TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Cronjéstraat 15

Arnhem, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1903
Address
Cronjéstraat 15, Locatie: Transvaalbuurt, 6814 AG Arnhem
Place
Arnhem
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.98585, 5.90600
Monument number
516923

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1894 map "Het Koninkrijk der Nederlanden / bew. door I. Dornseiffen ; get. door E. de Geest" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het HERENHUIS "MOLENDAL" met HEKWERK. Het halfvrijstaande hoekpand, thans in gebruik als hotel, was in 1903 één van de eerste huizen die in de Transvaalbuurt werden gebouwd. Het herenhuis werd in 1903 gebouwd als woonhuis in opdracht van G. André de la Porte, directeur van de Arnhemsche Verzeekeringsmaatschappij in Overgangsarchitectuur met in het interieur kenmerken van de geometrische Art Nouveau.

Het herenhuis is gelegen op de noord-oostelijke hoek van de Cronjéstraat met de De la Reijstraat, de twee voornaamste straten in de Transvaalbuurt, een door ir. Tellegen ontworpen wijk met overwegend herenhuizen uit de periode 1905 - 1915.

De noordoostgevel aan De la Reijstraat kijkt uit over de St. Jansbeek en één van haar bruggen in Art Nouveau-stijl, de zuidoostgevel ligt aan de Cronjéstraat. Het pand bezit aan beide straten een redelijk smalle strook tuin van het trottoir gescheiden door een smeedijzeren hekwerk.

Omschrijving

Het pand bezit een onregelmatig gevormde plattegrond, een kelder, drie bouwlagen en een zolderverdieping onder een samengesteld dak. De basis van de plattegrond is een rechthoek met uitspringende delen aan de noordoost- en de zuidoostzijde. Het vooruit-springende gedeelte aan de noordoostzijde wordt gevormd door een hoekrisaliet die wordt afgesloten met een topgevel. De hoekrisaliet bezit ter hoogte van de tweede bouwlaag een balkon dat de gehele gevel volgt en wordt afgesloten door een eenvoudig houten hekwerk. Ter hoogte van de derde bouwlaag is een rechthoekig balkon aanwezig. Het vooruit-springende gebouwdeel aan de zuidoostzijde wordt ook afgesloten met een topgevel. Boven de topgevels bevinden zich zadeldaken. Boven het hoofdvolume bevindt zich een afgeplat zadeldak. Naast de topgevel die gelegen is aan de Cronjéstraat is het vooruit-springende gedeelte plat afgedekt en voorzien van een hekwerk. Alle daken zijn gedekt met rode, geglazuurde tuiles du Nord met dubbele wel en zijn voorzien van op de gevel rustende bakgoten. De platte daken zijn aan de gevel voorzien van een eenvoudige betimmering. Op het dakschild aan de Cronjéstraat bevindt zich een dakkapel onder lessenaarsdak met een deur die toegang geeft tot het bovenop de derde bouwlaag gelegen balkon. Het lessenaarsdak wordt vanuit de nok aangezet. Op het dakschild aan De la Reijstraat bevindt zich ook een dakkapel onder lessenaarsdak met een driedelige vensteropening met een naar binnendraaiend raam. De twee andere ramen hebben vaste beglazing. Beide lessenaarsdaken wateren af via een zinken mastgoot. Op het afgeplatte zadeldak nabij de nagenoeg blinde gevel (achtergevel) bevinden zich twee schoorstenen met omlijsting en vier pijpen. De topgevels worden beëindigd door een bekroning van gepleisterd metselwerk en afgesloten door een ezelsrug gemetseld met rode bakstenen (tuitgevels). De gevels zijn gepleisterd en voorzien van een in kruisverband gemetselde mangaankleurige bakstenen plint. De meeste vensteropeningen zijn rechtgesloten en bezitten aan de bovenzijde sierbogen van rode verblendstenen. Tevens zijn de meeste vensteropeningen in de noordoostgevel voorzien van spiegelluiken met zandlopermotief in blauw en geel. De kozijnen zijn ongeprofileerd. Het hoekpand heeft aan het vooruitspringende deel aan de Cronjéstraat een uit hout en zeildoek opgebouwde serre. Het betreft hier een latere toevoeging die niet voor bescherming in aanmerking komt. De topgevels hebben ieder een eigen venstertype.

