Rijksmonumentenregister · Netherlands
Johannahuis
Wassenaar, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Sociale zorg, liefdadigheid
- Function
- Verzorgingstehuis (I04)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1929 - 1931
- Address
- Schouwweg 72, 2243 BJ Wassenaar
- Place
- Wassenaar
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.12705, 4.37828
- Part of complex
- 528059
- Monument number
- 520455
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "30 's Gravenhage" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving onderdeel 1: VERZORGINGSTEHUIS.
Inleiding
VERZORGINGSTEHUIS van het type flatgebouw genaamd het 'Johannahuis', is in 1929-1933 gebouwd op de historische buitenplaats Rust en Vreugd ten behoeve van de regenten der Wilhelmina-Alida-Stichting. Het ontwerp in Engelse Landhuisstijl is van S. de Clerq, de huisarchitect van dhr. en mw. Van Ommeren-de Voogt. Het aanvankelijke ontwerp uit 1929 voorzag in 43 verblijven en 2 dienstwoningen. Reeds in 1932 werd besloten het U-vormige gedeelte achter de vleugel aan de voorzijde met een bouwlaag te verhogen. In 1958 vond een interne verbouwing plaats, waarbij de recreatieruimte een podium kreeg bij de trap en de rouwkamer aan het binnenplein werd toegevoegd. Hier is thans een verblijfsruimte over de gehele breedte van het binnenhof. In 1983 heeft een renovatie van de kamer plaatsgevonden en werd de T-vormige vleugel aan de zuidwestzijde toegevoegd in de stijl van het hoofdgebouw; de oorspronkelijke uitbouw onder een schilddak aan deze zijde verdween toen. In het hoofdgebouw is de goederenlift verbouwd tot bergruimten; er is een nieuwe lift naast geplaatst. De aanbouwen in het binnenhof en aan de zuidwestzijde hebben geen beschermenswaardige elementen.
Omschrijving
Tegen een dijktalud gebouwde, onderkelderde, vrijstaande bouwmassa, bestaande uit twee en deels ook uit vier langgerekte bouwlagen op een carrévormige plattegrond rond een binnenhof met enkele uitspringende delen aan de voor- en zijkant, gedekt door haaks op elkaar geplaatste zadeldaken met rode verbeterde Hollandse pannen. Aan de achterzijde (zuidoostzijde) sluiten de dakschilden op elkaar aan met een afgeschuind dakschild. De dakkapellen onder een steekkapje hebben een driehoekige vorm bij de buitenste dakschilden en een rechthoekige aan de zijde van het binnenplein. Ondermeer op de nok aan de voorzijde staan een tweetal gemetselde schoorstenen. Boven de nok steekt een als torentje met een tentdak vormgegeven (voormalige) liftkoker uit. De overwegend recht gesloten gevels worden deels doorbroken door puntgevels onder dwarskappen, waarbij de bovenste verdieping beschoten is met gepotdekselde delen. Boven het trasraam van vlakke waalklinkers zijn de gevels opgetrokken uit grauwe waalklinkers met rollagen tussen deuren en vensters, ter hoogte van de dorpels. De gevels worden afgesloten door houten overstekende goten. Een deel van het balkon heeft een gemetselde borstwering met opengewerkt ajourwerk in terracotta. De enkele en samengestelde raampartijen zijn recht gesloten, hebben deels houten kozijnen en stalen ramen met roedeverdeling, die deels zijn vernieuwd, deels vereenvoudigd.
