Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk O.L.V. Onbevlekt Ontvangen
Tilburg, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1873
- Address
- De Schans 121, 5011 EN Tilburg (and others)
- Place
- Tilburg
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.58755, 5.09150
- Part of complex
- 521100
- Monument number
- 521101
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesTU Delft LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1861 map "Belgium, Netherlands." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Nadat in 1873 De Heikant tot een zelfstandige parochie was verheven werd een aanvang gemaakt met de bouw van de KERK, gewijd aan Maria Onbevlekt Ontvangen. Het ontwerp was van de hand van de Tilburgse aannemer en steenfabrikant J.C. van den Heuvel (1825-1904). Reeds in hetzelfde jaar werd de kerk door pastoor Leonardus van der Steen gewijd. De kerk werd in een sobere neogotische stijl opgetrokken. Tijdens de oorlogshandelingen raakten enkele vensters van de kerk beschadigd. De schade werd in 1948 hersteld. In 1954 kreeg de kerk aan de zuidzijde een nieuw ketelhuis met berging, dat buiten de bescherming valt.
Omschrijving
Driebeukige basilikale kerk met transepten en driezijdig gesloten koor met lager aangezette kooromgang. Schip, transepten en koor hebben een aansluitend zadeldak gedekt met leien in Maasdekking en voorzien van een geprofileerde overstekende bakgoot waaronder een muizetandfries. Op het dak van het schip aan beide zijden twee houten dakkapellen onder zadeldak met schildeinden en pirons, voorzien van een houten luik met twee ruitvormige uitsparingen. Het schip en de lager aangezette zijbeuken onder lessenaarsdak met bakgoot, zijn door middel van onversneden steunberen geleed in vier traveeën met elk een spitsboogvenster met, zoals overigens ook in de andere vensters, natuurstenen driepastracering met vierpassen en visblaasmotieven waarin een eenvoudige glas-in-lood vulling en natuurstenen afzaat.
De transepten hebben een doorgemetselde topgevel onder ezelsrug met uitgemetselde schouders onder natuurstenen geprofileerde dekplaat. De gevels van de transepten worden bijna geheel ingenomen door een spitsboogvenster met in de top een klein driezijdig venster met driepas. Het spitsboogvenster heeft een natuurstenen afzaat waaronder een met beton gevuld rechthoekig spaarveld, het geheel in een spitsboogvormig spaarveld met bakstenen afzaat. Onder deze vensters een uitgebouwde biechtstoel geleed door lisenen met in de westgevel een opgeklampte deur. Aan de noordzijde heeft de biechtstoel een plat dak, aan de zuidzijde een schilddak gedekt met leien in Maasdekking. In de west- en oostgevel van de transepten een venster als in het schip. Op de hoeken van de transepten overhoeks geplaatste tweemaal versneden steunberen met natuurstenen afzaten. Op de samenkomst van de koortraveeën en het transept is de zijbeuk, zoals aan het schip geplaatst, nog over één travee voortgezet. Opvallend is hierbij de aan de oostzijde driezijdige sluiting van deze zijbeuktravee welke kapellen herbergt. In de muur van de koortravee een klein driezijdig venster zoals in het transept. De twee overige koortraveeën bezitten, evenals de driezijdige koorsluiting, hoge spitsboogvensters. Op de hoeken van de koorsluiting overhoeks geplaatste steunberen. In het schildeind van het koor een dakkapel gelijk aan die op het schip. Aansluitend op de zijbeuktravee een lager aangezette, niet door lisenen gelede zijbeuk welke aansluit op de laatste twee koortraveeën en de kooromgang met op de hoeken overhoeks geplaatste steunberen en voorzien van een bakgoot waaronder een muizetandfries. In de muurdelen van de zijbeuk twee getraliede spitsboogvensters, in de muurdelen van koor en omgang bevindt zich tussen de vensters een gelijkvormig spitsboogvormig spaarveld. Eén van de vensters in de zijbeuk van de koortravee aan de noordzijde is in november 1996 gewijzigd in een deur.