De ZUIDOOSTGEVEL aan de Cronjéstraat is in drie traveeën te verdelen. Het vooruit-springende deel behoort tot de eerste twee traveeën.

De middelste travee (het rechter deel van het vooruitspringende deel) heeft een plat dak en op de begane grond een aan twee zijden toegankelijk ingangsportiek met rondboog die gevormd wordt door drie, naar achteren verspringende, lagen metselwerk. De mangaan-kleurige baksteen plint loopt door en wordt tussen de ingangsportiek beëindigd door blokken natuursteen die de entree accentueren. Het portiek geeft via een rechthoekige deuropening met aan beiden zijden een raam, gedeeltelijk voorzien van siersmeedijzerwerk, toegang tot de hal. De dubbele, naar binnen draaiende decoratief bewerkte paneeldeur heeft twee kijkramen en twee verdeelde raamvlakken. De twee kijkramen zijn voorzien van siersmeedijzerwerk. De deur en beide ramen vormen een zogenaamd melkmeisje. De doorlopende mangaankleurige baksteen plint loopt door tot de deuropening en wordt afgedekt door natuursteen en geglazuurde baksteen. Er zijn hardstenen dorpel en neuten aanwezig.

Op de tweede bouwlaag bevindt zich een raam dat met twee vaste delen en een stolpraam. De vaste delen hebben een vierdelig bovenlicht. De onderste glasvlakken van de bovenlichten zijn ruim tweemaal zo hoog als de bovenste glasvlakken. Elke vensteropening heeft twee lagen raamdorpelstenen en wordt beëindigd door een sierboog van rode baksteen die samen met een strek van rode bakstenen een vlak omsluit.

De derde bouwlaag bezit drie vensteropeningen. Twee vaste ramen en een stolpraam met zesdelig bovenlicht. Dit bovenlicht heeft aan de bovenzijde vier en aan de onderzijde twee glasvlakken. De vensteropeningen hebben twee lagen raamdorpelstenen en worden beëindigd door een strek van rode baksteen. De raamdorpelstenen lopen onder de drie ramen door. Tussen de ramen bevinden zich twee smalle muurvlakken.

Het vooruitspringende bouwblok wordt beëindigd door een bakstenen segmentboogfries.

De linker travee die symmetrisch van opzet is, bevindt zich achter de uit hout en zeildoek opgebouwde serre. Op de eerste bouwlaag is een open verbinding tussen de serre voor de gevel en de ruimte achter de gevel. Links van de travee is nog een éénlaags bouwvolume onder lessenaarsdak aanwezig. De gevel van dit bouwvolume ligt in het verlengde van de linker en middelste travee en wordt beëindigd door een ezelsrug gemetseld met rode bakstenen. Deze beëindiging ligt boven het lessenaarsdak. Op de tweede bouwlaag bevinden zich twee rechthoekige vensteropeningen met twee lagen raamdorpelstenen die worden beëindigd door sierbogen van rode baksteen. Elke gevelopening bevat een stolpraam met bovenlicht. Dit bovenlicht bestaat uit diverse glasvlakken van verschillende afmetingen. In elke gevelopening is tevens een doorvalbeveiliging aangebracht. De derde bouwlaag heeft drie identieke vensteropeningen. Elke vensteropening heeft twee lagen raamdorpelstenen en wordt beëindigd door een sierboog van rode baksteen die samen met een strek van rode bakstenen een vlak omsluit. Elke vensteropening heeft een stolpraam met bovenlicht met meervoudige vlakverdeling van verschillende grootte. Op de zolder-verdieping is een samengesteld raam aanwezig in de vensteropening. Dit raam bestaat uit twee gelijke delen en één groter deel. De drie delen van het raam liggen met hun bovenzijde op één lijn. De bovenzijde van de vensteropening wordt beëindigd door een sierboog van rode baksteen. Het verdiept gelegen vlak tussen bovenzijde vensteropening en onderzijde sierboog is gepleisterd. Bij het samengestelde raam liggen de twee lagen raamdorpelstenen niet in één lijn. Boven deze vensteropening bevindt zich een kleine nis. De topgevel wordt afgedekt door ezelsruggen gemetseld met rode bakstenen. Tevens is in de as van de topgevel een verticale beëindiging aanwezig. Symmetrisch ten opzichte van deze beëindiging bevinden zich waar de zolderverdieping begint twee verticale muurdammen met openingen waar de hemelwaterafvoer wordt doorgevoerd.

