Rijksmonumentenregister · Netherlands
Maria Magdalena Alacoque-kerk
Tilburg, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1920 - 1922
- Address
- Thomas van Kempenstraat 10, 5025 PJ Tilburg
- Place
- Tilburg
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.55281, 5.06279
- Monument number
- 521196
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "50 Breda" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De kerk gewijd aan de H. Margarita Maria Alacoque werd tezamen met de pastorie in 1920-1922 gebouwd naar plannen van de Tilburgse architect H.C. Bonsel. Op 10 december 1922 werd de kerk door pastoor De Beer gewijd. De kerk was de eerste in Nederland die was gewijd aan Margarita Maria Alacoque die in 1920 was heilig verklaard.
De kerk is opgetrokken in deels Expressionistische, deels Romaniserende baksteenvormen, typerend voor het Interbellum. Wat opvallend mag worden genoemd is de wijziging in het oorspronkelijke ontwerp voor de kerk waarbij de eerder geplande houten kap werd vervangen door een ijzeren vakwerkconstructie. Wellicht was dit noodzakelijk voor het aanbrengen van het hoge paraboolvormige gewelf in het schip.
Een binnen het oorspronkelijke ontwerp opgenomen toren op de plaats van de huidige uitgebouwde kapel aan het linker deel van het portaal werd niet uitgevoerd.
In de jaren 1922 en 1925 werden aan de zijkant van het kerkterrein een omrastering en schansmuur geplaatst. In 1961 werd de sacristie een weinig gewijzigd. Op een onbekend moment werden de dakkapellen op het schip verwijderd waarbij in het schip tevens het legraam werd verwijderd en het schoon metselwerk geschilderd.
Omschrijving
Eenbeukige georiënteerde kerk onder hoog, steil opgaand zadeldak met op gelijke hoogte aansluitende transeptarmen, een lager aangezet polygonaal koor met kooromgang en aan de voorgevel een portaalbouw. De kerk is opgetrokken uit machinale baksteen en heeft een plint bestaande uit donkere handgevormde bakstenen. Alle daken zijn gedekt met romaanse pannen en worden beëindigd door middel van een bakgoot. Onder deze goot, rond het hele gebouw, een samengestelde tandlijst. Het schip is middels geprofileerde lisenen die aansluiten op de samengestelde tandlijst verdeeld in vijf traveeën. De eerste travee aan de westzijde sluit aan bij de uitgebouwde kapellen onder tentdak welke aansluiten op de portaalbouw. De overige traveeën worden ingenomen door een rondboogvenster met bakstenen middenstijl waarboven een oculus en, zoals bij alle vensters, een bakstenen afzaat, het geheel in een rondboogvormig spaarveld. De vensters van het schip bevatten figuratieve glas-in-lood vullingen. Tegen de respectievelijk derde en vijfde travee vanuit het westen een uitgebouwde biechtstoel onder schilddak.
