Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Hoofdstraat 35
Rijen, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1923
- Address
- Hoofdstraat 35, 5121 JA Rijen (Gilze en Rijen 30) (and others)
- Place
- Rijen
- Municipality
- Gilze en Rijen
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.59059, 4.91801
- Monument number
- 516963
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1924 map "Topographische kaart van Breda en omstreken / Topographische Inrichting ; samengest. naar de gegevens van de Militaire Verkenningen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding.
Geheel vrijstaand blok van drie aaneengesloten WOONHUIZEN dat in 1923 in opdracht van de gebroeders Teeuwes aan de westzijde van de Hoofdstraat. In vormen van de Overgangsarchitectuur werd opgericht. Het ontwerp was van de uit Hoensbroek afkomstige architect M. Nundesser.
Omschrijving.
Het symmetrisch opgetrokken bouwblok heeft een rechthoekige grondslag met de lengte-as evenwijdig aan de straat. Aan de achterzijde bevinden zich drie kleine rechthoekige éénlaags aanbouwen. Aan de voorzijde bevindt zich over de breedte van het pand een ondiepe tuin omgeven door een ijzeren sierhek tussen staanders. De hoofdmassa bestaat uit twee bouwlagen en heeft een samengesteld schilddak gedekt met rode tuile-du-Nord pannen en muldenpannen. Op de nok van het dak zijn vier gemetselde schoorstenen geplaatst, waarvan de meest linkse vernieuwd is. De verspringende gevels zijn opgetrokken in machinale baksteen, gemetseld in halfsteensverband en geknipt en gesneden gevoegd. Het pand heeft een verspringende gewelfde gootlijst, die alleen onderbroken wordt in de zijgevels op de plaats van de twee opvallende, van leien in maasdekking voorziene, ovale traptorentjes. De gootlijst heeft een gesneden rand. De voorgevel is het meest rijk geornamenteerde gedeelte van het pand en is ingedeeld in zeven traveeën. Aan de zijkanten een smalle ingangspartij die terugwijkend ten opzichte van de rest van de gevel is behandeld. In deze travee bevinden zich: een hardstenen trapje, geflankeerd door een balustrade tussen staanders met betonnen afdekplaat en balornament, een rondboogingang met rondboogpaneeldeur met gesneden rond bovenlicht, hierboven een bewerkte cartouche met het opschrift "A.D. 1923", daarboven een rondboogvenster met hardstenen onderdorpel en een raam met roedenverdeling. Naar het centrum van de voorgevel toe volgt dan een travee met een segmentboogvormige erker van één bouwlaag met daarbovenop een balkon. De erkers hebben een Serliana-motief. Alle erkervensters hebben een kleine roedenverdeling. Boven de recht gesloten erkervensters bevindt zich steeds een geornamenteerde cartouche. De balkonnen bovenop de erkers zijn voorzien van een borstwering van siermetselwerk met kleine openingen en hebben een betonnen afdekplaat met balornamenten. Recht gesloten balkondeur geflankeerd door recht gesloten, smalle, vensters, alle met geometrisch ingedeeld bovenlicht met glas-in-lood met florale motieven. Vervolgens een travee met groepen van twee recht gesloten vensters met hardstenen onderdorpels per bouwlaag. Op de begane grond hebben de vensters schuiframen en een bovenlicht met stervormig gesneden roeden met daartussen glas-in-lood met florale motieven. Op de verdieping hebben de vensters klapramen en zijn de roeden in de bovenlichten ruitvormig met daartussen glas-in-lood met florale motieven. In het dakschild boven deze tussentraveeën bevinden zich twee forse dakkapellen onder een met pannen gedekt zadeldak. Elk van