Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Julianaplein 10
's-Hertogenbosch, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1908
- Address
- Julianaplein 10, 5211 BC 's-Hertogenbosch
- Place
- 's-Hertogenbosch
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.68786, 5.29557
- Monument number
- 522474
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUtrecht University Library
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 25 's-Hertogenbosch, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding.
VILLA, in 1908 gebouwd in opdracht van de bankier G. van Lanschot naar ontwerp van de architect K.P.C. de Bazel in vormen van het Rationalisme met Traditionalistische elementen. Het zeer markant gelegen hoekpand maakt deel uit van de eerste stadsuitleg van 's-Hertogenbosch. De villa wordt omgeven door een (buiten de van rijkswege geldende bescherming vallende) groenaanleg die nog elementen uit de bouwtijd bevat en omgeven is door een ijzeren hekwerk. Aan de achterzijde werd in 1913 door de architect J. Hurkens een veranda aangebouwd. De berging aan de linkerzijde is in 1940 tot garage en in 1987 tot kantoorruimte verbouwd. In 1987 is het gehele pand, naar plannen van de architect F. van Osch, intern verbouwd tot kantoorpand en zijn er diverse bedrijven in ondergebracht. De belangrijkste decoratieve waarden bleven zowel intern als extern gehandhaafd.
Omschrijving.
Grote onderkelderde villa van twee bouwlagen met kapverdieping op rechthoekige grondslag met op de hoeken risalieten. De gevels zijn opgetrokken in machinale baksteen, gemetseld in kettingverband. De hoofdmassa van het pand heeft een mansardekap met Maasgedekte leien en twee met metselwerk in gele baksteen geornamenteerde schoorstenen op de hoeken van de daknok. De hoekaanbouwen hebben tent- en schilddaken met Maasgedekte leien en bolpirons op de nok. Om de lengteas van het gebouw te benadrukken heeft de aan de pleinzijde gelegen centrale entree zowel een horizontale als een verticale driedeling. Op de begane grond bestaat deze uit drie rondbogen op twee natuurstenen kolommen met kapitelen en een centraal geplaatste deur met natuurstenen trap, geflankeerd door rondboogvensters. De twee buitenste openingen worden in de plintzone afgesloten door een siersmeedijzeren hekwerk. Onder het vloerniveau bevinden daarachter de vensters van de kelder. Op de verdieping zijn boven de rondbogen drie recht gesloten vensters met kruiskozijnen geplaatst. Deze worden geflankeerd door vierpasbogen met natuurstenen omlijsting.
Centraal boven de gootlijst, die aan alle zijden een ruim overstek heeft en door bewerkte houten klossen gedragen wordt, bevindt zich in het dakschild een grote dakkapel met drie vensters met middenstijl en afzonderlijke topgevels. De dakkapel wordt geflankeerd door twee kleine rondboogkoekoeken met klapraampjes.
Omlopend zijn de gevels voorzien van een tweedelige ornamentiek. In de plintzone bestaat deze uit vier horizontale speklagen van gezaagde blokken natuursteen met metselwerk ertussen. Deze speklagen lopen door tot de onderzijde van de begane grond vensters en omsluiten de iets uitspringende onderdorpels. Aan de achterzijde is slechts de bovenste speklaag aangebracht. De overige ornamentiek betreft een met gele/witte verblendsteen gemetseld geometrisch patroon dat zich onder de gootlijst bevindt en dezelfde hoogte als de bovenlichten van de verdiepingsramen heeft. De overige vensteropeningen in de gevels zijn alle rechthoekig en hebben op de begane grond een hanenkam met druiplijst aan de bovenzijde en vensterluiken over de gehele vensterhoogte.
De toegepaste kozijnen zijn onderling enigszins verschillend. De grotere vensters hebben kruiskozijnen terwijl de wat kleinere vensters een horizontaal of verticaal gedeeld kozijn hebben. Veel van de ramen zijn voorzien van donker getint glas-in-lood, meestal in de bovenlichten.
Aan de achterzijde bevindt zich een verhard terras dat met een trapje bereikbaar is. In de achtergevel wordt de as van het gebouw benadrukt door een verticale driedeling. Op de begane grond bevindt zich een driezijdige erker met balkon aan de bovenzijde. De erker heeft aan elke zijde een openslaande dubbele glasdeur met enkel bovenlicht en met luiken over de gehele hoogte. Hierboven bevindt zich een band van geometrische siermetselwerk van witte verblendsteen.
Merkwaardigerwijs verschillen de vensters die de erker flankeren iets in hoogte. Het balkon heeft een paar openslaande deuren, geflankeerd door vensters met luiken. In het dakschild hierboven bevindt zich een dakkapel met drie vensters en een topgevel. Deze wordt geflankeerd door twee koekoeken die identiek zijn aan die in de voorgevel.
