Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, De la Reijstraat 6
Arnhem, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1905 - 1910
- Address
- De la Reijstraat 6, Locatie: Transvaalbuurt, 6814 AE Arnhem (and others)
- Place
- Arnhem
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.98547, 5.90633
- Monument number
- 516934
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1894 map "Het Koninkrijk der Nederlanden / bew. door I. Dornseiffen ; get. door E. de Geest" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Rijtje van drie aaneengebouwde HERENHUIZEN met HEKKEN, thans met etage- en/of kamerverhuur, ca. 1905-1910 gebouwd naar ontwerp van architect W. Diehl in een gemengde bouwtrant met Art Nouveau-invloeden. Kenmerkend is het door elkaar gebruiken van diverse stijlelementen, zoals het gebruik van natuurstenen lateien, banden en hoekblokken; grote vensters met meerruits bovenlichten en spiegelluiken voor de onderramen; houten balkons met fraai bewerkte draagconstructies en hekwerken; een cirkelboogvormig afgesloten loggia met houten hek (zweepslaglijnen); ver uitkragende bakgoten op gesneden klossen tussen doorgestoken hoekdammen. De hekken (XXa) ter afsluiting van de voortuin zijn eveneens vormgegeven in gemengde bouwtrant met art nouveau-invloeden daterend uit de eerste kwart van de twintigste eeuw bestaande uit smeedijzeren spijlen met ruitvormige punt, cirkels en horizontale lijnen.
Het pand bevindt zich even ten noorden van het centrum in de Transvaalbuurt: een door het Sonsbeekpark, de Apeldoornseweg, de spoordijk en de Zijpendaalseweg begrensde wijk met een stedebouwkundig plan naar ontwerp van ir Tellegen en overwegend bebouwd met min of meer aaneengesloten rijen herenhuizen uit de periode 1905-1915. Een aanzienlijk deel van deze huizen is uitgevoerd naar ontwerpen van de architect Diehl en vertonen invloeden van de Art Nouveau-stijl.
Dit rijtje van drie herenhuizen is gesitueerd in de rooilijn aan de westzijde van de De la Reijstraat en kijkt uit over de St. Jansbeek met haar bruggen in Art Nouveau-stijl. De herenhuizen liggen ingeklemd tussen de hoekpanden met de Cronjéstraat en de Sonsbeeksingel. De voortuin van elke woning wordt afgebakend middels een vast hekwerk op bakstenen voet met een draaivleugel.
Omschrijving
Onderkelderde HERENHUIZEN van drie bouwlagen op rechthoekig grondplan, met elk links een brede beuk en rechts een smalle beuk. De brede beuken hebben aan de voorzijde over twee bouwlagen doorgaande erkers met afsluitende balkons (nummers 6 en 10) en een loggia in de tweede bouwlaag (nummer 8), en aan de achterzijde een serre met lessenaardak op de begane grond en een inpandig balkon in de tweede bouwlaag. De oorspronkelijke situatie aan de achterzijde is bij nummer 10 gewijzigd. De smalle beuken bezitten aan de voorzijde de ingangspartijen, balkons annex luifels (de luifel zonder balkon van nummer 8 is verwijderd) en lessenaardaken ter plaatse van de derde bouwlaag. Aan de achterzijde zijn deze smalle beuken uitgebouwd over nagenoeg de gehele hoogte van het hoofdbouw. Zowel de hoofdbouw als de achter-uitbouwen hebben platte daken met bakgoten op bewerkte klossen. Ook de steile dakschilden aan de voorzijde (oorspronkelijk met leien dekking) wateren af via bakgoten op bewerkte klossen. De rood bakstenen gevels zijn in kruisverband gemetseld en voorzien van een trasraam met afsluitende rollaag in bruin/rode baksteen. De vensters in de voorgevel zijn voor wat betreft de onderramen voorzien van spiegelluiken en worden vrijwel allemaal afgesloten door een bewerkte natuurstenen lateibalken en een hardstenen lekdorpel.
