TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Klooster, Lange Nieuwstraat 191

Tilburg, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Klooster, kloosteronderdl
Function
Klooster
Category
onroerend gebouwd
Built
1890
Address
Lange Nieuwstraat 191, 5041 DB Tilburg
Place
Tilburg
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.56318, 5.08155
Part of complex
521081
Monument number
521082

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1875 map "Niederlande Und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het KLOOSTER uit 1890 in Neo-Gotische stijl naar ontwerp van architect A.G. de Beer is gebouwd voor de clarissen.

Omschrijving

Het tweelaagse deels onderkelderde pand heeft een rechthoekige plattegrond gegroepeerd rondom twee binnenhoven. De zadeldaken zijn gedekt met leien in Maasdekking. De gevels zijn opgetrokken uit machinale baksteen met als decoratie een keperboogfries. De voorgevel omvat van links naar rechts het rectoraat en vervolgens de ramen en ingang van het klooster. De ingang van het rectoraat heeft een vooruitspringend spitsboogportaal met topgevel boven de deur, tracering en een natuurstenen kruis als bekroning. Hiernaast drie venstertraveeën. De smalle spitsboogvensters worden per twee gekoppeld door een hardstenen dorpel en zijn geplaatst in een spitsboognis. De ramen op de verdieping zijn identiek, maar er wijken er vier af. Deze, twee aan twee bijeen geplaatste spitsboogramen, hebben een kleine roedenverdeling in sierpatroon. Hierachter bevonden zich de privévertrekken van de priester. De hoofdingang springt als risaliet iets naar voren en is geplaatst onder een lessenaarsdak. Hierboven een dubbel spitsboograam en een topgevel met kruis, waaronder een spitsboognis met Mariabeeld. De zijgevels en de achtergevel zijn heel sober uitgevoerd, zonder siermetselwerk. Op de begane grond bevinden zich getoogde deuren en twintigruits schuifvensters, op de verdieping getoogde vierruits klepramen of gekoppelde spleetvensters.

De vertrekken zijn gegroepeerd rondom de twee binnenhoven. De hof van de buitenzusters is gesitueerd aan de zijde van de Lange Nieuwstraat, met gangen aan de zijde van de buitenmuur. De openbare kloosterkapel vormt de vierde zijde van de hof. De vierkante hof van de slotzusters ligt hierachter, grenst aan de tuin en heeft gangen aan de zijde van de binnenhof.

Het interieur heeft nog vrijwel geheel de oorspronkelijke indeling en herbergt nog vele gave onderdelen van detaillering en meubilair. Deuren en speervormige hoekversterkingen op de hoeken van de wit gepleisterde muren zijn van onbewerkt vurenhout. De deuren en de wanden met kasten zijn uitgevoerd met planken in kraalprofiel. Ook meubilair als een tweetal bedden en het bureau van de moeder-overste zijn van vurenhout. Paneeldeuren, lessenaarskasten van de priester en het houtwerk in de zusterkapel bestaan uit gevernist eikenhout.

Bijzonder is het ingenieuze ambachtelijke houten hang- en sluitwerk, dat overal nog compleet is en functioneert. Er zijn drie kelders. De grootste bevindt zich bij de keuken van de buitenzusters. Deze heeft een bakstenen trap en is voorzien van graatgewelven, rode plavuizen en een grote gemetselde bak met houten deksel.

Binnenkomend via de hoofdingang betreedt men het woongedeelte van de buitenzusters. Een gang leidt rechtuit en één naar links. Naar links gaand komt men langs een aantal vertrekken waaronder de keuken van de buitenzusters. Via een deur wordt het portaal bereikt van waaruit de rector toegang had tot de kapel en zijn trapopgang naar privévertrekken.

