TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Bothaplein 1

Arnhem, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1910
Address
Bothaplein 1, Locatie: Transvaalbuurt, 6814 AJ Arnhem
Place
Arnhem
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.98639, 5.90678
Monument number
516922

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding:

HERENHUIS met HEKWERK. In het halfvrijstaande hoekpand, dat vanaf 1915 als kantoor van de PGEM (Provinciale Gelderse electriciteitsmaatschappij) dienst heeft gedaan, daarna een tijd lang als pension in gebruik is geweest (Pension Quantum) is thans een kantoor gevestigd. Het huis is gebouwd ca. 1910 in een sobere stijl die invloeden vertoont van geometrische Art Nouveau, Engelse landhuisstijl en rationalisme. Het pand is waarschijnlijk ontworpen door Willem Diehl.

Het herenhuis is gelegen op hoek van het Bothaplein en de De La Reijstraat, het centrale plein en één van de voornaamste straten in de Transvaalbuurt, een door ir. Tellegen ontworpen wijk met overwegend herenhuizen uit de periode 1905-1915, waarvan een groot deel is ontworpen door W. Diehl. De zuidgevel (voorgevel) aan het Bothaplein kijkt uit over de St. Jansbeek en een van haar bruggen in Art Nouveau-stijl, de westgevel ligt aan de De la Reijstraat en kijkt via het noordelijke deel van de De la Reijstraat uit over park Sonsbeek. De oostgevel kijkt uit op de zijgevel van het aangrenzende pand Bothaplein 1a. Hiertussen bevindt zich de bij het pand behorende garage, die door een moderne aanbouw is ingekapseld. Door deze aanbouw, die niet onder de bescherming valt, staan beide panden met elkaar in verbinding. De achtergevel en de rechter zijgevel van het pand De La Reijstraat 7 grenzen aan elkaar.

Het pand bezit aan beide straten een smalle strook tuin van het trottoir gescheiden door een smeedijzeren hekwerk.

Omschrijving:

Het HERENHUIS bezit een nagenoeg rechthoekig grondplan met aan de zuidzijde twee door topgevels afgesloten hoekrisalieten, waarvan de linker iets meer naar voren springt en een gebogen erker over twee bouwlagen bezit. Aan de westzijde bevindt zich een halfronde erker. Het pand telt een souterrain, twee-en-een-halve bouwlaag en een zolderverdieping onder een overstekend schilddak met de nokrichting evenwijdig aan het Bothaplein. Op de hoeken, boven de topgevels sluiten haaks op het schilddak staande, overstekende zadeldaken aan. De daken zijn gedekt met rode geglazuurde kruispannen. Op de nokeinden staan terracotta pironnen. De daken worden beëindigd door geprofileerde windveren en bakgoten op resp. doorlopende gordingen en klossen.

Tussen de aankappingen bevindt zich een dakopbouw, voorzien van een vierdelig kozijn met vier 9-ruits ramen, over de gehele breedte van het teruggelegen gedeelte. De dakopbouw wordt afgesloten door een geprofileerde bakgoot op klossen, die links en rechts aansluit op de goten van de topgeveldaken. Onder de dakopbouw bevinden zich nog enkele rijen dakpannen.

In het voorschild bevindt zich een gemetselde schoorsteen. In het achterschild bevindt zich een vrij groot dakvenster dat voor de daglichttoevoer in het trappenhuis zorgt. De linker en de rechter zijgevel bezitten ieder een travee, die eindigt in een gebogen afgesloten Vlaamse gevel, gedekt door een gebogen zinken dakje, waarbij de goot de curve van de gevelbeëindiging volgt.

De gevels zijn opgetrokken uit in kruisverband gemetselde roodbruine baksteen en asymmetrisch ingedeeld.