De asymmetrisch ingedeelde VOORGEVEL is zes traveeën breed. De linker en rechter twee traveeën (respectievelijk nummer 10 en 6) zijn identiek opgezet. De la Reijstraat 10 is op details gewijzigd, zoals het verwijderen van de roedenverdeling uit de bovenlichten, het schilderen van de natuurstenen speklagen en lateien, en het moderniseren van de balkonhekken. Ter plaatse van de smalle beuken leidt een hardstenen bordestrap met gemetselde boom naar de ingang. De eikehouten paneeldeur heeft in het midden een kijkraampje met smeedijzeren rooster, en bovenin een roedenverdeling met elf ruitjes (bij nummer 10 verwijderd). Het zijlicht en de bovenlichten zijn voorzien van glas-in-lood (gekleurd met decoratieve patronen bij nummer 6) en hebben een omlijsting van natuurstenen blokken met vellingkanten (nummers 6 en 10). Direct boven de ingangen van De la Reijstraat 6 en 10 bevinden zich ver uitkragende balkons annex luifels, die rusten op bewerkte balken, een muurstijl en een schoor. Het oorspronkelijke houten balkonhek met bewerkte stijlen en regels is bij nummer 6 bewaard gebleven. De balkons zijn bereikbaar via dubbele glasdeuren met spiegelluiken in de tweede bouwlaag. De bovenlichten (oorspronkelijk twaalfruits) worden afgesloten door een natuurstenen lateibalk met een reeks ingekorven op een punt staande vierkantjes, en een ingemetselde segmentboog. Boven de ingang van nummer 8 bevindt zich in de tweede bouwlaag een rechthoekig venster met enkelruits schuifraam, twaalfruits bovenlicht, bewerkte lateibalk en ingemetselde segmentboog. De derde bouwlaag van de smalle beuken is opgevat als steil hellende lessenaardaken, waarin brede dakkapellen zijn opgenomen met grote samengestelde vensters die bestaan uit vier enkelruits onderramen en vier vierruits bovenlichten met geel kathedraalglas. De brede beuken hebben in het trasraam een koekoek. In de driezijdige erkers van de eerste bouwlaag bevinden zich telkens drie vensters met enkelruits schuiframen en meerruits bovenlichten met geel kathedraalglas. De bovenlichten aan de voorzijde van de erkers van De la Reijstraat 6 en 10 zijn rondboogvormig afgesloten. De overgang naar de smallere rechthoekige erkers in de tweede bouwlaag (nummers 6 en 10) wordt gevormd door driehoekige dakschildjes aan de zijden. De erkers in de tweede bouwlaag bezitten eveneens rechthoekige vensters met enkelruits onderramen en (oorspronkelijk) meerruits bovenlichten met geel kathedraalglas. Ter hoogte van de derde bouwlaag zijn op deze erkers balkons geplaatst. De uitkragende balkons rusten op bewerkte klossen en zijn (oorspronkelijk) voorzien van een houten hek, waarvan de gebogen regels ellipsen vormen. De balkons zijn van binnenuit bereikbaar via dubbele schuifdeuren. Boven de schuifdeuren een (meerruits) bovenlicht en bewerkte lateibalk. De gevelbeëindiging van deze delen bestaat uit doorgestoken hoekdammen waarop obelisk-vormige ornamenten, met tussen de hoekdammen een ver uitkragende houten bakgoot op bewerkte klossen. De brede loggia in de tweede bouwlaag van nummer 8 is verkregen door uitkragende hoeken van natuurstenen blokken met gelobde uiteinden. De loggia bezit aan de voorzijde een grote cirkelboogvormige opening met onderin een houten hek in Art Nouveau-stijl. Aan de rechter zijde van de loggia bevindt zich een smalle rondboogopening. De loggia is van binnenuit bereikbaar via een dubbele schuifdeur. De schuifdeur en de enkelruits zijlichten zijn voorzien van een strook bovenlichten met geel kathedraalglas. De loggia wordt afgesloten door een driezijdig schilddakje met een geprofileerde gootlijst op klossen, die boven de cirkelboog is getoogd. Het hierboven gelegen geveldeel ter plaatse van de derde bouwlaag bezit twee rechthoekige vensters met enkelruits onderramen en twaalfruits bovenlichten (de luiken zijn verwijderd). De gevelafsluiting bestaat uit drie getrapte kantelen met