TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Veemarkthal, Oude Engelenseweg 1

's-Hertogenbosch, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Handel en kantoor
Function
Veemarkthal
Category
onroerend gebouwd
Built
1931
Address
Oude Engelenseweg 1, 5222 AA 's-Hertogenbosch
Place
's-Hertogenbosch
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.69912, 5.29237
Monument number
522513

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Utrecht University Library

2 historical maps cover this location, the earliest the 1930 map "Handelskaart van Nederland / naar de nieuwste officiëele gegevens bewerkt" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding.

Ten noordwesten van de stadskern gelegen VEEMARKTHAL, oorspronkelijk bekend als de 'runderhal', met VOORBOUW uit 1931 en omliggende los-, laad- en parkeerterrein met aanbindstangen. De hal en voorbouw maken onderdeel uit van wat tegenwoordig bekend staat als het complex "Brabanthallen". De veemarkthal en voorbouw zijn gelegen op een perceel dat aan de zuidwestzijde begrensd wordt door een spoorlijn langs een havenarm van de Dieze, aan de zuidoostzijde door de Oude Engelenseweg, aan de noordoostzijde door de aan de Dieze gelegen Diezekade en aan de noordwestzijde door de overige hallen van het complex. De ligging maakt het terrein gemakkelijk bereikbaar over het water, per spoor en over de weg, en beperkt de overlast in verband met de grote bezoekersaantallen (met bijbehorend vrachtverkeer) en de bevuiling van het terrein.

In 1929 werd besloten tot de bouw van het complex dat op 20 mei 1931 officieel in gebruik werd gesteld. Het complex werd ontworpen door P.H. van Kessel van de dienst Gemeentewerken. De bestektekeningen zijn door directeur J.H. Pereij van een handtekening voorzien. De voorbouw is opgetrokken in een stijl die invloeden van de Expressionistische Amsterdamse School en het Traditionalisme met elkaar vermengt. De architectuur van de veemarkthal getuigt door het primaat van functionele uitgangspunten (zoals de interne verkeersstromen en hygiënische eisen) van een ontwerpprocedure zoals die ook door het Nieuwe Bouwen werd bepleit.

De aanvoer van vee steeg in de jaren 1892-1933 explosief. Zodoende kon de Bossche veemarkt uitgroeien tot de grootste van Nederland, met de grootste dagaanvoer in het meest uitgebreide gebouwencomplex. Voor het eerst werden veemarkthallen zo grootschalig opgezet en tegelijk geheel overdekt en afgesloten. De runderhal, thans Heusden- en Altenahal geheten, wordt tegenwoordig behalve voor veemarkten ook voor diverse evenementen gebruikt. De steeds veranderende gebruikseisen hebben na de oorlog enkele aanpassingen en moderniseringen (vooral in 1953) tot gevolg gehad.

Omschrijving.

Het object beslaat een nagenoeg rechthoekige plattegrond en bestaat uit een voorbouw met klein voorplein en een aangrenzende driebeukige hal ('runderhal') met de nokrichting loodrecht op de Oude Engelenseweg.

A. Voorbouw.

De gedeeltelijk onderkelderde, bakstenen voorbouw beslaat een nagenoeg L-vormige plattegrond en bestaat uit diverse volumes onder grotendeels met divers gekleurde, geglazuurde gotische pannen gedekte daken. Verschillende dakkapellen onder plat met -deels (meervoudig) gekoppelde- vensters. Aan de voorzijde een pentagonale, eenlaags serre-uitbouw waarop balkon met balustrade afgezet met nokpannen.

Aan de dakvoet een verspringende, overstekende bakgoot op klossen. Metselwerk in Noords kettingverband, met afwisselend gebruik van donkerbruine en gele baksteen. Details in natuursteen en geglazuurde donkergroene en blauwe baksteen. Markante vensters (onder andere schuifvensters en bovenlichten met valramen) met horizontale roeden maar ook, vooral op de verdiepingen en in de dakkapellen, met kleine roedenverdeling. Keramische tegelafzaten. Gevelopeningen deels gewijzigd, met name aan de uiterste noordzijde van de voorbouw.

De ingang voor het publiek bevindt zich in een rechthoekige, tot aan de naaldspits circa 25 meter hoge toren van zes verdiepingen met trans onder koperen tentdak met spits op bol. Rondboogvormige centrale entree met natuurstenen aanzet- en sluitstukken. Deuren vernieuwd.

