TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Landhuis Strypemonde

Rockanje, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Jachthuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1936 - 1937
Address
Windgatseweg 18, 3235 NX Rockanje (Voorne aan Zee 28)
Place
Rockanje
Municipality
Voorne aan Zee
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.89760, 4.06060
Part of complex
520821
Monument number
520822

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

2 historical maps cover this location, the earliest the 1930 map "Handelskaart van Nederland / naar de nieuwste officiëele gegevens bewerkt" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

In 1937-1938 naar ontwerp van architect J.W. Janzen op een restant van de St. Pietersdijk gebouwd LANDHUIS, dat van oorsprong de functie had van buitenverblijf en jachthuis. Het vrij, in een landschappelijke parkaanleg staande huis is hoofdonderdeel van het in opdracht van James van Hoey Smith tot stand gekomen complex landgoed Strypemonde. Tegen de linker kopgevel van het in een Interbellumstijl gebouwde huis staat de aangebouwde dienstwoning met garage en een slachtkamer voor het wild.

Omschrijving

Vanuit een langwerpige, uit drie rechthoeken samengestelde plattegrond opgetrokken landhuis onder met geglazuurde, verbeterde Hollandse pannen gedekte zadeldaken met uitkragende dakgoten, die rusten op gesneden klampen. De in gele, groot formaat baksteen opgetrokken gevels zijn voornamelijk voorzien van rechtgesloten gevelopeningen met bredere bovendorpels. Onder het gehele pand bevindt zich een kruipruimte.

De voorgevel is een langsgevel met de hoofdentree onder een houten luifel met geprofileerde rand. De luifel rust op twee rechthoekige kolommen van baksteen. De rondboogvormige voordeur is binnen een omlijsting van brede, op natuurstenen neuten staande stijlen, driehoeken in de zwikken en een kroonlijst. Op de begane grond links van de deur staan twee smalle vensters en een met luiken behangen venster met kruisraam. De gevelpartij rechts van de deur bevat twee met luiken behangen vensters met kruisramen. De gevel is op de verdieping voorzien van vensters die recht boven die van de begane grond staan. In het midden een breed, liggend venster met twee vierruitsramen met houten middenstijl. Links ervan een smal, staand traplicht met vierruits-raam. Linksboven een venster met openslaande ramen. De kleine rechter vensters zijn twee-ruits. De twee in het risalerende en minder hoog opgaande rechter deel staande tweeruits-vensters zijn met luiken behangen. Het aanzien van de van vlechtingen voorziene rechter kopgevel wordt onder meer bepaald door een uitgemetselde uitbouw met schuine zijden en een met baksteentjes bekleed, uitkragend half schilddak, dat de schouw in de woonkamer omsluit. Dwars op de uitbouw staat een blind muurtje. Het venster links ervan is niet, het rechter venster wel met luiken behangen, evenals het kleine venstertje links en het grotere venster rechts op de zolderverdieping. In de top staat een rond venstertje met zesruits stalen raam. De puntgevel is bovendien voorzien van een hijsbalk, een vanuit de gevel en het voorste dakschild opgemetselde schoorsteen en uitgemetselde dakaanzetten. Het risalerende linker deel van de achtergevel telt drie vensters met luiken. In de smalle, dwarsmuur tussen voornoemde gevel en de brede, hoger opgaande gevelpartij rechts ervan staat een rechtgesloten deur. Iets links van het midden van die brede gevelpartij staan twee met luiken behangen vensters met kruisramen. De rondboogvormige deur in deze gevel heeft een roedenverdeling in de rondom doorlopende zij- en bovenramen. De deur bevat een rondboograam met een decoratief raamijzer van smeedwerk. Rechts van de deur staan een klein staand venster en twee grotere vensters met kruisramen, die met luiken zijn behangen. Het ronde venster met stalen raam hier rechts van staat in een lage uitbouw onder een lessenaardak, waarin de slachtruimte is ondergebracht. De verdieping is voorzien van zeven kleine vensters. De van vlechtingen voorziene linker kopgevel van het hoofdvolume bevat tussen dit lessenaardak en de kap van de dienstwoning slechts twee kleine vensters. De top bestaat uit een op een dubbele tuit met dekstenen gelijkende opbouw met een opening in het midden, waartussen een kleine luidklok hangt.