De transepten bestaan uit drie traveën met vensters zoals in het schip waarin figuratieve glas-in-lood vullingen, in de meest westelijke travee een eikenhouten paneeldeur onder rollaag. In de zijgevels van de transepten is slechts het rondboogvormige spaarveld aangebracht. De noklijnen van de zadeldaken met wolfseinden van de transeptarmen sluiten op een lagere hoogte aan op het dak van het schip. Opvallend bij de transepten is de trompachtige vulling bij de samenkomst van de hoeklisenen en de bakstenen sierlijst. Op de samenkomst van het noordertransept en de 'koortravee' is een lage kapel onder lessenaarsdak gebouwd (1943?) met daarin een paneeldeur. Het schip is voorbij de transepten nog ter grootte van één travee doorgetrokken waardoor gesproken kan worden van een koortravee. Hierin wederom een spaarveld, nu met een eenvoudig rondboogvenster waarboven een klein rond venster. De achtergevel van de koortravee bestaat uit een topgevel met uitgemetselde schouders waarvan die aan de zuidzijde overgaat in een hoge slanke schoorsteen. De gevel, langs de noklijn voorzien van een brede gemetselde sierrand, wordt bekroond door een forse, open dakruiter met bakstenen basis en houten opbouw waarop een aan de voet geknikt steil tentdak, hetgeen wordt bekroond door een smeedijzeren kruis met weerhaan. Tegen de achtergevel een lager aangezet vijfzijdig koor met kooromgang onder samengesteld dak waartegen voluutvormige steunberen. In het koor rondboogvormige spaarvelden waarin een klein rondboogvenster. In de omgang steeds twee diepliggende rondboogvensters welke via een veld met verticaal gemetselde bakstenen verbonden zijn met eronder liggende rechthoekige, nu door middel van schotten gedichte keldervensters. De voorgevel van de kerk, in de vorm van een door een bakstenen kruis bekroonde topgevel met uitgemetselde schouders, wordt gedomineerd door een samengestelde ingangspartij waarboven een in een diepe rondboogvormige nis geplaatst halfrond venster met eenvoudige verticale baksteentracering. De diepe nis is afgesloten door een gemetselde balustrade waarin vierkante uitsparingen. Boven de nis een uurwerk in een gemetselde achtpuntige ster. De ingangspartij bestaat uit twee, op de hoeken van het schip geplaatste, lager aangezette en uitgebouwde kapellen waartussen een portiek. De kapellen worden, evenals het schip en de transepten, geleed door middel van lisenen. De liseen in het midden van de zijgevels van de kapellen sluit aan op de uitgemetselde schouder van de hoog oprijzende voorgevel. De kapellen hebben aan de voorzijde van deze schouder een zadeldak met wolfseinden. Achter de schouders een lessenaarsdak. De kapel aan de linkerzijde is van een groter formaat dan die aan de rechter zijde en heeft in de asymmetrische zijgevel twee traveeën met rondboogvensters. Aan de voorzijde een gedeelde paneeldeur onder bakstenen latei in een rondboogvormig spaarveld. Het boogveld wordt ingenomen door een mozaiek voorstellende de Mater Amabilis van de hand van Piet Gerrits (1927). In de rechter zijgevel van de kapel aan de rechterzijde van het portaal in de eerste travee een rondboogvormig spaarveld met twee smalle rondboogvensters waarboven een oculus. In de tweede travee een rondboogvenster met rechts daarvan twee boven elkaar geplaatste oculi en een opgeklampte deur onder rondboogvormig spaarveld. In de voorgevel een paneeldeur in rondboogvormig spaarveld met in het boogveld een mozaiek voorstellende Johannes de Doper vervaardigd door Frans Mandos (1940). Het portiek heeft drie gekoppelde rondboogvormige doorgangen, de middelste groter dan de belendende en bekroond door een fronton met bakstenen kruis, de bogen rustende op bakstenen kolommen met een eenvoudige, kapiteelachtige ondersteuning van de bogen. In het verlengde van de bogen drie paneeldeuren, de middelste gedeeld, onder een bakstenen latei waarboven een rondboogvormig bovenlicht met verticale bakstenen tracering. In het portiek aan elke zijde een doorgang met paneeldeur. Het portiek heeft koepelgewelven op pendentieven. Het portiek is toegankelijk via een brede, meertredige opgang. Het interieur wordt gedomineerd door het hoge paraboolgewelf in het schip. Tegen de zijwanden van het schip, verdeeld in vier traveeën gemetselde lisenen waartegen zandstenen apostelbeelden. Aan de bovenzijde kragen de lisenen uit middels bakstenen siermetselwerk en ondersteunen segmentbogen, in het transept rondbogen, die de traveeën overspannen. Aansluitend op de transeptarmen een transversaalboog met daarachter een zeer smalle koortravee waarin een gemetseld gewelf. Het koor is van het schip gescheiden door middel van een triomfboog die wordt gedragen door met motieven gesierde bakstenen pijlers. In de aanzet van de pijler aan de zuidzijde de 'eerste steen' met opschrift 'OP HET FEEST VAN HET ALLERH. HART VAN JESUS / 3 VI 1921 / WERD DEZE EERSTE STEEN GELEGD DOOR / W.J. DE KLIJN, PASTOOR / EN DE KERKREGENTEN / J. JANSSEN. L. GOIJAERTS. / J. V. ROESSEL. F. VONK DE BOTH. In het koor een half meloengewelf en in de rondboogvensters moderne glas-in-lood vullingen. Koortravee en koor hebben een drietredige verhoogde travertijnen vloer. De rondboogvormige doorgangen naar de kooromgang, met schuin plafond, zijn in 1961 geopend. Vanaf het schip zijn in de muur van de kooromgang twee rondboogvormige openingen aangebracht.
