Rijksmonumentenregister · Netherlands
Beek en Dal
Arnhem, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1910
- Address
- Cronjéstraat 10, Locatie: Transvaalbuurt, 6814 AH Arnhem
- Place
- Arnhem
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.98564, 5.90625
- Monument number
- 516924
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
2 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding:
HERENHUIS "BEEK EN DAL" met HEKWERK. Het halfvrijstaande hoekpand, waarin thans een kantoor is gevestigd, is een tijd lang in gebruik geweest als pension. Het is niet duidelijk of het pand als pension is gebouwd of dat het nog enkele jaren een woonhuisfunctie heeft gehad. Het huis is gebouwd ca. 1910 in een sobere stijl die invloeden vertoont van geometrische Art Nouveau en rationalisme, gecombineerd met enkele Chaletstijl elementen zoals overstekende wolfdaken en balkons op korbelen. Het pand is waarschijnlijk ontworpen door Willem Diehl.
Het herenhuis is gelegen op de scherpe hoek van de Cronjéstraat met de De La Reijstraat, de twee voornaamste straten in de Transvaalbuurt, een door ir. Tellegen ontworpen wijk met overwegend herenhuizen uit de periode 1905-1915, waarvan een groot deel is ontworpen door W. Diehl. De oostgevel aan De la Reijstraat kijkt uit over de St. Jansbeek en een van haar bruggen in Art Nouveau-stijl, de noordgevel ligt aan de Cronjéstraat en kijkt via het noordelijke deel van de De la Reijstraat uit over park Sonsbeek. De westgevel kijkt uit over de Cronjéstraat. Het pand bezit aan beide straten een smalle strook tuin van het trottoir gescheiden door een smeedijzeren hekwerk.
Omschrijving:
Het pand bezit een onregelmatige gevormde plattegrond, een kelder, drie bouwlagen en een zolderverdieping onder een samengesteld dak. De basis van de plattegrond is een rechthoek met uitspringende delen aan de noord- en de westzijde. Het vooruitspringend gedeelte aan de noordzijde bezit ter hoogte van de eerste twee bouwlagen een driezijdige erker met balkon en wordt afgesloten met een topgevel. De oostgevel bezit een hoekrisaliet die wordt afgesloten met een topgevel van hetzelfde type. Boven de topgevels bevinden zich haaks op elkaar staande, afgewolfde zadeldaken. Boven het hoofdvolume bevinden zich verder nog een plat dak en een schilddak. De uitbouw aan de westzijde die weliswaar lager is dan het hoofdblok, maar toch drie bouwlagen bezit, heeft een plat dak. Het schilddak en de wolfdaken zijn gedekt met shingles, bezitten op de nokken met zink beklede pironnen en zijn voorzien van ruim overstekende bakgoten op bewerkte klossen en geprofileerde windveren op doorlopende gordingen boven de topgevels. De platte daken hebben een minder groot overstek en zijn eveneens voorzien van geprofileerde bakgoten op bewerkte klossen. Op het dakschild aan de De La Reijstraat bevindt zich een dakkapel met lessenaarsdak en twee ramen met 2-ruits bovenlichten. Rechts hiervan bevindt zich een bakstenen schoorsteen.
De gevels zijn gemetseld in baksteen in kruisverband en voorzien van een plint met trasraam en rollaag. De meeste vensters bezitten hardstenen lateien met vellingkanten en rozetten in sobere Art Nouveau-stijl. Hierboven bevinden zich dubbele segmentbogen van rode verblendsteen. De kozijnen zijn ongeprofileerd.
