TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Zijpendaalseweg 6

Arnhem, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1904
Address
Zijpendaalseweg 6, Locatie: Transvaalbuurt, 6814 CK Arnhem (and others)
Place
Arnhem
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.98551, 5.90515
Monument number
516840

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1894 map "Het Koninkrijk der Nederlanden / bew. door I. Dornseiffen ; get. door E. de Geest" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

HERENHUIS met HEKWERK. Het herenhuis, dat een boven- en benedenwoning bevat, is gebouwd in 1904 tegelijkertijd met het in opdracht van de "firma in comestibles Belderbos" gebouwde hoekpand Zijpendaalseweg 2-4/ Cronjéstraat 1-3 (in dezelfde stijle en met veel dezelfde details) en eveneens ontworpen door architect Willem Diehl (1876-1959) in de stijl van de geometrische Art Nouveau. De voortuinen van de panden zijn bestraat met klinkers.

Omschrijving

HERENHUIS met boven- en benedenwoning, gebouwd op een rechthoekige plattegrond met een souterrain, twee c.q. drie bouwlagen en een zolderverdieping onder een plat dak met dakschild aan de voorzijde. Het dakschild is gedekt met leien in maasdekking en bezit een brede dakkapel met een over de gehele breedte van het rechter geveldeel doorlopend balkon. De dakkapel bezit een gewijzigde deur, geflankeerd door twee ramen, onder een overstekend plat dak op klossen.

De asymmetrisch ingedeelde voorgevel is opgetrokken uit in kruisverband gemetselde baksteen met geknipte voegen. Het drielaags linker gedeelte springt ten opzichte van het tweelaags linker gedeelte licht naar voren en bezit vanaf de eerste verdieping platte bakstenen hoeklisenen op geornamenteerde natuurstenen kraagstenen, ontspringend vanuit een smallere dam op een natuurstenen geornamenteerde kraagsteen. Deze lisenen zetten zich op de hoeken van de derde bouwlaag voort als doorgestoken hoekdammen met conische natuurstenen geornamenteerde bekroningen (vrijwel dezelfde gevelbeëindiging als Cronjéstraat 1-3). De hoekdammen zijn verder versierd met hoge smalle velden met daarin siermetselwerk in roomwitte en zwarte verblendsteen in schaakbordpatroon. Tussen deze hoekdammen bevindt zich een houten bakgoot met rijk geornamenteerde klossen met rood en wit geschilderde ringen. Het tweelaags rechter gevelgedeelte sluit in de tweede bouwlaag af met een overstekend balkon op rijk geornamenteerde klossen. Het balkonhek bezit door elkaar gevlochten verticale en horizontale spijlen en boven een reeks pijlvleugelvormige versieringen.

De voorgevel bezit een bakstenen plint, afgesloten met lagen van zwarte verblendsteen. De gehele voorgevel is overigens versierd met banden van zwarte verblendsteen en ook in de segmentbogen, strekken, rollagen en onderdorpels van de vensters is zwarte verblendsteen opgenomen. In de plint bevinden zich links twee segmentboogvormig afgesloten vensters van het souterrain met gewijzigde ramen. Het rechter geveldeel bezit in de eerste bouwlaag twee door segmentbogen afgesloten deurpartijen, welke gespiegeld ten opzichte van elkaar zijn uitgevoerd met een gebeitste deur met een hoog paneel met schouderboogafsluiting en klein ovaal raampje, een smal 10-ruits zijlicht en een getoogd 35-ruits bovenlicht (de gebeitste houten deuren lijken van later datum te zijn ca. 1920-1930). Onder de verblendstenen lekdorpels van beide zijlichten bevindt zich een natuurstenen brievenbusopening. Voor beide deurpartijen, welke hardstenen neuten en onderdorpels bezitten, bevindt zich een hardstenen bordestrap met bakstenen zijkanten met natuurstenen hoekblokken. Links naast deze deuren bevinden zich in de eerste bouwlaag van het drielaags linker gedeelte twee segmentboogvormig afgesloten vensters met schuifraam en 6-ruits bovenlicht. In de tweede bouwlaag van het linker gedeelte bevindt zich een breed venster onder een steens rollaag met halfsteens segmentboogvormige ontlastingsboog. Het kozijn bezit een tussenstijl en twee schuiframen met bovenlichten met in het centrum drie verticale roeden en in het onderste deel een strook ruitjes. Het rechter geveldeel bezit in deze bouwlaag twee segmentboogvormig afgesloten vensters met schuiframen en bovenlichten met in het centrum drie verticale roeden en in het onderste deel een strook vulruitjes. De derde bouwlaag van het linker gedeelte bezit een breed rechthoekig venster onder een rollaag in zwarte verblendsteen met een drielichtkozijn en drie schuiframen met bovenlicht met in het centrum drie verticale roeden, doorkruist door een horizontale roede. Alle schuiframen zijn voorzien van bovenlichten met geel kathedraalglas en wisseldorpels met witte uitgespaarde lijndecoraties. Alle vensters bezitten, met uitzondering van de vensters van het souterrain en de dakkapel, geornamenteerde houten lambrekijns en onderdorpels van zwarte verblendsteen tussen geornamenteerde natuurstenen hoekblokjes. Het houtwerk van kozijnen, ramen, rolluikbakken, goten en het dragende ijzerwerk van de balkons is blauwgroen geschilderd met accenten in wit voor de decoraties. De ijzeren balkonhekken zijn rood geschilderd gecombineerd met roomwit voor de pijlvleugelvormige versieringen.

