Rijksmonumentenregister · Netherlands
Complex Mariaplein
Vught, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Klooster, kloosteronderdl
- Function
- Klooster
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1939 - 1941
- Address
- Mariaplein 8 A, 5261 BL Vught (and others)
- Place
- Vught
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.66584, 5.29270
- Part of complex
- 521313
- Monument number
- 521315
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Utrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1930 map "Handelskaart van Nederland / naar de nieuwste officiëele gegevens bewerkt" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het KLOOSTER en BEJAARDENTEHUIS "Marienhof" is gelegen langs de westelijke zijde van het Mariaplein. Het pand werd tussen 1939 en 1941 gebouwd in opdracht van de zusters Franciscanessen uit Oirschot, die er een bejaardentehuis voor welgestelde dames in vestigden. Het ontwerp van het in Traditionalistische stijl opgetrokken gebouw is van de hand van A.J. Kropholler. Achter het klooster/bejaardentehuis een tuinaanleg naar ontwerp van de Bossche tuinarchitect Buis.
Heden is het gebouw nog steeds in gebruik als bejaardentehuis; de kloosterfunctie is echter sinds 1968 vervallen. In 1973 werd het bejaardentehuis gerenoveerd en gemoderniseerd: hierbij werd een aantal van de kleinere wooneenheden vergroot.
Omschrijving
Het onderkelderde pand heeft een globaal rechthoekige plattegrond met aan de rechterzijde de kapel met een driezijdige sluiting. Het gebouw telt twee bouwlagen onder een zadeldak gedekt met verbeterde Hollandse pannen. Het dak van de kapel is gedekt met leien en heeft aan de voorzijde een sterk uitkragende stenen goot op klossen. Boven de keuken, links van de kapel een grote bakstenen schoorsteen. De kapel heeft aan de voorzijde boven het dak een zeshoekige houten dakruiter. Het kloostergebouw heeft een symmetrische opbouw en telt negen traveen. De gevels zijn opgebouwd uit baksteen, met natuurstenen elementen.
In de voorgevel (oostgevel) bestaat de middelste travee uit de ingangspartij, die wordt gemarkeerd door een portiek met rondbogen, aan de voorzijde voorzien van overhoeks geplaatste penanten en bekroond met obelisken. Boven de boog aan de voorzijde een tegeltableau met de naam "Marienhof". De ingang wordt gevormd door een dubbele houten paneeldeur met vensters, bereikbaar via een laag stenen trapje. Aan weerszijden van de ingangspartij afwisselend traveeën met en zonder erker. De kamers op begane grond en verdieping zijn voorzien van zesruits ramen met een bovenlicht bestaand uit klapraam met glas-in-lood. Hiertussen kleine, smalle vensters met klapraam ter hoogte van de badkamers. Boven de erkers balkons met naar buiten openslaande houten deuren met glas-in-lood bovenlicht, met aan weerszijden hiervan smalle vensters. De balustrades van deze balkons zijn voorzien van ornamentale kruisvormige openingen, die het metselverband volgen. De zolderverdieping heeft aan de voorzijde grote dakkapellen met twee vensters en een tuitgevel, voorzien van een natuurstenen deklijst. Aan de rechterzijde de kapel: de eigenlijke kapelruimte ligt ter hoogte van de eerste verdieping van het kloostergebouw, hieronder bevinden zich de eet- en recreatiezaal, de dienstruimtes en de keuken. Deze vertrekken hebben stolpvensters met een vierruits glas-in-lood bovenlicht. De kapel is voorzien van hoge lancetvensters met glas-in-loodramen. Onder het dak van de kapel loopt een boogfries. In het midden van de koorsluiting een rond venster met glas-in-lood. Hieronder is een door de parochie O.L.V. Maria Middelares alle Genaden geschonken terracotta Mariabeeld ingemetseld. Hieronder een natuurstenen gedenksteen met de tekst: "Parochia Jubilans Conventui Intranti" en jaartalsteen (A.D. MCMXL).
De korte zuidgevel is sober vormgegeven en heeft net als de oostgevel stolpramen met glas-in-lood bovenlicht. In het midden een eenvoudige deur, die toegang geeft tot de gang. Op de zolderverdieping twee kleine, gekoppelde vensters. De tuitgevel wordt bekroond door een natuurstenen deklijst.
