TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

De Schans

Tilburg, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1873
Address
De Schans 43, 5011 EM Tilburg
Place
Tilburg
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.58680, 5.09243
Part of complex
521100
Monument number
521106

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1861 map "Belgium, Netherlands." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het WOONHUIS, bekend als de 'bovenmeesterswoning', werd volgens de gevelsteen gebouwd in 1873 in opdracht van M.J.A.M. Reijnen, een 'boer in ruste, afkomstig uit Moergestel'. Het pand heeft Eclectische elementen. De aanbouw aan de achterzijde is wellicht korte tijd later gebouwd.

Omschrijving

In handgevormde baksteen opgetrokken eenlaags woonhuis onder evenwijdig met de rooilijn geplaatst zadeldak gedekt met oud-Hollandse pannen. In de symmetrische voorgevel, welke met een betere kwaliteit baksteen is opgetrokken dan de overige delen van het woonhuis, vijf vensterassen met een getoogde stuc-omlijsting met kuif. Centraal een deels beglaasde paneeldeur voorzien van ajour smeedijzeren deurroosters en de oorspronkelijke (metalen) grepen en een hardstenen dorpel. Boven de deur een getoogd bovenlicht voorzien van een (los ingezette, niet oorspronkelijke) levensboom. Aan weerszijden van de deur twee (in stijl vernieuwde) zesruits getoogde schuifvensters met de nog oorspronkelijke tweeruits bovenlichten en hardstenen dorpels die deel uitmaken van een cordonlijst. De voorgevel wordt aan de bovenzijde begrensd door een gestucte architraaf waarboven een bakgoot op geprofileerde klossen. Beide zijgevels zijn opgetrokken als doorgemetselde topgevels met vlechtingen en afgewerkt met cementstenen daklijsten met op de top enigszins uitkragende, achthoekige schoorstenen op een vierkante basis. In de rechterzijgevel op de verdieping twee T-vensters met gedeeld bovenlicht en voorzien van een hardstenen dorpel. In de gevel bevinden zich enkele steekankers. In de linkerzijgevel beneden twee (in stijl vernieuwde) zesruits schuifvensters met de oorspronkelijke tweeruits bovenlichten. Op de verdieping twee vierruits schuifvensters met tweeruits bovenlicht. Alle vensters in de zijgevels bezitten hardstenen dorpels en zijn geplaatst onder een rechte strek. In de linker zijgevel twee koekoeken met tweeruits kelderramen met diefijzers, het linker (gedicht) onder een getoogde strek. In deze gevel tevens enkele steekankers. In de achtergevel aan de linkerzijde twee zesruits schuifvensters met hardstenen dorpel en tweeruits bovenlicht onder strek. De luiken ontbreken, de duimen zijn echter nog aanwezig. Links een opgeklampte deur met gietijzeren, door kleine roeden gedeeld bovenlicht bezet met blank gedecoreerd glas. De deur verleent toegang tot de centrale hal in het woonhuis.

Onder de mastgoot, geplaatst op de muur, een blok- en zaagtandfries. In het dakschild twee zestienpans dakramen. Het rechterdeel van de achtergevel wordt ingenomen door een haaks op het woonhuis opgetrokken eenlaagse aanbouw onder zadeldak dat insteekt in het hoofddak. Het is gedekt met oud-Hollandse pannen. Onder de dakrand een tandlijst. Gezien de nog aanwezige bouwsporen was hier oorspronkelijk een identieke lijst als bij het woonhuis aanwezig. In de aanbouw zijn een bijkeuken, later ingebouwd toilet en een voormalige kleine stal ondergebracht. In de gevel aan de tuinzijde van de aanbouw een paneeldeur met bovenlicht en terrazzo dorpel gevolgd door een vierruits schuifvenster waarvan de luiken ontbreken, met hardstenen dorpel en tweeruits bovenlicht. Rechts in de gevel twee opgeklampte deuren met gedeelde bovenlichten. Tussen beide deuren bevindt zich een klein, uit kraaldelen opgeklampt luik waarvan de functie niet geheel duidelijk is. Het geeft toegang tot de achterste ruimte van de aanbouw die waarschijnlijk dienst deed als stal. Uitgezonderd dit luik zijn alle gevelopeningen voorzien van een strek. De aanbouw is onderkelderd en voorzien van een centraal op het dak geplaatste schoorsteen. In de topgevel van deze aanbouw een vernieuwd halfrond venster onder boogrug met bakstenen dorpel. Op de verdieping een opgeklampt luik onder rondboog met gecementeerd boogveld. Het metselwerk langs de randen lijkt verstoord. Het dak heeft hier een overstek met geprofileerde windveren. In de gevel steekankers.