De VOORGEVEL (zuidgevel) telt drie traveeën en bezit in het teruggelegen middengedeelte een ingangspartij, bestaande uit een ondiep portiek, waarin zich een paneeldeur bevindt met 5-ruits zijlichten en rondboogvormig afgesloten veelruits bovenlicht. Boven- en zijlichten zijn voorzien van glas-in-lood. Voor de deur bevindt zich een bordes, dat toegankelijk is via enkele met hardsteen bedekte traptreden tussen gemetselde muurtjes met zandstenen hoekblokken. Links naast het portiek bevindt zich een rondboogvenster, voorzien van een kozijn met schuifraam en 5-ruits zijlichten en rondboogvormig afgesloten veelruits bovenlicht. Onder het kozijn bevinden zich twee lagen baksteen en een gepleisterde onderdorpel. Hieronder bevindt zich een souterrainvenster, afgesloten door een strek met gepleisterde geboortestenen. Boven deur en venster bevindt zich een tweemaal concaaf gebogen luifel, rustend op gebogen schoren en voorzien van een gebogen, geprofileerde lijst. De schoren rusten op drie paar uit de muur stekende, bewerkte balken, waaraan getordeerde smeedijzeren trekstangen zijn bevestigd. Boven de luifel bevindt zich een ovaal, door een rollaag omlijst, gepleisterd veld. Hiertegen is in smeedijzer het monogram van de huidige gebruiker van het pand bevestigd.

Boven het ovaal bevindt zich een venster met tweedelig kozijn en twee 9-ruits schuiframen.

De linker risaliet bezit over twee bouwlagen een gebogen erker, afgesloten door een geprofileerde lijst op klossen. De erker bezit op beide bouwlagen drie ramen met veelruits bovenlichten. Boven de bovenlichten bevinden zich stroken houten delen. De erkervensters worden gescheiden door een met shingles bedekte band.

Boven de erker bevindt zich een door een latei afgesloten venster met driedelig kozijn en drie 6-ruits ramen. De topgevel wordt afgesloten door een licht uitspringende, gepleisterde driehoek op klossen, voorzien van een driehoekig, driedelig venster met drie meerruits ramen. De uitspringende partij wordt ondersteund door twee lisenen rustend op gepleisterde consoles. Tussen de consoles bevindt zich de latei, die het driedelig venster boven de erker afsluit. Tussen de lisenen, die aan de bovenzijde zijn voorzien van een gepleisterde band, bevinden zich drie door verticale rollagen gescheiden spaarvelden met metselmozaïek.

De rechter risaliet bezit in de eerste en tweede bouwlaag een rechthoekig venster, voorzien van kozijnen met schuiframen en twee 9-ruits bovenlichten, waarvan de roeden direct in het kozijn zijn geplaatst. Boven het kozijn bevinden zich een rollaag en vijf lagen baksteen, afgesloten door een strek met gepleisterde geboortestenen. Hierboven is de gevel op dezelfde wijze uitgevoerd als de linker risaliet.

Onder in de voorgevel bevinden zich een aantal koekoeken met door strekken met gepleisterde sluitstenen afgesloten souterrainvensters, die zijn voorzien van meerruits ramen en smeedijzeren tralies.

De LINKER ZIJGEVEL telt twee traveeën en bezit in de eerste bouwlaag rechts een grote halfronde erker, afgesloten met een houten lijst en een geprofileerde goot op klossen. De erker bezit rondom zes 12-ruits ramen. Links hiervan bevindt zich een door een latei afgesloten rechthoekig venster met schuifraam en tweedelig bovenlicht met twee 9-ruits ramen. Het venster wordt geflankeerd door twee kleinere vensters, afgesloten door segmentbogen met zandstenen sluitstenen en voorzien van gemetselde boogtrommels en draairamen. Onder het venster bevindt zich een toegang naar het souterrain, bestaande uit een dubbele meerruits deur, afgesloten door een strek met gepleisterde sluitstenen. Op de eerste verdieping bevindt zich links een gebogen balkon met een geprofileerde lijst en gesneden klossen, rustend op bewerkte zandstenen consoles, waarvan de balustrade aan de zijkanten bestaat uit gemetselde muurtjes met zandstenen hoekblokken en aan de voorkant een niet oorspronkelijk, gebogen hek bezit. Het balkon is toegankelijk via een schuifdeur met tweedelig bovenlicht met twee 9-ruits ramen. Boven het kozijn bevinden zich een rollaag en vijf lagen baksteen, afgesloten door gepleisterde geboortestenen. Boven de erker bevindt zich een venster met houten kruiskozijn, voorzien van twee ramen en twee 9-ruits bovenlichten. Het venster is aan de bovenzijde op dezelfde wijze afgesloten als de balkondeur.

