TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

De Phoenix

Arnhem, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1910 - 1915
Address
Sonsbeekweg 12, Locatie: Transvaalbuurt, 6814 BA Arnhem
Place
Arnhem
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.98621, 5.90550
Monument number
516942

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

HERENHUIS met HEKWERK, De Phoenix genaamd, halfvrijstaand hoekpand, dat thans als kantoor in gebruik is. Het huis is gebouwd ca. 1910-1915 in een sobere stijl die invloeden vertoont van geometrische Art Nouveau, Chaletstijl en Um 1800-stijl. Het pand is waarschijnlijk ontworpen door Willem Diehl.

Het herenhuis is gelegen tegenover Park Sonsbeek op de hoek van de Sonsbeekweg en de De La Reijstraat, aan de rand van de Transvaalbuurt, een door ir. Tellegen ontworpen wijk met overwegend herenhuizen uit de periode 1905-1915, waarvan een groot deel is ontworpen door W. Diehl. Het pand bezit aan beide straten een smalle strook tuin van het trottoir gescheiden door een smeedijzeren hekwerk. In de achtertuin bevindt zich tegen de rechter zijgevel van het pand De La Reijstraat 14 een vermoedelijk iets later gebouwde garage, die niet onder de bescherming valt.

Omschrijving

Het HERENHUIS bezit twee bouwlagen, een zolderverdieping en een vliering op een nagenoeg rechthoekig grondplan met een afgeschuinde hoek aan de noordoostzijde en twee rechthoekige uitbouwen aan de zuidzijde van resp. twee en één bouwlagen. Op de linker uitbouw sluit door middel van een verbindingsgang een éénlaags bouwvolume (de keuken) op rechthoekig grondplan met een afgeschuinde hoek aan. Het pand is gedeeltelijk onderkelderd.

Het pand bezit een overstekend mansardedak, waarvan de nokrichting evenwijdig loopt aan de Sonsbeekweg. Het dak is gedekt met rode verbeterde Hollandse pannen. Het ruim overstekende dak bezit bakgoten die rusten op bewerkte klossen. Ter plaatse van de afgeschuinde hoek bevindt zich een extra grote bewerkte console, omdat hier de te overbruggen ruimte veel groter is. het driehoekig veld boven deze console is opgevuld met houten delen. Het overstek aan de zijgevels rust op doorlopende gordingen en is voorzien van windveren.

In het voor- en achterschild bevinden zich resp. drie en één grote dakkapellen met platte daken. De zijkanten van de dakkapellen zijn bedekt met afgeronde daktegels. Verder zijn de dakkapellen voorzien van houten bakgoten op klosjes en kruiskozijnen met twee draairamen en veelruits bovenlichten met glas-in-lood. In de dakkapel op het achterschild is een raam vervangen door een nooddeur. In het dak bevinden zich twee gemetselde schoorstenen. De uitgebouwde bouwvolumes bezitten platte daken.

Het herenhuis is opgetrokken in roodbruine baksteen, gemetseld in kruisverband. De baksteen van het trasraam, dat wordt afgesloten met een rollaag is iets donkerder.

De vensteropeningen bezitten hardstenen lekdorpels en worden afgesloten met strekken. Alle ramen bezitten veelruits bovenlichten met groen en geel glas-in-lood. Bij de meeste bovenlichten ontbreekt het raamhout en zijn de roeden direct in het kozijn geplaatst (een stijlkenmerk van Diehl). De vensters waren voorzien van luiken, waarmee de onderramen konden worden bedekt.

De VOORGEVEL (noordgevel) is afgezien van de afgeschuinde hoek symmetrisch ingedeeld en telt drie traveeën. De middelste travee is breder dan de andere en bevat de ingangspartij. Deze bestaat uit een segmentboogvormig afgesloten, naar binnen schuin toelopend portiek. In het midden bevindt zich een paneeldeur met verticaal en horizontaal geplaatste ruitjes, deels voorzien van smeedijzeren roostertjes, in een kozijn op hardstenen neuten. De deur bezit zijlichten en een driedelig bovenlicht, allen veelruits en voorzien van glas-in-lood. In de naar binnen schuin toelopende zijwanden van het portiek bevinden zich vensters met schuiframen, veelruits bovenlichten en rolluiken in houten rolluikbakken. Het portiek wordt afgesloten met drie halfsteens rollagen. Boven het ingangsportiek bevindt zich een loggia met balkon. De loggia wordt afgesloten door een houten latei die rust op bewerkte houten consoles en bezit eveneens schuin naar binnen toelopende wanden. In het midden bevindt zich een dubbele balkondeur en in de zijwanden bevinden zich enkele deuren. De deuren bezitten veelruits bovenlichten. Het driezijdig uitspringende balkon rust op houten consoles, die op hun beurt ondersteund worden door natuurstenen consoles. De houten balkonbalustrade bestaat uit hogere hoekposten, die worden verbonden door lagere bewerkte hekjes en handlijsten.

