TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

De Schans

Tilburg, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Klooster, kloosteronderdl
Function
Klooster
Category
onroerend gebouwd
Built
1902
Address
De Schans 123, 5011 EN Tilburg
Place
Tilburg
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.58768, 5.09200
Part of complex
521100
Monument number
521103

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

3 historical maps cover this location, the earliest the 1889 map "Manoeuvreerkaart der 3de Divisie Infanterie in 1889 op de schaal van 1:50.000 / [Topographische Inrichting]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

In 1902 werd ten oosten van de pastorie in opdracht van de Congregatie van de Zusters van Liefde een KLOOSTER gesticht, aanvankelijk bekend als het 'Liefdesgesticht op den Heikant', later aangeduid als Sint-Leonardusgesticht. Het klooster bestond aanvankelijk uit het huis van de kinderen van de wever-koopman Bernardus Somers. De grond voor de bouw van het kerkelijke centrum werd door hen geschonken. Het was een evenwijdig aan de rooijlijn opgetrokken eenlaags woonhuis van vijf traveeën uit 1872. Dit werd in 1907 uitgebreid met drie traveeën en een tweede bouwlaag. Links verees een haaks hierop gebouwde tweelaagse vleugel naar een ontwerp van architect C.F. van Hoof. In latere jaren onderging het klooster enkele wijzigingen (1918, 1928-1929 naar plannen van Th. N. Kennis, 1931, 1939). In 1977-1978 kreeg het voormalige klooster de bestemming van wijkcentrum waarvoor het interieur ingrijpend werd verbouwd.

Omschrijving

Op een, ten opzichte van de rooilijn dwarsgeplaatste, asymmetrische T-vormige plattegrond in baksteen opgetrokken tweelaags gebouw onder samengesteld zadeldak gedekt met leien in Maasdekking.

Aan de voorzijde bestaat het gebouw uit een risaliserende trapgevel en een rechte gevel onder zadeldak gedekt met lei in Maasdekking. Beide gevels zijn voorzien van strengpers speklagen. In de symmetrische trapgevel op de begane grond en de eerste verdieping elk twee achtruits schuifvensters met een tweeruits bovenlicht onder getoogde strek en hardstenen dorpel. In de top twee smalle, rechthoekige drieruits vensters onder spitsboog. In de boogvelden van de vensters een mozaïek van bak- en strengpersstenen. Tussen de twee vensters een spitsboognis omlijst door een band van rode strengpersstenen.

In de nis, ter hoogte van de boogaanzet, een hardstenen ('witte Morleijsteen') baldakijn voorzien van kantelen waaronder een hardstenen beeld is geplaatst voorstellende de H. Leonardus van Veghel met om zijn nek een strop, de rechterhand in het zegengebaar opgeheven. In de linkerhand heeft hij een schotel waarop zijn afgebeeld een kelk met hostie boven twee gekruiste sleutels. Onder de nis een hardsteen met inscriptie 'St. Leonardus'. De gevel eindigt in een trapgevel met uitkragende schouders. De treden zijn afgedekt met hardstenen dekplaten.

De rechte gevel, met in totaal acht vensterassen, bestaat uit twee delen. In het linker deel van de gevel bevinden zich op beide verdiepingen vijf symmetrisch geplaatste vensterassen met op de begane grond centraal een vernieuwde geheel glazen deur. De ingang is omgeven door een gestucte lijst, aan de bovenzijde bestaand uit een hoofdgestel rustend op colonetten met balustervormige kapitelen. Boven de deur een bovenlicht met afgeronde hoeken. Rechts naast de deur een baksteen met inscriptie '24/4/1872'. Aan weerszijden van de deur twee zesruits schuifvensters welke middels een hardstenen cordonlijst met elkaar zijn verbonden. Deze vensters zijn, in tegenstelling tot de zesruits vensters op de verdieping, voorzien van een gestucte lijst met kuif. In het boogveld een mozaïek van bak- en strengpersstenen. Het sobere later aangebouwde rechterdeel deel van de voorgevel bevat drie vensterassen met zesruits vensters en is teruggelegen ten opzichte van het eerder beschreven deel. Alle gevels aan de voorzijde zijn voorzien van een hardstenen plint.