Op de tweede verdieping bevindt zich zowel links als rechts een breed venster met vijfdelig kozijn en vijf 6-ruits ramen. Het bovenste deel van het rechter venster bevindt zich in de gebogen Vlaamse gevel en bestaat uit drie 4-ruits bovenlichten boven de middelste drie ramen. De Vlaamse gevel is beschoten met houten delen.

De RECHTER ZIJGEVEL telt twee traveeën en bezit links onder een door een latei afgesloten rechthoekig venster met schuifraam en tweedelig bovenlicht met twee 9-ruits ramen. Het venster wordt geflankeerd door twee kleinere vensters, afgesloten door segmentbogen met gepleisterde sluitstenen en voorzien van gemetselde boogtrommels en draairamen. Op de eerste verdieping bevindt zich links een gewijzigd, gebogen balkon op consoles, waarvan de balustrade aan de zijkanten bestaat uit gemetselde muurtjes en aan de voorkant een niet oorspronkelijk, gebogen hek bezit. Het balkon is toegankelijk via een schuifdeur met tweedelig bovenlicht met twee 9-ruits ramen. Boven het kozijn bevinden zich een rollaag en vijf lagen baksteen, afgesloten door gepleisterde geboortestenen.

De begane grond van de rechter travee wordt ingenomen door de moderne aanbouw, die het pand verbindt met de voormalige garage en het buurpand. Op de eerste verdieping bevindt zich een venster met een breed T-schuifraam en tweedelig bovenlicht met twee 9-ruits bovenlichten. Het venster wordt aan de bovenzijde op dezelfde wijze afgesloten als de balkondeur.

Op de tweede verdieping bevindt zich links een breed venster met vijfdelig kozijn en vijf 6-ruits ramen en rechts een vierdelig venster met vier 6-ruits ramen. Het bovenste deel van het linker venster bevindt zich in de gebogen Vlaamse gevel en bestaat uit drie 4-ruits bovenlichten boven de middelste drie ramen. De Vlaamse gevel is beschoten met houten delen.

Rechts van het pand bevindt zich de voormalige garage, waarvan de voorgevel nog buiten de moderne aanbouw uitsteekt. Deze is voorzien van dubbele houten deuren met ruiten en wordt afgesloten door een houten lijst en een geprofileerde bakgoot op klossen.

De tuin wordt begrensd door een smeedijzeren HEKWERK op een bakstenen voetmuur. Aan de voorzijde maken de hekwerken bij de ingangspartij een hoek van 90° en sluiten aan op de gemetselde muurtjes, die de traptreden naar de voordeur flankeren. Hier zijn de hekwerken links en rechts van een draaihek voorzien. De stoep voor de traptreden is bedekt met gele tegels. Aan de westzijde is het hekwerk voorzien van een dubbel draaihek, dat toegang geeft tot de ingang van het souterrain.

Het INTERIEUR bevat nog enkele oorspronkelijke elementen zoals: de indeling die in grote lijnen bewaard is gebleven; een vestibule met marmeren vloer en plinten; hal, gang en trappenhuis met houten paneellambrizeringen, waarin paneeldeuren met geprofileerde omlijsting zijn opgenomen; het trappenhuis met een omlopende bordestrap, voorzien van een houten leuning, bestaande uit afwisselend spijlen en planken en een geprofileerde handlijst; enkele Art nouveau-stucplafonds met rechthoekige vlakken en roosmotieven in "Mackintosh-stijl"

Waardering:

HERENHUIS met HEKWERK gebouwd rond 1910 waarschijnlijk door W. Diehl.

- Van architectuurhistorisch belang als een goed en gaaf voorbeeld van een herenhuis in een stijl die invloeden vertoont van geometrische Art Nouveau, Engelse landhuisstijl en rationalisme. Het herenhuis is van architectuurhistorisch belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp zoals een markante hoofdvorm en een bijzondere detaillering.