Aan de zuidzijde is aan het transept een uit 1954 daterende uitbouw onder plat dak ten behoeve van de verwarming geplaatst. Op de samenkomst van koortravee en transept een zeshoekige schoorsteen. Op de viering een op een vierkante basis opgetrokken geheel uit zink vervaardigde open dakruiter onder achtzijdige naaldspits gedekt met lei in Maasdekking en voorzien van wimbergen met natuurstenen deklagen. Op de top een bolkruis met vergulde weerhaan. De dakruiter is afgesloten door middel van een eenvoudige balustrade. De driebeukige opbouw van de kerk wordt weerspiegeld in de facade. Centraal hierbij een hoog opgaande enigszins risaliserende topgevel waarvoor een portaal, het geheel geflankeerd door twee lagere topgevels. De gevels hebben een natuurstenen ezelsrug op de noklijn met op de top een natuurstenen console waarop een bakstenen basis bekroond door een natuurstenen pinakel. De bekroning op de centrale gevel is geheel in natuursteen uitgevoerd.
De gevels worden geflankeerd door overhoeks geplaatste steunberen welke eveneens worden bekroond door natuurstenen pinakels. De steunberen van de lagere gevels zijn tweemaal versneden, die van de centrale gevel driemaal met op de versnijdingen natuurstenen dekplaten. De indeling van de gevels is, afgezien van de gebruikte formaten, identiek: een spitsboogvenster met in de top een spitsboogvormig drielingvenster. De twee vensters in de lagere gevels zijn blind met in de top een samengestelde driepastracering en de top omgeven door een geprononceerde natuurstenen lijst. Het venster in de centrale topgevel is geheel voorzien van tracering en is tevens beglaasd. Het venster is bovendien voorzien van een dubbele omlijsting waarvan de binnenste rust op twee slanke colonnetten met kapiteel. Onder het venster spaarvelden met driepastracering.
Het beglaasde drielingvenster in top van de centrale gevel is, in tegenstelling tot dezelfde overigens blinde vensters in de lagere gevels, eveneens voorzien van een enkelvoudige omlijsting en een natuurstenen afzaat. De drielichtvensters in de lagere gevels zijn verbonden door een cordonlijst die aansluit op de afzaten. De colonnet rechts van het grote centrale venster is afgebroken door een dwarsgeplaatste afzaat. Hieronder is tegen de gevel een vijfzijdige traptoren geplaatst, onder spits gedekt met lei in Maasdekking en voorzien van kleine wimbergen met natuurstenen deklijst waaronder een lancetvenster. In de top van de centrale gevel een uurwerk.
De kerk bezit een uitgebouwd portaal op nagenoeg vierkante plattegrond onder steil zadeldak gedekt met lei in Maasdekking. Het portaal is aan drie zijden voorzien van een topgevel, die aan de voorzijde hoger, met hardstenen noklijst met hogels en bekroond door een kruisbloem, het geheel geflankeerd door hardstenen pinakels op bakstenen steunberen. In de zijgevels een verdiept gelegen spitsboogvormig portiek waarin een opgeklampte segmentvormige deur, in de voorgevel een opgeklampte gedeelde deur onder natuurstenen latei waarboven een getraceerd en beglaasd boogveld.
In de omgang vanaf de zuidzijde achtereenvolgens een spitsboogvormig portiek dat toegang geeft tot de keuken en vervolgens een getralied spitsboogvenster met eenvoudig glas-in-lood. Ook de overige vensters in de kooromgang zijn op deze wijze uitgevoerd. In de overige gevels van de omgang een opgeklampte deur met sierbeslag en spitsboogvormig bovenlicht met tracering; twee blinde spitsboogvormige spaarvelden waartussen een spitsboogvenster; in de wand aan de oostzijde drie vensters: het rechter blind en op het dakschild een hijsluik onder zadeldak gedekt met lei in Maasdekking en voorzien van een opgeklampte deur. De omgang is voorzien van enkele getraliede koekoeken waarin tweeruits keldervensters onder segmentbogen. De gehele kerk is voorzien van een bakstenen plint met op elke verspringing een natuurstenen blok. Op diverse plaatsen zijn roodkoperen afvoerpijpen aangebracht.