De transepten omvatten drie traveeën, aan de zuidzijde in de derde travee naar het oosten de gedeelde deur naar de sacristie welke in 1961 werd gebouwd.
In de westgevel een rondboogvormige orgeltribune met gemetselde balustrade met openingen onder keperboog, het geheel op bakstenen consoles.
De vensters van het schip zijn gevuld met figuratieve glas-in-lood vensters van de hand van P. Clijsen (1948): de verschijning van het H. Hart aan M. Alacoque; de Annunciatie; het H. Huisgezin; het sterfbed van Jozef; de verrezen Christus verschijnt aan Maria; Noli me tangere; de Hemelvaart en tenslotte het sterfbed van M. Alacoque. Onder de voorstellingen banderolles met de beloften aan het H. Hart. In de pijlers, versierd met geometrisch metselwerk, zijn zandstenen beelden opgenomen, voorstellende de twaalf apostelen, van de hand van Toon van Eijndhoven en L. Petit (1934). De voorhal, met vlakke zoldering, is van het schip gescheiden door ronde bogen. Aan de noordzijde van de hal een dagkapel met vlakke zoldering en in de muur naar de hal onderbroken door rondboogvormige openingen gevuld met siersmeedwerk. Op de vloeren van de kerk geelkleurige plavuizen. De stalen, geheel geklonken vakwerkconstructie waarop het dak rust bestaat uit schuingeplaatste vakwerkliggers, waarop de dakschilden rusten, die aansluiten op een hoofdgestel in de nok van het dak. Het komt overeen met een vakwerkboogspant.
In de dagkapel een levensgroot mozaiek voorstellende de verschijning van het H. Hart aan M. Alacoque van de hand van Piet Gerrits. De geschilderde kruisweg bestaat uit veertien panelen, eveneens door Piet Gerrits (1926-1927). De kerk bezit drie sedilia ontworpen door de architect Kropholler (ca. 1930-1940).
In de sacristie een aquarel van de hand van architect H. Bonsel met een zicht op het interieur van de kerk.
Waardering
Het object is van algemeen belang wegens de cultuurhistorische waarden welke tot uitdrukking komen in het belang van het object als voorbeeld van een katholieke volkskerk uit het interbellum. Het object is tevens van belang vanwege de architectuurhistorische waarden door de plaats die de kerk inneemt in het oeuvre van de architect H.C. Bonsel. Het is een zeldzaam werkstuk binnen een oeuvre dat vooral bestaat uit industriële objecten.
Het object is van belang wegens de zeldzaamheid door de typologie, zijnde een eenbeukige kerk van dergelijk formaat en, hiermee samenhangend, vanwege de bouwtechnische aspecten door de toepassing van vakwerkliggers voor de dakconstructie.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The church dedicated to St. Margarita Maria Alacoque was built together with the presbytery in 1920-1922 according to plans by the Tilburg architect H.C. Bonsel. On 10 December 1922 the church was consecrated by Pastor De Beer. The church was the first in the Netherlands to be dedicated to Margarita Maria Alacoque, who was canonised in 1920.
