzaamheid.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction.

The former PROVINCIAL HOUSE is located on the southern side of the Waterstraat in the city centre of 's-Hertogenbosch. The provincial house was built on the site of a 17th-century Jesuit convent, which had been used since 1629 as a residence for the Governor of the States General in States Brabant. In 1768 the Government obtained new premises. Part of the former Jesuit church was retained and was initially used as a reception hall, later as a meeting room for the college of Deputy States. Between 1814 and 1820 the complex was expanded with buildings for the Government Registry. When these became too small at the end of the nineteenth century it was decided to build a new registry building on the Waterstraat, directly east of the State Archive dating from 1888, designed by architect J. van Lokhorst. The new provincial house was also designed by Van Lokhorst and displays elements of rationalistic Neo-Gothic. In 1897 construction began on the west wing, parallel to the State Archive building. This received a connection to the old States Hall. In 1901 the north wing was built along the Waterstraat, connected via an old passage to the 18th-century Government building. After the completion of both wings of the provincial house Van Lokhorst designed a new interior for the States Hall in Neo-Renaissance style. In 1908 the archive tower on the eastern side of the north wing was extended. The provincial house underwent a number of alterations over the years. In 1930, 1949 and 1950 the west wing, the north wing and the archive space at the rear were respectively raised by one storey. In 1964 the attic storey of the wing on the Waterstraat was fitted out with offices on the south side. The former caretaker's dwelling was also brought into use as an office. Internal modernisations took place in the room of the Commissioner of the Queen, the rear hall of the States Hall and the eastern part of the upper storey of the north wing, where a canteen was housed after 1971.

Description.

The partially cellared provincial house has a roughly U-shaped ground plan, open on the eastern side (where it adjoins the 18th-century Government building). The building has three storeys plus basement, partly under a gabled roof with slate tiles (north wing), partly under a flat roof (archive towers and west wing). Above the old States Hall on the east side a hipped roof, covered with improved Dutch tiles. In the roof above the north wing at the front roof dormers with zinc ball finials. Above the archive towers brick balustrades. Facades in brick, with bands in yellow facing brick. Hard stone sill and drip moulds. Ornamental wall anchors in the front facade. The northern facade of the north wing shows a three-part composition: on the left the archive section comprising ten bays, in the middle the north wing of the provincial house with the main entrance, on the right the former caretaker's dwelling. In the archive section arched two-light windows with moulded stone in a window opening closed by a segmental arch - at the level of the ground floor and first storey two windows placed one above the other in a window opening. In the north wing cross windows, on the ground floor under a relieving arch. At basement level low windows with grilles. In the caretaker's dwelling likewise cross windows, on the ground floor and first storey under relieving arch. Slightly right of the centre of the north wing the striking entrance composition, consisting of a double wooden panelled door. This is surrounded by a large window section with fanlight and side lights, containing natural stone tracery in late-Gothic forms, alluding to Brabantine late-Gothic. Sculptural work in the form of heads in the reveals of the entrance. The fanlight is formed by three three-light windows closed by a lancet arch. Above the entrance composition a segmental arch, crowned by a crockets. On either side of the entrance composition natural stone coats of arms with the Dutch Lion (left) and the coat of arms of Brabant (right). In the rear facade of the north wing on the right the archive section, in which the window arrangement corresponds to the front facade. To the left of this, at the location of the staircase, a narrow, taller-built tower-like building section. In this narrow arched windows, coupled in threes. On the left side of this building section a lower, shallower projection with slit windows in place of a smaller staircase.

In the bay to the left of this on the ground floor a modern projection with toilets (behind this part of the fanlight of the original door to the courtyard is still partially visible) and two later added flue pipes. The rear facade is provided with three-light windows under a segmental arch (ground floor) and coupled straight-headed two-pane windows (first and second storey). On the upper storey, at the location of the canteen, modern windows.

Far right the connection of the archive tower to the government building created in 1908, consisting of a chamfered corner. To the left of the north wing between the office wing and the caretaker's dwelling a five-sided stair tower with slit windows.

The western facade of the west wing (on the Mortel) comprises sixteen bays and, like the front facade on the Waterstraat, has cross windows, on the ground floor under a relieving arch. Left of centre a projecting gable section comprising five bays, behind which the meeting room of the Deputy States. Right, at the location of the sanitary facilities on the ground floor arched windows with six-pane leaded glass window, on the first storey two-pane, on the second storey three-pane windows. Below these windows each time two slit windows. Rear entrance with brick stairs. In the eastern facade of the west wing cross windows at the location of the offices, on the ground floor provided with relieving arches. Far right a slightly projecting building section, in which at the level of the staircase a number of coupled tall round-arched windows, provided with leaded glass. In the facade on the courtyard, slightly left of centre, a projecting gable section comprising four bays. To the left of this the connection with the old States Hall. The southern gable facade straight-headed windows with cross frames. Left in the gable facade, at the location of the staircase large three-part windows with leaded glass. In the interior the original disposition is largely retained, some later alterations concern the later division of the attic storey and the housing of a canteen on the upper storey of the north wing and the enlargement of the rear hall of the States Hall. Behind the main entrance of the provincial house a large vestibule, where the corridors of the north and west wings lead out. In the north wing the corridor runs along the rear facade, offices on the Waterstraat. In the west facade a central corridor with offices on either side, on the ground floor important rooms for the Deputy States.

Staircases at the ends of the wings and in the angle between the north and west wing. Much of the original, rich interior decoration of the provincial house also remains. Among the most important are: on the ground floor cross-ribbed vaults in the corridors and vestibule, with wood-trimmed iron main and daughter beams in the other rooms. In the meeting room of the Deputy States beams painted with city coats of arms, wooden wainscoting with panels, gilt leather wallpaper, cast-iron fireplace and mantelpiece painted with coats of arms. States section room with mantelpiece with Art Nouveau tiling and wooden sliding door with panels. Coffee room with artificial stone mantelpiece with sculpture in mantelpiece jambs. Room of the Commissioner of the Queen with oak wooden panel wainscoting, radiator casings, panel doors and a mantelpiece. In the States Hall the rich, original interior is still almost completely present: including mantelpiece with gilded sculptural group, oak wooden panel wainscoting, panel doors with surrounds, loggias for the public gallery, etc. On the upper storeys beam ceilings and tile wainscoting (first storey only). Staircases with tile wainscoting (partially removed) and hard stone stairs with wrought-iron railings.

Further important is the construction of the archive depot: five storeys with cast-iron grating floors and shelving.

Assessment.

The former provincial house is of general importance. The building has cultural-historical value as a special expression of an administrative development. It illustrates the growth of the provincial administrative organisation at the end of the nineteenth century. The provincial house is furthermore as a provincial registry building with archive of importance as a special illustration of a typological development. The former provincial house has architectural-historical value through the special use of materials and decoration and through the place the building occupies within the history of government building, notably the work of architect J. van Lokhorst. The archive depot is of building-historical importance because of the special construction. The former provincial house has ensemble value as an essential component of the complex around the former Government, which is of cultural-historical importance of national significance. Furthermore, the building, together with the State Archive also designed by Van Lokhorst, is of importance for the appearance of the district. The former provincial house is finally of importance because of its integrity and because of typological and functional rarity.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map