De traveeën links en rechts van de middentravee bezitten in de eerste en tweede bouwlaag rechthoekige vensters met resp. schuif- en stolpramen, voorzien van veelruits bovenlichten.

Het muurvlak van de afgeschuinde hoek springt licht terug t.o.v. de noord- en de oostgevel en bezit in de eerste bouwlaag een tuindeur met veelruits bovenlicht en een rolluik in een houten rolluikbak. Boven de deur bevindt zich een balkon op driemaal uitspringende houten consoles, die rusten op natuurstenen consoles. Het bovenlicht van de tuindeur bevindt zich deels tussen deze draagconstructie. De balkonbalustrade is op dezelfde wijze gedetailleerd als die bij het balkon boven de ingangspartij. De enkele balkondeur bezit een veelruits bovenlicht.

De asymmetrisch ingedeelde LINKER ZIJGEVEL (oostgevel) telt in de eerste en tweede bouwlaag drie gevelopeningen en in de derde bouwlaag twee. Deze twee bevinden zich boven de meest rechtse twee openingen van de er onder gelegen bouwlagen. In de eerste bouwlaag bevinden zich drie vensters met schuiframen. In de tweede bouwlaag bevinden zich links een venster met stolpraam en rechts een breed balkon, waarop twee balkondeuren uitkomen. Het balkon bezit afgeschuinde hoeken, rust op vier consoles en is op dezelfde wijze vormgegeven als het balkon van de afgeschuinde hoekpartij. Boven de balkondeuren bevinden zich twee kruiskozijnen met twee draairamen en veelruits bovenlichten. Zij zijn op dezelfde wijze vormgegeven als de ramen in de dakkapellen, met welke ze op gelijke hoogte liggen. De gevel wordt afgesloten door een uitkragende, met houten delen beklede topgevel. Iets onder de breuklijn van de mansardekap bevindt zich een houten lijst, waartegen de consoles zijn bevestigd die de uitkragende geveltop dragen. In de topgevel, waarvan de onderste plank is bewerkt, bevinden zich twee smalle vlieringvensters.

Ter hoogte van de eerste bouwlaag bevindt zich links onder een éénlaags uitbouw met plat dak en rechthoekig venster.

De asymmetrisch ingedeelde ACHTERGEVEL telt drie traveeën. De linker travee wordt afgesloten door een rechtgesloten geveldeel, dat het dakvlak doorsnijdt en dat is ingeklemd tussen twee vooruitspringende gemetselde schoorstenen van verschillende lengte. Vóór de eerste en de tweede bouwlaag van de linker travee bevindt zich een uitspringend bouwvolume met plat dak en twee vensters boven elkaar resp. een T-schuifraam en een stolpraam, beiden met veelruits bovenlicht. Boven het uitspringende deel bevindt zich in de derde bouwlaag een venster met veelruits raam en daarboven een venster met driedelig kozijn en drie 9-ruits ramen.

De licht terugspringende middentravee bezit op kelderniveau een dubbele deur met zijlichten, toegankelijk via een gemetselde trap. In de eerste bouwlaag bevindt zich een gevelopening die gedeeltelijk is dichtgezet en voorzien is van een modern raam. De gevelopening, die oorspronkelijk een tuindeur, bevatte waar de hardstenen dorpel en neuten nog van aanwezig zijn, wordt geflankeerd door kleine vensters met hardstenen dorpels en diefijzers. Hierboven bevindt zich het grote trappenhuisvenster met driedelig kozijn, waarvan het rechter deel een lagere onderdorpel bezit dan het midden- en het linker deel. Het venster is voorzien van hardstenen onderdorpels en veelruits ramen en bovenlichten met glas-in-lood. Doordat de middentravee terugspringt is het overstek van het dak hier groter. De langere gootklossen rusten op een onderslagbalk, die in de muur van de rechter travee is verankerd en ook nog rust op drie korbelen, waarvan de twee meest rechtse tegen de middenstijlen van het trappenhuiskozijn zijn bevestigd.