The church is constructed in partly Expressionist, partly Romanesque brick forms, typical of the Interwar period. What may be noted as striking is the modification to the original design for the church whereby the originally planned wooden roof truss was replaced by an iron truss structure. This may have been necessary for the installation of the high parabolic vault in the nave.
A tower originally included in the design, to be located at the site of the present extended chapel on the left part of the portal, was not executed.
In the years 1922 and 1925 a fence and a wall were placed at the side of the church grounds. In 1961 the sacristy was slightly modified. At an unknown time the roof dormers on the nave were removed, during which the casement frame was also removed from the nave and the clean brickwork was painted.
Description
Single-aisle oriented church under a high, steep gabled roof with transept arms connecting at the same height, a lower set polygonal choir with ambulatory and a portal structure at the front facade. The church is constructed of machine-made brick and has a plinth consisting of dark hand-formed bricks. All roofs are covered with Roman tiles and are finished with a roof gutter. Below this gutter, running round the entire building, a composite dentil course. The nave is divided into five bays by means of profiled pilaster strips connecting to the composite dentil course. The first bay on the west side adjoins the extended chapels under tent roof which connect to the portal structure. The remaining bays are occupied by a round-arched window with brick central mullion, above which an oculus and, as with all windows, a brick lintel, the whole in a round-arched spandrel. The windows of the nave contain figurative stained glass fillings. Against the third and fifth bays respectively from the west an extended confessional under a hipped roof.
The transepts consist of three bays with windows as in the nave containing figurative stained glass fillings, in the westernmost bay an oak panel door under a roll moulding. In the side facades of the transepts only the round-arched spandrel is present. The ridge lines of the gabled roofs with half-hipped ends of the transept arms connect at a lower height to the roof of the nave. Striking in the transepts is the trumpet-shaped filling at the junction of the corner pilaster strips and the brick decorative moulding. At the junction of the north transept and the 'choir bay' a low chapel under a lean-to roof has been built (1943?) containing a panel door. The nave extends beyond the transepts by the length of one bay, so that one can speak of a choir bay. In this again a spandrel, now with a simple round-arched window above which a small round window. The rear facade of the choir bay consists of a gable with moulded shoulders, the one on the south side transitioning into a tall slender chimney. The facade, provided along the ridge line with a broad moulded decorative band, is crowned by a substantial open roof turret with brick base and wooden superstructure topped with a roof steeply angled at the base, which is crowned by a wrought-iron cross with weathervane. Against the rear facade a lower set five-sided choir with ambulatory under compound roof against which volute-shaped buttresses. In the choir round-arched spandrels containing a small round-arched window. In the ambulatory always two recessed round-arched windows which are connected via a field with vertically laid brick to underlying rectangular, now by means of partitions sealed basement windows. The front facade of the church, in the form of a gable crowned by a brick cross with moulded shoulders, is dominated by a composite entrance section above which is placed in a deep round-arched niche a semicircular window with simple vertical brick tracery. The deep niche is closed off by a moulded balustrade with square openings. Above the niche a clock in a moulded eight-pointed star. The entrance section consists of two lower set and extended chapels placed on the corners of the nave, between which a portico. The chapels are, like the nave and transepts, articulated by means of pilaster strips. The pilaster strip in the middle of the side facades of the chapels connects to the moulded shoulder of the high rising front facade. The chapels have on the front of this shoulder a gabled roof with half-hipped ends. Behind the shoulders a lean-to roof. The chapel on the left side is of larger format than that on the right side and has in the asymmetrical side facade two bays with round-arched windows. At the front a divided panel door under brick lintel in a round-arched spandrel. The arch field is occupied by a mosaic depicting the Mater Amabilis by Piet Gerrits (1927). In the right side facade of the chapel on the right side of the