Aan alle zijden wordt het pand overhoeks geflankeerd door een, steeds verschillend vormgegeven uitbouw van één of twee bouwlagen. Hierdoor ontstaat een kasteel-achtige indruk. De vijfzijdige hoektoren aan de pleinzijde wordt in de vormgeving het meest benadrukt. Op elk van de twee bouwlagen bevinden zich vijf vensters. In detaillering en goothoogte komt de hoektoren overeen met de hoofdmassa. Links aan de voorgevel bevindt zich een driezijdige tweelaags uitbouw. Rechts aan de achterzijde bevindt zich een veelzijdige uitbouw van één bouwlaag. De aanbouw tegen de rechter zijgevel is een driezijdige erker van één bouwlaag met een balkon aan de bovenzijde. Tegen de linker achterzijde bevindt zich een in 1913 aangebouwde veranda van één bouwlaag.
Door middel van een tussengang staat de hoofdmassa in verbinding met de voormalige berging/garage die nu als kantoorruimte dient.
Intern is de villa zeer ruim van opzet. De indeling is nog grotendeels oorspronkelijk evenals grote delen van de interieurafwerking. Via de centrale entree met betegeld tochtportaal komt men in de vestibule van waaruit men de overige ruimtes kan betreden. Oorspronkelijk bevonden zich hier onder meer een salon, huiskamer, kinderkamer en keuken. De vloeren bestaan uit in blokpatroon en in twee houtsoorten gelegd parket. In de vestibule is verder een eenvoudig gegroefde lambrisering aangebracht. Deze loopt door in de omlijsting van de nog grotendeels originele deuren. De afscheiding tussen de entree en de vestibule bestaat uit een houten opbouw met drie rondbogen. De bovenbouw hiervan is voorzien van, deels kleurig, glas-in-lood. Bijzonder is de voormalige eetkamer aan de rechterzijde van de entree. Deze heeft een aparte zithoek met rijk geornamenteerde betimmeringen, een schouw met tegeltableau (een 17de-eeuws zeegezicht) en geornamenteerde omlijstingen en zuiltjes. Op de begane grond zijn de vensterbanken van zwart marmer. De aan de achterzijde gelegen voormalige salon heeft verder een schouw van grijs marmer en een met sobere geometrische patronen geornamenteerd stucplafond.
Via een van geornamenteerde houten balusters en stijlen voorziene bordestrap aan de linkerzijde van de vestibule kan men naar de verdieping. De kamers zijn hier aanmerkelijk soberder van detaillering en afwerking dan die op de begane grond.
De verdieping wordt gesplitst door een centrale gang die haaks op de hoofdas staat. Hier bevonden zich de slaapkamers, kinderkamers, logeerkamers en kleedkamer. De kapverdieping is aan de kantoorfunctie aangepast.
Waardering.
De villa met tuin en tuinhek is van algemeen belang. Het pand heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van een sociaal-economische ontwikkeling, namelijk de stichting van villa's voor de zeer welgestelden in de eerste stadsuitleg van 's-Hertogenbosch; het is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van de monumentale stadsvilla. De villa is van architectuurhistorisch belang door de toegepasterationalistische stijl en detaillering en als illustratief voorbeeld van het oeuvre van de architect K.P.C. de Bazel. De villa is van belang vanwege de architectonische gaafheid van zowel het interieur als het exterieur. De villa is van belang vanwege de architectuurhistorische, bouwtechnische en typologische zeldzaamheid.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction.
VILLA, built in 1908 on behalf of the banker G. van Lanschot after a design by the architect K.P.C. de Bazel in the forms of Rationalism with Traditionalist elements. The highly prominent corner building forms part of the first urban expansion of 's-Hertogenbosch. The villa is surrounded by a green area (falling outside the national protection) which still contains elements from the time of construction and is surrounded by an iron fence. A veranda was added to the rear by the architect J. Hurkens in 1913. The storage building on the left side was converted into a garage in 1940 and into office space in 1987. In 1987 the entire building was, according to plans by the architect F. van Osch, internally converted into an office building and various businesses were housed in it. The most important decorative values were maintained both internally and externally.
Description.
