TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

De Koepel gevangenis

Breda, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gerechtsgebouw
Function
Gerechtsgebouw(EX3)
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1890
Address
Nassausingel 26, 4811 DG Breda
Place
Breda
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.59018, 4.78785
Part of complex
519108
Monument number
519111

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1875 map "Niederlande Und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

POORTGEBOUW, ontwerp uit 1883 van J.F. Metzelaar, ligt aan de oostkant van het terrein met de ingang aan de Nassausingel. De architect is bij zijn ontwerp geïnspireerd door de middeleeuwse kasteel- of stadspoort. De poort bevindt zich tussen twee zware robuuste torens verbonden met elkaar door een rondboog. De torens lopen taps toe met een uitkraging aan de bovenzijde volgens het idee van de uitkijkpost met kantelen naar middeleeuws voorbeeld. In de torens schietsleuven en vuurgaten. Tussen de torens grote deuren, waarboven een halfrond boogvormig houten grid, alsof een valhek kan worden neergelaten bij onraad. Alle onderdelen van de poort hebben een monumentale detaillering, waarbij overdadig gebruik van natuursteen.

Omschrijving

De toegang, bestaat uit een drielaags poortgebouw met een dubbele houten poortdeur en aan weerzijden daarvan een vooruitspringende toren. Het opgaande werk bestaat uit een hoge plint van gebouchardeerde hardstenen blokken op een trasraam in vlakke klinkers in moppenformaat groot 25 x 12,5 x 6,5 centimeter. Hierop metselwerk van handgevormde hardgrauwe moppen in kruisverband. De muren zijn platvol gevoegd met gesneden stootvoegen. In het metselwerk hardstenen speklagen op eerste en tweede verdieping. De hoeken van beide torens zijn tot de tweede hardstenen band uitgevoerd in staande blokken hardsteen afgewisseld met een smal liggend blok, alle voorzien van een kraalrand. Halverwege de tweede verdieping kraagt het metselwerk uit, ondersteund door een boogstelling rustend op geprofileerde hardstenen consoles. Tot aan deze uitkraging zijn de torens enigszins toelopend opgetrokken. Boven de uitkraging is het metselwerk loodrecht uitgevoerd. De torens zijn van boven beëindigd met een doorgaande geprofileerde hardstenen lijst, waarop gemetselde kantelen met hardstenen dekplaten zijn geplaatst.

In de linker toren rustend op de plint een smal venster. De dagkanten zijn evenals de strekken in hardsteen uitgevoerd. Als tegenhanger van dit venster is in de rechter toren een deuropening gemaakt. De dagkanten zijn evenals de strekken in hardsteen uitgevoerd. De deur is afgehangen aan rijkelijk versierde gehengen en voorzien van een ijzeren deurklopper. Tussen de twee doorlopende hardstenen speklagen zijn aan de voorzijde van beide poorten op het niveau van de eerste verdieping twee zogenaamde spleetvensters in vorm van schietsleuven aangebracht. Boven de tweede band zijn ter versiering drie "schietgaten" (te weten hardstenen blokken met een rond gat erin) aangebracht. In het vlak tussen de uitkraging en de hardstenen lijst onder de kantelen geven drie eenvoudige ankers het niveau van het platte dak aan. In beide dagkanten van de poortdoorgang zijn eveneens hardstenen "schietsleuven" ingemetseld.

In het terugliggende middenvlak ligt de dubbele hoofdpoort. Ook hier is een hardstenen plint toegepast. De dagkanten van de poortdoorgang zijn enigszins wijkend opgetrokken en uitgevoerd in staande blokken hardsteen afgewisseld met liggende blokken, alle voorzien van een kraalrand. In de poortdoorgang staan twee hardstenen schamppalen. Ter hoogte van de halfronde uitstekende waterlijst op het niveau van de eerste verdieping ligt de geboorte van de halfronde afsluiting van de doorgang met een enorme boog. Deze gemetselde boog is begrensd met een dubbele getoogde hardstenen band. Het metselwerk wordt beëindigd door kantelen met hardstenen afdekplaten. Deze afsluiting wordt gevormd door geprofileerde hardstenen blokken, in de dagkant voorzien van een kraalrand, die op het metselwerk de vorm van een flauwe spitsboog beschrijven. In de doorgang is ter hoogte van de eerder genoemde hardstenen waterlijst een eikenhouten ligger geplaatst. Een raster van staande eikenhouten deeltjes sluit de halfronde opening af. De aldus overgebleven rechte doorgang onder de ligger wordt afgesloten door dichte dubbele houten poortdeuren, versierd met gestileerde kussens. De deuren met ijzerbeslag zijn afgehangen met gehengen aan duimen in een houten kozijn. Midden boven de doorgang, rustend op een vooruitspringende rechte waterlijst, is een ca. 2 meter hoge wapensteen met het gepolychromeerde wapen van het Koninkrijk der Nederlanden geplaatst. Links en rechts hiervan wordt het metselwerk beëindigd door gemetselde kantelen afgedekt met hardstenen platen. Tegen de linker- en rechterkant van het poortgebouw sluit de nieuwe ringmuur aan op het blind uitgevoerde metselwerk. Dit metselwerk is in opbouw gelijk aan dat van de voorzijde uitgevoerd. De achterzijde van het poortgebouw is het metselwerk gelijk aan dat aan de voorzijde uitgevoerd.

