Rijksmonumentenregister · Netherlands
Bankgebouw, Stationsstraat 41
Tilburg, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Handel en kantoor
- Function
- Bankgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1903
- Address
- Stationsstraat 41, 5038 EC Tilburg
- Place
- Tilburg
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.55818, 5.08196
- Monument number
- 521212
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1889 map "Manoeuvreerkaart der 3de Divisie Infanterie in 1889 op de schaal van 1:50.000 / [Topographische Inrichting]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Voormalig BANKGEBOUW uit 1903 in Art Nouveau, van de Geldersche Credietvereeniging, naar ontwerp van architect J. v.d. Valk (Tilburg). Het gebouw ligt in de Stationsstraat, die na de aanleg van de spoorlijn door de stad vanaf 1870 is ontstaan.In 1922 wordt de bank aan de achterkant uitgebreid met een personeelskantoor door architect N. van Haspel (Oosterbeek) Het gebouw wordt in 1995 verbouwd door architect D. Storimans (Tilburg) tot advocatenkantoor waarbij de afwerking van het interieur is gewijzigd maar de oorspronkelijke indeling nagenoeg ongewijzigd is gebleven.
Omschrijving
Het bankgebouw heeft een, drie en vier bouwlagen met een zolder. De kelder ligt gedeeltelijk boven het maaiveld. Het gebouw wordt gedekt door samengestelde dakvormen van een schilddak met plat, een zadeldak met de nok loodrecht op de straat, en twee platte daken. De dakschilden zijn voorzien van leien. Op de noordhoek van de voorgevel, bezijden de ingang, bevindt zich een ronde arkeltoren met een kegeldak. De voorgevel heeft een asymmetrische opbouw. In het eenlaagse gedeelte gedekt door een plat dak met lichtkap bevindt zich de hoofdingang. De dubbele hoge houten deuren met koperen gehengen en spionluikjes hebben een indeling in vier panelen, waarvan de bovenste van glas zijn. De ingang wordt bekroond door een Art Nouveau smeedijzeren hekwerk. Direct achter de hoofdingang bevindt zich het drielaagse gedeelte van de bank met erboven een dakterras. Aan de voorkant bevindt zich op de derde bouwlaag een rechtgesloten houten venster voorzien van een stalen I-profiel als latei met geklonken aanzetstukken in Art Nouveau met twee tussenstijlen en kalven. De pui van de bank bestaat uit drie identieke gekoppelde venstertraveeën, die aangezet worden door halfpilasters en gescheiden door twee pilasters. Het geheel ligt onder een zware puibalk. Op de balk stond oorspronkelijk de naam van de bank vermeld. De pilasters zijn voorzien van een kolomsculptuur. De houten vensters hebben twee tussenstijlen en kalven met daarin opgenomen stalen ramen. Als latei zijn boven de vensters stalen I-profielen met geklonken aanzetstukken in Art Nouveau toegepast. Onder elk venster bevindt zich een kelderlicht voorzien van zware siersmeedijzeren gecombineerde horizontale en verticale diefijzers. Boven de pui is de gevel, in de breedte, in drieën gedeeld. De linkerdeel onder de topgevel in het dak bestaat op de derde bouwlaag uit twee getoogde schuifvensters, die gescheiden worden door een brede gemetselde penant en op de vierde bouwlaag door drie gekoppelde schuifvensters met een rondboog in het bovenlicht voorzien van glas-in-lood in Art Nouveau stijl in de kleuren lichtblauw en geel en gescheiden door smalle natuurstenen penanten.
