TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Winkelwoning, Cronjéstraat 4

Arnhem, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Werk-woonhuis
Function
Winkelwoning
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1910
Address
Cronjéstraat 4, 6814 AH Arnhem (and others)
Place
Arnhem
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.98535, 5.90579
Monument number
516872

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

WINKELWONING met HEKWERK bestaande uit een winkel, oorspronkelijk een dameshoedenzaak, met bovenwoning, gebouwd ca. 1910 door architect Willem Diehl (1876-1959) in een stijl die invloeden vertoont van rationalisme en Art Nouveau. De winkelwoning sluit aan op het op een wigvormig grondplan gebouwde hoekpand Cronjéstraat 2, eveneens ontworpen door Diehl, en bezit evenals het hoekpand straatgevels aan de Cronjéstraat (noordgevel) en aan de langs het spoorwegtalud lopende Sonsbeeksingel (zuidgevel). De winkelwoning is ook nog zichtbaar vanaf de Zijpendaalseweg, omdat ze boven het hoekpand uitsteekt en aan beide gevels uitkragende erkers bezit. De Cronjéstraat vormt de voornaamste toegang tot de Transvaalbuurt, een wijk uit het eerste decennium van deze eeuw met voornamelijk herenhuizen in Art Nouveau-stijl, waarvan er vele door Diehl zijn ontworpen. Het pand bezit aan de Cronjéstraatzijde een betegelde strook en aan de Sonsbeeksingel een door een smeedijzeren hekwerk omgeven betegelde voortuin.

Omschrijving

WINKELWONING op een rechthoekig grondplan met een afgeschuinde kant aan de Sonsbeeksingel en vier bouwlagen onder een plat dak. De gevels zijn opgetrokken uit in kruisverband gemetselde rode baksteen en worden afgesloten door geprofileerde overstekende houten bakgoten op bewerkte klossen.

De symmetrisch ingedeelde NOORDGEVEL is vier traveeën breed. Op de begane grond bevindt zich een winkelpui op een verhoogde hardstenen plint. De pui bestaat uit een driezijdige inpandige erker, geflankeerd door twee ingangsportieken. De hoekdammen en de portieken zijn bekleed met in kruisverband gemetselde blauw geglazuurde bakstenen. De hoekdammen sluiten aan de bovenzijde af met geornamenteerde hardstenen blokken. De pui-opening wordt afgesloten door een houten hoofdgestel, dat rust op de erker en op in de hoekdammen opgenomen geornamenteerde hardstenen consoles. Het hoofdgestel bestaat uit een fries met verdiept veld, trigliefen en tandlijst en een kroonlijst op consoles, die bestaan uit twee gekoppelde bewerkte cilinders. De erker bevat drie etalageramen in houten kozijnen op bronzen voetjes. Rechts hiervan bevindt zich de winkeldeur, een paneeldeur met ruit in een kozijn op hardstenen neuten, afgesloten door een bewerkte hardstenen latei met daarboven een bovenlicht. Links van de erker bevindt zich de toegang tot de bovenwoning, een paneeldeur met vier ruitjes, een bewerkte hardstenen latei en een bovenlicht. De portieken bezitten hardstenen dorpels en terrazzovloeren.

Op de eerste verdieping bevinden zich vier, door strekken afgesloten, licht getoogde vensters met houten lekdorpels en schuiframen met 9-ruits bovenlichten.

Boven de middelste twee vensters bevindt zich een gemetselde rechthoekige hangende erker op drie zware geprofileerde (kunst)stenen consoles, die weer worden ondersteund door uitkragende gemetselde muurdammen die zich tussen de vensters van de eerste verdieping bevinden en beginnen boven het hoofdgestel van de pui. De erker bezit een met zink gedekt lessenaarsdak tussen de schuin aflopende gemetselde zijkanten, die zijn voorzien van gepleisterde afdekplaten. De erker bezit aan de voorzijde een driedelig kozijn met een breed schuifraam in het midden en twee smallere aan weerszijden, voorzien van resp. 12- en 6-ruits bovenlichten. De zijkanten van de erker bezitten ieder een smal venster, afgesloten door een geprofileerde kunststenen latei en voorzien van een schuifraam met 6-ruits bovenlicht. Aan weerszijden van de erker bevinden zich twee vensters van hetzelfde type als op de eerste verdieping. De bovenlichten van de ramen op eerste en tweede verdieping zijn nog deels voorzien van groen kathedraalglas.