afdekplaten. De ACHTERGEVEL bezit in de smalle uitgebouwde beuken een ingang met bovenlicht en flankerend T-schuifraam met bovenlicht in de eerste bouwlaag. De tweede en derde bouwlaag hebben elk een rechthoekig venster met T-schuifraam en twaalfruits bovenlicht. Alle muuropeningen worden afgesloten door blinde segmentbogen. De brede beuken bezitten in de eerste bouwlaag een serre met lessenaardak en merendeels gemoderniseerde tuindeuren, zij- en bovenlichten; in de tweede bouwlaag diep inpandig balkon met houten hek (ellipsvormig gebogen regels) en schuifdeuren tussen enkelruits zij- en meerruits bovenlichten; in de uitkragende derde bouwlaag, die rust op een ijzeren profielbalk, twee gekoppelde T-schuiframen met meerruits bovenlichten onder gezamenlijke blinde segmentboog. De oorspronkelijke situatie van de achtergevel is bij de nummers 6 en 8 redelijk gaaf bewaard gebleven, maar daarentegen bij nummer 10 meer gewijzigd. De INTERIEURS van deze tweebeukige herenhuizen bezitten alle nog een groot aantal oorspronkelijke elementen, zoals:
- vestibules met wanden die deels betegeld (neorenaissance-motieven) en deels gestuct (lijsten met rozetten en Art Nouveau-motieven) zijn, wit marmeren vloeren en plinten, tochtdeuren tussen zij- en meerruits bovenlichten (nr.10: gezandstraald glas met zweepslag en kelkbloemen);
- gangen met wit marmeren vloeren en plinten, diverse paneeldeuren met geprofileerde omlijstingen en getoogde bovenzijde, houten trappen met fraai bewerkte trappalen, spijlen en geprofileerde handlijsten (nr.8: gemarmerde lambrizeringen, gehoute deuren en trap, diensttelefoon van de firma Otto Lincker Arnhem);
- kamers en suite waarin diverse stucplafonds met lijsten, hoek- en middenrozetten in Art Nouveau-stijl, alsmede zwart marmeren schouwen;
- keukens met originele kasten, zoals een vitrinekast, een buffetkast, granito-aanrecht met kastjes voorzien van ovale houten deurknoppen en een schouw in de hoek met een geprofileerde schouwbalk;
- de badkamer van nummer 6 bezit nog de originele wandtegels die voorzien zijn van twee banden met voorstellingen in zwart, groen, wit, geel en turkoois van waterlelies in reliëf.
De HEKKEN (XXa) met bakstenen voet ter afsluiting van iedere voortuin van de drie aaneengesloten herenhuizen sluiten aan op de bordestrap. Het hek bestaat uit smeedijzeren hoofdspijlen met ruitvormige punt waartussen identieke kleinere spijlen. De spijlen zijn verbonden door een aan weerszijden geplaatste horizontale band aan de onderzijde en twee aan weerszijden geplaatste horizontale banden aan de bovenzijde waartussen cirkels. Ter plaatse van het toegangspad naar de voordeur bevindt zich in het hek een vleugel die voorzien is van een diagonale band.
Waardering
Rijtje van drie HERENHUIZEN met HEKKEN uit ca. 1905-1910.
- Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld van drie aaneengebouwde aanzienlijke herenhuizen in een gemengde bouwtrant met Art Nouveau-invloeden. Het object valt op door hoogwaardige esthetische kwaliteiten in in- en exterieur, zoals een gave en gevarieerde hoofdvorm met erkers, balkons en een loggia, rijk materiaalgebruik en bijzondere ornamentiek. Deze huizen bezitten een redelijk gave ruimtelijke structuur en een groot aantal waardevolle interieurelementen, zoals decoratieve wandtegels, marmeren vloeren, fraai bewerkte trappen en diverse stucplafonds in Art Nouveau-stijl. Voorts is het object een goed voorbeeld van Art Nouveau-architectuur van architect WILLEM DIEHL (1876-1959), en neemt, mede door de relatieve gaafheid en zeldzaamheid, een belangrijke plaats in binnen zijn oeuvre en de landelijke architectuurgeschiedenis.
- Als goed voorbeeld van hekken op bakstenen voet daterend uit het eerste kwart van de twintigste eeuw, vormgegeven in gemengde bouwtrant met art nouveau invloeden bestaande uit smeedijzeren spijlen met ruitvormige punt, cirkels en horizontale lijnen.