De ACHTERGEVEL van het pand is eenvoudig uitgevoerd in baksteen in kruisverband met vensters met onder andere schuiframen.

Op de linker hoek van de voorgevel bevindt zich een haaks op de gevel geplaatst ijzeren HEKWERK met drie naar boven taps toelopende staanders op twee poten met op het bovendeel tien kleine vergulde knoppen. Deze staanders worden onderling verbonden door drie horizontale ijzeren buizen met vergulde bollen en ringen.

Het INTERIEUR van Zijpendaalseweg 6 bezit nog enkele oorspronkelijke elementen zoals een trappenhuis met geornamenteerde trappalen, gezaagde spijlen met geometrische motieven en geprofileerde leuningen met gekrulde uiteinden (zie ook Zijpendaalseweg 4 en Cronjéstraat 1), visgraatparketvloeren in enkele ruimten, een zwart marmeren schouw en enkele paneeldeuren en schuifdeuren in geprofileerde omlijstingen. Het INTERIEUR van Zijpendaalseweg 8 bezit eveneens nog enkele oorspronkelijke paneeldeuren, geornamenteerde stucplafonds, waarvan één met gestileerde uiltjes in de hoeken (zie ook Cronjéstraat 1) en in de vestibule een wit marmeren vloer en vier treden naar de gang. Het trappenhuis is gereconstrueerd.

Waardering

HERENHUIS met HEKWERK uit 1904 naar ontwerp van architect Willem Diehl.

- Van architectuurhistorische waarde als onderdeel van de architectonische eenheid Zijpendaalseweg 2-8/ Cronjéstraat 1-3. Dit in een opzet ontworpen geheel vormt een van de eerste en een van de meest uitgesproken voorbeelden van Art Nouveau-architectuur in Arnhem. Het geheel is bovendien van architectuurhistorisch belang vanwege de plaats die het inneemt in het oeuvre van de architect Willem Diehl. Het betreft hier Diehl's eerste grote opdracht in Arnhem, waarmee de architect een opvallende carrière in de stad begon, welke hij uiteindelijk met de bouw van het vermaarde Vesta-gebouw in 1930 zou afsluiten. In de tussenliggende periode tekende Diehl voor een reeks zeer opvallende ontwerpen, die binnen het historische architectuurbestand van Arnhem een bijzondere plaats innemen. Het geheel is verder van architectuurhistorisch belang vanwege de bijzondere hoofdvorm met de gebogen gevel, de in hoogte verspringende bouwdelen en de opmerkelijke geveldetaillering en het kleurgebruik.

- Van stedebouwkundige waarde vanwege de zeer prominente plaats op de hoek van de Cronjéstraat en het beginpunt van de oude uitvalsweg, de Zijpendaalseweg. Het geheel springt direct in het oog wanneer men de Zijpse poort (spoorwegviaduct) gepasseerd is. De panden vormen zo als het ware de toegang tot de voornamelijk in het eerste decennium van deze eeuw gebouwde Transvaalbuurt, waar een aanzienlijk deel van de herenhuizen door Diehl is ontworpen.