De achterzijde van deze uitbouw is, afgezien van twee kleine nieuw ingezette eenruits vensters, blind en voorzien van een eenvoudig bloktandfries en enkele steekankers. Een goot ontbreekt. Het interieur is op de begane grond als volgt ingedeeld: een centrale gang, uitkomend op een keuken welke zich aan de linkerzijde van het pand bevindt. Aan weerszijden van de gang een zogeheten 'voorkamer', aan de rechterzijde middels een later aangebrachte boog verbonden met de erachter gelegen 'huiskamer'. In dit nagenoeg ongewijzigde interieur bevindt zich nog een groot deel van de oorspronkelijke inrichting. In de hal een gestuct cassettenplafond met Art-Nouveau schildering. In de voorkamer rechts van de gang een rijk gestuct, eveneens gepolychromeerd plafond. In de andere voorkamer een eenvoudiger gestuct plafond met geschilderde rozet. De vloer van de hal is belegd met een terrazzovloer. Alle vertrekken zijn afgesloten middels paneeldeuren. In de keuken bevinden zich een hoge schouw en een hoog in de muur geplaatste kast met gedeelde paneeldeuren. Hieronder een doorgang naar de voorkamer met in deze doorgang een kast afgesloten met een gedeelde paneeldeur. Een andere paneeldeur in de keuken verleend via een bakstenen trap toegang tot de kelder met troggewelven op stalen ribben, een spoelbak en gemetselde wijnrekken. De indeling op de verdieping is, hoewel met gebruikmaking van de oorspronkelijke elementen (o.a. paneeldeuren), gewijzigd. De verdieping is toegankelijk via de oorspronkelijke trap welke op de etage is voorzien van een houten balustrade met geprofileerde stijlen.

Waardering

Het woonhuis is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als uitdrukking van een culturele, sociaal-economische en geestelijke ontwikkeling welke zichtbaar is in de bewaard gebleven structuur van landschap en bebouwing. Het is van belang voor de typologische ontwikkeling van het woonhuis. Het heeft architectuurhistorische waarden wegens de eenvoudige traditionele stijl. Het heeft ensemblewaarde als deel van een complex, dat tevens van belang is wegens de historisch-ruimtelijke waarden die tot uiting komen in de samenhang van de functies van de bebouwing, de schaal en de relatie met de open ruimten. Het is bovendien van belang vanwege de in- en uitwendige gaafheid en de samenhang met het gehele ensemble.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The DWELLING HOUSE, known as the 'master builder's house', was according to the facade stone built in 1873 on the instruction of M.J.A.M. Reijnen, a 'retired farmer, originating from Moergestel'. The building has Eclectic elements. The extension on the rear side was probably built a short time later.