De gang rechtdoor geeft toegang tot bordestrappen en een grote kamer. Deze was oorspronkelijk in tweeën gedeeld door een zwaar ijzeren hek, waarachter de slotzusters bezoek te woord konden staan. Een smalle en lage gang leidt vanaf deze kamer, aan de binnenzijde van de hof, naar een portaal. De binnenhof heeft een gevelsteen: "Prim. lap. pos. A.P. Eras rector 12-4-1890". Diverse getoogde ramen en deuren hebben uitzicht op de binnenhof. In het genoemde portaal bevindt zich een tourniquet, een cilindrische houten draaikast onder de trap. Deze kast diende voor het overbrengen van het voedsel naar de slotzusters en het laten zegenen van baby's door de laatsten. In de ruimte hiernaast bevindt zich een waskeuken met oude gootsteen, pomp, koperen kraan en een gemetselde tobbe voor het koken van de was. In het gedeelte van de slotzusters bevinden zich onder meer de volgende monumentale elementen bij de rechterbuitenmuur. De vroegere kamer van de moeder-overste heeft behalve het genoemde bureau en een kastenwand een brandkast van tafelmodel van de N.V. van Blerk uit Tilburg. Achter een getoogde ijzeren deur bevindt zich een ruimte die als brandvrije kolenopslag in gebruik was. Het plafond bestaat uit troggewelfjes op stalen profielbalkjes. Hierbij een bijkeuken met hardstenen goot en koperen kraan met pompzwengel.

Grenzend aan de tuinzijde is er een grote keuken met daarnaast de refter, beide voorzien van kastenwanden. Wanneer de refter verlaten wordt, komt men langs een in de binnengang uitgespaarde rechthoekige nis waarin een Mariabeeld staat. Op de verdieping had de rector grenzend aan de kapel een kamer-en-suite met eigen toilet. Deze ruimte, wit betegeld en met ronde hoekwastafel, heeft een witte closetpot merk "Rotterdam" en houten w.c. bril. Op de etage zijn de gangen in het midden geplaatst, met aan weerskanten vele cellen van de kloosterzusters, met vurenhouten deuren en zesruits vuren bovenlicht. In een enkele kamer staat nog een oorspronkelijk vurenhouten bed met een nachtkastje.

De zolder heeft een hechte grenenhouten kapconstructie. Grenzend aan de kapel, aan de straatzijde, bevindt zich een ruimte waar de zieken lagen, en door een raam de mis bij konden wonen. De gevelwand is aan de zijde van de Lange Nieuwstraat afgeschermd door een hoge bakstenen muur onder ezelsrug met van hardstenen driehoeksbekroningen voorziene steunberen. Waar de muur schuin de hoek omgaat rechts een nisje met Mariabeeldje.

Waardering

Het voormalige klooster is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorisch belang als voorbeeld van een geestelijke ontwikkeling, namelijk de stichting van nieuwe vestigingen van oude orden in stedelijke kernen; het is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van het klooster in de late negentiende eeuw. Het pand is van architectuurhistorisch belang vanwege de uiterst sobere stijl en detaillering, karakteristiek voor de clarissen en tevens vanwege de plaats in het oeuvre van de architect. Het gebouw is waardevol vanwege de samenhang tussen exterieur en interieur. Het pand heeft bijzondere betekenis vanwege de situering, verbonden met de ontwikkeling van de stad. Het gebouw is waardevol vanwege de uitzonderlijke gaafheid van in- en exterieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The CONVENT built in 1890 in Neo-Gothic style to the design of architect A.G. de Beer was built for the Poor Clares.

Description

The two-storey partly cellared building has a rectangular floor plan grouped around two inner courtyards. The gabled roofs are covered with slate in Dutch bond. The facades are constructed of machine-made brick with as decoration a herringbone-bond arched frieze. The front facade comprises from left to right the rectory and subsequently the windows and entrance of the convent. The entrance to the rectory has a projecting pointed-arch portal with a gable above the door, tracery and a natural stone cross as crown. Adjacent to this three window bays. The narrow pointed-arch windows are coupled two by two by a hard-stone sill and are placed in a pointed-arch recess. The windows on the upper floor are identical, but four of them differ. These pointed-arch windows, placed in pairs, have a small glazing bars in ornamental pattern. Behind these were the private quarters of the priest. The main entrance projects slightly forward as a risalit and is placed under a catslide roof. Above this a double pointed-arch window and a gable with cross, beneath which a pointed-arch recess with a statue of Mary. The side facades and the rear facade are executed very soberly, without decorative masonry. On the ground floor there are arched doors and twenty-paned sash windows, on the upper floor arched four-paned casement windows or coupled slit windows.