De rechter travee wordt gekenmerkt door een asymmetrische Vlaamse gevel. Deze Vlaamse gevel springt iets naar voren. Deze verspringing wordt op de tweede bouwlaag aangezet. Op de begane grond bevinden zich symmetrisch t.o.v. de as van de Vlaamse gevel twee rechthoekige vensteropeningen met een schuifraam met zesruits bovenlicht. Op de tweede bouwlaag heeft deze travee geen vensteropeningen. In de derde bouwlaag bevindt zich een rechthoekige vensteropening die wordt afgesloten door een sierboog van rode verblendsteen. Deze vensteropening bevat een stolpraam met bovenlicht. Het verdiept gelegen vlak tussen bovenzijde stolpraam en onderzijde sierboog is gepleisterd. Het bovenlicht wordt door een horizontale roede in twee delen verdeeld waarbij het onderste deel weer verdeeld is in drie delen en het bovenste deel in zes delen. De Vlaamse gevel heeft op de zolderverdieping een samengesteld raam dat uit drie rechthoekige raamelementen en uit één rechthoekig raamelement met een boogvormige beëindiging bestaat. Dit laatste element bezit nog een verticale driedeling. De Vlaamse gevel wordt afgedekt door een ezelsrug gemetseld met rode bakstenen en heeft tevens in de as een verticale beëindiging. Symmetrisch ten opzichte van deze beëindiging bevinden zich twee schoorstenen met opzetstuk.

De ZUIDWESTGEVEL bezit een uitspringend geveldeel met een topgevel onder zadeldak. In de eerste bouwlaag bevindt zich een klein venster met twee lagen raamdorpelstenen onder een ronde sierboog. De rechthoekige gevelopening heeft een halfrond gepleisterd veld en is voorzien van een naar binnen draaiend raam met diefijzers. Links naast deze vensteropening ligt een rechthoekige deuropening met een segmentboogvormig gepleisterd veld met daarboven een dubbele segmentboogvormige sierboog. De dubbele naar binnen draaiende terrasdeur heeft zowel dichte als glazen delen. In de tweede bouwlaag bevindt zich een kleine vensteropening zoals eerder beschreven. Links daarvan bevinden zich drie smalle verticale rechthoekige vensteropeningen met twee lagen raamdorpelstenen die worden beëindigd door halfronde sierbogen van rode baksteen. Tussen de drie openingen zijn natuurstenen kolommen geplaatst. De drie vensteropeningen bevatten een rechthoekig kozijn met vast kalf. Tussen kozijn en sierboog is een terugliggend gepleisterd halfrond vlak. Boven het kalf bevindt zich vierruits bovenlicht met verschillende vlakgrootte bestaand uit glas-in-lood. Onder het kalf bevindt zich een groter raam uit glas-in-lood. Het middelste venster heeft twee horizontale smeedijzeren staven die als doorval-beveiliging dienen. In de derde bouwlaag zijn bijna dezelfde vensteropeningen aanwezig, alleen worden de linker en de rechter opening afgesloten door een horizontale natuurstenen latei in plaats van een sierboog. De lichtuitkragende topgevel ter plaatse van de zolder-verdieping heeft een rechthoekige vensteropening met twee lagen raamdorpelstenen die wordt beëindigd door een halfronde sierboog. Het veld tussen raamkozijn en sierboog is teruggelegen en bepleisterd. De vensteropening bevat een stolpraam met een tienruits bovenlicht. Tussen deze vensteropening en de beëindiging van de topgevel door middel van een muurdam bevindt zich een cirkelvormig siermotief uit rode verblendsteen. De topgevel wordt afgesloten door een ezelsrug (tuitgevel).