- Van stedenbouwkundige waarde als essentieel onderdeel van de Transvaalbuurt: een kleine wijk uit het begin van de twintigste eeuw, die is opgezet volgens een stedebouwkundig plan van ir Tellegen en overwegend bebouwd met min of meer aaneengesloten rijen herenhuizen in Art Nouveau-stijl. Het pand heeft ensemblewaarde in relatie met de omringende bebouwing (waarvan een aanzienlijk deel eveneens is ontworpen door Diehl) en de bruggen in Art Nouveau-stijl over de St. Jansbeek.
- Vanwege de afbakening van een voortuin middels een hek met vleugel karakteristiek voor de Transvaalbuurt daterend uit het begin van de twintigste eeuw.
Cultuurhistorische omschrijving
WILLEM DIEHL (1876-1959) verbleef na zijn opleiding aan de ambachtsschool in 's-Gravenhage van 1898 tot 1902 in Antwerpen en Brussel. Op het bureau van E. Thielens ontmoette hij architect E. van Averbeke (1876-1946) - de latere stadsarchitect van Antwerpen - met wie hij zich associeerde en tussen 1899 en 1901 in Antwerpen verschillende panden in Art Nouveau-stijl ontwierp. In 1902 vestigde Diehl zich in Arnhem waar hij een op buitenlandse Art Nouveau-stromingen geïnspireerde bouwstijl introduceerde. De talrijke door hem ontworpen herenhuizen in de Transvaalbuurt uit de periode 1904-1915, waaronder het Belderbos-pand aan de Zijpendaalseweg en zijn eigen woonhuis De la Reijstraat 11, vormen een staalkaart van diverse uitingen van Nieuwe Kunst met haar bijzondere venstervormen en roedenverdelingen, rijke toepassing van ornamentiek en gevarieerd materiaalgebruik, ook in het interieur. Twee panden aan het nabij gelegen Willemsplein zijn illustratief voor de verdere stilistische ontwikkeling binnen Diehls oeuvre. Allereerst is dat de voormalige Luxor-bioscoop uit 1915-1916: een volledig in Art Déco-stijl uitgevoerd theater voor filmvoorstellingen met grand café-achtige allure. Het tweede pand betreft het Vesta-kantoor uit 1930-1931: een in zakelijk traditionalistische stijl uitgevoerd kantoorgebouw met elementen van Art Déco en sobere Amsterdamse School.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Row of three adjoining TOWNHOUSES with FENCES, currently with flat and/or room rental, built ca. 1905-1910 to designs by architect W. Diehl in a mixed style with Art Nouveau influences. Characteristic is the combined use of diverse style elements, such as the use of natural stone lintels, bands and corner blocks; large windows with multi-pane fanlights and mirror shutters for the lower windows; wooden balconies with finely worked support structures and railings; a semicircular-ended loggia with wooden fence (whiplash lines); far overhanging gutters on carved corbels between protruding corner bonds. The fences (XXa) enclosing the front garden are likewise designed in mixed style with Art Nouveau influences dating from the first quarter of the twentieth century consisting of wrought-iron rails with diamond-shaped point, circles and horizontal lines.
The building is situated just north of the centre in the Transvaalbuurt: a district bounded by the Sonsbeekpark, the Apeldoornseweg, the railway embankment and the Zijpendaalseweg with an urban plan designed by ir Tellegen and predominantly built with more or less adjoining rows of townhouses from the period 1905-1915. A considerable number of these houses was executed to designs by architect Diehl and shows influences of the Art Nouveau style.
This row of three townhouses is situated in the building line on the west side of the De la Reijstraat and overlooks the St. Jansbeek with its Art Nouveau-style bridges. The townhouses are sandwiched between the corner buildings with the Cronjéstraat and the Sonsbeeksingel. The front garden of each dwelling is demarcated by means of a fixed fence on a brick base with a swing gate.
Description
Basement TOWNHOUSES of three storeys on rectangular ground plan, each with a wide aisle on the left and a narrow aisle on the right. The wide aisles have on the front two-storey-high bay windows with closing balconies (numbers 6 and 10) and a loggia on the second storey (number 8), and on the rear a conservatory with lean-to roof on the ground floor and a recessed balcony on the second storey. The original situation on the rear at number 10 has been altered. The narrow aisles have entrance sections on the front, balconies and canopies (the canopy without balcony at number 8 has been removed) and lean-to roofs at the third storey. On the rear these narrow aisles are extended over nearly the entire height of the main building. Both the main building and the rear extensions have flat roofs with gutters on worked corbels. The steep roof pitches on the front (originally with slate covering) also drain via gutters on worked corbels. The red brick facades are laid in cross bond and provided with a brick band with closing course in brown/red brick. The windows in the front facade have mirror shutters for the lower windows and are almost all closed off by worked natural stone lintels and a hardstone drip stone.