Achter de toren een tweelaags volume onder plat met de hoofdingang naar de runderhal, bereikbaar via het torenportaal. Ter linkerzijde een tweelaags volume (als eetzaal gebouwd met serre, toilet, garderobe) onder plat met aan de voorzijde een schilddak. Links daarvan een tweelaags volume (met destijds keuken, buffet) met zolderverdieping onder steil zadeldak, haaks op het dak van de eetzaal.

Dakvoet van het zuidelijke dakschild daalt tot manshoogte. Versoberde entreepartij. Geheel links een eenlaags, vijfzijdig gesloten volume (als café gebouwd) met een zolderverdieping onder zadeldak met piron op nokeinde. Ter rechter zijde van de toren een smaller, langgerekt tweelaags volume (begane grond oorspronkelijk voor kantoren, kantine, opslag, politie, inspecteur veterinaire dienst, veterinairs) met zolderverdieping onder een schilddak waarvan kopschild met lagere dakvoet. Entree onder rondboog. Op de verdieping een over de halve lengte van de voorgevel doorlopend balkon met afgeronde hoek.

Oorspronkelijke indeling op de verdieping: in en achter de toren enkele vergaderruimten, ter linkerzijde de woonvertrekken van de uitbater van het café, ter rechterzijde de woning van de marktopzichter en een, later verbouwde, hooizolder. Van het rijke interieur zijn onder meer van belang: torenportaal met drie paraboolvensters met geel kathedraalglas; steil aangesneden trap naar de voormalige woning van de uitbater met dierenkoppen in het smeedijzerwerk en terrazzo treden afgewisseld met tegelvloertjes op de bordessen; beglaasde vleugeldeuren met horizontale roeden en oranje-zwart-gele wandtegels in de toiletruimten; blauw-zwarte wandtegels en de aanzetten van de overigens weggetimmerde boogspanten in het café waarin verder een groot aantal belangwekkende geometrische en figuratieve, deels gebrandschilderde glas-in-loodramen (voorstellingen met vee) van de hand van onder meer E. van Stiphout.

B. Hal ('runderhal') en aanbouwen.

De gevels van de hal zijn eveneens opgetrokken in Noords kettingverband waarbij gele en donkerbruine baksteen elkaar afwisselen. De runderhal, die in open verbinding staat met de voorbouw, meet 70 x 80 meter en is verdeeld in drie overspanningen van respectievelijk 20, 30 en 20 meter breed. Gelamineerde houten knieboogspanten met trekstangen dragen de overkapping, binnen afgedekt met eternietplaten en buiten met ruberoïd. Over de gehele lengte van de overkappingen doorlopende, versoberde lichtramen met gematteerd glas. Ventilatiekappen op de nokken. Ter weerszijden van de hal een 3,5 meter uitstekende luifel waaronder in rijen geplaatste ijzeren aanbindstangen, deels vernieuwd. De bakstenen zijgevels tellen dertien traveeën, met per travee drie vensters. In de eerste, zevende en dertiende travee grote uitwendige rolpoorten, waardoor het vee binnenkwam; aan de noordzijde vanaf de waterkant en aan de zuidzijde vanaf het nu verdwenen losperron. Inwendig gangenstelsel gebaseerd op dubbele-kamplattegrond met in rijen gelegen, licht oplopende standplaatsen voor het vee met deels vernieuwde aanbindstangen en doorlopende open goot. Van het interieur zijn verder van belang: rioleringsstelsel onder de vloer voor de afvoer van fecaliën, gecementeerde klinkervloeren (meest hygiënisch en diervriendelijk) die langs de wanden sluiten met een tegelplint waarboven een wandbekleding met in combinatie gebruikte lichtgekleurde en zwarte tegels. Bronzen portret van de voormalige Bossche burgemeester Van Lanschot op marmeren plaat met inscriptie 'Aangeboden door den gemeenteraad / 11 maart 1930' door kunstenaar A. Falise in 1927 gemaakt.

Waardering.