In de NOORDWESTGEVEL bevinden zich in het muurvlak van de zolderverdieping drie eenvoudige, kleinere gevelopeningen. De rest van deze gevel is geheel ingebouwd.

De NOORDOOSTGEVEL aan De la Reijstraat bezit links een licht risalerend geveldeel met een topgevel. Dit geveldeel bestaat tot de zolderverdieping uit drie delen. In de eerste bouwlaag bevindt zich in het deel dat evenwijdig aan De la Reijstraat ligt een recht-hoekige vensteropening met een stolpraam met achtdelig bovenlicht. Deze vensteropening bevat een twee lagen rode raamdorpelsteen en wordt afgesloten door een éénlaagse strek. Links en rechts van de gevelopening bevinden zich houten luiken die bestaan uit een wit vlak dat wordt begrensd door een groene omlijsting. De links en rechts van deze gevel-opening gelegen gevelopeningen hebben een rechthoekige vensteropening met een vast raam met zesdelig bovenlicht. Ook deze vensters hebben dezelfde raamdorpelstenen, strek en luiken als voornoemd. Boven deze gevelopeningen bevindt zich een doorlopend balkon met een eenvoudige balustrade in de kleuren wit en groen.

Links van het licht risalerende geveldeel met topgevel bevindt zich teruggelegen het geveldeel, gericht op de De la Reystraat, van het vooruitspringende deel aan de Cronjéstraat. De gevelopbouw heeft nagenoeg dezelfde vormgeving als de reeds eerder beschreven middelste travee. Op de tweede bouwlaag bevinden zich nagenoeg dezelfde vensteropeningen, alleen zijn deze hoger en worden beëindigd met een sierboog en terug-liggend veld.

In het INTERIEUR, waarvan de indeling nog grotendeels intact is, zijn nog enkele oorspronkelijke elementen bewaard gebleven. De meest waardevolle stijl-elementen zijn : het centrale trappenhuis met geschilderde lambrizering in de vorm van gestileerde blad- en bloemmotieven in blauwe tinten. De schilderingen zijn zogenaamde sjabloon-schilderingen. Nabij het trappenhuis op de begane grond zijn er deuren in geornamenteerde houten omlijstingen met rondstaaf-profielen. Het trappenhuis met een tweezijdig omlopende bordestrap is voorzien van geornamenteerde trappalen, geprofileerde handlijst, verticale bewerkte spijlen. In de trappenhuisvensters bevinden zich verticale glas-in-lood-ramen in rood en geel gekleurd vlak glas. Op de eerste verdieping zijn er vier deuren met gesneden houten baldakijnen en schuifdeuren met gele en blauwe glaspanelen. Tevens zijn er twee authentieke, volledige gave geometrische Art Nouveau plafonds met langs de randen een vakverdeling van getrokken geprofileerde banden in een blauwe kleur. De kelder heeft een tegelvloer en troggewelven.

Op de begane grond bevinden zich in de kamer naast de erker die gesitueerd is aan de De la Reijstraat vakken gevuld met bruin-oker bladrank-versiering. Deze kamer heeft een eenvoudig zwart natuurstenen schouw.

De TUIN aan de straatzijde is omgeven met een oorspronkelijk tuinhek in siersmeed-ijzerwerk. In het toegangshek is de naam "Molendal" opgenomen.