Description

A single-storey dwelling house constructed in handmade brick with a gabled roof parallel to the building line and covered with old Dutch tiles. In the symmetrical front facade, which is constructed with better quality brick than the other parts of the dwelling house, five window bays with an arched stucco frame with hood. Centrally a partly glazed panel door provided with openwork wrought iron door grilles and the original (metal) handles and a hard stone sill. Above the door an arched fanlight provided with a (loose, non-original) tree of life. On either side of the door two (stylistically renewed) six-paned arched sash windows with the still original two-paned fanlights and hard stone sills that form part of a string course. The front facade is bounded at the top by a stucco architrave above which a gutter on profiled corbels. Both side facades are constructed as through-built gable ends with panels and finished with cement stone roof lines with at the top somewhat projecting, octagonal chimneys on a square base. In the right side facade on the upper storey two T-windows with divided fanlight and provided with a hard stone sill. In the facade are some tie anchors. In the left side facade below two (stylistically renewed) six-paned sash windows with the original two-paned fanlights. On the upper storey two four-paned sash windows with two-paned fanlight. All windows in the side facades have hard stone sills and are placed under a straight lintel. In the left side facade two small cellars with two-paned basement windows with theft irons, the left one (closed) under an arched lintel. In this facade also some tie anchors. In the rear facade on the left side two six-paned sash windows with hard stone sill and two-paned fanlight under lintel. The shutters are missing, but the hinges are still present. On the left a cramped door with cast iron, divided by small bars fanlight fitted with plain decorated glass. The door provides access to the central hall in the dwelling house.

Below the eaves gutter, placed on the wall, a sawtooth and block frieze. In the roof panel two sixteen-pane roof windows. The right part of the rear facade is taken up by an extension built at right angles to the dwelling house, a single-storey building with a gabled roof that projects into the main roof. It is covered with old Dutch tiles. Below the roof edge a dentil course. Given the still present building traces, an identical moulding was originally present here as with the dwelling house. The extension houses a scullery, a later built-in toilet and a former small stable. In the facade on the garden side of the extension a panel door with fanlight and terrazzo sill followed by a four-paned sash window of which the shutters are missing, with hard stone sill and two-paned fanlight. On the right in the facade two cramped doors with divided fanlights. Between both doors is a small shutter constructed from bead parts the function of which is not entirely clear. It provides access to the rear space of the extension which probably served as a stable. Except for this shutter, all facade openings are provided with a lintel. The extension is undercellaraged and provided with a centrally placed chimney on the roof. In the gable end of this extension a renewed semi-circular window under arch with brick sill. On the upper storey a cramped shutter under semicircle with cemented arch spandrel. The brickwork along the edges appears disturbed. The roof here has an overhang with profiled wind braces. In the facade tie anchors.

The rear side of this extension is, apart from two small newly inserted single-paned windows, blind and provided with a simple sawtooth frieze and some tie anchors. A gutter is missing. The interior is laid out on the ground floor as follows: a central corridor, leading to a kitchen which is located on the left side of the building. On either side of the corridor a so-called 'front room', on the right side connected by a later added arch with the 'living room' behind it. In this largely unchanged interior, a large part of the original fixtures is still present. In the hall a stucco cassette ceiling with Art Nouveau painting. In the front room to the right of the corridor a richly stucco, also polychromatic ceiling. In the other front room a simpler stucco ceiling with painted rosette. The floor of the hall is laid with a terrazzo floor. All rooms are closed by panel doors. In the kitchen are a high hood and a high cupboard set into the wall with divided panel doors. Below this a passage to the front room with in this passage a cupboard closed with a divided panel door. Another panel door in the kitchen gives access via a brick staircase to the cellar with barrel vaults on steel ribs, a washbasin and built-in wine racks. The layout on the upper storey has been altered, although using the original elements (including panel doors). The upper storey is accessible via the original staircase which on the floor is provided with a wooden balustrade with profiled stiles.

Valuation

The dwelling house is of general interest. It has cultural-historical value as an expression of a cultural, socio-economic and spiritual development which is visible in the preserved structure of landscape and buildings. It is of importance for the typological development of the dwelling house. It has architectural-historical values because of the simple traditional style. It has ensemble value as part of a complex, which is also of importance because of the historical-spatial values expressed in the coherence of the functions of the buildings, the scale and the relationship with the open spaces. It is moreover of importance because of the internal and external integrity and the coherence with the entire ensemble.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map