De rechter travee bezit in de éénlaags uitbouw ter hoogte van de eerste bouwlaag een later aangebracht venster. De uitbouw wordt afgesloten met een overstekende bakgoot. Boven de uitbouw bevindt zich een gevelopening met tweedelig kozijn en veelruits bovenlichten met glas-in-lood.

Voor de linker travee bevindt zich een éénlaags uitbouw, die met de achtergevel is verbonden d.m.v. een korte gang, waarin zich een deur bevindt. De hoek naast de deur is afgeschuind en bezit een venster met rollagen aan de onder- en bovenzijde en een 6-ruits raam. In de oostgevel van de uitbouw bevindt zich een later aangebracht venster. De gevels van uitbouw en verbindingsgang worden afgesloten met een houten lijst.

Het INTERIEUR, waarvan de indeling grotendeels intact is gebleven, bevat nog een aantal oorspronkelijke elementen zoals een vestibule met stucpanelen, kast, marmeren vloer en plinten hal en een schouderboogvormig afgesloten tochtdeur met zijlichten en veelruits bovenlichten. De centraal gelegen hal bezit eveneens marmeren plinten en dorpels. Hier bevindt zich het trappenhuis met een bordestrap met drie armen, bewerkte trappalen en spijlen en een geprofileerde handlijst. De trapbalustrade gaat over in die van de vide. De zolderverdieping is bereikbaar via een trap met kwart, waarvan de balustrade op dezelfde wijze is vormgegeven als die van de hoofdtrap. Het trappenhuisvenster is gevuld met gekleurd glas-in-lood. De paneeldeuren met ruitjes op de begane grond bezitten een vlakke houten omlijsting die aan de bovenzijde is voorzien van een horizontaal plankje op consoles. De deuromlijstingen op de verdieping zijn eenvoudiger uitgevoerd. Het plafond van de hal is voorzien van gepleisterde balken met bewerkte sleutelstukken. Balken en sleutelstukken zijn voorzien van fijne vergulde lijntjes. De vier voorkamers op begane grond en eerste verdieping zijn voorzien van geornamenteerde stucplafonds. Hier is ook het ingenieuze ventilatie-systeem te zien: twee ruitjes van de bovenlichten kunnen m.b.v. een katrol worden verschoven. De vensters zijn voorzien van een vlakke omlijsting, afgesloten met een geprofileerde kroonlijst. In de keuken bevinden zich kastdeuren met luchtgaten. De kelder die grotendeels onder de hal is gelegen is gedeeltelijk voorzien van troggewelven en bezit luikjes, waardoor de kruipruimte onder de kamers kan worden bereikt. De tuin wordt begrensd door een smeedijzeren HEKWERK op een bakstenen voetmuur. Aan de noordzijde is het hekwerk voorzien van een dubbel draaihek tussen gemetselde hekposten. Aan de oostzijde bevindt zich een draaihekje, dat toegang gaf tot de achteringang.

Waardering

HERENHUIS met HEKWERK gebouwd tussen 1910-1915 waarschijnlijk door W. Diehl.

- Van architectuurhistorisch belang als een goed en gaaf voorbeeld van een herenhuis in een stijl die invloeden vertoont van geometrische Art Nouveau, Um 1800-stijl en Chaletstijl. Het herenhuis is van architectuurhistorisch belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp zoals een markante hoofdvorm en een bijzondere detaillering.

- Van stedebouwkundig belang vanwege de prominente plaats tegenover het Park Sonsbeek op de hoek van de Sonsbeekweg en de De la Reystraat aan de rand van de voornamelijk tussen 1905 en 1915 gebouwde Transvaalbuurt, waar een aanzienlijk deel van de herenhuizen door Diehl is ontworpen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

MANSION with IRONWORK, called De Phoenix, a semi-detached corner building, now in use as an office. The house was built c. 1910-1915 in a sober style showing influences of geometric Art Nouveau, Chalet style and circa 1800 style. The building was probably designed by Willem Diehl.