In het sobere interieur met hardstenen plavuizen zijn schip en zijbeuken gescheiden middels spitsboogvormige geprofileerde arcades op pijlers. De kerk heeft vierdelige kruisribgewelven waarvan de transversaalbogen rusten op colonnetten met kapitelen waarop eikenbladmotieven. De viering wordt ondersteund door bundelpijlers met kapitelen. Het onderste deel van de vensters in het schip en de zijgevels van de transepten is voorzien van een geprofileerde dorpel waaronder blindtracering. Onder de driezijdige vensters in de transepten bevindt zich eveneens een dergelijke blindtracering. Onder de grote vensters in transepten spaarvelden met blindtracering in vierpas. In de doorgang naar het portaal een gedeelde, in die naar de sacristie in de eerste travee van de zuiderzijbeuk, een enkele eiken paneeldeur onder korfboog. In het noordertransept een gedeelde eikenhouten deur in een rondboogvormig spaarveld. Voorbij de transepten eindigen de zijbeuken in driezijdige kapellen met spitsboogvormig kruisribgewelf. Koor en koortraveeën zijn toegankelijk via een drietredige verhoging. In zuidzijde van de kooromgang, bereikbaar via eiken paneeldeuren onder segmentbogen en rijk gesneden eiken deuren onder korfbogen, een keuken en vervolgens een sacristie met deels het oorspronkelijk interieur (kasten, paneeldeuren, lambrizeringen). Aan de noordzijde is de kooromgang gewijzigd en zijn hedendaagse glas-in-lood ramen geplaatst. Door twee kleine spitsboogvensters, eveneens met hedendaags glas-in-lood ramen heeft men zicht op het koor. In beide zijmuren een getoogde paneeldeur met geheng met decoratief snijwerk. In het koor bevinden zich open tribunes met balustrades die uitkijken op het koor. Op de tribunes kasten met paneeldeuren. In de kooromgang, aan de zuidzijde een rijk gesneden paneeldeur onder korfboog die leidt naar een portiek onder spitsboog dat via een gemetselde trap toegang geeft tot de tuin achter de pastorie. De inventaris is weliswaar nagenoeg compleet maar niet meer op zijn oorspronkelijke plaats aanwezig. De retabels en dergelijke zijn uiteen gehaald en de vier reliëfs verspreid door de kerk opgesteld. Aanwezig zijn nog ca. vijftien beelden, mogelijk deels van de hand van Hendrik van der Geld (?). Hieronder twee engelen, een kruisbeeld, Antonius van Padua, Antonius Abt, de Goede Herder, Barbara (2x), Maria met Kind en Laurentius. De kerk bezit ook een doopvont met uit zwart en wit marmer en graniet samengestelde voet en kuip met messing deksel en een vrijstaand eikenhouten tabernakel onder zadeldak. Tegen de westgevel een vernieuwde orgeltribune.
Waardering
Het gebouw is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als uitdrukking van een culturele, sociaal-economische en geestelijke ontwikkeling welke zichtbaar is in de bewaard gebleven structuur van landschap en bebouwing. Het heeft architectuurhistorische waarden wegens de stijl en als voorbeeld van het werk van de architect. Het heeft ensemblewaarde als deel van een complex, dat tevens van belang is wegens de historisch-ruimtelijke waarden die tot uiting komen in de samenhang van de functies van de bebouwing, de schaal en de relatie met de open ruimten. De kerk is bovendien van belang vanwege de gaafheid en de samenhang met het gehele ensemble.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
After De Heikant was elevated to an independent parish in 1873, construction began on the CHURCH, dedicated to Mary Immaculate. The design was by the Tilburg contractor and brick manufacturer J.C. van den Heuvel (1825-1904). In the same year the church was consecrated by pastor Leonardus van der Steen. The church was constructed in a sober Neo-Gothic style. During the war hostilities some windows of the church were damaged. The damage was repaired in 1948. In 1954 the church received a new boiler house with storage on the south side, which falls outside the protected area.