In beide torens is een deuropening aangebracht met een houten kozijn en deur. De dagkanten zijn evenals de strekken in hardsteen uitgevoerd. Tussen de twee hardstenen banden in is recht boven de deuren in beide torens een smal dubbel venster. Boven de hardstenen band zijn ter versiering drie "schietgaten" aangebracht. In de flanken van de poortdoorgang in de buitenmuren van beide poorten een smal venster. De hardsteen in het poorgebouw komt uit de groeve van Escausine (België). Vanwege de functie van het gebouw zijn nagenoeg alle vensterpartijen aan de buitenzijde voorzien van tralies. De kozijnen, ramen en deuren van het poorgebouw zijn van grenenhout. De oorspronkelijke kleurstelling van de poortdeuren bestond waarschijnlijk uit donker geverniste deuren in lichtgrijze kozijnen en lichtgrijze ramen en kozijnen. Van het ijzerwerk werden de tralies lichtgrijs en de gehengen zwart geschilderd.

De voorhof wordt begrensd door de voorgevel van het administratiegebouw en een gedeelte van de ringmuur aan de westzijde; de ringmuur met de hier tegenaan gebouwde bergplaatsen aan de noord- en zuidzijde en de achterzijde van het poortgebouw met ringmuur aan de oostzijde.

Waardering

Het poortgebouw is van algemeen belang. Het maakt deel uit van een complex met cultuurhistorische waarden: het is van belang als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van de rechtspraak en de visie van de overheid op de omgang met gedetineerden in de late negentiende eeuw; het is van belang als bijzondere uitdrukking van de typologische ontwikkeling van de gevangenis met nevengebouwen, in het bijzonder de uitwerking van het panopticale type; het is van belang als bijzondere uitdrukking van de technische ontwikkeling van de constructies in ijzer en hout; het is van belang wegens de innovatieve waarde.

Het heeft architectuurhistorische waaren: het is van belang voor de geschiedenis van de architectuur en bouwtechniek vanwege de toepassing van voor de tijd geavanceerde technische mogelijkheden; het is van belang als voorbeeld van de toepassing van stijlelementen uit het verleden voor het representeren van de waardigheid van de rechtspraak en de gestrengheid in de bestraffing van gedetineerden juist bij het poortgebouw extra benadrukt door middel van torens, kantelen, schietgaten enzovoorts; het is van bijzonder belang in het oeuvre van de architecten J.F. en W.C. Metzelaar; het is van belang wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp; het is van belang wegens de bijzondere samenhang tussen exterieur- en interieuronderdelen.

Het heeft ensemblewaarden: het is van belang als essentieel onderdeel van een groter geheel, de singelbebouwing en de stadsuitleg van Breda, die cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig van nationaal belang is; het heeft bijzondere betekenis, verbonden met de ontwikkeling van de stad en heeft tevens betekenis voor het aanzien van de stad.

Gaafheid/herkenbaarheid: het is van belang wegens de architectonische gaafheid van ex- en interieur; het is van belang wegens de architectonische kwaliteit en de samenhang van de samenstellende onderdelen (hoofd- en bijgebouwen, hekwerken, e.d.).

Zeldzaamheid: het is van belang als onderdeel van een belangwekkende en samenhangende typologische reeks van gebouwen die hiërarchisch gezien uiteenlopen van gevangenis en gerechtsgebouw tot dienstwoningen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

GATEHOUSE, design from 1883 by J.F. Metzelaar, located on the east side of the site with the entrance on the Nassausingel. The architect was inspired in his design by the medieval castle or city gate. The gate is situated between two heavy robust towers connected to each other by a round arch. The towers taper towards the top with a projection at the upper side according to the idea of the lookout post with crenellations in medieval fashion. In the towers gun slits and loopholes. Between the towers large doors, above which a semicircular arched wooden grid, as if a portcullis can be lowered in case of trouble. All components of the gate have monumental detailing, with lavish use of natural stone.

Description

The entrance consists of a three-storey gatehouse with a double wooden gate door and on either side thereof a projecting tower. The superstructure consists of a high plinth of bush-hammered hardstone blocks on a travertine base in flat bricks in large format measuring 25 x 12.5 x 6.5 centimetres. Upon this brickwork of hand-moulded hard-grey bricks in English bond. The walls are pointed flush with cut joint mortar. In the brickwork hardstone bands on the first and second storeys. The corners of both towers are executed up to the second hardstone band with standing blocks of hardstone alternated with a narrow lying block, all provided with a bead moulding. Halfway up the second storey the brickwork projects, supported by an arch structure resting on moulded hardstone corbels. Up to this projection the towers are executed with a slight taper. Above the projection the brickwork is executed plumb. The towers are terminated at the top with a continuous moulded hardstone band, on which mortared crenellations with hardstone coping plates have been placed.