The mansion is located opposite Park Sonsbeek on the corner of Sonsbeekweg and De La Reijstraat, on the edge of the Transvaalbuurt, a district designed by engineer Tellegen with predominantly mansions from the period 1905-1915, of which a large part was designed by W. Diehl. The building has a narrow strip of garden on both streets, separated from the pavement by wrought-iron ironwork. In the rear garden, against the right side gable of the building De La Reijstraat 14, there is a garage presumably built somewhat later, which is not under protection.

Description

The MANSION has two storeys, an attic storey and a loft on a virtually rectangular ground plan with a chamfered corner on the north-east side and two rectangular extensions on the south side of respectively two and one storey. To the left extension a single-storey building volume (the kitchen) adjoins by means of a connecting passage on a rectangular ground plan with a chamfered corner. The building is partially cellarage.

The building has an overhanging mansard roof, the ridge direction of which runs parallel to Sonsbeekweg. The roof is covered with red improved Dutch tiles. The generously overhanging roof has gutters resting on worked brackets. At the location of the chamfered corner there is an extra large worked console, because the space to be bridged here is much larger. The triangular field above this console is filled with wooden parts. The overhang at the side gables rests on continuous beams and is provided with wind struts.

In the front and rear pitches there are respectively three and one large roof dormers with flat roofs. The sides of the roof dormers are covered with rounded roof tiles. Furthermore, the roof dormers are provided with wooden gutters on brackets and cross windows with two casement windows and multi-pane fanlights with leaded glass. In the roof dormer on the rear pitch, a window has been replaced by an emergency door. In the roof there are two brick chimneys. The extended building volumes have flat roofs.

The mansion is built of reddish-brown brick, laid in English bond. The brick of the trash window, which is closed with a rolled course, is somewhat darker.

The window openings have hardstone sills and are closed with stretchers. All windows have multi-pane fanlights with green and yellow leaded glass. With most fanlights the window frame is missing and the glazing bars are placed directly in the frame (a stylistic characteristic of Diehl). The windows were provided with shutters, with which the lower windows could be covered.

The FRONT FACADE (north facade) is, apart from the chamfered corner, symmetrically arranged and has three bays. The middle bay is wider than the others and contains the entrance section. This consists of a portico closed with a segmental arch, narrowing inward. In the middle there is a panel door with vertically and horizontally placed panes, some provided with wrought-iron grilles, in a frame on hardstone sills. The door has side lights and a threefold fanlight, all multi-pane and provided with leaded glass. In the inward sloping side walls of the portico there are windows with sash windows, multi-pane fanlights and rolling shutters in wooden shutter boxes. The portico is closed with three half-brick rolled courses. Above the entrance portico there is a loggia with balcony. The loggia is closed by a wooden lintel resting on worked wooden consoles and also has walls sloping inward. In the middle there is a double balcony door and on the side walls there are single doors. The doors have multi-pane fanlights. The three-sided projecting balcony rests on wooden consoles, which are in turn supported by natural stone consoles. The wooden balcony balustrade consists of higher corner posts, which are connected by lower worked railings and handrails.

The bays to the left and right of the middle bay have on the first and second storey rectangular windows with respectively sash and pivot windows, provided with multi-pane fanlights.

The wall of the chamfered corner steps back slightly in relation to the north and east facades and has on the first storey a garden door with multi-pane fanlight and a rolling shutter in a wooden shutter box. Above the door there is a balcony on three times projecting wooden consoles, which rest on natural stone consoles. The fanlight of the garden door is partly between this support structure. The balcony balustrade is detailed in the same manner as that of the balcony above the entrance section. The single balcony door has a multi-pane fanlight.

