Rijksmonumentenregister · Netherlands
O.L.V. van Goede Raad
Tilburg, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1913
- Address
- Broekhovenseweg 2, 5021 LE Tilburg
- Place
- Tilburg
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.54905, 5.08849
- Part of complex
- 521032
- Monument number
- 521033
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Utrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1916 map "Scheepvaartwegen in Nederland : overzichtskaart / Top. Inrichting" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
R.K. KERK van O.L.Vr. Moeder van Goede Raad uit 1913 in Neo-Byzantijnse stijl. Ontwerp van architect Jan van der Valk (*1873 Delfshaven +1961 Tilburg), die tevens opzichter bij de bouw was. De aanbesteding is op 14 april 1911. Het werk wordt gegund aan aannemer Christiaan van Pelt (Tilburg) voor de bouwsom van f.103.100,-. De kerk wordt in gebruik genomen op 17 februari 1913. De inwijding vindt plaats op 2 juni 1919 door Mgr. Arnold Diepen, hulpbisschop van 's-Hertogenbosch. Bouwpastoor is H. Bertens (doctor in de wijsbegeerte). Oorspronkelijk bevonden zich in de kerk 1200 zitplaatsen. Op eigen terrein bevindt zich aan de westkant voor de kerk een klein plein met op- en afrit. In 1988 wordt door architect E. van Wesemael (Goirle) de kerk aangepast voor multifunctioneel gebruik. Naast de centrale kerkruimte worden vijf zalen ingericht, die de volgende namen hebben: Cecilia (voorheen Sacramentskapel), Familie (linker transept), Fatima (voorheen Maria-altaar), Pius (rechter transept), O.L.Vr. Moeder van Goede Raad (rechter zijbeuk). De doopkapel wordt ingericht tot archief/drukkerij en in een gedeelte van de zijbeuk naast de toren het parochiebureau. Deze inbouwen in de kerk behoren niet tot het rijksmonument.
Omschrijving
De kerk, die georiënteerd is, is een Neo-Byzantijnse centraalbouw met een plattegrond, die is afgeleid van het Latijnse kruis. Zij bevat naast de 45 meter hoge klokkentoren een sacristie en drie kapellen: Sacrament-, Maria- en doopkapel. De klokkentoren, aan de zuidzijde van de kerk, met vierkante plattegrondsvorm heeft vier hoeklisenen en een aangebouwd vijfzijdige traptoren aan de de kant van het plein. Elke zijde heeft een slanke nis met spleetramen en drie galmgaten. Ter hoogte van de galmgaten gaat de toren over in een twaalfhoek waarbij de lisenen het karakter van pinakels krijgen. Op de toren een twaalfhoekig tentdak. De kerk heeft een kort schip van twee traveeën diep onder een zadeldak met lage zijbeuken onder dwarse zadeldaken. Opvallend is de hoog opgaande vieringtoren met de opengewerkte gekanteelde balustrade, overdekt met een achtzijdig torendak en lantaarn. De koortravee en beide transepten liggen eveneens onder zadeldaken, ze zijn elk één travee diep. Het koor is gesloten door een ronde absis liggend onder een zevenhoekig tentdak. Aan de noordkant hiervan bevindt zich de Sacramentskapel onder een zadeldak met een vijfhoekige koorsluiting onder een dito tentdak. Aan het zuidtransept bevindt zich de Mariakapel onder een zadeldak met een driehoekige koorsluiting en dito tentdak. Aan de noordkant van het schip bevindt zich de doopkapel liggend onder een zadeldak. Aan de zuidkant van het koor ligt de tweelaagse sacristie onder een schilddak. De sacristie is vanuit de lager gelegen tuin te bereiken via een gemetselde trap. De kerk heeft een klein uitgebouwd open ingangsportaal aan het kerkplein. Het ligt op een bakstenen bordes voorzien van vijf traptreden. Het portaal heeft een spitsbooggewelf onder een zadeldak, het bevat een dubbele hoofddeur geflankeerd door een zijdeur. Ze zijn omzoomd door zandstenen imposten. In de boogtrommel boven de hoofddeuren een natuurstenen tegelmozaïek met een afbeelding en de naam van de patrones van de kerk. Naast het portaal staat aan weerskanten een gebeeldhouwde liggende bakstenen leeuw. In de zuidelijke zijbeuk bevindt zich aan de kant van de pastorie een zij-ingang in een ondiep portiek met spitsboog onder zadeldak. In hoofd- en zijingangen bevinden zich