Tegen voornoemde kopgevel is de lager staande en smallere dienstwoning met garage gebouwd. De detaillering en het materiaalgebruik zijn als die van het jachthuis, maar de dienstwoning heeft heeft gevels met trasramen van geteerde baksteen. De voorzijde van de woning bevat op de begane grond van links naar rechts twee liggende garagevenstertjes met diefijzers, een deur met kruisraam en een klein venstertje rechts van de deur. Op de verdieping staan twee venstertjes en een luik.

De symmetrische kopgevel is voorzien van een brede, rechtgesloten gevelopening met over rails lopende, inschuifbare garagedeuren. In de verdieping staat een tweeruits-venster aan weerszijden van een hoge uitmetseling, uitmondend in een als schoorsteen fungerende tuit met dekplaat.

In de achtergevel van de dienstwoning bevinden zich in de eerste bouwlaag een deur en een liggend garagevenster met diefijzers. Op de verdieping één tweeruits venster. In de dwars op deze gevel staande gevel van het uitgebouwde slachthok onder lessenaardak, een klein venster aan weerszijden van een deur. De met de uitbouw verbonden muur is voorzien van een reeks wildhaken.

Aan de zuidwestelijke langsgevel bevindt zich een terras met twee, door een gemetselde rand en trap omzoomde niveaus, waarvan het bovenste dek is versteend en het lagere deel met gras is begroeid. In het gras is een in baksteen uitgevoerde cirkelvormige zonnewijzer opgenomen.

Het inwendige van het huis is voor een belangrijk deel in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven met niveauverschillen tussen de vloeren van het middengedeelte, het rechter deel met de woonkamer en de dienstwoning links.

Centraal ligt een hal waaraan zowel de voor- als de achterdeur uitkomen. De hal heeft een vide geopend naar de voordeur en is rechts verbonden met een gang die naar de woonkamer voert, links met een ondiepe gang naar de dienstwoning, waaraan ook trappenhuis en eetkamer grenzen.

Hal en gangen zijn evenals de overige ruimtes voorzien van een houten vloer. De gang naar de woonkamer is aan halzijde afgesloten door een dubbele deur van staal en glas. Aan weerszijden van deze gang bevindt zich een rechtgesloten, onder een korfboogvormig bovenlicht staande deur naar de bibliotheek en een eveneens rechtgesloten deur naar een slaapkamer. De bibliotheek bevat nog de originele boekenkasten en ossenbloedkleurig houtwerk. De sobere woonkamer is vanuit de gang te betreden via een sobere, onder een korfboogvormig bovenlicht met radiale roeden staande deur. De woonkamer heeft een met balken verstevigd plafond. Geheel rechts aan de gevel met de uitgebouwde haardpartij, bevindt zich de royale woonkamer. De kopgevelwand bevat een grote open haard met gemetselde halfronde schouw met een zich verjongende schouwmantel onder een brede, uitkragende boezem van staal, waarvan de vorm is geïnspireerd op de boeg van het schip de Eenhoorn. De vensters, die een fraai uitzicht bieden op de omringende landschappelijke tuin, zijn voorzien van diepe kozijnen met ribbelprofiel. De deuren zijn sobere plankendeuren. In de kamer een houten wenteltrap die naar de grote zolderkamer voert, met aan één zijde een gesloten wand en aan de andere zijde een spijlenbalustrade, beide met geprofileerde handlijsten. De trap wordt afgesloten door een lage deur in een boven het trapgat gebouwde, gesloten houten kajuit met een gewelfde wand, die staat in de grote zolderkamer. Op de zolder onder meer een aantal gastenkamers. Een deur in de zitkamer vormt de verbinding met de oorspronkelijke badkamer, die in vrijwel originele staat bewaard is gebleven. In de van een betegelde vloer en wanden voorziene badkamer staan een zwarte badkuip met de originele kranen, een zwarte wastafel en een eivormige plafondlamp. In de linker wand van de naar achteren lopende gang bevindt zich een boogvormige doorgang naar de garderobe met betegelde vloer, tegellambrizering en garderobekasten. Ook de w.c.-ruimte naast de trap heeft een tegellambrizering. Aan het eind van de gang naar de dienstwoning staat een rechtgesloten glasdeur met roedenverdeling onder een ronde, electrische windwijzer. De ruimte tegenover de trapopgang was oorspronkelijk de eetkamer en is voorzien van een overhoekse schouw met een convex gewelfde stalen rookvang.