The asymmetrical FRONT FACADE is six bays wide. The left and right two bays (numbers 10 and 6 respectively) are identically composed. De la Reijstraat 10 has been altered in details, such as the removal of the glazing bars from the fanlights, the painting of the natural stone strings and lintels, and the modernising of the balcony railings. At the narrow aisles a hardstone stoop with masonry rail leads to the entrance. The oak-panelled door has in the centre a small window with wrought-iron grille, and in the upper part glazing bars with eleven panes (removed at number 10). The side light and fanlights are provided with leaded glass (coloured with decorative patterns at number 6) and have a frame of natural stone blocks with bevelled edges (numbers 6 and 10). Directly above the entrances of De la Reijstraat 6 and 10 are far overhanging balconies and canopies, which rest on worked beams, a wall pilaster and a brace. The original wooden balcony railing with worked pilasters and rails is preserved at number 6. The balconies are accessed via double glass doors with mirror shutters on the second storey. The fanlights (originally twelve-pane) are closed off by a natural stone lintel with a series of carved squares pointing upwards, and an embedded segmental arch. Above the entrance at number 8 on the second storey is a rectangular window with single-pane sash window, twelve-pane fanlight, worked lintel and embedded segmental arch. The third storey of the narrow aisles is conceived as steep lean-to roofs, in which large dormer windows are incorporated with large composite windows consisting of four single-pane lower windows and four four-pane fanlights with yellow cathedral glass. The wide aisles have a cuckoo clock in the brick band. In the three-sided bay windows of the first storey are each three windows with single-pane sash windows and multi-pane fanlights with yellow cathedral glass. The fanlights on the front of the bay windows of De la Reijstraat 6 and 10 are closed off in a semicircular form. The transition to the narrower rectangular bay windows on the second storey (numbers 6 and 10) is formed by triangular roof pitches on the sides. The bay windows on the second storey also have rectangular windows with single-pane lower windows and (originally) multi-pane fanlights with yellow cathedral glass. At the level of the third storey balconies are placed on these bay windows. The overhanging balconies rest on worked corbels and are (originally) provided with a wooden railing, the curved rails of which form ellipses. The balconies are accessible from inside via double sliding doors. Above the sliding doors a (multi-pane) fanlight and worked lintel. The facade finish of these parts consists of protruding corner bonds on which obelisk-shaped ornaments, with between the corner bonds a far overhanging wooden gutter on worked corbels. The wide loggia on the second storey of number 8 is created by protruding corners of natural stone blocks with lobed ends. The loggia has on the front a large semicircular opening with at the bottom a wooden railing in Art Nouveau style. On the right side of the loggia is a narrow semicircular opening. The loggia is accessible from inside via a double sliding door. The sliding door and the single-pane side lights are provided with a strip of fanlights with yellow cathedral glass. The loggia is closed off by a three-sided hipped roof with a profiled gutter line on corbels, which is arched above the semicircle. The facade section above at the third storey has two rectangular windows with single-pane lower windows and twelve-pane fanlights (the shutters have been removed). The facade finish consists of three stepped crenellations with coping plates. The REAR FACADE has in the narrow extended aisles an entrance with fanlight and flanking T-sash window with fanlight on the first storey. The second and third storeys each have a rectangular window with T-sash window and twelve-pane fanlight. All wall openings are closed off by blind segmental arches. The wide aisles have on the first storey a conservatory with lean-to roof and mostly modernised garden doors, side and fanlights; on the second storey a deep recessed balcony with wooden railing (elliptically curved rails) and sliding doors between single-pane side and multi-pane fanlights; on the overhanging third storey, which rests on an iron profile beam, two coupled T-sash windows with multi-pane fanlights under a shared blind segmental arch. The original situation of the rear facade is reasonably well preserved at numbers 6 and 8, but significantly altered at number 10. The INTERIORS of these two-aisle townhouses all still possess a large number of original elements, such as:
- vestibules with walls partly tiled (neo-renaissance motifs) and partly stuccoed (cornices with rosettes and Art Nouveau motifs), white marble floors and skirtings, draught doors between side and multi-pane fanlights (no.10: sandblasted glass with whiplash and bell flowers);
- corridors with white marble floors and skirtings, various panelled doors with profiled frames and arched tops, wooden stairs with finely worked newels, balusters and profiled handrails (no.8: marbled wainscotting, wooden doors and staircase, house telephone by the firm Otto Lincker Arnhem);
- rooms en suite in which various plaster ceilings with cornices, corner and centre rosettes in Art Nouveau style, as well as black marble fireplaces;
- kitchens with original fitted cupboards, such as a display cabinet, a dresser, granito worktop with cupboards fitted with oval wooden door knobs and a fireplace in the corner with a profiled fireplace mantel;
- the bathroom of number 6 still possesses the original wall tiles provided with two bands with representations in black, green, white, yellow and turquoise of water lilies in relief.