deze dakkapellen heeft een wit driehoekig fronton waarvan het timpaan geornamenteerd is met in reliëf aangebrachte arabesken. Elke dakkapel heeft drie naast elkaar geplaatste rechthoekige vensters met zesruits ramen. De centrale travee, die gedekt is met muldenpannen van een lichtrode kleur, is het meest voornaam vorm gegeven. De uit drie gedeelten bestaande travee is ten opzichte van de rest van de voorgevel iets terugliggend behandeld. De vensters en ramen zijn identiek aan die van de aangrenzende traveeën. Vanwege de woningindeling is de ingang niet centraal maar aan de rechterkant van de travee geplaatst. Deze bestaat uit een rechte paneeldeur met gesneden bovenlicht. In het centrum van de travee is een segmentvormig balkon geplaatst dat rust op twee getrapte bakstenen consoles. De detaillering en het materiaalgebruik van de borstwering en de afdekplaat met balornamenten zijn overeenkomstig die van de hoekbalkons. De gehele travee wordt overspannen door een groot driehoekig fronton met een timpaan met in reliëf aangebrachte arabesken en een leeuwekop. Centraal in het timpaan bevindt zich een kleine ovale vensteropening. De zijgevels zijn wat materiaalgebruik en venstervormen betreft vergelijkbaar met de voorgevel maar minder rijk aan ornamentiek. Zeer opvallend zijn de twee ovale, grotendeels ingebouwde, traptorens die elk in het midden van de zijgevels geplaatst zijn. De torens springen iets uit in de gevel en rijzen tot boven de onderbroken gootlijst en het dakschild uit. Kegelvormige torenspitsen met leien in maasdekking en elk bekroond met een bolpiron. Langwerpige rechthoekige vensters met hardstenen onderdorpels. Aan de achterzijde van elke woning bevindt zich een kleine éénlaags aanbouw op vierkante grondslag. Voor het huis bevindt zich een ondiepe tuin, omgeven door een ijzeren sierhekwerk tussen bakstenen penanten met betonnen afdekplaten. Enkele van de afdekplaten zijn vernieuwd en de penanten opnieuw opgemetseld. In de muur van de voorgevel zijn twee tegels met Mariavoorstellingen aangebracht: bij nummer 35 een terracotta tegel met Maria en kind omgeven door bloemen en opschrift REGINA PACIS ORA P(ro) N(obis); bij nummer 39 een witte steen met Maria en kind en opschrift SUB TUTELA MATRIS. Inwendig bevatten de woonhuizen nog veel ornamentiek uit de bouwtijd. Opvallend zijn de glas-in-lood vensters, de houten trappartijen en enkele sobere, strak geometrisch gegroefde stucplafonds. De meeste deuren hebben een houten omlijsting met een frontonbekroning. Bij nummer 35 is het meeste glas-in-lood verwijderd en recentelijk weer in stijl terug gebracht. Nummer 39 bezit nog een fraaie betegelde woonkeuken uit met schouwpartij uit de bouwtijd.
Waardering.
Het pand is van algemeen belang.
Het pand heeft cultuurhistorische belang als bijzondere uitdrukking van een sociaaleconomische ontwikkeling. Het pand heeft architectuurhistorische waarde vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp en als bijzondere uitdrukking van de typologische ontwikkeling van het gekoppelde woonhuis.
Het object is van belang wegens de hoogwaardige architectonische kwaliteit van de samenstellende onderdelen, de toegepaste stijlelementen en de ornamentiek.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction.
A completely detached block of three adjoining RESIDENTIAL HOUSES erected in 1923 on the west side of the Hoofdstraat on behalf of the Teeuwes brothers. It was built in forms of Transitional Architecture. The design was by architect M. Nundesser, who came from Hoensbroek.
Description.