De achtergevel(westgevel) kijkt uit op de tuin van het klooster. Ook hier hebben de kamers stolpvensters met glas-in-lood bovenlicht. In het midden van de achtergevel de glas-in-lood-ramen van het trappenhuis. Hieronder de boogvormige tuiningang, toegankelijk via een bakstenen trap. Deze is voorzien van een ijzeren deur met vensters en zij- en bovenlichten met glas-in-lood. De zolderverdieping is aan de achterzijde voorzien van kleine, eenvoudige dakkapellen. Boven het trappenhuis een uitbouw onder schilddak voor de lift. Ter hoogte van het tweede trappenhuis, dat toegang geeft tot de kapelruimte, zijn smalle, hoge lancetvensters aangebracht. De kapelruimte zelf heeft in de achtergevel een roosvenster. Hieronder een deels eenlaags, deels tweelaags aanbouw onder plat dak voor de keuken en dienstvertrekken: de eenlaags aanbouw voor het washuis is later verbreed en tevens hebben er hier enige wijzigingen in de venster- en deurindeling plaatsgevonden.
In de noordgevel van de kapel een travee-indeling met gekoppelde lancetvensters tussen naar boven toe trapsgewijs verjongende steunberen. Hieronder, ter hoogte van de eetzaal gekoppelde stolpvensters. Aan de voorzijde van het kloostergebouw loopt langs het plein een laag bakstenen muurtje met ezelsrug. Aansluitend aan de linkerzijde een ijzeren sierhek, dat toegang geeft tot de tuin.
In het interieur is de oorspronkelijke dispositie voor een groot deel onaangetast gebleven en vinden we nog een groot aantal oorspronkelijke interieurelementen. Het bejaardentehuis heeft over de gehele lengte een centrale gang, met aan weerszijden hiervan de kamers. De kamers van het bejaardentehuis, die bestaan uit een kleine hal met keukentje, een woonkamer, slaapkamer en kleine badkamer, zijn nauwelijks gewijzigd. Wel is een aantal kleine wooneenheden, voorheen bestaand uit een gecombineerde zit- en slaapkamer, vergroot. De kamers voor de zusters bevonden zich op de zolderverdieping: hier hebben enige wijzigingen in de indeling plaatsgevonden.
In de gangen houten en tegellambriseringen en houten balkenplafonds. In de gangen en het trappenhuis bogen in schoon metselwerk (wanden verder gewit), met zandstenen geboortestenen. In het centrale trappenhuis een houten trap en glas-in-loodramen naar ontwerp van J. Frenken uit 1956. Bijzonder is de aankleding van de kapel: In deze éénbeukige ruimte wordt het koor gemarkeerd door een lancetboogvormige triomfboog.
Tegenover het koor een tribune, rustend op een lancetboog. De kapel heeft een open kap, ondersteund door natuurstenen/bakstenen consoles, wanden in schoon metselwerk, gedeeltelijk opgebouwd uit geglazuurde bakstenen. Ingang met zware houten deur onder spitsboog, daarin een tegeltableau met anker en Alpha/Omega-symbolen. Boven de deur die naar de sakristie leidt een ingemetselde driehoekige klok. Meubilair, zoals kerkbanken, hoogaltaar, preekstoelen en kroonluchter naar ontwerp van Kropholler.
Waardering
Het klooster en bejaardentehuis "Marienhof" is van algemeen belang en bezit cultuurhistorische waarde als uitdrukking van sociaal-economische en geestelijke ontwikkelingen. Het illustreert de wijze waarop de R.K. kerk tussen de twee wereldoorlogen in de samenleving integreerde. Het object is van architectuurhistorisch belang vanwege de traditionalistische bouwstijl en vanwege de plaats die het inneemt binnen het oeuvre van de architect A.J. Kropholler. Het object bezit ensemblewaarde wegens de bijzondere wijze van inrichting. Het object is van belang vanwege de architectonische gaafheid. Tot slot is het object van belang vanwege de architectuurhistorische en typologische zeldzaamheid.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The CONVENT and NURSING HOME "Marienhof" is located along the western side of the Mariaplein. The building was constructed between 1939 and 1941 on behalf of the Franciscan sisters from Oirschot, who established a nursing home for affluent ladies there. The design of the building, erected in the Traditionalist style, is by A.J. Kropholler. Behind the convent/nursing home a garden layout designed by the Den Bosch garden architect Buis.
Today the building is still in use as a nursing home; however, the convent function has been discontinued since 1968. In 1973 the nursing home was renovated and modernized: some of the smaller residential units were enlarged during this work.
Description
The cellaraged building has a roughly rectangular ground plan with the chapel on the right side featuring a three-sided termination. The building has two storeys under a gabled roof covered with improved Dutch tiles. The chapel roof is covered with slate and has a strongly projecting stone gutter on corbels at the front. Above the kitchen, to the left of the chapel, a large brick chimney. The chapel has at the front above the roof a hexagonal wooden roof turret. The convent building has a symmetrical composition and comprises nine bays. The facades are constructed of brickwork with natural stone elements.