In the left tower resting on the plinth a narrow window. The reveals are as well as the lintels executed in hardstone. As a counterpart to this window a door opening has been made in the right tower. The reveals are as well as the lintels executed in hardstone. The door is hung on richly decorated hinges and provided with an iron door knocker. Between the two continuous hardstone bands are on the front of both gates at the level of the first storey two so-called slit windows in the form of gun slits. Above the second band three "loopholes" (namely hardstone blocks with a round hole in them) have been placed as ornamentation. In the plane between the projection and the hardstone band under the crenellations three simple anchors indicate the level of the flat roof. In both reveals of the gate passage hardstone "gun slits" are also mortared in.

In the recessed central plane lies the double main gate. Here too a hardstone plinth has been applied. The reveals of the gate passage are executed with a slight batter and executed with standing blocks of hardstone alternated with lying blocks, all provided with a bead moulding. In the gate passage stand two hardstone splay stones. At the height of the semicircular projecting drip moulding at the level of the first storey lies the springing of the semicircular closing of the passage with an enormous arch. This mortared arch is bordered with a double arched hardstone band. The brickwork is terminated by crenellations with hardstone coping plates. This closing is formed by moulded hardstone blocks, in the reveal provided with a bead moulding, which on the brickwork describe the form of a shallow pointed arch. In the passage at the height of the aforementioned hardstone drip moulding an oak lintel has been placed. A grid of standing oak wooden mullions closes off the semicircular opening. The straight passage remaining thus underneath the lintel is closed by solid double wooden gate doors, decorated with stylised bosses. The doors with iron fittings are hung with hinges on pivots in a wooden frame. In the middle above the passage, resting on a projecting straight drip moulding, an approximately 2 metre high achievement stone with the polychrome coat of arms of the Kingdom of the Netherlands has been placed. To the left and right thereof the brickwork is terminated by mortared crenellations capped with hardstone plates. Against the left and right sides of the gatehouse the new perimeter wall abuts the blindly executed brickwork. This brickwork is in construction equal to that of the front. The rear side of the gatehouse has brickwork equal to that on the front.

In both towers a door opening has been made with a wooden frame and door. The reveals are as well as the lintels executed in hardstone. Between the two hardstone bands is directly above the doors in both towers a narrow double window. Above the hardstone band three "loopholes" have been placed as ornamentation. In the flanks of the gate passage in the outer walls of both gates a narrow window. The hardstone in the gatehouse comes from the Escausine quarry (Belgium). Due to the function of the building nearly all window areas on the outside are provided with grilles. The frames, windows and doors of the gatehouse are of pine wood. The original colouring of the gate doors probably consisted of dark varnished doors in light grey frames and light grey windows and frames. Of the ironwork the grilles were painted light grey and the hinges black.

The fore-courtyard is bounded by the front facade of the administrative building and part of the perimeter wall on the west side; the perimeter wall with the storage rooms built against it on the north and south sides and the rear of the gatehouse with perimeter wall on the east side.

Valuation

The gatehouse is of general importance. It forms part of a complex with cultural historical values: it is of importance as a special expression of the development of the administration of justice and the government's vision on the treatment of detainees in the late nineteenth century; it is of importance as a special expression of the typological development of the prison with ancillary buildings, in particular the elaboration of the panoptical type; it is of importance as a special expression of the technical development of constructions in iron and wood; it is of importance due to its innovative value.

It has architectural historical significance: it is of importance for the history of architecture and building technique due to the application of technically advanced possibilities for the time; it is of importance as an example of the application of stylistic elements from the past for representing the dignity of the administration of justice and the severity in the punishment of detainees precisely at the gatehouse extra emphasised by means of towers, crenellations, loopholes and so forth; it is of particular importance in the oeuvre of architects J.F. and W.C. Metzelaar; it is of importance due to the high aesthetic qualities of the design; it is of importance due to the special coherence between exterior and interior components.

It has ensemble values: it is of importance as an essential component of a larger whole, the ring-road development and the urban layout of Breda, which is of national importance from a cultural historical, architectural historical and urban planning perspective; it has special significance, connected to the development of the city and also has significance for the city's appearance.

Integrity/recognisability: it is of importance due to the architectural integrity of exterior and interior; it is of importance due to the architectural quality and the coherence of the constituent components (principal and ancillary buildings, ironwork, etc.).

Rarity: it is of importance as part of an interesting and coherent typological series of buildings which hierarchically range from prison and courthouse to service dwellings.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map