Waardering

HERENHUIS met HEKWERK gebouwd in 1903 in opdracht van G. André de la Porte.

- Van architectuurhistorische waarde als een goed en gaaf voorbeeld in ex- en interieur van een herenhuis, gebouwd in Overgangsarchitectuur met (in het interieur) elementen van geometrische Art Nouveau. Het herenhuis is van architectuur-historisch belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp zoals een bijzondere hoofdvorm en opmerkelijke hoekoplossing en een bijzondere detaillering ;

- Van stedenbouwkundig belang vanwege de prominente plaats op de hoek van De la Reystraat en de Cronjéstraat midden in de voornamelijk tussen 1905 en 1915 gebouwde Transvaalbuurt. Ook het feit dat dit herenhuis als één van de eerste huizen werd gebouwd in de Transvaalbuurt is zeker van belang.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The MANSION "MOLENDAL" with IRONWORK FENCE. The semi-detached corner property, currently in use as a hotel, was in 1903 one of the first houses to be built in the Transvaalbuurt. The mansion was built in 1903 as a residential house on the commission of G. André de la Porte, director of the Arnhemsche Verzeekeringsmaatschappij in Transitional architecture with characteristics of geometric Art Nouveau in the interior.

The mansion is located on the north-eastern corner of the Cronjéstraat with the De la Reijstraat, the two main streets in the Transvaalbuurt, a district designed by ir. Tellegen with predominantly mansions from the period 1905 - 1915.

The north-eastern facade on De la Reijstraat looks out over the St. Jansbeek and one of its bridges in Art Nouveau style, the south-eastern facade lies on the Cronjéstraat. The property possesses on both streets a reasonably narrow strip of garden separated from the pavement by wrought-iron ironwork.

Description

The property has an irregularly shaped floor plan, a basement, three storeys and an attic storey under a composite roof. The basis of the floor plan is a rectangle with projecting parts on the north-eastern and south-eastern sides. The projecting part on the north-eastern side is formed by a corner risalit which is closed off with a spout gable. The corner risalit possesses at the height of the second storey a balcony that follows the entire facade and is closed off by a simple wooden fence. At the height of the third storey there is a rectangular balcony. The projecting building part on the south-eastern side is also closed off with a spout gable. Above the spout gables are saddle roofs. Above the main volume there is a flattened saddle roof. Next to the spout gable which is located on the Cronjéstraat, the projecting part is flat-covered and provided with ironwork. All roofs are covered with red, glazed tuiles du Nord with double wellngs and are provided with rainwater gutters resting on the facade. The flat roofs are provided with simple timber cladding on the facade. On the roof slope on the Cronjéstraat there is a roof dormer under a lean-to roof with a door that provides access to the balcony located above the third storey. The lean-to roof is set from the ridge. On the roof slope on De la Reijstraat there is also a roof dormer under a lean-to roof with a three-part window opening with an inward-opening window. The two other windows have fixed glazing. Both lean-to roofs drain via a zinc gutter. On the flattened saddle roof near the almost blind facade (rear facade) there are two chimneys with mouldings and four flues. The spout gables are terminated by a coping of rendered brickwork and closed off by a ridge roof tiled with red bricks (spout gables). The facades are rendered and provided with a manganese-coloured brick plinth laid in alternating bond. Most window openings are square-headed and possess decorative arches of red facing bricks at the top. Furthermore, most window openings in the north-eastern facade are provided with mirror shutters with hourglass motif in blue and yellow. The frames are unprofiled. The corner property has on the projecting part at the Cronjéstraat a conservatory built from wood and canvas. This is a later addition that does not qualify for protection. The spout gables each have their own window type.

The SOUTH-EASTERN FACADE on the Cronjéstraat can be divided into three bays. The projecting part belongs to the first two bays.

