TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Pension Mariëngaarde

Tilburg, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Sociale zorg, liefdadigheid
Function
Bejaardentehuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1935
Address
Burgemeester Damsstraat 15 01, 5037 NP Tilburg
Place
Tilburg
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.55403, 5.06100
Monument number
521157

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "50 Breda" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

In juni 1935 werd onder de naam Pension Mariëngaarde een BEJAARDENTEHUIS voor 'Dames en Heren uit de meer gegoede stand' in gebruik genomen. Het bejaardenhuis, ontworpen door architect A.J. Kropholler, was gebouwd in opdracht van de Sint-Rita-Vereeniging te Tilburg. Het gebouw heeft elementen van de Delftse School.

Hoewel het gebouw steeds werd aangepast aan de eisen van de tijd bleven de oorspronkelijke structuur en inrichting nagenoeg intact. De kapel, die aan de noordzijde van het complex werd gebouwd, werd in februari 1945 getroffen door een V-1 waarbij 22 bewoners omkwamen. Na de oorlog werd de kapel geheel volgens de oorspronkelijke plannen hersteld.

Omschrijving

Twee-, deels drielaags uit baksteen opgetrokken gebouw op nagenoeg L-vormige plattegrond met op de samenkomst der vleugels een afgeschuinde hoek. Het gebouw omvat een centraal gelegen drielaags entreegebouw met aan weerszijden daarvan, gericht naar het noorden en het westen, de vleugels waarin de wooneenheden zijn ondergebracht. In de noordvleugel een gang met aan weerszijden woonvertrekken, in de westvleugel zijn slechts aan de straatzijde van de gang wooneenheden ondergebracht. Aan het uiteinde van de noordvleugel is de kapel opgetrokken. Haaks op deze noordvleugel een oorspronkelijk twee- later drielaagse uitbouw met onder andere de eetzaal, keukens, kantoren en de verblijven van de zusters. Aan deze uitbouw werd later, in dezelfde stijl een noord-zuid gerichte drielaagse uitbreiding geplaatst.

Zowel bij het entreegebouw als de aangrenzende vleugels zijn driezijdige respectievelijk twee- en eenlaagse erkers gebouwd, aan de westvleugel alternerend, aan de noordvleugel grenzend aan elke kamer. Op het dak van de vleugels, aan voor- en achterzijde enkele dakkapellen onder zadeldak. Aan de tuinzijde werden aan beide vleugels serres onder plat dak aangebouwd. Alle vensters zijn vervaardigd uit ijzer en hebben een roedenverdeling. De meeste vensters zijn ingezet onder strek, al dan niet voorzien van natuurstenen aanzetten, en hebben keramische afzaten. Daar waar de vensters zijn gekoppeld zijn zij gescheiden door bakstenen stijlen. In het gehele gebouw is zowel in het in- als exterieur gebruik gemaakt van natuurstenen elementen, met name bij boogaanzetten, bekroningen, lijsten en strekken.

Het drielaagse entreegebouw is toegankelijk middels een rondboogvormige portiek met afgeschuinde dagkanten met forse natuurstenen basementen en aanzetten. In het portiek een eikenhouten, opgeklampte deels beglaasde deur met aan weerszijden een gekoppeld smal venster met hardstenen afzaat, alles voorzien van smeedijzeren traliewerk. Boven de deur, in de natuurstenen latei het opschrift 'MARIENGAARDE' waarboven een keramisch reliëf voorstellende Maria Immaculata. Op beide uiteinden van deze vleugel een tweelaagse erker, bekroond door een balkon met balustrade uit pijpen en smeedijzeren spijlen en voorzien van samengestelde gedeelde deuren en T-vensters. De balkons zijn bereikbaar via een gedeelde deur met aan weerszijden T-vensters. Tussen entree en erkers op de begane grond T- en samengestelde vensters, op de beide verdiepingen drieruits en eveneens T- en samengestelde vensters. Het gebouw wordt bekroond door een steil zadeldak tussen topgevels gedekt met verbeterde oud-Hollandse pannen en voorzien van een bakgoot op geprofileerde klossen. De topgevels zijn voorzien van natuurstenen deklijsten. Het terrein voor het gebouw is, evenals dat bij de woonvleugels, van de straat afgescheiden middels een bakstenen muur met eenvoudig hekwerk bestaande uit pijpen en smeedijzeren stijlen en voorzien van een gedeelde smeedijzeren poort. In de zijgevels van de haaks hierop gebouwde en ten opzichte van het entreegebouw risaliserende noord- en westvleugel zijn op de begane grond en de verdieping T-vensters aangebracht.