De NOORDGEVEL bezit een vooruitspringende partij met een driezijdige erker over twee bouwlagen, bekroond met een balkon, dat enkel op het rechthoekige middendeel een houten hekwerk heeft. Voor de eerste bouwlaag bevindt zich een bakstenen bordes met bakstenen zijkanten met hardstenen dekplaten, enkele stoeptreden en een terrazzovloer. In de brede zijde van de erker bevindt zich een dubbele enkelruits terrasdeur met veelruits bovenlicht. In de smallere schuine zijden bevinden zich vensters met enkelruits onderramen en veelruits bovenlichten. Boven de terrasdeuren bevindt zich een breed houten balkon op een onderslagbalk en twee geornamenteerde korbeelstellen. De korbeelstellen rusten op natuurstenen consoles. Het balkonhek is van hout. Een dubbele enkelruits balkondeur met veelruits bovenlicht geeft toegang tot het balkon. Aan weerszijden bevinden zich vensters van hetzelfde type als in de eerste bouwlaag. Boven de lateibalken ontbreken de verblendstenen segmentboogjes. Op het balkon boven de erker van de tweede bouwlaag bevindt zich een dubbele balkondeur met breed getoogd enkelruits bovenlicht onder een bakstenen segmentboog. Aan weerszijden hiervan bevindt zich een smal venster met lateibalk en enkelruits raam. In de top van de gevel bevindt zich een rondboogvenster met bakstenen rondboog, twee enkelruits onderramen en een halfrond enkelruits bovenlicht.
Rechts van het vooruitspringend gedeelte bevindt zich voor de eerste bouwlaag een uitgebouwde ingangspartij met een grote houten luifel op bewerkte balken. De ingang is bereikbaar via een bordes met bakstenen balustrade met rondboogvormige openingen en hardstenen dekplaten en een trap met hardstenen treden. Links van het bordes bevindt zich een kelderlicht met rollagen, enkelruits raam en diefijzers. De ingang bezit een ongeprofileerd kozijn, rollaag, hardstenen neuten en onderdorpel en een houten paneeldeur met in de vorm van een Latijns kruis aangebrachte ruitjes. Aan weerszijden van deur bevinden zich smalle nevenlichten met glas-in-loodpanelen en hardstenen lekdorpels. Aan de linkerzijde bevindt zich bovendien nog een rondboogvenster met draairaam en rondboogbovenlicht, beide voorzien van glas-in-lood. Boven de luifel bevindt zich een breed driedelig bovenlicht met glas-in-loodpanelen.
In de tweede bouwlaag bevindt zich een groot trappenhuisvenster met kozijn met twee tussenstijlen en kalf en drie glas-in-loodramen met drie bovenlichten. In de derde bouwlaag bevindt zich een tweede trappenhuisvenster met glas-in-loodramen, bestaande uit een hoog tweedelig middenraam en lagere nevenlichten. Het geheel sluit af met een bakstenen rondboog. Boven dit venster eindigt de gevel met een bakstenen dakhuis met plat dak en een rond venster.
De noordgevel van de lagere uitbouw aan de Cronjéstraat bezit links een smal, iets inspringend, maar evenwijdig aan het hoofdvolume liggend geveldeel en rechts een wederom iets inspringend, schuin geplaatst geveldeel. In de eerste bouwlaag hiervan bevindt zich een venster met strek met licht getoogde onderzijde en een kruiskozijn met enkelruits ramen en bovenlichten. In de tweede en derde bouwlaag hierboven bevinden zich door segmentbogen afgesloten vensters met kozijn met middenstijl en twee enkelruits ramen. In het smalle geveldeel links bevindt zich in de tweede bouwlaag een klein venstertje met bakstenen korfboog en enkelruits raam. De OOSTGEVEL aan de De La Reijstraat bezit links een licht risalerende geveldeel met een topgevel. In de eerste bouwlaag bevinden zich vier vensters met kozijnen met vast kalf en enkelruits schuiframen met 12-ruits bovenlichten. Boven de twee linker vensters bevindt zich over de gehele breedte van de risaliet een houten balkon in Art Nouveau-stijl, rustend op geornamenteerde balken, onderslagbalk en drie korbeelstellen op natuurstenen consoles. Het balkon bezit een halfrond gebogen voorzijde en kwart rond gebogen zijden. Het balkonhek is vernieuwd. Op het balkon bevinden zich twee kozijnen met enkelruits balkondeuren en links of rechts een nevenlicht. Boven het kalf bevinden zich veelruits bovenlichten. In het rechter deel van de tweede bouwlaag bevinden zich twee vensters van hetzelfde type als in de eerste bouwlaag. Hierboven bevindt zich een breed in roughcast uitgevoerd paneel, omgeven door een bakstenen rollaag. Op het paneel bevindt zich in Art-Nouveau-belettering de naam van het huis: "BEEK EN DAL". In de derde bouwlaag van de topgevelrisaliet bevinden zich twee vensters van hetzelfde type als de andere vensters in de oostgevel. In de top van de gevel bevindt zich een rondboogvenster van hetzelfde type als in de topgevel aan de Cronjéstraat.