The middle bay (the right part of the projecting part) has a flat roof and on the ground floor an entrance portico accessible from two sides with a round arch which is formed by three layers of brickwork receding backwards. The manganese-coloured brick plinth runs through and is terminated between the entrance portico by blocks of natural stone that accentuate the entrance. The portico provides via a rectangular door opening with a window on both sides, partly provided with decorative ironwork, access to the hall. The double, inward-opening decoratively worked panel door has two viewing lights and two glazed sections. The two viewing lights are provided with decorative ironwork. The door and both windows form a so-called milkmaid. The continuous manganese-coloured brick plinth runs through to the door opening and is covered by natural stone and glazed brick. There is a stone threshold and stone mullions present.

On the second storey there is a window with two fixed parts and a tilt window. The fixed parts have a four-part fanlight. The lower glass areas of the fanlights are more than twice as high as the upper glass areas. Each window opening has two layers of stone sills and is terminated by a decorative arch of red brick which together with a course of red bricks encloses a field.

The third storey has three window openings. Two fixed windows and a tilt window with a six-part fanlight. This fanlight has four glass areas at the top and two at the bottom. The window openings have two layers of stone sills and are terminated by a course of red brick. The stone sills run under the three windows. Between the windows are two narrow wall surfaces.

The projecting building block is terminated by a brick segmental arch frieze.

The left bay, which is symmetrical in composition, is situated behind the conservatory built from wood and canvas. On the first storey there is an open connection between the conservatory in front of the facade and the space behind the facade. To the left of the bay there is still a single-storey building volume under a lean-to roof present. The facade of this building volume lies in line with the left and middle bay and is terminated by a ridge roof tiled with red bricks. This termination lies above the lean-to roof. On the second storey there are two rectangular window openings with two layers of stone sills which are terminated by decorative arches of red brick. Each window opening contains a tilt window with fanlight. This fanlight consists of various glass areas of different sizes. In each window opening a fall prevention device has also been installed. The third storey has three identical window openings. Each window opening has two layers of stone sills and is terminated by a decorative arch of red brick which together with a course of red bricks encloses a field. Each window opening has a tilt window with fanlight with multiple field divisions of different sizes. On the attic storey there is a composite window present in the window opening. This window consists of two equal parts and one larger part. The three parts of the window are aligned at the top. The top of the window opening is terminated by a decorative arch of red brick. The recessed area between the top of the window opening and the bottom of the decorative arch is rendered. At the composite window, the two layers of stone sills are not aligned. Above this window opening there is a small niche. The spout gable is covered by ridge roofs tiled with red bricks. Furthermore, in the axis of the spout gable there is a vertical termination present. Symmetrical to this termination, where the attic storey begins, there are two vertical wall strips with openings where the rainwater drainage is conducted through.

The right bay is characterized by an asymmetrical Flemish gable. This Flemish gable steps slightly forward. This stepping is set on the second storey. On the ground floor there are symmetrically to the axis of the Flemish gable two rectangular window openings with a sash window with six-pane fanlight. On the second storey this bay has no window openings. In the third storey there is a rectangular window opening which is closed off by a decorative arch of red facing brick. This window opening contains a tilt window with fanlight. The recessed area between the top of the tilt window and the bottom of the decorative arch is rendered. The fanlight is divided by a horizontal glazing bar into two parts, whereby the lower part is again divided into three parts and the upper part into six parts. The Flemish gable has on the attic storey a composite window consisting of three rectangular window elements and one rectangular window element with an arched termination. This latter element also possesses a vertical threefold division. The Flemish gable is covered by a ridge roof tiled with red bricks and also has in the axis a vertical termination. Symmetrical to this termination there are two chimneys with raised section.