Op de derde verdieping bevindt zich een loggia over de volle breedte van de gevel, bestaande uit een vierdelige rondboogarcade op drie stenen zuiltjes met kapitelen en geboortestenen. De loggia is voorzien van gepleisterde wanden, een dubbele deur met ruiten, geflankeerd door twee vensters met schuiframen en 8-ruits bovenlichten, waarvan het rechter raam een T-roedenverdeling bezit. In de zijwanden van de loggia bevinden zich twee rondboogvormig afgesloten vensters, waar glas is ingezet.

De noordgevel is voorzien van hoeklisenen die beginnen boven de hoekdammen van de winkelpui en eindigen boven de gootlijn als hoekdammen met een gepleisterde rondboogvormig afgesloten bekroning met een cirkelvormig gat erin.

De ZIJGEVELS zijn, voorzover ze boven de aangrenzende bebouwing uitsteken, vrijwel geheel gepleisterd. De WESTGEVEL wordt afgesloten door een geprofileerde, overstekende bakgoot op bewerkte klossen en bezit links het bovengenoemde rondboogvenster en rechts een venster met schuifraam en 9-ruits bovenlicht. De OOSTGEVEL bezit rechts het bovengenoemde rondboogvenster.

De asymmetrisch ingedeelde ZUIDGEVEL bevat op de begane grond drie en op de verdiepingen twee traveeën. De begane grond bezit in het midden een rondboogvormig afgesloten portiek met in de schuin weglopende zijkanten rechts een deur en links een venster met schuifraam, beide voorzien van een veelruits bovenlicht. Voor het portiek ligt een stoep met gemetselde zijmuurtjes met een bepleisterde bovenkant. Het portiek wordt geflankeerd door twee vensters met schuiframen en 8-ruits bovenlichten. Het rechter venster bezit boven het kozijn een gemetseld veld.

De brede linker travee wordt op de eerste en tweede verdieping ingenomen door een twee bouwlagen bestrijkende, segmentvormige erker met een balkon met loggia op de derde verdieping. De erker rust op een zware kwartcirkelvormige gepleisterde console op hardstenen kraagsteen. De erker bezit in op de eerste en tweede verdieping een driedelig kozijn met drie schuiframen, op de tweede verdieping met T-verdeling, en tweedelige bovenlichten resp. met 4- en 6-ruits ramen. Onder en boven de vensters bevinden zich stroken die met leien in maasdekking zijn bekleed. Dit is ook het geval bij de balkonbalustrade. De schuin naar achter in een punt weglopende loggia is witgepleisterd en bezit een vernieuwde dubbele balkondeur met boven- en zijlichten. De loggia wordt afgesloten door een ijzeren balk.

De smallere rechtertravee bezit op de eerste, tweede en derde verdieping een venster met kruiskozijn met enkelruits onderramen en resp. 6-, 9- en 3-ruits bovenlichten. De vensters op de eerste en tweede verdieping bezitten boven het kozijn een gemetseld veld.

Uiterst rechts bevindt zich over de gehele gevelhoogte een afgeschuinde hoekdam, die boven het gootoverstek over gaat in een gepleisterde schoorsteen.

Voor de zuidgevel bevindt zich een kelderingang met strek, veelruits deur en ijzeren raambeschermers. De kelderdeur wordt bereikt via een gemetselde trap. Trap en voortuin zijn omgeven door smeedijzeren hekwerken.

Het INTERIEUR van de winkel is geheel gewijzigd. De bovenwoning bezit nog enkele oorspronkelijke elementen zoals een vestibule met een tochtportaal met paneeldeur en boven- en zijlichten, een trappenhuis met houten trap met eenvoudig geornamenteerde houten trappalen, afwisselend ronde spijlen en planken en geprofileerde leuningen. Verder zijn er nog enkele paneeldeuren in geprofileerde omlijstingen en stootranden op de hoeken van de binnenmuren.