De linkerzijgevel van de risaliserende trapgevel is, middels vijf afgeschuinde steunberen met hardstenen dekplaten, over de twee verdiepingen verdeeld in zes traveeën. Vanaf de voorgevel zijn achtereenvolgens in de traveeën geplaatst een venster zoals aan de voorzijde, in de volgende twee traveeën een zelfde venster met echter in het boogveld een eenvoudig bakstenen mozaïek, vervolgens een klein zesruits venster en in de laatste twee traveeën een klein getoogd vierruits venster onder getoogde strek. Op de verdieping in de eerste travee een venster zoals aan de voorzijde, in de volgende traveeën een ijzeren spitsboogvormig achtruits venster met hardstenen dorpel. De laatste travee wordt ingenomen door een vierkant getoogd venster onder getoogde strek. De zijgevel wordt in de eerste twee traveeën aan de bovenzijde afgesloten door een bakstenen fries, vanaf de derde travee overgaand in een dubbele tandlijst. In de rechterzijgevel op de begane grond en de verdieping twee zesruits vensters zoals in de voorgevel. De vensters op de verdieping bevinden zich geheel rechts in de gevel. Het achterste deel van de gevel is later opgetrokken en wordt evenals een deel van de achtergevel ingenomen door een recente eenlaagse uitbouw. De achtergevel wordt op de begane grond grotendeels ingenomen door de recente uitbreiding. Links een dwars op de voorbouw geplaatste vleugel onder mansardedak met daarvoor eenzelfde zij het lagere en smallere uitbreiding. In het voorste deel, afgedekt met gevelpannen, in de top twee rechthoekige en op de verdieping een samengesteld venster. In de erachter gelegen uitbouw, voorzien van windveren, een branddeur met bovenlicht waaronder een deels beglaasde deur met bovenlicht. In de centrale achtergevel, met bakstenen fries, op de verdieping enkele vierruits vensters. De begane grond wordt ingenomen door een eenlaagse latere uitbreiding. In de zijgevel van de vleugel uit 1907 bevindt zich op de verdieping een rechthoekig venster en twee spitsboogvensters welke behoren bij de kapel. Onder de goot een tandlijst. De achtergevel van deze vleugel is recent geheel vernieuwd.

In het interieur is op de verdieping van de vleugel uit 1907 nog aanwezig de driezijdig gesloten kloosterkapel. Tegen de muren lisenen (deze zijn tot op ca. twee meter boven de vloer verwijderd) waarop consoles die de spitsboogvormige transversaalbogen dragen. Tussen de lisenen dunne gestucte spitsboogvormige lijsten. Tussen de transversaalbogen gestucte stergeweven. In de sluiting twee rijkgesneden paneeldeuren met kozijn. In de 'westgevel' van de kapel een kleine zangtribune met houten balustrade. Elders op de verdieping zijn nog aanwezig enkele paneeldeuren en ingebouwde kasten met gedeelde paneeldeuren. Het klooster is aan de straatzijde omgeven door een smeedijzeren hekwerk op een laag, uit bak- en strengpersstenen vervaardigd muurtje waarin enkele hardstenen elementen.

Waardering

Het klooster is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als uitdrukking van een culturele, sociaaleconomische en geestelijke ontwikkeling welke zichtbaar is in de bewaard gebleven structuur van landschap en bebouwing. Het heeft architectuurhistorische waarden wegens de stijl en als voorbeeld van het werk van de architect Van Hoof.

Het heeft ensemblewaarde als deel van een complex, dat tevens van belang is wegens de historisch-ruimtelijke waarden die tot uiting komen in de samenhang van de functies van de bebouwing, de schaal en de relatie met de open ruimten. Het klooster is bovendien van belang vanwege de gaafheid en de samenhang met het gehele ensemble.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

In 1902, a CONVENT was established to the east of the rectory on the orders of the Congregation of the Sisters of Charity, initially known as the 'Charity Institution on the Heikant', later referred to as Sint-Leonardusgesticht. The convent initially consisted of the house of the children of weaver-merchant Bernardus Somers. The land for the construction of the ecclesiastical centre was donated by them. It was a single-storey residential building of five bays, drawn up parallel to the building line, from 1872. This was extended in 1907 with three bays and a second storey. On the left rose a two-storey wing built at right angles to this according to a design by architect C.F. van Hoof. In later years the convent underwent several alterations (1918, 1928-1929 according to plans by Th. N. Kennis, 1931, 1939). In 1977-1978 the former convent was converted into a neighbourhood centre for which the interior was extensively rebuilt.

Description

A two-storey building constructed in brick on an asymmetrical T-shaped floor plan placed transversely to the building line, under a composite gabled roof covered with slates in Maas bond.