WILLEM DIEHL kwam oorspronkelijk uit Den Haag waar hij in 1890 op de ambachtsschool was toegelaten. In 1898 vertrok hij naar Antwerpen en werkte daar op het bureau van E. Thielens (ontwerper van de Antwerpse Zoo), waar hij de architect E. van Averbeke (1876-1946) ontmoette. In 1899 begonnen ze samen een bureau en ontwierpen tot en met 1901 verschillende panden in Antwerpen in Art Nouveau-stijl. Vermoedelijk vertrok Diehl in 1901 of 1902 voor korte tijd naar Brussel, waar hij bij het bureau van George Hobé gewerkt zou hebben en mogelijk contact heeft gehad met de Art Nouveau-architect D'Aronco, wiens werk hem beïnvloed kan hebben. In 1902 is hij om nog onduidelijke redenen vanuit België vertrokken en in Arnhem aangekomen, waar hij zich op 6 december in de Jacob Cremerstraat vestigde. In 1903 ontwierp hij de tijdelijke paviljoens van de internationale kunstnijverheidstentoonstelling in Art Nouveau-stijl en een grafmonument voor de brandstoffenhandelaar Kooij. In de periode 1904-15 ontwierp hij een groot aantal herenhuizen in Art Nouveau-stijl in de pas aangelegde Transvaalbuurt, veelal in opdracht van Kooij, waarvan het witte hoekpand met de ronde gevel van de firma Belderbos het meest opvallende is. Diehl betrok er in 1911 het door hemzelf ontworpen pand De La Reijstraat 11.

Verder bouwde Diehl in de binnenstad, de Burgemeesterswijk en aan de singels, ondermeer het Luxor-theater (1915-1916) in Art Deco-stijl en het kantoor van de levensverzekeringsmaatschappij Vesta (1930-1931) in traditionalistische stijl met invloeden van rationalisme en Amsterdamse school. De Art Nouveau-architectuur van Willem Diehl heeft een zeer herkenbaar eigen karakter. Dit komt ondermeer tot uiting in de op rijk bewerkte klossen rustende gootoverstekken tussen doorlopende hoekdammen, de vorm van de vensters, het gebruik van stalen lateien en de aparte roedenverdelingen. Diehl is verder mogelijk beïnvloed door de Antwerpse Art Nouveau, de Schotse architect Charles Rennie Mackintosh en de Wiener Secession.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

MANSION with IRONWORK FENCE. The mansion, which contains an upper and lower dwelling, was built in 1904 at the same time as the corner property Zijpendaalseweg 2-4/ Cronjéstraat 1-3 built on commission of the "comestibles firm Belderbos" (in the same style and with many of the same details) and likewise designed by architect Willem Diehl (1876-1959) in the style of geometric Art Nouveau. The front gardens of the properties are paved with clinker bricks.

Description

MANSION with upper and lower dwelling, built on a rectangular floor plan with a basement, two and three storeys respectively and an attic storey beneath a flat roof with a roof projection at the front. The roof projection is covered with slates in Dutch bond and possesses a wide roof dormer with a balcony running across the entire width of the right gable section. The roof dormer possesses an altered door, flanked by two windows, beneath an overhanging flat roof on corbels.

The asymmetrically arranged front facade is constructed of brick laid in English bond with cut joints. The three-storey left section projects slightly in relation to the two-storey right section and possesses from the first storey onwards flat brick corner lisenes on ornamented natural stone corbels, springing from a narrower pier on an ornamented natural stone corbel. These lisenes continue at the corners of the third storey as projecting corner piers with conical ornamented natural stone crowns (virtually the same gable termination as Cronjéstraat 1-3). The corner piers are further decorated with tall narrow panels containing decorative brickwork in cream-white and black facing brick in a checkerboard pattern. Between these corner piers is a wooden rainwater gutter with richly ornamented corbels with red and white painted rings. The two-storey right gable section is concluded in the second storey with an overhanging balcony on richly ornamented corbels. The balcony railing possesses interwoven vertical and horizontal balusters and above a series of arrow-wing-shaped ornaments.

The front facade possesses a brick plinth, terminated with courses of black facing brick. The entire front facade is moreover decorated with bands of black facing brick and black facing brick is also incorporated in the segmental arches, stretchers, roll mouldings and sill courses of the windows. In the plinth on the left are two basement windows with segmental arch terminations with altered frames. The right gable section possesses in the first storey two door openings closed by segmental arches, which are executed mirrored in relation to each other with a chamfered door with a tall panel with shouldered arch termination and small oval pane, a narrow 10-pane sidelight and a arched 35-pane fanlight (the chamfered wooden doors appear to be of later date c. 1920-1930). Beneath the facing brick drip mouldings of both sidelights is a natural stone letterbox opening. In front of both door openings, which possess hardstone thresholds and sill courses, is a hardstone perron with brick sides with natural stone corner blocks. To the left of these doors are in the first storey of the three-storey left section two windows with segmental arch terminations with sash frames and 6-pane fanlights. In the second storey of the left section is a broad window beneath a brick roll moulding with a half-brick segmental arch relieving arch. The frame possesses a mullion and two sash frames with fanlights with in the centre three vertical glazing bars and in the lower part a strip of panes. The right gable section possesses in this storey two windows with segmental arch terminations with sash frames and fanlights with in the centre three vertical glazing bars and in the lower part a strip of infill panes. The third storey of the left section possesses a broad rectangular window beneath a roll moulding in black facing brick with a three-light frame and three sash frames with fanlight with in the centre three vertical glazing bars, crossed by a horizontal glazing bar. All sash frames are provided with fanlights with yellow cathedral glass and alternating sill courses with white reserved line decorations. All windows possess, with the exception of the basement windows and the roof dormer windows, ornamented wooden aprons and sill courses of black facing brick between ornamented natural stone corner blocks. The woodwork of frames, sashes, roller shutter boxes, gutters and the supporting ironwork of the balconies is painted blue-green with accents in white for the decorations. The iron balcony railings are painted red combined with cream-white for the arrow-wing-shaped ornaments.