De symmetrisch opgezette voorgevel (noordwest) bestaat uit twee bouwlagen en heeft uitspringende hoekvleugels met puntgevels. Centraal in het middendeel op de begane grond bevindt zich een grote driedelige raampartij met gemetselde smalle penanten en betonnen latei als tussendorpel onder de bovenlichten. Op de verdieping erboven bevindt zich een doorlopende balkonloggia met gemetselde pijlers, waarachter een reeks ramen en vensters bevindt. Het middendeel wordt op begane grond en verdieping afgesloten door één venster met daartussen in de borstwering decoratief opengewerkt ajourwerk (in terracotta). Het dakschild heeft in het midden een grote langgerekte, samengestelde dakkapel met houten delen, die in het midden een driehoekige bekroning heeft. De beide puntgevels hebben een symmetrische indeling met op de begane grond een dubbele raampartij met vierruits bovenlichten boven een uitkragende latei. Op de verdieping bevinden zich twee driedelige raampartijen en in het midden van de zolderverdieping is een driedelig zoldervenster onder een keperboog aangebracht. Tegen de buiten- en binnengevels van de hoekvleugels bevinden zich iets terugspringende éénlaagse uitbouwen met een balkon. Aan de binnenzijde bevinden zich op de verdieping loggia's. De noordoostelijke zijvleugel van het gebouw heeft aan de buitengevel een uitspringende uitbouw onder een schilddak (aan de zuidwestzijde sluit op de overeenkomstige plaats de nieuwbouwvleugel aan). In de oksels van de noordoostelijke zijvleugel en de uitbouw bevinden zich schuingeplaatste entreepartijen: een dienstingang aan de achterzijde en de hoofdingang aan de voorzijde. Voor deze entree met vernieuwde deuren bevinden zich de balustrades van een voormalige bordestrap. De lijstgevels aan de noordoost- en de zuidoostzijde van de uitbouw zijn drie venstereenheden breed, voorzien van verschillende typen vensters en deels ook blinde gevelvlakken. In de zuidoostelijke hoek met de zijvleugel bevindt zich een schuin geplaatste dienstingang. Door de accidentatie van het terrein en door de verhoging in 1932 bestaat de bouwmassa vanaf de uitbouw tegen de zijgevels uit twee extra bouwlagen. De buitengevels van de noordoostelijke en zuidwestelijke vleugel hebben een ritmische geleding met uitspringende, tweedelige balkonpartijen op de tweede en derde verdieping, waarbij de gemetselde borstwering is voorzien van terracotta ajourwerk. Op de vierde verdieping zijn ondiepe balkons van siersmeedwerk aangebracht. Op de begane grond bevindt zich hieronder een loggia. Tussen de balkons zijn de gevels drie venstereenheden breed met een smal risalerend gedeelte. Aan het zuidoostelijke einde van de gevel twee vensters van kleiner formaat; aan het noordwestelijke einde smalle vensters van een trappenhuis bij de dienstingang. De vensters bevatten zowel grote samengestelde raampartijen als smalle (gekoppelde) ramen. Op het dak zijn vijf dakkapellen geplaatst. De symmetrisch ingedeelde achtergevel (zuidoost) heeft in het midden een puntgevel onder een dwarskap. Daarvoor is ter plaatse van het trappenhuis een iets smallere lagere uitbouw met puntgevel onder een zadeldakje geplaatst. Aan weerszijden ervan bevinden zich uitgebouwde balkons, vergelijkbaar met de zijgevels. De recht gesloten gevels aan weerszijden van de puntgevel bestaan uit dubbele balkons met aan de binnenzijde ervan een venster en aan de buitenzijde een gevelvlak met een venster aan het uiteinde. De gevels worden afgesloten door een afgeschuinde hoek met op elke bouwlaag een venster. Het dakschild aan weerszijden van de dwarskap bevat twee dakkapellen.
De gevels rond de rechthoekige binnentuin zijn recht gesloten en hebben een ritmische geleding van overwegend driedelige vensters. De vijf venstereenheden brede zuidoostzijde heeft een eenlaagse uitbouw (voormalige rouwkamer). In het midden bevinden zich driedelige raampartijen, geflankeerd door een venster, waarna de gevel wordt afgesloten door driedelige raampartijen. De beide zijgevels (noordoost; zuidwest) zijn vijf venstereenheden breed en hebben in de hoeken een balkonloggia, dan wel een kleine uitbouw. De noordwestgevel onderscheidt zich van de overige door de grote met gekleurd glas-in-lood uitgevoerde vensterpartij van het centrale trappenhuis binnen een segmentboogvormige uitbouw. Op de tweede verdieping bevindt zich een balkon. Aan weerszijden van het trappenhuis bevinden zich smalle torenachtige uitbouwen van de liftschachten.