In beide voorgevels van de vleugels zijn in de erkers onder plat dak samengestelde gedeelde deuren aangebracht en in de zijgevels T-vensters. Het plat dak vormt een balkon dat toegankelijk is via samengestelde gedeelde deuren, vergezeld van T-vensters. Tussen de erkers in de westvleugel T-vensters, op de verdieping T- en drieruits vensters. Beide vleugels, aan de zijden voorzien van topgevels, hebben een zadeldak, aan de voorzijde gedekt met verbeterde oud-Hollandse pannen, aan de achterzijde met muldenpannen en voorzien van een bakgoot op geprofileerde klossen. De geheel uit hout vervaardigde dakkapellen aan voor- en achterzijde zijn eveneens voorzien van oud-Hollandse pannen en windveren en hebben aan de voorzijde een openslaand gedeeld venster. De top van de dakkapellen is beschoten.

Aan de achterzijde van het entreegebouw, hier met afgeschuinde hoeken, een uitgebouwde eenlaagse serre onder plat dak welke de heren- en damessalon herbergt. Het dak van de serre vormt een balkon met bakstenen, deels open balustrade met natuurstenen elementen, toegankelijk via een samengestelde gedeelde deur. In deze serre, evenals in de overige serres aan de achterzijde, samengestelde gedeelde deuren en vensters en T-vensters. In de achtergevel van het entreegebouw vierruits en T-vensters, boven de serre vijf smalle vensters trapsgewijs verjongend van vier- naar éénruits. Enkele serres zijn voorzien van een forse zinken overstort op de regenpijp, gedragen door gesmede korbelen.

De vensters in de achtergevel van de westvleugel zijn veelal eenruits. Tegen deze vleugel centraal een serre en aan het uiteinde een uitgebouwde dienkeuken. Tegen de zijgevel van deze vleugel een eenlaagse erker zoals aan de voorzijde. De noordvleugel herbergt aan de tuinzijde slaapkamers en heeft centraal een serre. In deze gevel T- en samengestelde vensters.

Aan het uiteinde van de noordvleugel de kapel met drie traveeën onder steil, aan de voet geknikt zadeldak tussen topgevels met natuurstenen elementen, op de zuidelijke topgevel een klokkenstoel, op de noordelijke gevel een natuurstenen kruis. In deze noordgevel drie gekoppelde lancetvensters met bakstenen afzaat. Onder de vensters twee tweemaal versneden steunberen. Dergelijke steunberen bevinden zich ook tegen de zijgevels van de kapel, aan de oostzijde twee, aan de westzijde één. In de oostgevel in de eerste twee traveeën drie gekoppelde, in de derde travee vier hoog ingezette gekoppelde spitsboogvensters. In de westgevel een gekoppeld en enkel spitsboogvenster. Het linkerdeel van de westgevel wordt ingenomen door een eenlaagse uitbouw onder plat dak met sacristie en een zijkapel, het oratorium, met eveneens gekoppelde spitsboogvensters. In de noordmuur van het oratorium, grenzend aan de achtergevel van de kapel, eveneens twee paar gekoppelde spitsboogvensters. De uitbouw is in dezelfde stijl opgetrokken als de serres. De toegang tot de kapel wordt aan de straatzijde van de noordvleugel gemarkeerd door een portiek onder driepas en rijkelijk voorzien van forse natuurstenen elementen met aan de rechterzijde een afgeschuinde dagkant. In het portiek een opgeklampte spitsboogvormige deur. Rechts van het portiek één, links op beide verdiepingen twee spitsboogvensters. Boven het portiek twee T-vensters.

In de haaks op de noordvleugel gebouwde drielaagse uitbouw onder zadeldak met topgevel samengestelde T-vensters. De uitbouw is bereikbaar via een deels vernieuwde doorloop. Aan de tuinzijde van de uitbouw een serre met voorheen de eetzaal, aan de achterzijde een deels afgeronde uitbouw met de keuken. Aansluitend op deze uitbouw een haaks hierop geplaatste, ter hoogte van het midden enigszins geknikte uitbouw onder zadeldak. In de gevel hiervan vier- en zesruits vensters, rechts een serre met dergelijke vensters en een gedeelde achtruits openslaande deur. Grenzend aan deze uitbouw een eenlaagse uitbouw onder zadeldak met voormalige berging/bakkerij.