Description
Three-aisle basilical church with transepts and a three-sided closed choir with lower-set choir ambulatory. Nave, transepts and choir have an adjoining gabled roof covered with slate in Maas bond and provided with a moulded overhanging gutter with a mouse-tooth frieze underneath. On the roof of the nave on both sides two wooden roof dormers under gabled roof with hipped ends and finials, provided with a wooden shutter with two diamond-shaped openings. The nave and the lower-set side aisles under a catslide roof with gutter, are articulated by uncut buttresses into four bays each with a pointed arch window with, as in the other windows, ashlar three-pass tracery with quatrefoils and fish-bladder motifs with a simple leaded light filling and ashlar sill.
The transepts have a through-built pointed gable under sawhorse with built-out shoulders under ashlar moulded coping. The gable walls of the transepts are almost entirely occupied by a pointed arch window with a small three-sided window with three-pass in the top. The pointed arch window has an ashlar sill beneath which is a concrete-filled rectangular opening, all set within a pointed arch-shaped opening with ashlar sill. Below these windows an extended confessional articulated by pilaster strips with a clamped door in the west gable. On the north side the confessional has a flat roof, on the south side a hipped roof covered with slate in Maas bond. In the west and east gables of the transepts a window as in the nave. At the corners of the transepts diagonally placed double-cut buttresses with ashlar sills. At the junction of the choir bays and the transept the side aisle, as placed at the nave, is extended over one more bay. Notably at the east side is the three-sided closure of this side aisle bay which contains chapels. In the wall of the choir bay a small three-sided window as in the transept. The two remaining choir bays, like the three-sided choir closure, have tall pointed arch windows. At the corners of the choir closure diagonally placed buttresses. In the hipped end of the choir a roof dormer the same as that on the nave. Adjoining the side aisle bay a lower-set side aisle not articulated by pilaster strips which adjoins the last two choir bays and the choir ambulatory with diagonally placed buttresses at the corners and provided with a gutter with a mouse-tooth frieze underneath. In the wall sections of the side aisle two grilled pointed arch windows, in the wall sections of choir and ambulatory between the windows there is a similar pointed arch-shaped opening. One of the windows in the side aisle of the choir bay on the north side was altered to a door in November 1996.
On the south side a 1954 extension under a flat roof has been placed at the transept for heating purposes. At the junction of choir bay and transept a hexagonal chimney. On the crossing a hexagonal spire entirely of zinc construction on a square base under an octagonal needle spire covered with slate in Maas bond and provided with crockets with ashlar bands. At the top a cross ball with gilded weathervane. The spire is enclosed by means of a simple balustrade. The three-aisle structure of the church is reflected in the facade. Central to this a high-rising slightly projecting pointed gable with a portal in front, the whole flanked by two lower pointed gables. The gables have an ashlar sawhorse on the ridgeline with an ashlar console at the top on which a brick base crowned by an ashlar pinnacle is set. The crowning on the central gable is entirely executed in ashlar.
The gables are flanked by diagonally placed buttresses which are likewise crowned by ashlar pinnacles. The buttresses of the lower gables are double-cut, those of the central gable triple-cut with ashlar coping on the cuts. The arrangement of the gables is, apart from the formats used, identical: a pointed arch window with a pointed arch-shaped three-light window in the top. The two windows in the lower gables are blind with composite three-pass tracery in the top and the top surrounded by a pronounced ashlar moulding. The window in the central pointed gable is fully provided with tracery and is also glazed. The window is furthermore provided with a double surround of which the inner rests on two slender colonnettes with capitals. Below the window openings with three-pass tracery.
The glazed three-light window at the top of the central gable is, in contrast to the otherwise blind windows of the same in the lower gables, likewise provided with a single surround and an ashlar sill. The three-light windows in the lower gables are connected by a string course which adjoins the sills. The colonnette to the right of the large central window is broken by a transversely-placed sill. Below this against the gable a five-sided stair tower has been placed, under a spire covered with slate in Maas bond and provided with small crockets with ashlar moulding and beneath a lancet window. At the top of the central gable a clock face.