Waardering

WINKELWONING met HEKWERK uit ca. 1910 van W. Diehl.

- Van architectuurhistorisch belang als een goed en redelijk gaaf voorbeeld van een winkel met bovenwoning in een stijl die elementen vertoont van rationalisme en Art Nouveau. De winkelwoning is van architectuurhistorisch belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp zoals een bijzondere hoofdvorm, een gave detaillering en een bijzondere ornamentiek en materiaalgebruik. Het pand is bovendien van architectuurhistorisch belang als onderdeel van het oeuvre van de architect Willem Diehl. Het betreft hier een pand dat in samenhang moet worden gezien met het hoekpand Cronjéstraat 2, de pendant van het "Belderbospand", (Cronjéstraat 1-3/ Zijpendaalseweg 2-4). De drie panden weerspiegelen een ontwikkeling in het werk van Diehl van rijk geornamenteerde Art Nouveau naar een meer sobere variant, die sterk rationalistisch is getint.

- Van stedebouwkundige waarde vanwege de samenhang met het hoekpand, dat een prominente plaats inneemt op de hoek van de Cronjéstraat, de Zijpendaalseweg en de Sonsbeeksingel en samen met het Belderbospand de "poort" tot de voornamelijk in het eerste decennium van deze eeuw gebouwde Transvaalbuurt vormt, waar een aanzienlijk deel van de herenhuizen door Diehl is ontworpen.

WILLEM DIEHL kwam oorspronkelijk uit Den Haag waar hij in 1890 op de ambachtsschool was toegelaten. In 1898 vertrok hij naar Antwerpen en werkte daar op het bureau van E. Thielens (ontwerper van de Antwerpse Zoo), waar hij de architect E. van Averbeke (1876-1946) ontmoette. In 1899 begonnen ze samen een bureau en ontwierpen tot en met 1901 verschillende panden in Antwerpen in Art Nouveau-stijl. Vermoedelijk vertrok Diehl in 1901 of 1902 voor korte tijd naar Brussel, waar hij bij het bureau van George Hobé gewerkt zou hebben en mogelijk contact heeft gehad met de Art Nouveau-architect D'Aronco, wiens werk hem beïnvloed kan hebben. In 1902 is hij om nog onduidelijke redenen vanuit België vertrokken en in Arnhem aangekomen, waar hij zich op 6 december in de Jacob Cremerstraat vestigde. In 1903 ontwierp hij de tijdelijke paviljoens van de internationale kunstnijverheidstentoonstelling in Art Nouveau-stijl en een grafmonument voor de brandstoffenhandelaar Kooij. In de periode 1904-15 ontwierp hij een groot aantal herenhuizen in Art Nouveau-stijl in de pas aangelegde Transvaalbuurt, veelal in opdracht van Kooij, waarvan het witte hoekpand met de ronde gevel van de firma Belderbos het meest opvallende is. Diehl betrok er in 1911 het door hemzelf ontworpen pand De La Reijstraat 11.

Verder bouwde Diehl in de binnenstad, de Burgemeesterswijk en aan de singels, ondermeer het Luxor-theater (1915-1916) in Art Deco-stijl en het kantoor van de levensverzekeringsmaatschappij Vesta (1930-1931) in traditionalistische stijl met invloeden van rationalisme en Amsterdamse school. De Art Nouveau-architectuur van Willem Diehl heeft een zeer herkenbaar eigen karakter. Dit komt ondermeer tot uiting in de op rijk bewerkte klossen rustende gootoverstekken tussen doorlopende hoekdammen, de vorm van de vensters, het gebruik van stalen lateien en de aparte roedenverdelingen. Diehl is verder mogelijk beïnvloed door de Antwerpse Art Nouveau, de Schotse architect Charles Rennie Mackintosh en de Wiener Secession.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