De tweedelige houten trap naar de verdieping bestaat uit een scheluwetrap met gebogen aantreden, een tussenbordes en een steektrap. De wand rechts van de scheluwetrap heeft een geprofileerde lambrizering onder de handlijst en aan de linker zijde een doorlopende, gesloten houten balustrade met een identieke profilering. De gecanneleerde trappaal wordt bekroond door een gebeeldhouwde houten roofvogel van de hand van de beeldhouwer J. Altorf. De wanden aan het tussenbordes en de steektrap zijn voorzien van een tegellambrizering met handbeschilderde Delfts Blauwe tegels die afkomstig zijn uit Delftse en Haagse huizen. De betegeling wordt onderbroken door een smalle houten lambrizering als die aan de scheluwetrap. De muur tussen vide en trap heeft een driekwartronde beëindiging. Het smeedijzeren hek (1941) is onder meer versierd met de tekens van de dierenriem. De verdieping bevat geheel links de genoemde grote zolderkamer met de trapkajuit, een rookkast voor het roken van het vlees van het wild, een van elders afkomstige negentiende eeuwse bedstee en een balk boven het venster, die als hijsbalk uit de buitenmuur steekt. De sobere verdiepingskamers zijn gebouwd als gastenkamers en bevatten geen bijzondere elementen. De badkamer is voorzien van een blauwe tegellambrizering en ook het toilet is voorzien van betegelde wanden. De oorspronkelijke indeling van de verdieping van de op een lager niveau staande dienstwoning met garage is gewijzigd. Vanuit het landhuis is de woning te bereiken via de deur onder de electrische windwijzer. Hierachter loopt een steektrap naar beneden en van daaruit loopt een tweede steektrap omhoog naar de dienstwoning. De muren rondom deze lage, met tegels bedekte vloer zijn voorzien van afgeronde hoeken en een lambrizering van gele geglazuurde tegeltjes. Ook het toilet heeft een betegeling. Een hoog in de wand staand luik maakt deel uit van het niet meer als zodanig in gebruik zijnde kolenhok. De ruimte achter een tweede luik was bestemd voor de opslag van munitie. Het slachthok is voorzien van wildrekken. Op de zolder zijn met de dakspanten verbonden stijlen geplaatst, die zijn voorzien van gaten voor het inschuiven van stalen rekken, die dienden voor het drogen en uithangen van onder meer de jachtuitrusting.

Waardering

Het landhuis, voormalig jachthuis, is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de situationele en de architectuurhistorische waarde.

- Het jachthuis is van cultuurhistorische belang als een goed voorbeeld van een bijzonder type huis en als een belangrijk onderdeel van een gebied dat een bijzonder landschappelijke ontwikkeling heeft doorgemaakt.

- Het jachthuis heeft architectuurhistorische waarde vanwege de kwaliteiten van het ontwerp van zowel het in- en het exterieur, die een sterke samenhang hebben. Het huis is tevens van belang als een representatief werk uit het oeuvre van architect Janzen.

- Het jachthuis heeft situationele en ensemblewaarde vanwege de bijzondere samenhang met omringende landschap en de bijgebouwen.

- Het jachthuis is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van zowel het exterieur als het interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Built in 1937-1938 to a design by architect J.W. Janzen on a remnant of the St. Pietersdijk, a COUNTRY HOUSE which originally served as a country retreat and hunting lodge. The freely standing house, set in a landscaped park, is the main component of the country estate Strypemonde, created on the commission of James van Hoey Smith. Against the left gable end of the house, built in Interwar style, stands the adjoining servant's dwelling with garage and a slaughter room for game.