De veemarkthal ('runderhal') met voorbouw en het omliggende los-, laad- en parkeerterrein met aanbindstangen zijn van algemeen belang. Het object, destijds onderdeel uitmakend van de grootste veemarkthallen van Nederland, heeft cultuurhistorische waarden als bijzondere uitdrukking van de explosief toegenomen veehandel in het begin van de twintigste eeuw. Daarnaast vanwege het belang voor de typologische ontwikkeling van grootschalige veemarkthallen met bijbehorende accommodaties voor de mens, en als zodanig voor de typologie van onder meer cafés, restaurants en kleine kantoren. Verder vanwege het pionierskarakter van het object als eerste op een dergelijk grote schaal geheel overdekt en afgesloten hallencomplex met bijbehorende accommodaties. Het object heeft architectuurhistorische waarden vanwege het belang voor de architectuurgeschiedenis op grond van de gehanteerde combinatie aan stijlinvloeden en voor de bouwtechniek op grond van de pas in de jaren twintig in zwang gekomen constructies met (knie-)boogspanten. Daarnaast vanwege de esthetische kwaliteiten van met name de voorbouw en het ingenieurswerk in de hal en verder wegens de bijzondere ornamentiek en detaillering in diverse onderdelen van het in- en exterieur.

Het object heeft situationele waarde en ensemblewaarden vanwege de situering, destijds opzettelijk gekozen buiten de kom van 's-Hertogenbosch ter beperking van de overlast. Daarnaast vanwege de historische functioneel-ruimtelijke relatie van het complex met de omliggende aanvoerkanalen per weg, spoor en water, getuige de indertijd aangelegde lossteigers aan de Diezekade. Verder vanwege de wijze van inrichting van het noodzakelijkerwijs zeer grote buitenterrein met aanbindstangen aan de zuid- en noordzijde. Ten slotte als beeldbepalend onderdeel van de historische bebouwing aan de Oude Engelenseweg.

Het object is van belang vanwege de gaaf bewaard gebleven hoofdvormen en diverse elementen uit het vrij rijke interieur en bezit een typologische, architectuurhistorische, bouwtechnische en functionele zeldzaamheid.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction.

Located to the northwest of the city centre, the CATTLE MARKET HALL, originally known as the 'beef hall', with FORECOURT BUILDING from 1931 and surrounding loose, loading and parking area with tethering posts. The hall and forecourt building form part of what is nowadays known as the "Brabanthallen" complex. The cattle market hall and forecourt building are situated on a plot bounded on the southwest side by a railway line along an arm of the Dieze, on the southeast side by the Oude Engelenseweg, on the northeast side by the Diezekade situated along the Dieze and on the northwest side by the remaining halls of the complex. The location makes the site easily accessible by water, by rail and by road, and limits the nuisance caused by the large number of visitors (with accompanying freight traffic) and the pollution of the site.

In 1929 the decision was made to construct the complex which was officially put into use on 20 May 1931. The complex was designed by P.H. van Kessel of the Municipal Works department. The specification drawings were signed by director J.H. Pereij. The forecourt building is constructed in a style that blends influences from Expressionist Amsterdam School and Traditionalism. The architecture of the cattle market hall testifies, through the primacy of functional considerations (such as internal traffic flows and hygienic requirements), to a design procedure as advocated by the Modern Building Movement.

The supply of livestock increased explosively in the years 1892-1933. As a result, the 's-Hertogenbosch cattle market grew to become the largest in the Netherlands, with the greatest daily supply in the most extensive building complex. For the first time, cattle market halls were set up on such a large scale and at the same time entirely covered and enclosed. The beef hall, now called the Heusden and Altena hall, is nowadays used not only for cattle markets but also for various events. The constantly changing requirements for use resulted in several adjustments and modernisations after the war (especially in 1953).

Description.

The object covers an almost rectangular floor plan and consists of a forecourt building with small forecourt and an adjacent three-aisled hall ('beef hall') with the ridge direction perpendicular to the Oude Engelenseweg.

A. Forecourt building.

The partially cellaraged brick forecourt building covers an almost L-shaped floor plan and consists of various volumes mostly covered with variously coloured, glazed Gothic tiles. Various roof dormers with flat roofs with partly (multiply) coupled windows. At the front a pentagonal, single-storey conservatory extension on which a balcony with balustrade edged with ridge tiles.

At the eaves a recessed, overhanging brick gutter on corbels. Brickwork in Flemish bond, with alternating use of dark brown and yellow brick. Details in natural stone and glazed dark green and blue brick. Distinctive windows (including sash windows and fanlights with casements) with horizontal glazing bars but also, especially on the upper storeys and in the roof dormers, with small glazing bar divisions. Ceramic tile bands. Gable openings partly altered, in particular on the outer north side of the forecourt building.

The public entrance is located in a rectangular tower, approximately 25 metres high to the spire, of six storeys with a copper pitched roof with spire on ball. Semicircular central entrance with natural stone setting and closing pieces. Doors renewed.