The rooms are grouped around the two inner courtyards. The courtyard of the extern sisters is situated on the side of the Lange Nieuwstraat, with corridors on the side of the outer wall. The public convent chapel forms the fourth side of the courtyard. The square courtyard of the choir sisters lies behind this, borders the garden and has corridors on the side of the inner courtyard.

The interior still has virtually the entire original layout and houses many well-preserved components of detailing and furniture. Doors and spear-shaped corner reinforcements on the corners of the whitewashed walls are of unfinished pine wood. The doors and walls with cupboards are executed with boards in bead profile. Furniture such as a pair of beds and the desk of the mother superior are also of pine wood. Panel doors, the priest's reading desks and the woodwork in the chapel consist of varnished oak.

Particularly noteworthy is the ingenious crafted wooden hanging and locking mechanism, which is still complete and functional everywhere. There are three cellars. The largest is located at the kitchen of the extern sisters. This has a brick staircase and is fitted with rib vaults, red tiles and a large brick tank with wooden lid.

Entering via the main entrance one enters the living quarters of the extern sisters. A corridor leads straight ahead and one to the left. Going left one passes a number of rooms including the kitchen of the extern sisters. Via a door the vestibule is reached from which the rector had access to the chapel and his staircase to private quarters.

The corridor straight ahead provides access to service stairs and a large room. This was originally divided into two by a heavy iron gate, behind which the choir sisters could receive visitors. A narrow and low corridor leads from this room, on the inner side of the courtyard, to a vestibule. The inner courtyard has a foundation stone: "Prim. lap. pos. A.P. Eras rector 12-4-1890". Various arched windows and doors have views onto the inner courtyard. In the aforementioned vestibule there is a revolving cabinet, a cylindrical wooden rotating cupboard under the stairs. This cupboard was used to transfer food to the choir sisters and to have babies blessed by the latter. In the room next to it there is a scullery with an old sink, pump, brass tap and a brick tub for boiling washing. In the section of the choir sisters there are among others the following monumental elements at the right outer wall. The former room of the mother superior has besides the aforementioned desk and a wall of cupboards a table-model safe by the N.V. van Blerk from Tilburg. Behind an arched iron door there is a space that was used as a fireproof coal storage. The ceiling consists of small trough vaults on steel profile beams. Adjacent to this a back kitchen with a hard-stone channel and brass tap with pump handle.

Bordering on the garden side there is a large kitchen with next to it the refectory, both provided with walls of cupboards. When the refectory is left, one passes a rectangular recess set into the inner corridor where a statue of Mary stands. On the upper floor the rector had adjoining the chapel a suite with en-suite toilet. This space, white-tiled and with a round corner wash basin, has a white toilet bowl brand "Rotterdam" and wooden toilet seat. On the storey the corridors are placed in the middle, with on both sides many cells of the convent sisters, with pine-wood doors and six-paned pine fanlight. In one room there is still an original pine-wood bed with a bedside table.

The attic has a solid pine-wood roof truss structure. Adjoining the chapel, on the street side, there is a space where the sick lay, and through a window could attend mass. The facade wall is on the side of the Lange Nieuwstraat screened by a high brick wall under a donkey-back and provided with hard-stone triangular crownings on the buttresses. Where the wall angles the corner to the right a small niche with a statue of Mary.

Valuation

The former convent is of general interest. It has cultural-historical significance as an example of a spiritual development, namely the establishment of new settlements of old religious orders in urban centres; it is also of significance as an example of the typological development of the convent in the late nineteenth century. The building is of architectural-historical significance because of its extremely sober style and detailing, characteristic of the Poor Clares and also because of its place in the architect's oeuvre. The building is valuable because of the coherence between exterior and interior. The building has special significance because of its location, linked to the city's development. The building is valuable because of the exceptional integrity of both interior and exterior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map