eikenhouten deuren voorzien van acht panelen met hang- en sluitwerk in siersmeedwerk. Het schip en de kopgevels van de transepten hebben achtpuntige roosvensters met traceringen welke oorspronkelijk in metselwerk waren uitgevoerd maar in 1962 door beton zijn vervangen. In de absis bevinden zich even rondboogvensters. De andere vensters in de kerk hebben een spitsboog met een verticale gemetselde verdeling in drieën of in vijven. Het opgaande werk van de kerk bestaat uit miskleurige rood/paarse handgevormde baksteen afkomstig van de steenfabriek "Udenhout". Het geheel is gemetseld in kruisverband. De kerk, die op een kleine verhoging ligt, heeft een geprofileerde gemetselde plint, ze is voorzien van hoekpilasters, met rond de muuropeningen siermetselwerk van profielstenen en vlechtwerk bij de dakrand. De meeste daken zijn belegd met blauwe Romaanse pannen. In de bovenkant van de belangrijkste dakschilden van vieringtoren en schip worden de blauwe pannen afgewisseld door een rand van drie blokken met rode pannen. In deze dakschilden bevinden zich eveneens drie kleine dakkapellen onder een plat dak. De kopgevels zijn voorzien van windveerpannen. De daken boven de zijaltaren en alle boeiboorden van de kerk zijn bekleed met blauwe leipannen. Het dak van de absis is belegd met natuurstenen leien. Op de kop van de daken bevinden zich kruisvormige blauwe finalen, die eveneens van pannenklei zijn vervaardigd. Op de daken van kerk en toren bevindt zich respectievelijk een kruis en een haan als windwijzer. Over het interieur van de kerk het volgende: de viering, de centrale ruimte in de kerk, heeft een betonnen koepel met een diameter van 21 meter, die gedragen wordt door twaalf kolommen. In de koepel bevinden zich 13 oculi, die daglicht ontvangen van de bovenliggende lantaarn in het dak. Een gedeelte hiervan is dichtgezet. Het opgaand werk in de kerk bestaat afwisselend uit witgepleisterde wanden en gewelven en miskleurige rood/paarse handgevormde baksteen in schoonmetselwerk voor de constructieve elementen zoals kolommen, muurbogen, deur- en vensteromlijstingen en horizontale banden overeenkomstig het buitenmetselwerk. De eikenhouten deuren in de kerk hebben eveneens hang- en sluitwerk in siersmeedwerk. Tussen 1934-46 is de kerk door A. Verschuuren (Oosterhout) voorzien van een polychrome beschildering. Deze is in 1963 geheel verdwenen onder een verflaag. Van de inventaris zijn beschermd: In de toren een uurwerk met vier vergulde wijzerplaten en drie klokken met de volgende namen: Wilhelmus (1954, 630 kilo), Petrus (1958, 474 kilo) en Henricus (1963, 1047 kilo). Ze hebben de tonen mi-sol-la, de begintonen van het Gregoriaanse lofzang "Te Deum"; Het angelusklokje in de lantaarn van de vieringtoren; Een natuurstenen console in Mariakapel, in de trant van de Art Nouveau, met op de onderzijde een gebeeldhouwde slang en appel; Het marmermozaïek van O.L.Vr. van Goede Raad uit 1915 afkomstig uit een Vaticaans atelier (kopie van een veel ouder fresco uit een Romeins Augustijnenklooster); Twee tondi: Annunciatie - Visitatie; Een zandstenen doopvont zonder deksel in Art Nouveaustijl uit 1924 met een vierzijdig bekken met lotusbloemen en rietstokken in reliëf; Twee stenen beelden van St. Petrus en St. Paulus; Tabernakel van koper met emaille panelen uit 1940 door Kloosterman (Tilburg) naar ontwerp van de architect van de kerk; In de absis zeven gebrandschilderde glas-in-lood ramen uit ca. 1920 vermoedelijk van A. Verschuuren (Oosterhout) voorstellende een kruis op orchidee onder bloemtak en in de overige ramen takken met paarse en oranje bloemen; In de zijabsiden, acht ramen met van links naar rechts lunetten en raampjes met Mariale symbolen; Achter in de kerk twee ramen uit 1931: Triniteit en magnolia boom (priesterwijding van Leo van Helvoirt); Een gebrandschilderd raam uit ca. 1930 van Ch. Eyck met Petrus staande met sleutel in linkerhand, aan zijn voeten een kerkmodel en plant; Twee gebrandschilderde ramen uit 1955 van Jos van Heeswijk (Tilburg). Houten gepolychromeerd Mariabeeld.