Behind the tower a two-storey volume with flat roof and the main entrance to the beef hall, accessible via the tower portal. To the left a two-storey volume (built as dining room with conservatory, toilet, cloakroom) with flat roof and at the front a hipped roof. To the left of that a two-storey volume (with kitchen, buffet at the time) with attic storey under steep gabled roof, perpendicular to the roof of the dining room.

Eaves of the southern roof slope descend to man height. Austere entrance section. Far left a single-storey, five-sided enclosed volume (built as café) with an attic storey under gabled roof with tile on roof ridge end. To the right of the tower a narrower, elongated two-storey volume (ground floor originally for offices, canteen, storage, police, veterinary inspector, veterinarians) with attic storey under a hipped roof of which the gable roof with lower eaves. Entrance under semicircular arch. On the upper storey a balcony running over half the length of the front façade with rounded corner.

Original layout on the upper storey: in and behind the tower several meeting rooms, to the left the living quarters of the café operator, to the right the residence of the market superintendent and a hay loft, later renovated. Of the rich interior, the following are notable: tower portal with three parabolic windows with yellow cathedral glass; steeply angled staircase to the former residence of the café operator with animal heads in the wrought ironwork and terrazzo steps alternated with tile flooring on the landings; glazed double doors with horizontal glazing bars and orange-black-yellow wall tiles in the toilet areas; blue-black wall tiles and the setting of otherwise boarded-up arch ribs in the café, which further contains a large number of interesting geometric and figurative, partly fired stained-glass windows (depictions of livestock) by among others E. van Stiphout.

B. Hall ('beef hall') and adjoining structures.

The walls of the hall are likewise constructed in Flemish bond with yellow and dark brown brick alternating. The beef hall, which is in open connection with the forecourt building, measures 70 x 80 metres and is divided into three spans of 20, 30 and 20 metres wide respectively. Laminated wooden knee arch trusses with tie rods support the covering, internally covered with asbestos cement sheets and externally with rubberoid. Over the entire length of the coverings continuous, austere roof lights with frosted glass. Ventilation caps on the ridges. On either side of the hall a 3.5 metre projecting canopy under which iron tethering posts arranged in rows, partly renewed. The brick side walls comprise thirteen bays, with three windows per bay. In the first, seventh and thirteenth bay large external roll gates through which the livestock entered; on the north side from the waterside and on the south side from the now demolished loading platform. Internal corridor system based on double-row floor plan with lightly sloping stalls for livestock arranged in rows with partly renewed tethering posts and continuous open gutter. Of the interior, the following are further notable: drainage system under the floor for the removal of faeces, cemented clinker floors (most hygienic and animal-friendly) which close at the walls with a tile plinth above which wall covering with light-coloured and black tiles used in combination. Bronze portrait of the former 's-Hertogenbosch mayor Van Lanschot on marble plaque with inscription 'Presented by the municipal council / 11 March 1930' made by artist A. Falise in 1927.

Valuation.

The cattle market hall ('beef hall') with forecourt building and the surrounding loose, loading and parking area with tethering posts are of general interest. The object, formerly part of the largest cattle market halls in the Netherlands, has cultural-historical values as a distinctive expression of the explosively increased livestock trade in the early twentieth century. Furthermore because of its importance for the typological development of large-scale cattle market halls with associated accommodation for people, and as such for the typology of inter alia cafés, restaurants and small offices. Furthermore because of the pioneering character of the object as the first such large-scale entirely covered and enclosed hall complex with associated accommodation. The object has architectural-historical values because of its importance for architectural history on the basis of the combination of stylistic influences employed and for building technology on the basis of the (knee) arch truss constructions that came into common use in the nineteen-twenties. Furthermore because of the aesthetic qualities of in particular the forecourt building and the engineering work in the hall and further because of the distinctive ornamentation and detailing in various elements of the interior and exterior.

The object has situational value and ensemble values because of its location, deliberately chosen at the time outside the centre of 's-Hertogenbosch to limit nuisance. Furthermore because of the historical functional-spatial relationship of the complex with the surrounding supply channels by road, rail and water, as evidenced by the loading wharves then constructed at the Diezekade. Furthermore because of the manner of arrangement of the necessarily very large outdoor area with tethering posts on the south and north sides. Finally as a characterising element of the historical buildings on the Oude Engelenseweg.

The object is of importance because of its well-preserved principal forms and various elements from the fairly rich interior and possesses typological, architectural-historical, building-technical and functional rarity.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map