SHOP WITH DWELLING and IRONWORK consisting of a shop, originally a ladies' hat shop, with flat above, built ca. 1910 by architect Willem Diehl (1876-1959) in a style showing influences of rationalism and Art Nouveau. The shop with dwelling adjoins the corner building at Cronjéstraat 2, built on a wedge-shaped ground plan and also designed by Diehl, and like the corner building possesses street facades on the Cronjéstraat (north facade) and on the Sonsbeeksingel running along the railway embankment (south facade). The shop with dwelling is also still visible from the Zijpendaalseweg, because it projects above the corner building and possesses projecting oriel windows on both facades. The Cronjéstraat forms the principal access to the Transvaalbuurt, a district from the first decade of this century with predominantly Art Nouveau-style mansions, many of which were designed by Diehl. The building possesses on the Cronjéstraat side a tiled strip and on the Sonsbeeksingel a tiled front garden surrounded by wrought ironwork.

Description

SHOP WITH DWELLING on a rectangular ground plan with a bevelled corner on the Sonsbeeksingel and four storeys under a flat roof. The facades are constructed of red brick laid in running bond and are finished with profiled projecting wooden gutters on worked brackets.

The symmetrically arranged NORTH FACADE is four bays wide. On the ground floor there is a shop window on a raised stone plinth. The window consists of a three-sided internal oriel, flanked by two entrance porticoes. The corner pillars and the porticoes are clad with blue glazed brick laid in running bond. The corner pillars close at the top with ornamented stone blocks. The window opening is closed by a wooden main frame, which rests on the oriel and on ornamented stone consoles incorporated in the corner pillars. The main frame consists of a frieze with recessed field, triglyphs and dentil moulding and a cornice on consoles, which consist of two coupled worked cylinders. The oriel contains three display windows in wooden frames on bronze feet. To the right of this is the shop door, a panelled door with glazing in a frame on stone sills, closed by a worked stone lintel with a fanlight above it. To the left of the oriel is the entrance to the flat, a panelled door with four panes, a worked stone lintel and a fanlight. The porticoes possess stone sills and terrazzo floors.

On the first floor there are four windows, closed off by transoms, slightly pointed in arch with wooden drip moulds and sash windows with 9-pane fanlights.

Above the two middle windows there is a brick rectangular suspended oriel on three heavy profiled stone consoles, which are in turn supported by projecting brick wall pillars which are situated between the windows of the first floor and begin above the main frame of the shop window. The oriel possesses a lean-to roof covered with zinc between the sloping brick sides, which are provided with plastered capping plates. The oriel possesses on the front a three-part frame with a broad sash window in the centre and two narrower ones on either side, provided with 12- and 6-pane fanlights respectively. The sides of the oriel each possess a narrow window, closed by a profiled stone lintel and provided with a sash window with 6-pane fanlight. On either side of the oriel are two windows of the same type as on the first floor. The fanlights of the windows on the first and second floors are still partially provided with green cathedral glass.

On the third floor there is a loggia across the full width of the facade, consisting of a four-part round arch arcade on three stone columns with capitals and plinth stones. The loggia is provided with plastered walls, a double door with glazing, flanked by two windows with sash windows and 8-pane fanlights, of which the right window has a T-glazing bar pattern. In the side walls of the loggia are two round arch-shaped windows with glazing.

The north facade is provided with corner pilasters which begin above the corner pillars of the shop window and end above the gutter line as corner pillars with a plastered round arch-shaped crown with a circular hole in it.

The SIDE FACADES are, insofar as they project above the adjoining buildings, almost entirely plastered. The WEST FACADE is finished with a profiled, projecting brick gutter on worked brackets and possesses on the left the aforementioned round arch window and on the right a window with sash window and 9-pane fanlight. The EAST FACADE possesses on the right the aforementioned round arch window.

The asymmetrically arranged SOUTH FACADE contains three bays on the ground floor and two bays on the upper floors. The ground floor possesses in the centre a round arch-shaped closed portico with on the sloping sides to the right a door and to the left a window with sash window, both provided with a multi-pane fanlight. In front of the portico is a step with brick side walls with a plastered top. The portico is flanked by two windows with sash windows and 8-pane fanlights. The right window possesses above the frame a brick field.