portal in the first bay a round-arched spandrel with two narrow round-arched windows above which an oculus. In the second bay a round-arched window with to its right two oculi placed one above the other and a recessed door under round-arched spandrel. In the front facade a panel door in round-arched spandrel with in the arch field a mosaic depicting John the Baptist made by Frans Mandos (1940). The portico has three coupled round-arched passages, the middle one larger than the adjoining ones and crowned by a pediment with brick cross, the arches resting on brick columns with simple capital-like support of the arches. In line with the arches three panel doors, the middle one divided, under a brick lintel above which a round-arched fanlight with vertical brick tracery. In the portico on each side a passage with panel door. The portico has coffered vaults on pendentives. The portico is accessed via a broad multi-step staircase. The interior is dominated by the high parabolic vault in the nave. Against the side walls of the nave, divided into four bays, moulded pilaster strips against which sandstone apostle statues. At the top the pilaster strips corbel out by means of brick decorative brickwork and support segmented arches, in the transept round arches, spanning the bays. Connecting to the transept arms a transverse arch with behind it a very narrow choir bay containing a moulded vault. The choir is separated from the nave by means of a triumphal arch carried by brick piers decorated with motifs. In the base of the pier on the south side the 'foundation stone' with inscription 'ON THE FEAST OF THE MOST SACRED HEART OF JESUS / 3 VI 1921 / THIS FOUNDATION STONE WAS LAID BY / W.J. DE KLIJN, PASTOR / AND THE CHURCH WARDENS / J. JANSSEN. L. GOIJAERTS. / J. V. ROESSEL. F. VONK DE BOTH. In the choir a half melon vault and in the round-arched windows modern stained glass fillings. Choir bay and choir have a three-step raised travertine floor. The round-arched passages to the ambulatory, with sloped ceiling, were opened in 1961. From the nave two round-arched openings have been made in the wall of the ambulatory.
The transepts comprise three bays, on the south side in the third bay facing east the divided door to the sacristy which was built in 1961.
In the west facade a round-arched organ gallery with moulded balustrade with openings under chevron arch, the whole on brick consoles.
The windows of the nave are filled with figurative stained glass windows by P. Clijsen (1948): the appearance of the Sacred Heart to M. Alacoque; the Annunciation; the Holy Family; the death bed of Joseph; the risen Christ appearing to Mary; Noli me tangere; the Ascension and finally the death bed of M. Alacoque. Below the depictions banderoles with the promises to the Sacred Heart. In the piers, decorated with geometric brickwork, sandstone statues are incorporated, depicting the twelve apostles, by Toon van Eijndhoven and L. Petit (1934). The vestibule, with flat ceiling, is separated from the nave by round arches. On the north side of the hall a day chapel with flat ceiling and in the wall to the hall interrupted by round-arched openings filled with decorative ironwork. On the floors of the church yellow-coloured tiles. The steel truss structure, entirely riveted, on which the roof rests consists of angled truss beams, on which the roof panels rest, connecting to a main framework in the ridge of the roof. It corresponds with a truss arch frame.
In the day chapel a life-size mosaic depicting the appearance of the Sacred Heart to M. Alacoque by Piet Gerrits. The painted Stations of the Cross consist of fourteen panels, also by Piet Gerrits (1926-1927). The church possesses three sedilia designed by the architect Kropholler (ca. 1930-1940).
In the sacristy a watercolour by architect H. Bonsel with a view of the interior of the church.
Valuation
The object is of general importance due to the cultural-historical values expressed in its significance as an example of a Catholic parish church from the Interwar period. The object is also of importance due to architectural-historical values through the place the church occupies in the oeuvre of architect H.C. Bonsel. It is a rare work within an oeuvre that consists primarily of industrial objects.
The object is of importance due to its rarity through the typology, being a single-aisle church of such format and, connected with this, due to building technical aspects through the application of truss beams for the roof structure.
Nearby in the register
- Pension MariëngaardeSociale zorg, liefdadigheidunder 1 mi
- Legeringsgebouw, Henriette Ronnerstraat 1Militair verblijfsgebouwunder 1 mi
- Woonhuis, Bredaseweg 321Woonhuisunder 1 mi
- Nutsbedrijf, Bredaseweg 209Industrieunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.