The SOUTH-WESTERN FACADE has a projecting facade part with a spout gable under a saddle roof. On the first storey there is a small window with two layers of stone sills under a round decorative arch. The rectangular window opening has a semi-circular rendered field and is provided with an inward-opening window with anti-theft bars. To the left of this window opening lies a rectangular door opening with a segmental arched rendered field with above it a double segmental arched decorative arch. The double inward-opening terrace door has both solid and glazed parts. On the second storey there is a small window opening as described earlier. To the left of it there are three narrow vertical rectangular window openings with two layers of stone sills which are terminated by semi-circular decorative arches of red brick. Between the three openings are natural stone columns placed. The three window openings contain a rectangular frame with fixed light. Between frame and decorative arch there is a recessed rendered semi-circular field. Above the light there is four-pane fanlight with different field size consisting of leaded glass. Below the light there is a larger window made of leaded glass. The middle window has two horizontal wrought-iron bars which serve as fall prevention devices. On the third storey there are almost the same window openings present, only the left and right opening are closed off by a horizontal natural stone lintel instead of a decorative arch. The light-projecting spout gable at the location of the attic storey has a rectangular window opening with two layers of stone sills which is terminated by a semi-circular decorative arch. The field between window frame and decorative arch is recessed and rendered. The window opening contains a tilt window with a ten-pane fanlight. Between this window opening and the termination of the spout gable by means of a wall strip there is a circular decorative motif in red facing brick. The spout gable is closed off by a ridge roof (spout gable).

In the NORTH-WESTERN FACADE there are in the wall surface of the attic storey three simple, smaller window openings. The rest of this facade is completely built in.

The NORTH-EASTERN FACADE on De la Reijstraat has on the left a slightly projecting facade part with a spout gable. This facade part consists until the attic storey of three parts. On the first storey there is in the part that runs parallel to De la Reijstraat a rectangular window opening with a tilt window with eight-pane fanlight. This window opening contains two layers of red stone sills and is closed off by a single-layer course. To the left and right of the window opening there are wooden shutters which consist of a white field bounded by a green border. The window openings located to the left and right of this window opening have a rectangular window opening with a fixed window with six-pane fanlight. These windows also have the same stone sills, course and shutters as mentioned above. Above these window openings there is a continuous balcony with a simple balustrade in the colours white and green.

To the left of the slightly projecting facade part with spout gable there is recessed the facade part, facing De la Reystraat, of the projecting part at the Cronjéstraat. The facade construction has almost the same design as the middle bay described earlier. On the second storey there are almost the same window openings, only these are higher and are terminated with a decorative arch and recessed field.

In the INTERIOR, of which the layout is still largely intact, some original elements have been preserved. The most valuable style elements are: the central staircase with painted wainscoting in the form of stylized leaf and flower motifs in blue tones. The paintings are so-called stencil paintings. Near the staircase on the ground floor there are doors in ornamented wooden frames with astragal mouldings. The staircase with a two-sided returning grand staircase is provided with ornamented newels, profiled handrail, vertical worked balusters. In the staircase windows there are vertical leaded glass windows in red and yellow coloured flat glass. On the first floor there are four doors with carved wooden baldachins and sliding doors with yellow and blue glass panels. Also there are two authentic, completely intact geometric Art Nouveau ceilings with along the edges a field division of drawn profiled bands in a blue colour. The basement has a tiled floor and barrel-vaults.

On the ground floor there are in the room next to the bay which is situated on De la Reijstraat fields filled with brown-ochre foliage decoration. This room has a simple black natural stone fireplace.

The GARDEN on the street side is surrounded by an original garden fence in decorative wrought ironwork. In the access gate the name "Molendal" is incorporated.

Valuation

MANSION with IRONWORK FENCE built in 1903 on the commission of G. André de la Porte.

- Of architectural historical value as a good and intact example in exterior and interior of a mansion, built in Transitional architecture with (in the interior) elements of geometric Art Nouveau. The mansion is of architectural historical significance because of the high aesthetic qualities of the design such as a distinctive main form and remarkable corner solution and distinctive detailing;

- Of urban planning importance because of the prominent location on the corner of De la Reystraat and the Cronjéstraat in the middle of the Transvaalbuurt built mainly between 1905 and 1915. Also the fact that this mansion was one of the first houses to be built in the Transvaalbuurt is certainly of importance.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map