In het interieur is de indeling nagenoeg ongewijzigd: entree met in de erachter gelegen serre de voormalige dames- en herensalon (nu ontmoetingsruimte); in beide vleugels, op beide verdiepingen de woon- en slaapkamers; in de uitbouw aan de noordvleugel de eetzaal, keukens, het kantoor en de vertrekken van de zusters. In het gehele gebouw zijn nog aanwezig de oorspronkelijke paneeldeuren, voorzien van een bovenlicht dan wel deels beglaasd, de lambrizering, het portaal bij de entree met gedeelde eiken deur en de postvakken in de hal. In de trappenhuizen segment- en rondboogvormige openingen met natuurstenen aanzetten. In het kantoor is nog aanwezig een muurkluis vervaardigd door N. van Blerk te Tilburg. In de doorloop naar de sacristie een lichtrups en muurkasten met paneeldeuren. In de sacristie twee spitsboogvensters met eenvoudige glas-in-lood vulling, kazuifelkasten, eiken opgeklampte deuren en een dergelijke spitsboogvormige deur. Op de zolders zijn nog aanwezig enkele cellen, gebouwd met kraaldelen, deels nog met paneeldeuren voor de opslag van eigendommen van de bewoners.

Met name de entreehal, het trappenhuis en de kapel zijn nog geheel oorspronkelijk. In de hal ongeverfde eikenhouten lambrizeringen, het oorspronkelijke trappenhuis en de bogen in schoon metselwerk. In de hal een gedenksteen met opschrift 'PaX hUIC DoMUI aC saLUs InCoLIs eIUs' (chronicum: 1935). De kapel is toegankelijk via een getoogd portiek met gedeelde opgeklampte eiken deur met geheng. Het portiek, met afgeschuinde dagkanten, is voorzien van natuurstenen basementen en aanzetten. Boven deur het opschrift 'SACRUM S. CLEMENTIS M. HOFBAUER / SERVI DEI ET MARIAE'.

Het interieur van de kapel, geheel in schoon metselwerk, bestaat uit een schip met ziende sporenkap en een verhoogd, door middel van een spitsboogvormige triomfboog van het schip gescheiden koor. Links van het koor een door een segmentboog afgescheiden klein oratorium met vlakke zoldering. In de vensters daarvan eenvoudig glas-in-lood. In de vensters boven de segmentboogvormige toegang tot het oratorium drie spitsboogvensters met figuratieve glas-in-lood vulling, voorstellende Maria Alacoque, Christus en Theresia van Lisieux met opschrift 'UIT DANKBAARHEID H.W'. Op het koor een marmeren altaar met twee medaillons met bustes van heiligen. In de westelijke muur van het schip, evenals in de zuidmuur met de entree, twee doorgangen onder segmentboog met hardstenen aanzetten, in de westmuur dichtgezet met siersmeedwerk. De doorgangen in de zuidmuur vormen een biechtstoel. Rechts van deze biechtstoel een console waarop een beeld voorstellende Clemens Maria Hofbauer. De zuidmuur wordt gedomineerd door een grote spitsboogvormige zangtribune met houten balustrade op geprofileerde sleutelstukken, gedragen door hardstenen consoles. Rechts van de zangtribune een klein spitsboogvormig venster met eenvoudig glas-in-lood vulling behorende bij de voormalige ziekenkamer van de zusters.

Waardering

Het bejaardentehuis is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarden als bijzondere uitdrukking van een sociale ontwikkeling in de vorm van een bejaardenhuis voor dames en heren uit de 'gegoede stand', opgetrokken in de toenmalige villawijk van Tilburg. Het object is tevens van belang vanwege de typologische ontwikkeling van bejaardenhuizen in deze periode. Het object is ook van belang wegens de architectuurhistorische waarden als bejaardenhuis van de hand van de architect Kropholler en vanwege de esthetische kwaliteiten die het ontwerp bezit. Het object is van belang vanwege de ensemblewaarden daar het deel uitmaakt van een stedenbouwkundig groter geheel zijnde het toenmalige villapark te Tilburg en daardoor verbonden met de ontwikkeling van de wijk. Het object is verder van belang vanwege de architectonische gaafheid van zowel in- als exterieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

In June 1935, under the name Pension Mariëngaarde, a HOME FOR THE ELDERLY for 'Ladies and Gentlemen of the more well-to-do class' was taken into use. The home for the elderly, designed by architect A.J. Kropholler, was built on behalf of the Sint-Rita-Vereeniging in Tilburg. The building has elements of the Delft School.