Inwendig is de oorspronkelijke plattegrondindeling in hoofdlijnen gehandhaafd, zowel in het hoofdgebouw als in de vleugels rond de binnentuin. Ook bevinden er zich diverse authentieke interieuronderdelen. Op de begane grond heeft de noordwestelijke vleugel ondermeer diverse authentieke eiken paneeldeuren en betimmeringen (regentenkamer). De recreatieruimte/hal heeft een ondiepe galerij met ronde zuiltjes en een cirkelvormig trappenhuis met bordessen en glas-in-loodvensters. De secundaire trappenhuizen hebben terrazzo-vloeren en trappen; in de gangen en appartementen zijn overwegend authentieke deuren en vensters. In de vestibule bevindt zich een bloembak van geglazuurde bakstenen met het opschrift "van het WAVO-park 1933".
Waardering
Het Johannahuis is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde:
- als karakteristiek en vroeg voorbeeld van de typologische ontwikkeling van een verzorgingstehuis in een niet stedelijk gebied uit het eind van de jaren '20 van de 20ste eeuw;
- als voorbeeld van een verzorgingstehuis in Engelse Landhuisstijl uit het eind van de jaren '20 van de 20ste eeuw;
- als bijzondere uitdrukking van een sociaal-culturele ontwikkeling, waarbij particulieren woningen stichtten voor bepaalde groepen uit de samenleving;
- doordat het gebouw van belang is binnen het oeuvre van de Haagse architect S. de Clerq;
Het Johannahuis heeft ensemblewaarde:
- als essentieel onderdeel van een groter geheel met bijzondere sociaal-culturele waarden;
- vanwege de bijzondere situering in een landschappelijk gebied, waarbij het gebouw qua bouwstijl en hoofdvorm aansluit bij het landelijke karakter.
Het gebouw is vrij gaaf in hoofdvorm en wat betreft materiaalgebruik en detaillering. Het interieur heeft verscheidene authentieke interieuronderdelen. Het gebouw is van belang vanwege de architectonische kwaliteit en vanwege de stilistische samenhang met de andere onderdelen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description of component 1: CARE HOME.
Introduction
CARE HOME of the flat-building type called the 'Johannahuis', was built in 1929-1933 on the historic country estate Rust en Vreugd for the trustees of the Wilhelmina-Alida Foundation. The design in English Country House style is by S. de Clerq, the house architect of Mr and Mrs Van Ommeren-de Voogt. The initial design from 1929 provided for 43 dwellings and 2 service houses. Already in 1932 it was decided to heighten the U-shaped section behind the front wing by one storey. In 1958 an internal renovation took place, whereby the recreation room received a podium by the stairs and the mortuary room was added to the interior courtyard. Here there is now a common room across the entire width of the courtyard. In 1983 a renovation of the room took place and the T-shaped wing on the southwest side was added in the style of the main building; the original extension under a hipped roof on this side then disappeared. In the main building the goods lift was converted into storage rooms; a new lift was placed beside it. The extensions in the courtyard and on the southwest side have no elements worthy of preservation.
Description
A detached building mass built against a dike slope, with basement, consisting of two and partly also four elongated storeys on a square-shaped ground plan around an interior courtyard with some projecting sections on the front and sides, covered by gabled roofs placed at right angles to each other with red improved Dutch tiles. On the rear side (southeast side) the roof pitches connect to each other with a bevelled roof pitch. The roof dormers under a steep hipped roof have a triangular shape on the outer roof pitches and a rectangular one on the side of the interior courtyard. Among other features, on the ridge on the front side stand a pair of brick chimneys. Above the ridge a former lift shaft projects in the form of a small tower with a tent roof. The predominantly straight-sided facades are partly broken through by gables under cross-hipped roofs, whereby the upper storey is clad with caulked sections. Above the plinth of flat facing bricks the facades are built up from grey facing bricks with string courses between doors and windows, at the height of the sills. The facades are finished with wooden projecting gutters. Part of the balcony has a brick parapet with open-worked ornamental terracotta. The single and composite window groups are straight-sided, have partly wooden frames and steel windows with glazing bars, which are partly renewed, partly simplified.