In de borstwering van de laatstgenoemde vensters bevindt zich een tegeltableau in Art Nouveau stijl met drie wapenschilden. Het linkse schild draagt drie gouden torens op een blauw veld (Tilburg). Het middelste bekroonde schild is omgeven door een lauwerkrans. Het wordt verdeeld in twee helften: links een gouden leeuw op een blauw veld en rechts een zwarte leeuw op een gouden veld (Gelderland). Het rechtse schild draagt een tweekoppige zilveren adelaar op een blauw veld (Arnhem). De topgevel is voorzien van een verticaal spleetvenster. De gevel wordt geflankeerd door twee gestileerde pelikanen, heeft eveneens een tableau waarop zich tussen bloemen drie bijen bevinden. De bij staat symbool voor ijver en spaarzaamheid en de pelikaan voor verzamelen. Het middendeel, liggend onder een rechte bakgoot bestaat op de derde bouwlaag uit drie getoogde schuifvensters, die gescheiden worden door een smalle gemetselde penant en op de vierde bouwlaag door drie kleine rechtgesloten draaivensters. Het rechterdeel wordt gevormd door de arkeltoren. Hierin op beide bouwlagen vijf stenen vensters elk met een kalf en drie montanten. Het onderste bovendien met een dubbel kalf. In de stenen vensters houten ramen met in de bovenlichten glas-in-lood in Art Nouveau in de kleuren lichtblauw en geel. De arkel, die bekroond wordt door een loden piron, staat op een geprofileerde voet. De achtergevel heeft deur- en raamvensters die rechtgesloten zijn. De muuropeningen hebben stalen I-profielen lateien voorzien van een rollaag. Op de vierde bouwlaag een breed balkon met dubbele toegangsdeuren met zij- en bovenlichten. De achterdeur met bovenlicht ligt op een klein bordes, bereikbaar via een kleine frontale trap. Het opgaande werk van het bankgebouw bestaat uit rode baksteen gemetseld in kruisverband. In de voorgevel wordt het metselwerk afgewisseld door Noors graniet. De gehele pui, arkelkozijnen, topgevel en pelikaansculpturen zijn uit dit materiaal vervaardigd.
De gevel en arkeltoren worden afgesloten door een fries met daarin een wit en blauw tegelmozaïek. De vertrekken van het bankgebouw zijn gegroepeerd rond de centrale hal, die over drie bouwlagen doorloopt. Hieronder bevindt zich de kluis met een omloop van blinde muren. De kluis is bereikbaar via een traliedeur voorzien met de initialen van de bank G. C. V. De kluisdeur is afkomstig van de firma S.J. Arnheim uit Berlijn.
Waardering
Het voormalige bankgebouw heeft algemeen belang. Het pand heeft cultuurhistorisch belang als voorbeeld van een sociaal-economische ontwikkeling, namelijk de bouw van rijk gedetailleerde kantoren binnen de bestaande stedelijke structuur en is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van het bankgebouw. Architectuurhistorisch is het van belang vanwege de stijl en de detaillering in een regionale variant van de Art Nouveau en als voorbeeld van het werk van de architect Van der Valk. Het gebouw is belangrijk vanwege de gaafheid van het ex- en een deel van het interieur en met name door de typerende iconografie. Het heeft ensemblewaarde door de ligging in een stadsbeeld dat zich kenmerkt door de structurele en visuele gaafheid.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Former BANK BUILDING from 1903 in Art Nouveau style, of the Geldersche Credietvereeniging, designed by architect J. v.d. Valk (Tilburg). The building is located in the Stationsstraat, which came into being following the construction of the railway line through the city from 1870 onwards. In 1922 the bank is extended at the rear with a staff office by architect N. van Haspel (Oosterbeek). The building is converted in 1995 by architect D. Storimans (Tilburg) into a law office, during which the interior finishes are altered but the original layout remains virtually unchanged.