Large basement villa of two storeys with attic storey on a rectangular ground plan with risalits at the corners. The facades are built in machine-made brick, laid in chain bond. The main mass of the building has a mansard roof with Maas-slate and two corner chimneys ornamented with yellow brick masonry on the ridge. The corner annexes have tent and hipped roofs with Maas-slate and ridge cresting. To emphasize the longitudinal axis of the building, the central entrance on the square side has both a horizontal and a vertical three-part division. On the ground floor this consists of three round arches on two natural stone columns with capitals and a centrally placed door with a natural stone staircase, flanked by round arch windows. The two outer openings are closed at the plinth level by ornamental wrought-iron railings. Behind these, below floor level, are the basement windows. On the first floor, above the round arches, three straightclosed windows with cross windows are placed. These are flanked by four-leaf arches with natural stone surrounds.
Central above the eaves cornice, which projects generously on all sides and is supported by worked wooden blocks, there is in the roof slope a large roof dormer with three windows with mullion and separate gable ends. The roof dormer is flanked by two small round arch dormers with casement windows.
Around all the facades there is two-part ornamentation. In the plinth zone this consists of four horizontal courses of sawn natural stone blocks with masonry between them. These courses run through to the bottom of the ground floor windows and enclose the slightly projecting window sills. On the rear side only the top course is applied. The remaining ornamentation consists of a geometric pattern laid in yellow/white facing brick located below the eaves cornice and having the same height as the fanlights of the first floor windows. The remaining window openings in the facades are all rectangular and have on the ground floor a cockscomb with drip moulding at the top and shutters over the full window height.
The applied frames are somewhat different from one another. The larger windows have cross windows while the somewhat smaller windows have a horizontally or vertically divided frame. Many of the windows are fitted with dark-tinted leaded glass, mostly in the fanlights.
On the rear side there is a paved terrace which is accessible by a small staircase. In the rear facade the axis of the building is emphasized by a vertical three-part division. On the ground floor there is a three-sided bow window with a balcony above. The bow window has on each side a double glazed door opening outward with a single fanlight and with shutters over the full height. Above this is a band of geometric ornamental brickwork in white facing brick.
Curiously, the windows flanking the bow window differ slightly in height. The balcony has a pair of outward-opening doors, flanked by windows with shutters. In the roof slope above this there is a roof dormer with three windows and a gable end. This is flanked by two dormers identical to those in the front facade.
On all sides the building is flanked at the corners by an extension, each differently designed, of one or two storeys. This creates a castle-like impression. The five-sided corner tower on the square side is most emphasized in its design. On each of the two storeys there are five windows. In detail and eaves height the corner tower corresponds with the main mass. On the left of the front facade there is a three-sided two-storey extension. On the right of the rear side there is a multi-sided extension of one storey. The annex against the right side facade is a three-sided bow window of one storey with a balcony above. Against the left rear side there is a veranda of one storey added in 1913.
Via an intermediate passage the main mass is connected with the former storage/garage which now serves as office space.
Internally the villa is very spacious in layout. The division is still largely original as are large parts of the interior finish. Via the central entrance with tiled draught lobby one enters the vestibule from which the other rooms can be entered. Originally there were, among other things, a parlour, sitting room, children's room and kitchen here. The floors consist of parquet laid in block pattern and in two types of wood. In the vestibule there is also a simple grooved wainscoting. This continues into the surround of the largely original doors. The separation between the entrance and the vestibule consists of a wooden structure with three round arches. The upper part of this is provided with, partly coloured, leaded glass. Particularly notable is the former dining room on the right side of the entrance. This has a separate sitting area with richly ornamented timber finishes, a fireplace with a tile tableau (a 17th-century seascape) and ornamented surrounds and columns. On the ground floor the windowsills are black marble. The former parlour on the rear side further has a fireplace of grey marble and a ceiling with sober geometric patterned stucco ornamentation.
Via a staircase with ornamental wooden balusters and uprights on the left side of the vestibule one can reach the first floor. The rooms here are considerably more modest in detail and finish than those on the ground floor.
The first floor is divided by a central corridor which runs at right angles to the main axis. Here were located the bedrooms, children's rooms, guest rooms and dressing room. The attic storey has been adapted to the office function.
Valuation.
The villa with garden and garden fence is of general interest. The building has cultural-historical significance as a notable expression of a socio-economic development, namely the establishment of villas for the very wealthy in the first urban expansion of 's-Hertogenbosch; it is also of significance as an example of the typological development of the monumental urban villa. The villa is of architectural-historical significance through the applied rationalist style and detailing and as an illustrative example of the oeuvre of the architect K.P.C. de Bazel. The villa is significant because of the architectural integrity of both the interior and the exterior. The villa is significant because of the architectural-historical, construction-technical and typological rarity.
Nearby in the register
- Woonhuis, Julianaplein 8Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Koningsweg 3Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Julianaplein 19Woonhuisunder 1 mi
- Schoolgebouw, van der Does de Willeboissingel 14Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.