The symmetrically constructed building block has a rectangular ground plan with the length axis parallel to the street. On the rear side are three small rectangular single-storey outbuildings. On the front side, across the width of the property, there is a shallow garden surrounded by an ornamental iron fence between posts. The main mass consists of two storeys and has a complex hipped roof covered with red tuile-du-Nord tiles and half-round tiles. On the ridge of the roof are four brick chimneys, of which the leftmost has been renewed. The set-back facades are constructed in machine-made brick, mortared in half-bond and cut and carved jointing. The property has a set-back arched drip moulding, which is interrupted only on the side facades at the location of two striking oval stair towers, fitted with Maas-style slate cladding. The drip moulding has a carved edge. The front facade is the most richly ornamented part of the property and is divided into seven bays. On the sides is a narrow entrance section which is set back relative to the rest of the facade. In this bay are: a stone steps section, flanked by a balustrade between posts with concrete coping and balustrade ornament, a round-arched entrance with round-arched panelled door with carved round fanlight, above it an ornamental cartouche with the inscription "A.D. 1923", above that a round-arched window with stone lintel and a window with glazing bars. Towards the centre of the front facade follows a bay with a segmentally arched one-storey oriel with a balcony on top. The oriels have a Serliana motif. All oriel windows have small glazing bars. Above the flat-headed oriel windows is an ornamental cartouche. The balconies on top of the oriels are provided with a balustrade of decorative brickwork with small openings and have a concrete coping with balustrade ornaments. Flat-headed balcony door flanked by flat-headed, narrow, windows, all with geometrically divided fanlight with leaded glass featuring floral motifs. Next a bay with groups of two flat-headed windows with stone lintels per storey. On the ground floor the windows have sash frames and a fanlight with star-shaped carved glazing bars with leaded glass featuring floral motifs between them. On the upper floor the windows have casement frames and the glazing bars in the fanlights are diamond-shaped with leaded glass featuring floral motifs between them. In the roof panel above these intermediate bays are two substantial roof dormers under a saddle roof covered with tiles. Each of these roof dormers has a white triangular pediment of which the tympanum is ornamented with arabesques applied in relief. Each roof dormer has three rectangular windows arranged side by side with six-light panes. The central bay, which is covered with half-round tiles of a light-red colour, is given the most prominent form. The bay, consisting of three sections, is set back slightly relative to the rest of the front facade. The windows and frames are identical to those of the adjacent bays. Due to the housing layout the entrance is not central but placed on the right side of the bay. This consists of a straight panelled door with carved fanlight. In the centre of the bay is a segmentally shaped balcony which rests on two stepped brick consoles. The detailing and material use of the balustrade and the coping with balustrade ornaments are consistent with those of the corner balconies. The entire bay is spanned by a large triangular pediment with a tympanum with arabesques applied in relief and a lion's head. Centrally in the tympanum is a small oval window opening. The side facades are comparable to the front facade in terms of material use and window forms but less rich in ornamentation. Very striking are the two oval, largely built-in, stair towers each positioned in the middle of the side facades. The towers project slightly from the facade and rise above the interrupted drip moulding and roof panel. Conical tower spires with Maas-style slate cladding and each crowned with a ball finial. Elongated rectangular windows with stone lintels. On the rear of each dwelling is a small single-storey outbuilding on a square ground plan. In front of the house is a shallow garden, surrounded by ornamental iron railing between brick posts with concrete copings. Some of the copings have been renewed and the posts re-mortared. In the front facade wall are two tiles with depictions of Mary: at number 35 a terracotta tile with Mary and child surrounded by flowers and inscription REGINA PACIS ORA P(ro) N(obis); at number 39 a white stone with Mary and child and inscription SUB TUTELA MATRIS. Internally the residential houses still contain much ornamentation from the period of construction. Notable are the leaded glass windows, the wooden staircases and some austere, strictly geometrically fluted stucco ceilings. Most doors have a wooden frame with a pediment-topped coping. At number 35 most of the leaded glass has been removed and recently restored in keeping with the style. Number 39 still possesses a fine tiled kitchen-living room with fireplace feature from the period of construction.
Valuation.
The property is of general interest.
The property has cultural-historical importance as a particular expression of socio-economic development. The property has architectural-historical value because of the high-quality aesthetic qualities of the design and as a particular expression of the typological development of the coupled residential house.
The object is of importance because of the high-quality architectural quality of the constituent components, the applied stylistic elements and the ornamentation.
Nearby in the register
- Pastorie(F), Hoofdstraat 58Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Woonhuis, Hoofdstraat 23Woonhuisunder 1 mi
- Leerfabriek, Hoofdstraat 77Industrieunder 1 mi
- Fabrieksgebouw, Heistraat 3Industrieunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.