Description
The bank building has one, three and four storeys with an attic. The basement lies partially above ground level. The building is covered by composite roof forms consisting of a hipped roof with flat, a gabled roof with the ridge perpendicular to the street, and two flat roofs. The roof slopes are covered with slate. On the north corner of the front facade, beside the entrance, there is a round corner turret with a conical roof. The front facade has an asymmetrical composition. In the single-storey section covered by a flat roof with a rooflight is the main entrance. The double high wooden doors with brass hinges and spy hatches have a division into four panels, the upper ones of which are glazed. The entrance is crowned by an Art Nouveau wrought iron grille. Directly behind the main entrance is the three-storey section of the bank with a roof terrace above. At the front on the third storey there is a square-headed wooden window provided with a steel I-profile as a lintel with riveted Art Nouveau connecting pieces with two intermediate stiles and transoms. The shop front of the bank consists of three identical coupled window bays, which are set off by half-pilasters and separated by two pilasters. The whole lies beneath a heavy shop front beam. Originally the name of the bank was inscribed on the beam. The pilasters are provided with column sculptures. The wooden windows have two intermediate stiles and transoms with steel frames incorporated within them. Steel I-profiles with riveted Art Nouveau connecting pieces are used as lintels above the windows. Below each window is a basement light provided with heavy ornamental wrought iron combined horizontal and vertical burglar bars. Above the shop front the facade is, in its width, divided into three parts. The left section beneath the gabled roof in the roof consists on the third storey of two arched sash windows, which are separated by a broad mortared mullion and on the fourth storey by three coupled sash windows with a round arch in the fanlight provided with leaded glass in Art Nouveau style in the colours light blue and yellow and separated by narrow stone mullions.
In the parapet of the last-mentioned windows is a tile panel in Art Nouveau style with three coats of arms. The left shield bears three golden towers on a blue field (Tilburg). The middle crowned shield is surrounded by a laurel wreath. It is divided into two halves: on the left a golden lion on a blue field and on the right a black lion on a golden field (Gelderland). The right shield bears a two-headed silver eagle on a blue field (Arnhem). The gabled roof is provided with a vertical slit window. The facade is flanked by two stylised pelicans, and likewise has a panel on which between flowers three bees are depicted. The bee stands as a symbol of industry and thrift and the pelican for gathering. The middle section, lying beneath a straight roof gutter, consists on the third storey of three arched sash windows, which are separated by a narrow mortared mullion and on the fourth storey by three small square-headed casement windows. The right section is formed by the corner turret. In this on both storeys five stone windows each with a transom and three mullions. The lower one moreover with a double transom. In the stone windows wooden frames with leaded glass in the fanlights in Art Nouveau in the colours light blue and yellow. The corner turret, which is crowned by a lead finial, stands on a moulded base. The rear facade has square-headed door and window openings. The wall openings have steel I-profile lintels provided with a roller layer. On the fourth storey a wide balcony with double access doors with side and top lights. The rear door with fanlight is on a small landing, accessible via a small frontal staircase. The structural work of the bank building consists of red brick laid in Flemish bond. In the front facade the brickwork is alternated with Norwegian granite. The entire shop front, corner turret windows, gabled roof and pelican sculptures are made from this material.
The facade and corner turret are finished with a frieze containing a white and blue tile mosaic. The rooms of the bank building are grouped around the central hall, which extends through three storeys. Beneath this is the safe with a passage of blind walls. The safe is accessible via a lattice door provided with the initials of the bank G. C. V. The safe door is from the firm S.J. Arnheim from Berlin.
Valuation
The former bank building is of general public interest. The building has cultural-historical significance as an example of a socio-economic development, namely the construction of richly detailed offices within the existing urban structure and is also of significance as an example of the typological development of the bank building. From an architectural-historical perspective it is of significance because of the style and detailing in a regional variant of Art Nouveau and as an example of the work of the architect Van der Valk. The building is important because of the integrity of the exterior and part of the interior and particularly because of the characteristic iconography. It has ensemble value through its location in an urban setting that is characterised by structural and visual integrity.
Nearby in the register
- Woonhuis, Stationsstraat 34Woonhuisunder 1 mi
- Belastingkantoor, Stationsstraat 45Overheidsgebouwunder 1 mi
- Woonhuis, Stationsstraat 32Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Stationsstraat 25Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.