- Van stedenbouwkundig belang vanwege de prominente plaats op de hoek van het Bothaplein en de De la Reystraat midden in de voornamelijk tussen 1905 en 1915 gebouwde Transvaalbuurt, waar een aanzienlijk deel van de herenhuizen door Diehl is ontworpen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction:

MANSION with IRONWORK FENCE. In the semi-detached corner building, which has served as the office of the PGEM (Provincial Gelderse Electricity Company) since 1915, was later used for a time as a pension (Pension Quantum) and now houses an office. The house was built around 1910 in a sober style showing influences of geometric Art Nouveau, English country house style and rationalism. The building was probably designed by Willem Diehl.

The mansion is situated on the corner of Bothaplein and De La Reijstraat, the central square and one of the principal streets in the Transvaalbuurt, a neighbourhood designed by engineer Tellegen with predominantly mansions from the period 1905-1915, a large part of which were designed by W. Diehl. The south facade (front facade) facing Bothaplein overlooks the St. Jansbeek and one of its bridges in Art Nouveau style; the west facade faces De la Reijstraat and overlooks park Sonsbeek via the northern part of De la Reijstraat. The east facade overlooks the side facade of the adjacent building Bothaplein 1a. Between them is the garage belonging to the building, which has been enclosed by a modern extension. Through this extension, which is not under protection, both buildings are connected to each other. The rear facade and the right side facade of the building De La Reijstraat 7 border each other.

The building has on both streets a narrow strip of garden separated from the pavement by wrought-iron ironwork.

Description:

The MANSION has an approximately rectangular ground plan with two corner risalits on the south side terminated by stepped gables, the left one projecting slightly further and featuring a curved bay window over two storeys. On the west side there is a semi-circular bay window. The building has a basement, two-and-a-half storeys and an attic storey under an overhanging hipped roof with the ridge direction parallel to Bothaplein. On the corners, above the stepped gables, gabled roofs perpendicular to the hipped roof and overhanging are attached. The roofs are covered with red glazed crossed tiles. Terracotta ridge finials stand on the ridge ends. The roofs are finished with profiled wind verges and gutters on respectively continuous purlins and corbels.

Between the roof edges is a roof structure fitted with a four-part window frame with four 9-pane windows over the full width of the recessed section. The roof structure is finished with a profiled gutter on corbels, which connects on the left and right to the gutters of the stepped gable roofs. Below the roof structure are several more rows of roof tiles.

In the front roof slope is a brick chimney. In the rear roof slope is a large roof window that provides daylight to the stairwell. The left and right side facades each have a bay that ends in a curved Flemish gable, covered by a curved zinc roof, with the gutter following the curve of the gable termination.

The facades are built of reddish-brown brick laid in flemish bond and asymmetrically arranged.

The FRONT FACADE (south facade) has three bays and features in the recessed central section an entrance arrangement consisting of a shallow porch with a panelled door with 5-pane sidelights and a segmental arched multi-pane fanlight. Top and sidelights are fitted with stained glass. In front of the door is a landing accessible via several steps covered with hard stone between brick walls with sandstone corner blocks. To the left of the porch is a segmental arched window with a frame with sash window and 5-pane sidelights and a segmental arched multi-pane fanlight. Below the frame are two layers of brick and a plastered sill. Below this is a basement window closed by a lintel with plastered birth stones. Above door and window is a twice concavely curved canopy resting on curved brackets and fitted with a curved, profiled moulding. The brackets rest on three pairs of worked beams projecting from the wall, to which twisted wrought-iron tie rods are attached. Above the canopy is an oval, framed by a roll moulding, plastered panel. Against it is attached in wrought iron the monogram of the current user of the building.

Above the oval is a window with two-part frame and two 9-pane sash windows.

The left risalite has over two storeys a curved bay window, finished with a profiled moulding on corbels. The bay window has three windows on both storeys with multi-pane fanlights. Above the fanlights are strips of wooden parts. The bay windows are separated by a band covered with shingles.

Above the bay window is a window closed by a lintel with three-part frame and three 6-pane windows. The stepped gable is finished by a slightly projecting, plastered triangle on corbels, fitted with a triangular, three-part window with three multi-pane windows. The projecting section is supported by two pilaster strips resting on plastered corbels. Between the corbels is the lintel that closes the three-part window above the bay window. Between the pilaster strips, which are fitted at the top with a plastered band, are three panels with brick mosaic separated by vertical roll mouldings.