Description

Country house erected from an elongated ground plan composed of three rectangles, with gabled roofs covered in glazed, improved Dutch tiles with projecting gutters resting on carved brackets. The facades, constructed in yellow, large-format brickwork, are mainly provided with flush-joint window openings with wider upper lintels. Beneath the entire building is a crawl space.

The front facade is a long side with the main entrance under a wooden canopy with profiled edge. The canopy rests on two rectangular brick columns. The semicircular arched front door is set within a frame of broad pilasters standing on natural stone plinths, triangles in the spandrels and a cornice. On the ground floor to the left of the door stand two narrow windows and a window fitted with shutters with a cross window. The gable section to the right of the door contains two shuttered windows with cross windows. The facade on the upper storey is provided with windows positioned directly above those of the ground floor. In the centre a broad, horizontal window with two four-pane windows with wooden mullion. To the left of it a narrow, vertical stairlight with four-pane window. Upper left a window with casement windows. The small windows on the right are two-pane. The two two-pane windows standing in the projecting and lower-rising right section are fitted with shutters. The appearance of the right gable end, provided with herringboning, is determined in part by a brick extension with sloped sides and a brick-faced, projecting half-hipped roof that encloses the chimney in the living room. A blind wall stands across the extension. The window to the left of it is not shuttered, the right window is, as is the small window on the left and the larger window on the right on the loft storey. At the top is a round window with a six-pane steel frame. The gable is moreover provided with a hoist beam, a chimney built up from the facade and the front roof panel, and brick-built roof abutments. The projecting left section of the rear facade has three shuttered windows. In the narrow cross wall between the aforementioned facade and the broad, higher-rising gable section to its right stands a flush-joint door. Slightly to the left of the centre of that broad gable section stand two shuttered windows with cross windows. The semicircular arched door in this facade has glazing bars in the continuous side and fanlight windows all around. The door contains a semicircular arched window with decorative wrought-iron window fittings. To the right of the door stand a small vertical window and two larger windows with cross windows, fitted with shutters. The round window with steel frame to the right of this stands in a low extension under a lean-to roof, in which the slaughter room is housed. The upper storey is provided with seven small windows. The left gable end of the main volume, provided with herringboning, contains between this lean-to roof and the roof of the servant's dwelling only two small windows. The top consists of a structure resembling a double spout with ridge tiles with an opening in the middle, between which hangs a small bell.

Against the aforementioned gable end the lower-standing and narrower servant's dwelling with garage is built. The detailing and material use are as those of the hunting lodge, but the servant's dwelling has facades with trash windows of tarred brickwork. The front of the dwelling contains on the ground floor from left to right two horizontal small garage windows with theft irons, a door with cross window and a small window to the right of the door. On the upper storey stand two small windows and a shutter.

The symmetrical gable end is provided with a broad, flush-joint window opening with sliding garage doors running on rails. On the upper storey stands a two-pane window on either side of a high brick build-up, ending in a spout functioning as a chimney with cover plate.

In the rear facade of the servant's dwelling are on the first storey a door and a horizontal garage window with theft irons. On the upper storey one two-pane window. In the facade of the slaughter room built cross to this facade under a lean-to roof, a small window on either side of a door. The wall connected to the extension is provided with a series of game hooks.

On the southwestern long side is a terrace with two levels bordered by a brick edge and steps, of which the upper deck is paved and the lower part is grass-covered. In the grass is incorporated a circular sundial executed in brickwork.

The interior of the house has been preserved to a large extent in its original state with level differences between the floors of the central section, the right section with the living room and the servant's dwelling on the left.

Centrally located is a hall to which both the front and rear doors lead. The hall has a void open to the front door and is connected on the right with a corridor leading to the living room, on the left with a shallow corridor to the servant's dwelling, which also borders the stairwell and dining room.