The front of the building consists of a projecting stepped gable and a straight facade under a gabled roof covered with slate in Maas bond. Both facades are provided with courses of strengthened brick. In the symmetrical stepped gable on the ground floor and first floor each two four-pane sash windows with a two-pane fanlight under an arched frame and sandstone lintel. In the top two narrow, rectangular three-pane windows under a pointed arch. In the arch fields of the windows a mosaic of brick and strengthened brick. Between the two windows a pointed arch niche framed by a band of red strengthened brick.

In the niche, at the level of the arch springer, a sandstone ('white Morley stone') baldachin furnished with crenellations beneath which a sandstone statue has been placed depicting St. Leonardus of Veghel with a noose around his neck, his right hand raised in blessing. In his left hand he holds a plate on which is depicted a chalice with host above two crossed keys. Below the niche a sandstone with inscription 'St. Leonardus'. The facade terminates in a stepped gable with projecting shoulders. The steps are covered with sandstone coping slabs.

The straight facade, with a total of eight window bays, consists of two parts. In the left part of the facade there are on both storeys five symmetrically placed window bays with on the ground floor centrally a renewed fully glazed door. The entrance is surrounded by a stuccoed moulding, at the top consisting of an entablature resting on colonettes with baluster-shaped capitals. Above the door a fanlight with rounded corners. To the right of the door a brick with inscription '24/4/1872'. On either side of the door two six-pane sash windows which are connected to each other by means of a sandstone cornice line. These windows are, in contrast to the six-pane windows on the first floor, furnished with a stuccoed moulding with hood mould. In the arch field a mosaic of brick and strengthened brick. The sober later-built right part of the front facade contains three window bays with six-pane windows and is recessed relative to the previously described part. All front facades are provided with a sandstone plinth.

The left side facade of the projecting stepped gable is, by means of five chamfered buttresses with sandstone coping slabs, divided over the two storeys into six bays. From the front facade there are successively placed in the bays a window as on the front, in the following two bays the same window but with a simple brick mosaic in the arch field, then a small six-pane window and in the last two bays a small arched four-pane window under an arched frame. On the first floor in the first bay a window as on the front, in the following bays an iron pointed arch-shaped four-pane window with sandstone lintel. The last bay is occupied by a square arched window under an arched frame. The side facade is closed at the top in the first two bays by a brick frieze, from the third bay merging into a double dentil moulding. In the right side facade on the ground floor and first floor two six-pane windows as in the front. The windows on the first floor are situated entirely to the right in the facade. The rear part of the facade was built later and is, like part of the rear facade, occupied by a recent single-storey extension. The rear facade is on the ground floor largely occupied by the recent extension. On the left a wing placed transversely to the front building under a mansard roof with in front of it the same but lower and narrower extension. In the front part, covered with roof tiles, in the top two rectangular and on the first floor a composite window. In the rear extension, furnished with wind bracing, a fire door with fanlight beneath which a partly glazed door with fanlight. In the central rear facade, with brick frieze, on the first floor several four-pane windows. The ground floor is occupied by a single-storey later extension. In the side facade of the wing from 1907 there is on the first floor a rectangular window and two pointed arch windows which belong to the chapel. Below the eave a dentil moulding. The rear facade of this wing has been recently completely renewed.

In the interior on the first floor of the wing from 1907 there is still present the three-sided closed convent chapel. Against the walls pilasters (these have been removed to approximately two metres above the floor) on which rest consoles carrying the pointed arch transverse arches. Between the pilasters thin stuccoed pointed arch-shaped mouldings. Between the transverse arches stuccoed star vaulting. In the closing two richly carved panel doors with frame. In the 'west facade' of the chapel a small singing gallery with wooden balustrade. Elsewhere on the first floor there are still present several panel doors and built-in cupboards with divided panel doors. The convent is surrounded on the street side by a wrought-iron railing on a low wall constructed of brick and strengthened brick in which some sandstone elements.

Valuation

The convent is of general importance. It has cultural-historical value as an expression of a cultural, socio-economic and spiritual development which is visible in the preserved structure of landscape and buildings. It has architectural-historical values because of the style and as an example of the work of architect Van Hoof.

It has ensemble value as part of a complex, which is also of importance because of the historical-spatial values which are reflected in the coherence of the functions of the buildings, the scale and the relationship with the open spaces. The convent is moreover of importance because of its integrity and its coherence with the entire ensemble.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map