Waardering
De kerk is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van het katholicisme in het zuiden. De kerk als centraalbouw heeft een belangrijke innovatieve waarde in de ontwikkeling van de volkskerk. Het gebouw heeft architectuurhistorisch belang door de wijze waarop de architect bewust afrekent met de traditionele neostijlen en is tevens van belang voor de geschiedenis van de bouwtechniek, door de toepassing van de betonnen schaalkoepel en van kunsthistorisch belang vanwege de interieuronderdelen. In het oeuvre van de Tilburgse architect Jan van der Valk neemt het een vooraanstaande plaats in. Het heeft ensemblewaarden vanwege de bijzondere betekenis qua situering, verbonden met de ontwikkeling/uitbreiding van de wijk Broekhoven. Het is van belang vanwege de architectuurhistorische, bouwtechnische, typologische en functionele zeldzaamheid.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
R.K. CHURCH of O.L.Vr. Moeder van Goede Raad from 1913 in Neo-Byzantine style. Design by architect Jan van der Valk (*1873 Delfshaven +1961 Tilburg), who was also site supervisor during construction. The tender was on 14 April 1911. The work was awarded to contractor Christiaan van Pelt (Tilburg) for the building sum of f.103.100,-. The church was put into use on 17 February 1913. The consecration took place on 2 June 1919 by Mgr. Arnold Diepen, auxiliary bishop of 's-Hertogenbosch. The building pastor was H. Bertens (doctor of philosophy). Originally the church contained 1200 seats. On its own grounds, on the west side in front of the church, there is a small square with entrance and exit roads. In 1988 the church was adapted for multifunctional use by architect E. van Wesemael (Goirle). Beside the central church space, five halls were arranged, which have the following names: Cecilia (formerly Sacrament Chapel), Familie (left transept), Fatima (formerly Mary altar), Pius (right transept), O.L.Vr. Moeder van Goede Raad (right side aisle). The baptistery was fitted out as an archive/printing room and in a part of the side aisle next to the tower the parish office. These installations in the church do not form part of the national monument.
Description
The church, which is oriented, is a Neo-Byzantine central structure with a ground plan derived from the Latin cross. It contains, besides the 45-metre high bell tower, a sacristy and three chapels: Sacrament, Mary and baptistery chapels. The bell tower, on the south side of the church, with square ground plan, has four corner pilasters and an attached pentagonal staircase tower on the side facing the square. Each side has a slender niche with slit windows and three sound holes. At the level of the sound holes the tower transitions into a dodecagon, with the pilasters taking on the character of pinnacles. On the tower a dodecagonal hipped roof. The church has a short nave of two bays deep under a gabled roof with low side aisles under transverse gabled roofs. Striking is the high rising crossing tower with the open crenellated balustrade, covered with an octagonal roof and lantern. The choir bay and both transepts likewise lie under gabled roofs, each one bay deep. The choir is closed by a round apse lying under a seven-sided hipped roof. On the north side of this is the Sacrament Chapel under a gabled roof with a pentagonal choir closure under a like hipped roof. On the south transept is the Mary Chapel under a gabled roof with a triangular choir closure and like hipped roof. On the north side of the nave is the baptistery lying under a gabled roof. On the south side of the choir lies the two-storey sacristy under a hipped roof. The sacristy can be accessed from the lower situated garden via a brick staircase. The church has a small projecting open entrance porch on the church square. It stands on a brick platform provided with five steps. The porch has a pointed arch vault under a gabled roof; it contains a double main door flanked by a side door. They are bordered by sandstone imposts. In the arch tympanum above the main doors is a natural stone tile mosaic with an image and the name of the church's patroness. Beside the porch stands on either side a sculptured lying brick lion. In the southern side aisle, on the side of the presbytery, is a side entrance in a shallow porch with pointed arch under gabled roof. In the main and side entrances are oak doors provided with eight panels with hinges and fastenings in ornamental ironwork. The nave and the gable ends of the transepts have eight-pointed rose windows with traceries which were originally executed in brickwork but were replaced by concrete in 1962. In the apse are round arch windows. The other windows in the church have a pointed arch with vertical brick division into three or five parts. The wall construction of the church