The symmetrically arranged front facade (northwest) consists of two storeys and has projecting corner wings with gables. Centrally in the middle section on the ground floor is a large three-part window group with narrow brick mullions and concrete lintel as intermediate sill below the fanlights. On the storey above is a continuous balcony loggia with brick pillars, behind which is a row of windows and window openings. The middle section is closed on ground floor and storey by one window with decorative open-worked ornamental terracotta in the parapet between. The roof pitch has in the middle a large elongated composite roof dormer with wooden parts, which has a triangular crown in the middle. Both gables have a symmetrical arrangement with on the ground floor a double window group with four-pane fanlights above a projecting lintel. On the storey are two three-part window groups and in the middle of the attic storey is a three-part attic window under a diagonal arch. Against the outer and inner facades of the corner wings are slightly recessed single-storey extensions with a balcony. On the inside are loggias on the storey. The northeast side wing of the building has a projecting extension under a hipped roof on the outer facade (on the southwest side the new building wing adjoins at the corresponding location). In the recesses of the northeast side wing and the extension are obliquely placed entrance sections: a service entrance at the rear and the main entrance at the front. Before this entrance with renewed doors are the balusters of a former perron staircase. The cornice-topped facades on the northeast and southeast sides of the extension are three window units wide, provided with different types of windows and partly also blind wall surfaces. In the southeast corner with the side wing is an obliquely placed service entrance. Due to the terrain configuration and the heightening in 1932, the building mass from the extension on the side facades consists of two additional storeys. The outer facades of the northeast and southwest wing have a rhythmic articulation with projecting two-part balcony groups on the second and third storeys, whereby the brick parapet is provided with terracotta open-work. On the fourth storey shallow balconies of ornamental ironwork are placed. On the ground floor is a loggia below this. Between the balconies the facades are three window units wide with a narrow projecting section. At the southeast end of the facade two windows of smaller format; at the northwest end narrow windows of a stairwell at the service entrance. The windows contain both large composite window groups and narrow (paired) windows. On the roof five roof dormers are placed. The symmetrically arranged rear facade (southeast) has in the middle a gable under a cross-hipped roof. In front of this, at the location of the stairwell, is a slightly narrower lower extension with gable under a small gabled roof. On either side of it are built-out balconies, comparable with the side facades. The straight-sided facades on either side of the gable consist of double balconies with a window on the inside and a wall surface with a window at the end on the outside. The facades are finished with a bevelled corner with a window on each storey. The roof pitch on either side of the cross-hipped roof contains two roof dormers.
The facades around the rectangular interior courtyard are straight-sided and have a rhythmic articulation of predominantly three-part windows. The five window units wide southeast side has a single-storey extension (former mortuary room). In the middle are three-part window groups, flanked by a window, after which the facade is closed with three-part window groups. Both side facades (northeast; southwest) are five window units wide and have a balcony loggia in the corners, or a small extension. The northwest facade differs from the others through the large window group of the central stairwell executed with coloured leaded glass within a segment arch-shaped extension. On the second storey is a balcony. On either side of the stairwell are narrow tower-like extensions of the lift shafts.
Internally the original ground plan arrangement has been maintained in its essentials, both in the main building and in the wings around the interior courtyard. Also present are various authentic interior components. On the ground floor the northwest wing has among other things various authentic oak panel doors and wall panelling (regents' room). The recreation room/hall has a shallow gallery with small round columns and a circular stairwell with landings and leaded glass windows. The secondary staircases have terrazzo floors and stairs; in the corridors and apartments are predominantly authentic doors and windows. In the vestibule is a planter of glazed brick with the inscription "from the WAVO-park 1933".
Valuation
The Johannahuis is of general importance because of its cultural and architectural historical value:
- as a characteristic and early example of the typological development of a care home in a non-urban area from the end of the 1920s of the 20th century;
- as an example of a care home in English Country House style from the end of the 1920s of the 20th century;
- as a particular expression of a social-cultural development, whereby private individuals established homes for particular groups in society;
- because the building is significant within the oeuvre of The Hague architect S. de Clerq;
The Johannahuis has ensemble value:
- as an essential component of a larger whole with particular social-cultural values;
- because of its special location in a landscape area, whereby the building in terms of building style and main form fits in with the rural character.
The building is well preserved in main form and as regards material use and detailing. The interior has several authentic interior components. The building is significant because of its architectural quality and because of the stylistic coherence with the other components.
Nearby in the register
- Tuin, Burgemeester Schoute Park WassenaarTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Sociale zorg, liefdadigheid, SchouwwegSociale zorg, liefdadigheidunder 1 mi
- Tuin, Schouwweg bij 81Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Bejaardentehuis, Schouwweg 81Sociale zorg, liefdadigheidunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.