The REAR FACADE of the property is simply executed in brick in English bond with windows with amongst others sash frames.

On the left corner of the front facade is an IRONWORK FENCE positioned at right angles to the facade with three upright posts tapering towards the top on two feet with on the upper part ten small gilded knobs. These posts are interconnected by three horizontal iron tubes with gilded spheres and rings.

The INTERIOR of Zijpendaalseweg 6 still possesses several original elements such as a stairwell with ornamented newel posts, sawn balusters with geometric motifs and profiled handrails with curled ends (see also Zijpendaalseweg 4 and Cronjéstraat 1), herringbone parquet floors in several rooms, a black marble fireplace and several panelled doors and sliding doors in profiled surrounds. The INTERIOR of Zijpendaalseweg 8 likewise still possesses several original panelled doors, ornamented stucco ceilings, one of which with stylized owls in the corners (see also Cronjéstraat 1) and in the vestibule a white marble floor and four steps to the hallway. The stairwell has been reconstructed.

Valuation

MANSION with IRONWORK FENCE from 1904 to the design of architect Willem Diehl.

- Of architectural-historical value as part of the architectural unity Zijpendaalseweg 2-8/ Cronjéstraat 1-3. This whole, designed as a unified scheme, forms one of the first and one of the most pronounced examples of Art Nouveau architecture in Arnhem. The whole is moreover of architectural-historical importance because of the place it occupies in the oeuvre of architect Willem Diehl. This concerns Diehl's first major commission in Arnhem, with which the architect began a striking career in the city, which he would ultimately conclude with the construction of the famous Vesta building in 1930. In the intervening period Diehl designed a series of very striking designs, which occupy a special place within the historical architectural stock of Arnhem. The whole is furthermore of architectural-historical importance because of the remarkable main form with the curved facade, the height-stepped building parts and the remarkable facade detailing and colour use.

- Of urban-planning value because of its very prominent position on the corner of Cronjéstraat and the starting point of the old exit route, Zijpendaalseweg. The whole immediately catches the eye when one has passed the Zijpse gate (railway viaduct). The properties thus form as it were the entrance to the Transvaalbuurt, built predominantly in the first decade of this century, where a considerable part of the mansions was designed by Diehl.

WILLEM DIEHL originally came from The Hague where he was admitted to the vocational school in 1890. In 1898 he moved to Antwerp and worked at the office of E. Thielens (designer of the Antwerp Zoo), where he met the architect E. van Averbeke (1876-1946). In 1899 they started an office together and designed various buildings in Antwerp in Art Nouveau style until 1901. Diehl presumably left for Brussels in 1901 or 1902 for a short time, where he would have worked at the office of George Hobé and may have had contact with the Art Nouveau architect D'Aronco, whose work may have influenced him. In 1902 he left Belgium for reasons still unclear and arrived in Arnhem, where he settled on 6 December in the Jacob Cremerstraat. In 1903 he designed the temporary pavilions of the international applied arts exhibition in Art Nouveau style and a monument for the fuel merchant Kooij. In the period 1904-15 he designed a large number of mansions in Art Nouveau style in the newly laid out Transvaalbuurt, mostly commissioned by Kooij, of which the white corner building with the curved facade of the Belderbos company is the most striking. Diehl moved into the building he designed himself at De La Reijstraat 11 in 1911.

Furthermore Diehl built in the city centre, the Burgemeesterswijk and along the canals, among others the Luxor theatre (1915-1916) in Art Deco style and the office of the life insurance company Vesta (1930-1931) in traditionalist style with influences from rationalism and the Amsterdam school. The Art Nouveau architecture of Willem Diehl has a very recognizable distinctive character. This is expressed among other things in the gutter overhangs resting on richly worked knobs between continuous corner pillars, the form of the windows, the use of steel lintels and the distinctive glazing bars. Diehl was further possibly influenced by Antwerp Art Nouveau, the Scottish architect Charles Rennie Mackintosh and the Wiener Secession.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map