The asymmetrically arranged LEFT SIDE FACADE (east facade) has on the first and second storey three facade openings and on the third storey two. These two are located above the two rightmost openings of the storeys below. On the first storey there are three windows with sash windows. On the second storey there is on the left a window with pivot window and on the right a wide balcony, onto which two balcony doors open. The balcony has chamfered corners, rests on four consoles and is designed in the same manner as the balcony of the chamfered corner section. Above the balcony doors there are two cross windows with two casement windows and multi-pane fanlights. They are designed in the same manner as the windows in the roof dormers, with which they are at the same height. The facade is closed by a projecting gable top clad with wooden parts. Slightly below the break line of the mansard roof there is a wooden moulding, against which the consoles carrying the projecting gable top are attached. In the gable top, the lower plank of which is worked, there are two narrow loft windows.

At the height of the first storey there is on the left below a single-storey extension with flat roof and rectangular window.

The asymmetrically arranged REAR FACADE has three bays. The left bay is closed by a right-angled gable section, which intersects the roof plane and which is wedged between two projecting brick chimneys of different lengths. In front of the first and second storey of the left bay there is a projecting building volume with flat roof and two windows one above the other respectively a T-shaped sash window and a pivot window, both with multi-pane fanlight. Above the projecting section there is on the third storey a window with multi-pane frame and above it a window with threefold frame and three 9-pane windows.

The slightly recessed middle bay has on cellar level a double door with side lights, accessible via a brick staircase. On the first storey there is a facade opening which is partially closed and provided with a modern window. The facade opening, which originally contained a garden door where the hardstone sill and jambs are still present, is flanked by small windows with hardstone sills and guards. Above this is the large stairwell window with threefold frame, of which the right part has a lower sill than the middle and left part. The window is provided with hardstone sills and multi-pane windows and fanlights with leaded glass. Because the middle bay recesses, the overhang of the roof here is greater. The longer gutter brackets rest on an undersill beam, which is anchored in the wall of the right bay and also rests on three corbels, of which the two rightmost are attached to the middle mullions of the stairwell frame.

The right bay has in the single-storey extension at the height of the first storey a later added window. The extension is closed with an overhanging gutter. Above the extension there is a facade opening with twofold frame and multi-pane fanlights with leaded glass.

In front of the left bay there is a single-storey extension, which is connected to the rear facade by means of a short passage, in which there is a door. The corner next to the door is chamfered and has a window with rolled courses at the top and bottom and a 6-pane window. In the east facade of the extension there is a later added window. The facades of the extension and connecting passage are closed with a wooden moulding.

The INTERIOR, of which the layout has remained largely intact, still contains a number of original elements such as a vestibule with stucco panels, cupboard, marble floor and skirting boards, hall and a shoulder-arch closed draught door with side lights and multi-pane fanlights. The centrally located hall also has marble skirting boards and sills. Here is the stairwell with a three-flight staircase, worked newel posts and balusters and a profiled handrail. The stair balustrade merges into that of the void. The attic storey is accessible via a quarter-turn staircase, of which the balustrade is designed in the same manner as that of the main staircase. The stairwell window is filled with coloured leaded glass. The panel doors with panes on the ground floor have a flat wooden frame provided on the upper side with a horizontal plank on consoles. The door surrounds on the storey are executed more simply. The ceiling of the hall is provided with plastered beams with worked keystones. Beams and keystones are provided with fine gilt lines. The four front rooms on the ground floor and first storey are provided with ornamented stucco ceilings. Here too can be seen the ingenious ventilation system: two panes of the fanlights can be moved by means of a pulley. The windows are provided with a flat surround, closed with a profiled cornice. In the kitchen there are cupboard doors with air vents. The cellar, which is largely located below the hall, is partially provided with barrel vaults and has hatches, through which the crawl space under the rooms can be accessed. The garden is bounded by wrought-iron IRONWORK on a brick footwall. On the north side the ironwork is provided with a double swing gate between brick gateposts. On the east side there is a swing gate, which gave access to the rear entrance.

Valuation

MANSION with IRONWORK built between 1910-1915 probably by W. Diehl.

- Of architectural-historical importance as a good and well-preserved example of a mansion in a style showing influences of geometric Art Nouveau, circa 1800 style and Chalet style. The mansion is of architectural-historical importance because of the high-quality aesthetic qualities of the design such as a distinctive main form and special detailing.

- Of urban-planning importance because of its prominent location opposite Park Sonsbeek on the corner of Sonsbeekweg and De la Reystraat on the edge of the Transvaalbuurt, which was built mainly between 1905 and 1915, where a considerable part of the mansions was designed by Diehl.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map