consists of off-colour red/purple hand-moulded brick from the "Udenhout" brick factory. The whole is laid in cross bond. The church, which stands on a slight elevation, has a profiled brick plinth; it is provided with corner pilasters, with decorative brickwork of moulded brick and lattice work around the wall openings and at the eaves. Most of the roofs are covered with blue Roman tiles. On the top of the main roof surfaces of the crossing tower and nave, the blue tiles are alternated by a row of three blocks with red tiles. In these roof surfaces there are also three small roof dormers under a flat roof. The gable ends are provided with weathervane tiles. The roofs above the side altars and all the bargeboards of the church are clad with blue slate tiles. The roof of the apse is covered with natural stone slate. On the ridge of the roofs are cross-shaped blue finials, which are likewise made of tile clay. On the roofs of church and tower is respectively a cross and a weathercock as a weather vane. On the interior of the church the following: the crossing, the central space in the church, has a concrete dome with a diameter of 21 metres, which is supported by twelve columns. In the dome are 13 oculi, which receive daylight from the lantern above it in the roof. Part of this is blocked up. The wall construction in the church consists alternately of whitewashed walls and vaults and off-colour red/purple hand-moulded brick in fair-faced brickwork for the structural elements such as columns, wall arches, door and window surrounds and horizontal bands in accordance with the external brickwork. The oak doors in the church likewise have hinges and fastenings in ornamental ironwork. Between 1934-46 the church was provided with polychrome decoration by A. Verschuuren (Oosterhout). This completely disappeared under a coat of paint in 1963. From the furnishings the following are protected: In the tower a clock mechanism with four gilded clock faces and three bells with the following names: Wilhelmus (1954, 630 kilos), Petrus (1958, 474 kilos) and Henricus (1963, 1047 kilos). They have the tones E-G-A, the opening notes of the Gregorian canticle "Te Deum"; The angelus bell in the lantern of the crossing tower; A natural stone console in the Mary Chapel, in the manner of Art Nouveau, with a sculptured serpent and apple on the underside; The marble mosaic of O.L.Vr. van Goede Raad from 1915 from a Vatican workshop (copy of a much older fresco from a Roman Augustinian monastery); Two tondi: Annunciation - Visitation; A sandstone baptismal font without cover in Art Nouveau style from 1924 with a four-sided basin with lotus flowers and reeds in relief; Two stone statues of St. Peter and St. Paul; Tabernacle of copper with enamel panels from 1940 by Kloosterman (Tilburg) after a design by the architect of the church; In the apse seven stained glass windows from around 1920 presumably by A. Verschuuren (Oosterhout) depicting a cross on orchid under flower branch and in the remaining windows branches with purple and orange flowers; In the side apses, eight windows with, from left to right, lunettes and small windows with Marian symbols; At the back of the church two windows from 1931: Trinity and magnolia tree (priestly ordination of Leo van Helvoirt); A stained glass window from around 1930 by Ch. Eyck with Peter standing with key in left hand, at his feet a church model and plant; Two stained glass windows from 1955 by Jos van Heeswijk (Tilburg). Wooden polychrome Mary statue.
Valuation
The church is of general importance. The building has cultural-historical importance as a particular expression of the development of Catholicism in the south. The church as a central structure has important innovative value in the development of the parish church. The building has architectural-historical importance by the way in which the architect deliberately breaks with traditional period revival styles and is also of importance for the history of building technique through the application of the concrete shell dome and of art-historical importance on account of the interior components. In the oeuvre of the Tilburg architect Jan van der Valk it takes a prominent place. It has ensemble values because of its particular significance in terms of location, connected with the development/expansion of the Broekhoven district. It is of importance because of its architectural-historical, building-technical, typological and functional rarity.
Nearby in the register
- Pastorie(F), Broekhovenseweg 4 cKerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Complex Zusters van LiefdeOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Kapel(F1), Bisschop Zwijsenstraat 7Kapelunder 1 mi
- Complex ZwijsenstraatGezondheidszorgunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.