The church has an extended portal on an almost square ground plan under a steep gabled roof covered with slate in Maas bond. The portal is provided on three sides with a pointed gable, which is higher on the front, with hardstone ridgeline with crockets and crowned by a cross flower, the whole flanked by hardstone pinnacles on brick buttresses. In the side gables a recessed pointed arch-shaped porch with a clamped segmental door, in the front gable a clamped divided door under ashlar lintel above which is a traced and glazed arch opening.
In the ambulatory from the south side successively a pointed arch-shaped porch which gives access to the kitchen and then a grilled pointed arch window with simple leaded light. The other windows in the choir ambulatory are likewise executed in this manner. In the other gables of the ambulatory a clamped door with decorative fittings and pointed arch-shaped fanlight with tracery; two blind pointed arch-shaped openings between which a pointed arch window; in the wall on the east side three windows: the right one blind and on the roof a hoist opening under a gabled roof covered with slate in Maas bond and provided with a clamped door. The ambulatory is provided with some grilled small windows with two-light cellar windows under segmental arches. The entire church is provided with a brick plinth with an ashlar block on each offset. Red copper downpipes have been installed in various places.
In the sober interior with hardstone paving nave and side aisles are separated by pointed arch-shaped moulded arcades on pillars. The church has four-part cross-rib vaults of which the transverse arches rest on colonnettes with capitals bearing oak-leaf motifs. The crossing is supported by bundled pillars with capitals. The lower part of the windows in the nave and the side walls of the transepts is provided with a moulded sill beneath which is blind tracery. Below the three-sided windows in the transepts there is likewise such blind tracery. Below the large windows in transepts openings with blind tracery in quatrefoil. In the passage to the portal a divided, in that to the sacristy in the first bay of the south side aisle, a single oak panel door under segmental arch. In the north transept a divided wooden door in a round arch-shaped opening. Beyond the transepts the side aisles end in three-sided chapels with pointed arch-shaped cross-rib vault. Choir and choir bays are accessible via a three-step elevation. On the south side of the choir ambulatory, accessible via oak panel doors under segmental arches and richly carved oak doors under segmental arches, a kitchen and subsequently a sacristy with partly the original interior (cupboards, panel doors, wainscoting). On the north side the choir ambulatory has been altered and modern leaded light windows have been installed. Through two small pointed arch windows, likewise with modern leaded light windows, one has a view of the choir. In both side walls an arched panel door with hinges with decorative carving. In the choir there are open tribunes with balustrades overlooking the choir. On the tribunes cupboards with panel doors. In the choir ambulatory, on the south side a richly carved panel door under segmental arch leading to a porch under a pointed arch which via a masonry stair gives access to the garden behind the parsonage. The furnishings, while substantially complete, are no longer in their original positions. The retables and such have been dismantled and the four reliefs distributed throughout the church. Approximately fifteen sculptures are still present, possibly partly by the hand of Hendrik van der Geld (?). These include two angels, a crucifix, Anthony of Padua, Anthony Abbot, the Good Shepherd, Barbara (2x), Mary with Child and Lawrence. The church also possesses a font with a base and bowl composed of black and white marble and granite with a brass cover and a free-standing oak tabernacle under a gabled roof. Against the west gable a renewed organ gallery.
Valuation
The building is of general interest. It has cultural-historical value as an expression of a cultural, socio-economic and spiritual development which is visible in the preserved structure of landscape and buildings. It has architectural-historical value because of the style and as an example of the work of the architect. It has ensemble value as part of a complex, which is furthermore of importance because of the historical-spatial values which are expressed in the coherence of the functions of the buildings, the scale and the relationship with the open spaces. The church is moreover of importance because of its integrity and the coherence with the entire ensemble.
Nearby in the register
- De SchansKerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- De SchansKlooster, kloosteronderdlunder 1 mi
- De SchansVergadering en verenigingunder 1 mi
- De SchansOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.