De ACHTER- OF WESTGEVEL bezit voor het uitspringende linker gedeelte een éénlaags uitbouw met plat dak, waarin zich twee gewijzigde deuren bevinden die toegang geven tot de kelder. Boven het platte dak bevinden zich twee enkelruits bovenlichten, die aan de bovenzijde afsluiten met een dubbele halfsteens segmentboog met boogtrommel. In de tweede en derde bouwlaag van het vooruitspringende deel bevindt zich een venster, afgesloten door een dubbele halfsteens segmentboog met boogtrommel en voorzien van een enkelruits raam met 12-ruits bovenlicht. Voor het teruggelegen rechter gevelgedeelte bevindt zich een deels gewijzigde serre met lessenaarsdak, dat aansluit op een smal balkon op de tweede bouwlaag. Dit balkon bezit een houten balustrade met verticale en gebogen horizontale spijlen. Op het balkon een dubbele enkelruits balkondeur met enkelruits nevenlichten en veelruits bovenlichten. In de derde bouwlaag bevindt zich een modern balkon en een vensterpartij met segmentboog, kruiskozijn en enkelruits ramen en veelruits bovenlichten.
In het INTERIEUR, waarvan de indeling nog grotendeels intact is, zijn nog enkele oorspronkelijke elementen bewaard gebleven zoals: de vestibule met haar tochtdeuren en lambrizering van witte en groene tegels, waarop door linten onderling verbonden fruitmanden en bloemboeketten in reliëf zijn afgebeeld; De centrale hal met haar lambrizering en trappenhuis met een vierzijdig omlopende bordestrap voorzien van geornamenteerde trappalen, geprofileerde handlijst, verticale en horizontale spijlen, lambrizering; De kelder met plavuizenvloer en troggewelfjes; Deuren in geornamenteerde houten omlijstingen en enkele stucplafonds op de begane grond. In de trappenhuisvensters bevinden zich grote gebrandschilderde glas-in-loodpanelen met florale motieven in geometrische Art Nouveau-stijl.
De TUIN wordt aan de straatzijde afgesloten door een op een bakstenen voetmuur staand smeedijzeren hekwerk, waarvan de ontbrekende delen in de kelder liggen.
Waardering:
HERENHUIS met HEKWERK gebouwd rond 1910 waarschijnlijk door W. Diehl.
- Van architectuurhistorisch belang als een goed en gaaf voorbeeld van een herenhuis, gebouwd in een stijl die invloeden vertoont van geometrische Art Nouveau en rationalisme en tevens enkele Chaletstijl-elementen bevat. Het herenhuis is van architectuurhistorisch belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp zoals een bijzondere hoofdvorm en opmerkelijke hoekoplossing en een bijzondere detaillering.
- Van stedebouwkundig belang vanwege de prominente plaats op de hoek van de De la Reystraat en de Cronjéstraat midden in de voornamelijk tussen 1905 en 1915 gebouwde Transvaalbuurt, waar een aanzienlijk deel van de herenhuizen door Diehl is ontworpen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction:
MANSION "BEEK EN DAL" with IRONWORK. The semi-detached corner building, which now houses an office, was used as a pension for some time. It is unclear whether the building was constructed as a pension or whether it served a residential function for a few more years. The house was built c. 1910 in a sober style showing influences of geometric Art Nouveau and rationalism, combined with a few Chalet style elements such as overhanging half-hipped roofs and balconies on corbels. The building was probably designed by Willem Diehl.