The broad left bay is occupied on the first and second floors by a two-storey segmental oriel with a balcony with loggia on the third floor. The oriel rests on a heavy quarter-circular plastered console on a stone corbel. The oriel possesses on the first and second floors a three-part frame with three sash windows, on the second floor with T-division, and two-part fanlights respectively with 4- and 6-pane windows. Below and above the windows are strips clad with slate in half-lap bond. This is also the case with the balcony balustrade. The loggia, sloping backwards to a point, is whitewashed and possesses a renewed double balcony door with above- and side lights. The loggia is closed off by an iron rail.

The narrower right bay possesses on the first, second and third floors a window with cross frame with single-pane lower windows and respectively 6-, 9- and 3-pane fanlights. The windows on the first and second floors possess above the frame a brick field.

At the far right is a bevelled corner pillar across the full height of the facade, which above the gutter projection transitions into a plastered chimney stack.

In front of the south facade is a basement entrance with transom, multi-pane door and iron window guards. The basement door is reached via a brick staircase. Staircase and front garden are surrounded by wrought ironwork.

The INTERIOR of the shop has been entirely altered. The flat still possesses some original elements such as a vestibule with a draught lobby with panelled door and above- and side lights, a stairwell with wooden staircase with simply ornamented wooden balusters, alternating round spindles and boards and profiled rails. Further, there are still some panelled doors in profiled surrounds and skirting boards on the corners of the interior walls.

Valuation

SHOP WITH DWELLING and IRONWORK from ca. 1910 by W. Diehl.

- Of architectural-historical significance as a good and reasonably intact example of a shop with a dwelling in a style showing elements of rationalism and Art Nouveau. The shop with dwelling is of architectural-historical significance because of the high-quality aesthetic qualities of the design such as a distinctive main form, well-preserved detailing and distinctive ornamentation and material use. The building is moreover of architectural-historical significance as part of the oeuvre of architect Willem Diehl. This is a building that must be understood in relation to the corner building at Cronjéstraat 2, the counterpart of the "Belderbospand", (Cronjéstraat 1-3/ Zijpendaalseweg 2-4). The three buildings reflect a development in Diehl's work from richly ornamented Art Nouveau to a more restrained variant, which is strongly rationalist in character.

- Of urban-planning value because of its relationship with the corner building, which occupies a prominent position at the corner of the Cronjéstraat, the Zijpendaalseweg and the Sonsbeeksingel and together with the Belderbospand forms the "gate" to the Transvaalbuurt, built mainly in the first decade of this century, where a considerable part of the mansions was designed by Diehl.

WILLEM DIEHL originally came from The Hague where he was admitted to the vocational school in 1890. In 1898 he moved to Antwerp and worked at the office of E. Thielens (designer of the Antwerp Zoo), where he met the architect E. van Averbeke (1876-1946). In 1899 they started an office together and designed various buildings in Antwerp in Art Nouveau style until 1901. Diehl presumably left for Brussels in 1901 or 1902 for a short time, where he would have worked at the office of George Hobé and may have had contact with the Art Nouveau architect D'Aronco, whose work may have influenced him. In 1902 he left Belgium for reasons still unclear and arrived in Arnhem, where he settled on 6 December in the Jacob Cremerstraat. In 1903 he designed the temporary pavilions of the international applied arts exhibition in Art Nouveau style and a monument for the fuel merchant Kooij. In the period 1904-15 he designed a large number of mansions in Art Nouveau style in the newly laid out Transvaalbuurt, mostly commissioned by Kooij, of which the white corner building with the curved facade of the Belderbos company is the most striking. Diehl moved into the building he designed himself at De La Reijstraat 11 in 1911.

Furthermore Diehl built in the city centre, the Burgemeesterswijk and along the canals, among others the Luxor theatre (1915-1916) in Art Deco style and the office of the life insurance company Vesta (1930-1931) in traditionalist style with influences from rationalism and the Amsterdam school. The Art Nouveau architecture of Willem Diehl has a very recognizable distinctive character. This is expressed among other things in the gutter overhangs resting on richly worked knobs between continuous corner pillars, the form of the windows, the use of steel lintels and the distinctive glazing bars. Diehl was further possibly influenced by Antwerp Art Nouveau, the Scottish architect Charles Rennie Mackintosh and the Wiener Secession.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map