The FENCES (XXa) with brick base enclosing each front garden of the three adjoining townhouses adjoin the stoop. The fence consists of wrought-iron main rails with diamond-shaped point between which identical smaller rails. The rails are connected by a horizontal band placed on both sides at the bottom and two horizontal bands placed on both sides at the top between which circles. At the access path to the front door there is in the fence a gate which is provided with a diagonal band.
Valuation
Row of three TOWNHOUSES with FENCES from ca. 1905-1910.
- Of architectural historical value as a fine and well-preserved example of three adjoining substantial townhouses in a mixed style with Art Nouveau influences. The object stands out for high-quality aesthetic qualities in interior and exterior, such as a well-preserved and varied main form with bay windows, balconies and a loggia, rich use of materials and special ornamentation. These houses possess a reasonably well-preserved spatial structure and a large number of valuable interior elements, such as decorative wall tiles, marble floors, finely worked stairs and various plaster ceilings in Art Nouveau style. Furthermore the object is a fine example of Art Nouveau architecture by architect WILLEM DIEHL (1876-1959), and, partly through its relative preservation and rarity, occupies an important place within his oeuvre and national architectural history.
- As a fine example of fences on brick bases dating from the first quarter of the twentieth century, designed in mixed style with Art Nouveau influences consisting of wrought-iron rails with diamond-shaped point, circles and horizontal lines.
- Of urban planning value as an essential part of the Transvaalbuurt: a small district from the beginning of the twentieth century, which was laid out according to an urban plan by ir Tellegen and predominantly built with more or less adjoining rows of townhouses in Art Nouveau style. The building has ensemble value in relation to the surrounding buildings (a considerable part of which was also designed by Diehl) and the Art Nouveau-style bridges over the St. Jansbeek.
- Due to the demarcation of a front garden by means of a fence with swing gate characteristic of the Transvaalbuurt dating from the beginning of the twentieth century.
Cultural-historical description
WILLEM DIEHL (1876-1959) after his training at the trade school in 's-Gravenhage lived from 1898 to 1902 in Antwerp and Brussels. At the office of E. Thielens he met architect E. van Averbeke (1876-1946) - the later city architect of Antwerp - with whom he associated and between 1899 and 1901 designed various properties in Art Nouveau style in Antwerp. In 1902 Diehl established himself in Arnhem where he introduced a building style inspired by foreign Art Nouveau movements. The numerous mansions designed by him in the Transvaalbuurt from the period 1904-1915, including the Belderbos property on the Zijpendaalseweg and his own residence De la Reijstraat 11, form a sample of diverse expressions of Nieuwe Kunst with its distinctive window forms and glazing bars, rich application of ornamentation and varied use of materials, also in the interior. Two properties at the nearby Willemsplein are illustrative of the further stylistic development within Diehl's oeuvre. Firstly, there is the former Luxor cinema from 1915-1916: a theatre for film screenings executed entirely in Art Deco style with the allure of a grand café. The second property concerns the Vesta office from 1930-1931: an office building executed in businesslike traditionalist style with elements of Art Deco and restrained Amsterdam School.
Nearby in the register
- Beek en DalWoonhuisunder 1 mi
- Winkelwoning, Cronjéstraat 4Werk-woonhuisunder 1 mi
- Kantoorwoning, Cronjéstraat 2Werk-woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Cronjéstraat 15Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.