The mansion is located at the sharp corner of Cronjéstraat with De La Reijstraat, the two main streets in the Transvaalbuurt, a district designed by engineer Tellegen with predominantly mansions from the period 1905-1915, a large part of which was designed by W. Diehl. The east facade on De la Reijstraat overlooks the St. Jansbeek and one of its bridges in Art Nouveau style; the north facade is on Cronjéstraat and overlooks the northern part of De la Reijstraat toward Sonsbeek park. The west facade overlooks Cronjéstraat. The building has a narrow strip of garden at both streets, separated from the pavement by wrought-iron ironwork.
Description:
The building has an irregular floor plan, a basement, three storeys and an attic storey beneath a composite roof. The basis of the floor plan is a rectangle with projecting sections on the north and west sides. The projecting section on the north side has a three-sided oriel window with balcony at the height of the first two storeys and is crowned with a stepped gable. The east facade has a corner risalit crowned with a stepped gable of the same type. Above the stepped gables are mutually perpendicular, half-hipped gabled roofs. Above the main volume there is further a flat roof and a hipped roof. The extension on the west side, which although lower than the main block nonetheless has three storeys, has a flat roof. The hipped roof and the half-hipped roofs are covered with shingles, have ridge tiles clad in zinc, and are provided with generously overhanging gutters on worked brackets and profiled wind mouldings on continuous cornices above the stepped gables. The flat roofs have a lesser overhang and are likewise provided with profiled gutters on worked brackets. On the hipped roof facing De La Reijstraat is a roof dormer with a lean-to roof and two windows with 2-pane fanlights. To the right of this is a brick chimney.
The facades are built in brick in running bond and provided with a plinth with cross window frame and roll moulding. Most windows have stone lintels with splayes and rosettes in sober Art Nouveau style. Above these are double segmental arches of red facing brick. The frames are unprofile.
The NORTH FACADE has a projecting section with a three-sided oriel window over two storeys, crowned with a balcony, which only on the rectangular middle section has wooden ironwork. In front of the first storey is a brick platform with brick sides with stone coping, several steps and a terrazzo floor. In the wide side of the oriel is a double single-pane terrace door with many-pane fanlight. In the narrower slanted sides are windows with single-pane lower windows and many-pane fanlights. Above the terrace doors is a broad wooden balcony on an underslung beam and two ornamented corbel sets. The corbel sets rest on natural stone consoles. The balcony railing is wooden. A double single-pane balcony door with many-pane fanlight provides access to the balcony. On either side are windows of the same type as on the first storey. Above the lintels the facing brick segmental arches are absent. On the balcony above the oriel of the second storey is a double balcony door with broadly arched single-pane fanlight beneath a brick segmental arch. On either side is a narrow window with lintel and single-pane frame. At the top of the facade is a round-arch window with brick round arch, two single-pane lower windows and a semi-circular single-pane fanlight.
To the right of the projecting section, in front of the first storey, is a built-out entrance section with a large wooden canopy on worked beams. The entrance is accessible via a platform with brick balustrade with round-arch openings and stone coping and a staircase with stone steps. To the left of the platform is a basement light with roll mouldings, single-pane window and security bars. The entrance has an unprofile frame, roll moulding, stone reveals and sill, and a wooden paneled door with panes arranged in the form of a Latin cross. On either side of the door are narrow side lights with leaded glass panels and stone water-shedding sills. On the left side is furthermore a round-arch window with opening frame and round-arch fanlight, both provided with leaded glass. Above the canopy is a broad three-part fanlight with leaded glass panels.