The right risalite has in the first and second storey a rectangular window, with frames with sash windows and two 9-pane fanlights, the glazing bars of which are placed directly in the frame. Above the frame are a roll moulding and five layers of brick, finished by a lintel with plastered birth stones. The facade above is executed in the same manner as the left risalite.

In the lower part of the front facade are a number of basement areas with basement windows closed by lintels with plastered voussoirs, fitted with multi-pane windows and wrought-iron grilles.

The LEFT SIDE FACADE has two bays and in the first storey on the right has a large semi-circular bay window, finished with a wooden moulding and a profiled gutter on corbels. The bay window has around it six 12-pane windows. To the left of this is a rectangular window closed by a lintel with sash window and two-part fanlight with two 9-pane windows. The window is flanked by two smaller windows, closed by segment arches with sandstone voussoirs and fitted with brick arch rings and casement windows. Below the window is an entrance to the basement, consisting of a double multi-pane door, closed by a lintel with plastered voussoirs. On the first floor on the left is a curved balcony with a profiled moulding and carved corbels, resting on worked sandstone corbels, the balustrade of which consists at the sides of brick walls with sandstone corner blocks and at the front has a non-original, curved railing. The balcony is accessible via a sliding door with two-part fanlight with two 9-pane windows. Above the frame are a roll moulding and five layers of brick, finished with plastered birth stones. Above the bay window is a window with wooden cross window frame with two windows and two 9-pane fanlights. The window is closed at the top in the same manner as the balcony door.

On the second floor on both left and right is a broad window with five-part frame and five 6-pane windows. The upper part of the right window is located in the curved Flemish gable and consists of three 4-pane fanlights above the middle three windows. The Flemish gable is boarded with wooden parts.

The RIGHT SIDE FACADE has two bays and on the left below has a rectangular window closed by a lintel with sash window and two-part fanlight with two 9-pane windows. The window is flanked by two smaller windows, closed by segment arches with plastered voussoirs and fitted with brick arch rings and casement windows. On the first floor on the left is a modified curved balcony on corbels, the balustrade of which consists at the sides of brick walls and at the front has a non-original, curved railing. The balcony is accessible via a sliding door with two-part fanlight with two 9-pane windows. Above the frame are a roll moulding and five layers of brick, finished with plastered birth stones.

The ground floor of the right bay is occupied by the modern extension connecting the building to the former garage and the neighbouring building. On the first floor is a window with a broad T-sash window and two-part fanlight with two 9-pane fanlights. The window is closed at the top in the same manner as the balcony door.

On the second floor on the left is a broad window with five-part frame and five 6-pane windows and on the right is a four-part window with four 6-pane windows. The upper part of the left window is located in the curved Flemish gable and consists of three 4-pane fanlights above the middle three windows. The Flemish gable is boarded with wooden parts.

To the right of the building is the former garage, of which the front facade still projects beyond the modern extension. This is fitted with double wooden doors with panes and is finished by a wooden moulding and a profiled gutter on corbels.

The garden is bounded by wrought-iron IRONWORK on a brick base wall. On the front side the ironwork makes a 90° angle at the entrance and connects to the brick walls flanking the steps to the front door. Here the ironwork is fitted on the left and right with a gate. The pavement in front of the steps is covered with yellow tiles. On the west side the ironwork is fitted with a double gate giving access to the basement entrance.

The INTERIOR still contains several original elements such as: the layout which has been largely preserved; a vestibule with marble floor and skirting boards; hall, corridor and stairwell with wooden panelled wainscoting, in which panelled doors with profiled frames are incorporated; the stairwell with a surrounding flight of stairs fitted with a wooden handrail consisting of alternating balusters and boards and a profiled handrail; several Art Nouveau stucco ceilings with rectangular panels and rose motifs in "Mackintosh style"

Valuation:

MANSION with IRONWORK FENCE built around 1910 probably by W. Diehl.

- Of architectural-historical importance as a good and intact example of a mansion in a style showing influences of geometric Art Nouveau, English country house style and rationalism. The mansion is of architectural-historical importance because of the high-quality aesthetic qualities of the design such as a distinctive main form and special detailing.

- Of urban planning importance because of its prominent position on the corner of Bothaplein and De la Reijstraat in the middle of the Transvaalbuurt, built mainly between 1905 and 1915, where a considerable part of the mansions were designed by Diehl.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map