Hall and corridors, as well as the other rooms, are provided with a wooden floor. The corridor to the living room is closed off at the hall side by a double door of steel and glass. On either side of this corridor is a flush-joint door, under a basket-arched fanlight, leading to the library and likewise a flush-joint door to a bedroom. The library still contains the original bookshelves and oxblood-coloured woodwork. The austere living room is accessed from the corridor via an austere door, under a basket-arched fanlight with radial glazing bars. The living room has a beam-reinforced ceiling. Entirely on the right at the facade with the built-out fireplace section is the spacious living room. The gable wall contains a large open fireplace with a brick semicircular chimney with a tapering mantelpiece under a broad, projecting steel breast, whose form is inspired by the bow of the ship the Unicorn. The windows, which offer a fine view of the surrounding landscaped garden, are provided with deep window frames with ribbed profile. The doors are austere plank doors. In the room a wooden spiral staircase leading to the large loft room, with on one side a closed wall and on the other side a spindle balustrade, both with profiled handrails. The staircase is closed off by a low door in a closed wooden cabin built above the stairwell, with a vaulted wall, which stands in the large loft room. On the loft among other things a number of guest rooms. A door in the sitting room provides the connection to the original bathroom, which has been preserved in virtually original condition. In the bathroom provided with tiled floor and walls stand a black bathtub with original fittings, a black wash basin and an egg-shaped ceiling lamp. In the left wall of the corridor running towards the rear is an arched passage to the cloakroom with tiled floor, tiled wainscoting and wardrobes. The toilet room next to the stairs also has tiled wainscoting. At the end of the corridor to the servant's dwelling is a flush-joint glass door with glazing bars under a round electric weather vane. The space opposite the stairwell was originally the dining room and is provided with a diagonal chimney with a convex vaulted steel smoke duct.

The two-part wooden staircase to the upper storey consists of a flight with curved entry steps, a landing and a straight flight. The wall to the right of the lower flight has profiled wainscoting under the handrail and on the left side a continuous, closed wooden balustrade with identical profiling. The fluted newel is crowned by a carved wooden bird of prey by sculptor J. Altorf. The walls at the landing and the straight flight are provided with tiled wainscoting with hand-painted Delft Blue tiles originating from houses in Delft and The Hague. The tiling is interrupted by narrow wooden wainscoting as that at the lower flight. The wall between void and staircase has a three-quarter round termination. The wrought-iron fence (1941) is among other things decorated with the signs of the zodiac. The upper storey contains entirely on the left the aforementioned large loft room with the stair cabin, a meat-smoking cabinet for smoking game meat, a nineteenth-century alcove bed from elsewhere and a beam above the window, which projects as a hoist beam from the exterior wall. The austere upper storey rooms are built as guest rooms and contain no special features. The bathroom is provided with blue tiled wainscoting and the toilet is also provided with tiled walls. The original layout of the upper storey of the servant's dwelling with garage, standing at a lower level, has been altered. From the country house the dwelling is reached via the door under the electric weather vane. Behind this runs a straight flight down and from there runs a second straight flight up to the servant's dwelling. The walls around this low, tile-covered floor are provided with rounded corners and wainscoting of yellow glazed tiles. The toilet also has tiling. A high hatch set in the wall is part of the coal store no longer in use as such. The space behind a second hatch was intended for ammunition storage. The slaughter room is provided with game racks. On the loft are roof timbers with struts connected to them, which are provided with holes for the insertion of steel racks, which served for drying and hanging up among other things the hunting equipment.

Valuation

The country house, former hunting lodge, is of general importance by virtue of its cultural-historical, situational and architectural-historical value.

- The hunting lodge is of cultural-historical importance as a good example of a special type of house and as an important component of an area that has undergone a special landscape development.

- The hunting lodge has architectural-historical value by virtue of the qualities of both its interior and exterior design, which have a strong coherence. The house is also important as a representative work from the oeuvre of architect Janzen.

- The hunting lodge has situational and ensemble value by virtue of the special relationship with the surrounding landscape and the outbuildings.

- The hunting lodge is also important by virtue of its recognisability and the great degree of integrity of both its exterior and interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map