Although the building was continuously adapted to the requirements of the times, the original structure and layout remained virtually intact. The chapel, which was built on the north side of the complex, was hit by a V-1 in February 1945, in which 22 residents died. After the war, the chapel was completely restored according to the original plans.

Description

Two-, partly three-storey building of brick on an approximately L-shaped ground plan with a bevelled corner at the junction of the wings. The building comprises a centrally located three-storey entrance building with on either side thereof, facing north and west, the wings in which the residential units are housed. In the north wing a corridor with residential rooms on either side, in the west wing residential units are only housed on the street side of the corridor. At the end of the north wing the chapel is built. Perpendicular to this north wing, an originally two-, later three-storey extension with, among other things, the dining hall, kitchens, offices and the quarters of the sisters. To this extension, later, in the same style a north-south oriented three-storey extension was placed.

At both the entrance building and the adjacent wings, three-sided and respectively two- and one-storey oriel windows have been built, alternating on the west wing, adjoining each room on the north wing. On the roof of the wings, on the front and rear a number of dormer windows under gabled roofs. On the garden side, conservatories under flat roofs were added to both wings. All windows are made of iron and have glazing bars. Most windows are set under a lintel, with or without natural stone plinths, and have ceramic sills. Where the windows are coupled, they are separated by brick mullions. Throughout the building, both inside and outside, natural stone elements have been used, in particular at arch plinths, corbels, mouldings and lintels.

The three-storey entrance building is accessible via a semi-circular portico with bevelled quoins with substantial natural stone plinths and corbels. In the portico an oak door, clamped on, partly glazed, with on either side a coupled narrow window with stone sill, all provided with wrought iron grilles. Above the door, in the natural stone lintel the inscription 'MARIENGAARDE' above which a ceramic relief depicting Maria Immaculata. At both ends of this wing a two-storey oriel window, crowned by a balcony with balustrade of pipes and wrought iron balusters and provided with composite divided doors and T-windows. The balconies are accessible via a divided door with T-windows on either side. Between entrance and oriel windows on the ground floor T- and composite windows, on both storeys three-light and likewise T- and composite windows. The building is crowned by a steep gabled roof between stepped gables covered with improved old-Dutch tiles and provided with a drip gutter on moulded consoles. The stepped gables are provided with natural stone coping. The ground before the building is, as is the case with the residential wings, separated from the street by a brick wall with simple railwork consisting of pipes and wrought iron mullions and provided with a divided wrought iron gate. In the side facades of the perpendicular thereto built and with respect to the entrance building risaliting north and west wing T-windows are arranged on the ground floor and the storey.

In both front facades of the wings composite divided doors are arranged in the oriel windows under flat roofs and T-windows in the side facades. The flat roof forms a balcony accessible via composite divided doors, accompanied by T-windows. Between the oriel windows in the west wing T-windows, on the storey T- and three-light windows. Both wings, on the sides provided with stepped gables, have a gabled roof, on the front covered with improved old-Dutch tiles, on the rear with shingle tiles and provided with a drip gutter on moulded consoles. The dormer windows, entirely of wood, on the front and rear are likewise provided with old-Dutch tiles and wind vanes and have on the front an opening divided window. The top of the dormer windows is boarded.

On the rear of the entrance building, here with bevelled corners, a built-out one-storey conservatory under flat roof which houses the gentlemen's and ladies' salon. The roof of the conservatory forms a balcony with brick, partly open balustrade with natural stone elements, accessible via a composite divided door. In this conservatory, as in the other conservatories on the rear, composite divided doors and windows and T-windows. In the rear facade of the entrance building four-light and T-windows, above the conservatory five narrow windows tapering stepwise from four- to one-light. Some conservatories are provided with a substantial zinc overflow on the rainwater pipe, borne by wrought iron brackets.

The windows in the rear facade of the west wing are mostly one-light. Against this wing centrally a conservatory and at the end a built-out service kitchen. Against the side facade of this wing a one-storey oriel window as on the front. The north wing houses bedrooms on the garden side and centrally a conservatory. In this facade T- and composite windows.