In the second storey is a large stairwell window with frame with two mullions and transom and three leaded glass windows with three fanlights. In the third storey is a second stairwell window with leaded glass windows, consisting of a tall two-part central window and lower side lights. The whole is closed off with a brick round arch. Above this window the facade ends with a brick roof house with flat roof and a round window.
The north facade of the lower extension on Cronjéstraat has on the left a narrow, slightly recessed, but parallel to the main volume facade section and on the right an again slightly recessed, slanting facade section. In the first storey is a window with sill with slightly arched lower edge and a cross frame with single-pane windows and fanlights. In the second and third storeys above are windows closed off by segmental arches with frame with central mullion and two single-pane windows. In the narrow facade section on the left is in the second storey a small window with brick basket arch and single-pane frame. The EAST FACADE on De La Reijstraat has on the left a slightly projecting facade section with a stepped gable. In the first storey are four windows with frames with fixed transom and single-pane sash windows with 12-pane fanlights. Above the two left windows runs across the entire width of the risalit a wooden balcony in Art Nouveau style, resting on ornamented beams, underslung beam and three corbel sets on natural stone consoles. The balcony has a semi-circular curved front and quarter-circular curved sides. The balcony railing is renewed. On the balcony are two frames with single-pane balcony doors and to the left or right a side light. Above the transom are many-pane fanlights. In the right part of the second storey are two windows of the same type as on the first storey. Above this is a broad panel executed in roughcast, surrounded by a brick roll moulding. On the panel is in Art Nouveau lettering the name of the house: "BEEK EN DAL". In the third storey of the stepped gable risalit are two windows of the same type as the other windows on the east facade. At the top of the facade is a round-arch window of the same type as in the stepped gable on Cronjéstraat.
The REAR OR WEST FACADE has for the projecting left section a single-storey extension with flat roof, in which are two altered doors providing access to the basement. Above the flat roof are two single-pane fanlights, which at the top are closed off by a double half-brick segmental arch with arch drum. In the second and third storeys of the projecting section is a window, closed off by a double half-brick segmental arch with arch drum and provided with a single-pane window with 12-pane fanlight. For the recessed right facade section is a partly altered conservatory with lean-to roof, which connects to a narrow balcony on the second storey. This balcony has a wooden balustrade with vertical and curved horizontal balusters. On the balcony a double single-pane balcony door with single-pane side lights and many-pane fanlights. In the third storey is a modern balcony and a window section with segmental arch, cross frame and single-pane windows and many-pane fanlights.
In the INTERIOR, whose layout is still largely intact, several original elements have been preserved such as: the vestibule with its draught doors and wall paneling of white and green tiles, on which fruit baskets and flower bouquets in relief connected by ribbons are depicted; The central hall with its wall paneling and stairwell with a four-sided surrounding straight staircase provided with ornamented stair posts, profiled handrail, vertical and horizontal balusters, wall paneling; The basement with paved floor and groin vaults; Doors in ornamented wooden framing and some stucco ceilings on the ground floor. In the stairwell windows are large stained leaded glass panels with floral motifs in geometric Art Nouveau style.
The GARDEN is closed off at the street side by wrought-iron ironwork mounted on a brick plinth, of which the missing parts are in the basement.
Valuation:
MANSION with IRONWORK built around 1910 probably by W. Diehl.
- Of architectural historical importance as a fine and intact example of a mansion built in a style showing influences of geometric Art Nouveau and rationalism and also containing some Chalet style elements. The mansion is of architectural historical importance because of the high-quality aesthetic qualities of the design such as a distinctive main form and remarkable corner solution and distinctive detailing.
- Of urban design importance because of its prominent position at the corner of De la Reystraat and Cronjéstraat in the middle of the Transvaalbuurt, predominantly built between 1905 and 1915, where a considerable part of the mansions was designed by Diehl.
Nearby in the register
- Woonhuis, De la Reijstraat 6Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Cronjéstraat 15Woonhuisunder 1 mi
- Verkeersbrug, De la Reijstraat tegenover 9Brugunder 1 mi
- Winkelwoning, Cronjéstraat 4Werk-woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.