In the front facade (east facade) the central bay consists of the entrance section, which is marked by a portico with semicircular arches, fitted at the front with diagonally placed pilasters and crowned with obelisks. Above the arch at the front a tile tableau with the name "Marienhof". The entrance is formed by a double wooden panelled door with windows, accessible via a low stone staircase. On either side of the entrance section alternating bays with and without a bay window. The rooms on the ground floor and upper storey are provided with six-light windows with a fanlight consisting of a casement window with leaded glass. Between these small, narrow windows with casement windows at the level of the bathrooms. Above the bay windows balconies with outward-opening wooden doors with leaded glass fanlight, with narrow windows on either side of these. The balustrades of these balconies are provided with ornamental cruciform openings, which follow the brick bonding. The attic storey has at the front large dormer windows with two windows and a spout gable, provided with a natural stone cornice. On the right side the chapel: the actual chapel space is at the level of the first storey of the convent building, below it are the dining and recreation hall, the service rooms and the kitchen. These rooms have casement windows with a four-light leaded glass fanlight. The chapel is provided with tall lancet windows with leaded glass panes. Under the chapel roof runs an arch frieze. In the middle of the choir termination a round window with leaded glass. Below this a terracotta Mary statue, given by the parish O.L.V. Maria Middelares alle Genaden, is set into the masonry. Below this a natural stone memorial stone with the text: "Parochia Jubilans Conventui Intranti" and a date stone (A.D. MCMXL).
The short south facade is soberly designed and like the east facade has casement windows with leaded glass fanlight. In the middle a simple door, which provides access to the corridor. On the attic storey two small, paired windows. The spout gable is crowned by a natural stone cornice.
The rear facade (west facade) overlooks the convent garden. Here too the rooms have casement windows with leaded glass fanlight. In the middle of the rear facade the leaded glass windows of the stairwell. Below this the arched garden entrance, accessible via a brick staircase. This is provided with an iron door with windows and side and transom lights with leaded glass. The attic storey is at the rear provided with small, simple dormer windows. Above the stairwell an extension under hipped roof for the lift. At the level of the second stairwell, which provides access to the chapel space, narrow, tall lancet windows are installed. The chapel space itself has a rose window in the rear facade. Below this a partly single-storey, partly two-storey extension under flat roof for the kitchen and service rooms: the single-storey extension for the washhouse was later widened and some changes have also been made here in the window and door arrangement.
In the north facade of the chapel a bay arrangement with paired lancet windows between progressively tapering flying buttresses towards the top. Below, at the level of the dining hall, paired casement windows. At the front of the convent building a low brick wall with a saddle-back runs along the square. Adjoining on the left side an iron decorative fence, which provides access to the garden.
In the interior the original disposition has remained largely unaltered and we still find a large number of original interior elements. The nursing home has throughout its length a central corridor, with rooms on either side. The rooms of the nursing home, which consist of a small hall with kitchenette, a living room, bedroom and small bathroom, have scarcely been altered. However, a number of small residential units, formerly consisting of a combined sitting and bedroom, have been enlarged. The rooms for the sisters were on the attic storey: some changes have been made here in the layout.
In the corridors wooden and tile wainscoting and wooden beam ceilings. In the corridors and stairwell arches in fair-faced brickwork (walls otherwise whitened), with sandstone ashlar stones. In the central stairwell a wooden staircase and leaded glass windows designed by J. Frenken from 1956. Particularly striking is the arrangement of the chapel: In this single-aisle space the choir is marked by a lancet arch triumphal arch.
Opposite the choir a gallery, resting on a lancet arch. The chapel has an open roof truss, supported by natural stone/brick corbels, walls in fair-faced brickwork, partly constructed of glazed bricks. Entrance with a heavy wooden door under a pointed arch, containing a tile tableau with anchor and Alpha/Omega symbols. Above the door leading to the sacristy an embedded triangular bell. Furnishings, such as church pews, high altar, pulpits and chandelier designed by Kropholler.
Valuation
The convent and nursing home "Marienhof" is of general importance and possesses cultural-historical value as an expression of socio-economic and spiritual developments. It illustrates the manner in which the Roman Catholic Church integrated into society between the two world wars. The object is of architectural-historical importance because of the traditionalist building style and because of the place it holds within the oeuvre of architect A.J. Kropholler. The object possesses ensemble value because of its particular manner of arrangement. The object is important because of its architectural integrity. Finally, the object is important because of its architectural-historical and typological rarity.
Nearby in the register
- Complex MariapleinOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Complex MariapleinBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Complex MariapleinWoonhuisunder 1 mi
- MariakerkKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.