At the end of the north wing the chapel with three bays under steep, at the base kinked gabled roof between stepped gables with natural stone elements, on the southern stepped gable a bell cote, on the northern facade a natural stone cross. In this north facade three coupled lancet windows with brick sill. Below the windows two doubly stepped buttresses. Similar buttresses are also found against the side facades of the chapel, two on the east side, one on the west side. In the east facade in the first two bays three coupled, in the third bay four high-set coupled pointed arch windows. In the west facade a coupled and single pointed arch window. The left part of the west facade is occupied by a one-storey extension under flat roof with sacristy and a side chapel, the oratory, likewise with coupled pointed arch windows. In the north wall of the oratory, adjoining the rear facade of the chapel, likewise two pairs of coupled pointed arch windows. The extension is built in the same style as the conservatories. The access to the chapel is marked on the street side of the north wing by a portico under a trefoil and richly provided with substantial natural stone elements with on the right side a bevelled quoin. In the portico a clamped pointed arch-shaped door. To the right of the portico one, to the left on both storeys two pointed arch windows. Above the portico two T-windows.

In the three-storey extension built perpendicular to the north wing under gabled roof with stepped gable composite T-windows. The extension is accessible via a partly renewed passage. On the garden side of the extension a conservatory with formerly the dining hall, on the rear a partly rounded extension with the kitchen. Adjoining this extension a perpendicular thereto placed extension, at the height of the middle somewhat kinked, under gabled roof. In the facade thereof four- and six-light windows, on the right a conservatory with such windows and a divided rear-light opening door. Adjacent to this extension a one-storey extension under gabled roof with former storage/bakery.

In the interior, the layout is virtually unchanged: entrance with in the conservatory behind it the former ladies' and gentlemen's salon (now meeting room); in both wings, on both storeys the residential and bedrooms; in the extension adjoining the north wing the dining hall, kitchens, the office and the quarters of the sisters. Throughout the building the original panelled doors are still present, provided with a fanlight or partly glazed, the wainscot, the vestibule at the entrance with divided oak door and the post boxes in the hall. In the staircases segment- and semi-circular openings with natural stone plinths. In the office a safe still present, made by N. van Blerk in Tilburg. In the passage to the sacristy a light shaft and wall cupboards with panelled doors. In the sacristy two pointed arch windows with simple stained glass filling, chasubles cupboards, oak clamped doors and a similar pointed arch-shaped door. On the attics a number of cells are still present, built with ribbed tiles, some still with panelled doors for storage of possessions of the residents.

In particular the entrance hall, the staircase and the chapel are still entirely original. In the hall unvarnished oak wainscoting, the original staircase and the arches in fair-faced brickwork. In the hall a memorial stone with inscription 'PaX hUIC DoMUI aC saLUs InCoLIs eIUs' (chronicum: 1935). The chapel is accessible via a barrel-vaulted portico with divided clamped oak door with hinges. The portico, with bevelled quoins, is provided with natural stone plinths and corbels. Above the door the inscription 'SACRUM S. CLEMENTIS M. HOFBAUER / SERVI DEI ET MARIAE'.

The interior of the chapel, entirely of fair-faced brickwork, consists of a nave with sight-truss roof and an elevated, by means of a pointed arch-shaped triumphal arch separated from the nave choir. To the left of the choir a small oratory separated by a segment arch with flat ceiling. In the windows thereof simple stained glass. In the windows above the segment arch-shaped access to the oratory three pointed arch windows with figurative stained glass filling, depicting Maria Alacoque, Christ and Thérèse of Lisieux with inscription 'UIT DANKBAARHEID H.W'. On the choir a marble altar with two medallions with busts of saints. In the western wall of the nave, as well as in the south wall with the entrance, two passages under segment arch with stone plinths, in the west wall closed with ornamental ironwork. The passages in the south wall form a confessional. To the right of this confessional a console on which an image depicting Clemens Maria Hofbauer. The south wall is dominated by a large pointed arch-shaped choir gallery with wooden balustrade on moulded keystones, borne by stone consoles. To the right of the choir gallery a small pointed arch window with simple stained glass filling belonging to the former sick room of the sisters.

Valuation

The home for the elderly is of general importance. It has cultural-historical values as a particular expression of a social development in the form of a home for the elderly for ladies and gentlemen of the 'well-to-do class', built in the then villa district of Tilburg. The object is also of importance because of the typological development of homes for the elderly in this period. The object is also of importance because of the architectural-historical values as a home for the elderly by architect Kropholler and because of the aesthetic qualities that the design possesses. The object is of importance because of the ensemble values as it forms part of a larger urban whole being the then villa park in Tilburg and thereby connected with the development of the district. The object is further of importance because of the architectural integrity of both interior and exterior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map