TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Praktijkwoning, De la Reijstraat 13

Arnhem, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Werk-woonhuis
Function
Praktijkwoning
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1910
Address
De la Reijstraat 13, 6814 AD Arnhem (and others)
Place
Arnhem
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.98559, 5.90728
Monument number
516921

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

DUBBEL HERENHUIS met HEK, thans tandartspraktijk (nummer 11) en kamerverhuur (nummers 11 en 13), ca. 1910 gebouwd naar ontwerp van architect W. Diehl. De detaillering en de ornamenten zijn uitgevoerd in Art Nouveau-stijl, de hoofdvormen zijn geïnspireerd op de Engelse landhuisstijl. Kenmerkend zijn de golvende lijnen van de dakkapellen en erkers; de toepassing van kozijnen met een vast kalf, veelruits verdeling in de bovenlichten en roeden die direct in het kozijnhout zijn geplaatst; de geometrisch-abstracte detaillering in het exterieur; een combinatie van geometrische èn aan de wereld van fauna en flora ontleende versieringsvormen in het interieur (zeer rijk uitgevoerd in nummer 11). De la Reijstraat 11 was het eigen woonhuis van architect Diehl.

Dit dubbel herenhuis bevindt zich even ten noorden van het centrum in de Transvaalbuurt: een door het Sonsbeekpark, de Apeldoornseweg, de spoordijk en de Zijpendaalseweg begrensde wijk met een stedebouwkundig plan naar ontwerp van ir Tellegen en overwegend bebouwd met min of meer aaneengesloten rijen herenhuizen uit de periode 1905-1915. Een aanzienlijk deel van deze huizen is uitgevoerd naar ontwerpen van de architect Diehl en vertonen invloeden van de Art Nouveau-stijl.

Het pand is gesitueerd in de rooilijn aan de oostzijde van de De la Reijstraat en kijkt uit over de St. Jansbeek met haar bruggen in Art Nouveau-stijl. Het belendende pand aan de rechter zijde staat op de hoek met de Sonsbeeksingel. De éénlaags uitbouw met plat dak aan de linker zijde betreft de voormalige tekenzaal van de architect uit 1919. Het hierop aansluitende herenhuis De la Reijstraat 9 (hoek Bothaplein) is eveneens ontworpen door Diehl in dezelfde tijd en stijl met een vergelijkbare detaillering als onderhavig pand. De ondiepe voortuin wordt aan de straatzijde ter plaatse van nummer 13 afgesloten door een smeedijzeren HEK. Het oorspronkelijke hek is bij nummer 11 verwijderd.

Omschrijving:

Deels onderkelderd DUBBEL HERENHUIS van twee bouwlagen en zolderverdieping op rechthoekig grondplan. De tweebeukige woonhuizen grenzen met de brede beuk aan elkaar. De bakstenen gevels zijn in kruisverband gemetseld. De voorgevel van nummer 11 en een gedeelte van de linker zijgevel zijn grijs gesausd (niet oorspronkelijk). Overigens zijn de zijgevels en de achtergevel gepleisterd en in lichte tinten geschilderd. De zolderverdieping heeft een plat dak met aan de straatzijde een dakschild dat links een stukje de hoek omgaat. Dit dakschild is belegd met rode kruispannen en watert af via een houten bakgoot op bewerkte klossen. In het dakschild is over nagenoeg de gehele gevelbreedte een plat gedekte dakkapel geplaatst met meerruits (draai-)ramen. De beuken worden gemarkeerd door gemetselde muurdammen. Ter plaatse van de brede beuken vertoont de dakkapel een golvende daklijn en is de top beschoten. Op het platte dak bevinden zich ter plaatse van de scheidingsmuur twee gekoppelde schoorstenen.

De spiegel-symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL bezit in de linker en rechter beuk twee identieke ingangspartijen. Gemetselde bordestrappen met hardstenen treden en tegelvloeren (rood/geel) tussen hoog opgetrokken gemetselde bomen, geven toegang tot paneeldeuren met elk vier kijkramen waarin geslepen glas. De onderdorpels en neuten zijn van hardsteen. Beide ingangen worden geflankeerd door vierruits zijlichten met geel glas-in-lood. Boven de ingangen zijn ver uitkragende, platte houten luifels aangebracht die rusten op bewerkte balken. Boven de luifels zijn segmentbogen ingemetseld. Links van de ingang van nummer 11 bevindt zich nog een extra (dienst?)ingang die bestaat uit een paneeldeur met kijkraampje en smeedijzeren rooster (cirkelmotieven), en een afsluitende rollaag en ingemetselde segmentboog. Boven de ingangspartijen bevindt zich in de tweede bouwlaag een rechthoekig venster met enkelruits schuifraam en twintigruits bovenlicht met geel glas-in-lood. De twee aan elkaar grenzende brede beuken zijn beide voorzien van een over twee bouwlagen doorlopende gebogen erker met plat dak ter hoogte van de bakgoot. De erkers bezitten in zowel de eerste als in de tweede bouwlaag drie gekoppelde rechthoekige vensters met enkelruits onderramen (oorspronkelijk schuiframen) en gebogen zestienruits bovenlichten met geel glas-in-lood. De stroken tussen de vensters in de eerste en tweede bouwlaag zijn bekleed met leien in Maasdekking.

De grotendeels ingebouwde RECHTER ZIJGEVEL is blind. De LINKER ZIJGEVEL bezit in het voorste gedeelte (onder het omgaande dakschild) een dichtgezet rechthoekig venster. In het wit gepleisterde gedeelte daarachter bevinden zich twee grote rechthoekige glas-in-loodramen ter plaatse van het trappenhuis.

De ACHTERGEVEL bezit in de linker en rechter beuk een ingang met vernieuwde keukendeur en zij- en bovenlichten (bij nummer 11 is de deur vervangen door een raam), en in de tweede bouwlaag een rechthoekig venster met stolpraam en bovenlicht. De twee aan elkaar grenzende brede beuken hebben in de eerste bouwlaag een dubbele tuindeur tussen zijlichten en een meerruits bovenlicht (met bij nummer 11 geel glas-in-lood). De indeling van deze pui is bij nummer 13 gewijzigd. De brede ondiepe balkons met eenvoudige houten hekken zijn bereikbaar via dubbele deuren met bovenlichten. De ten opzichte van de achtergevel enigszins teruggelegen zolderverdieping bestaat uit een reeks tweeruits vaste en openslaande ramen. Aansluitend op de rechter zijgevel bevindt zich tegen de achtergevel van nummer 13 een oorspronkelijk éénlaags schuurtje (annex voormalige w.c. en kolenhok) met plat dak en drie paneeldeuren met elk twee ruitjes en ventilatiesleuven.

De RUIMTELIJKE STRUCTUUR van deze tweebeukige woonhuizen is nog goeddeels intact, met in de brede aan elkaar grenzende beuken kamers en suite, en in de smallere linker en rechter beuk kelder, vestibule, gang met trappenhuis en toilet, kabinet en badkamer. De zolderverdieping heeft een licht gewijzigde indeling met kamers.

Beide woonhuizen bezitten een groot aantal waardevolle interieurelementen. Met name het INTERIEUR van nummer 11 is uitzonderlijk rijk uitgevoerd en in gave staat (alleen de keuken is volledig gemoderniseerd). De vestibule bezit een wit marmeren vloer en plint, hoge houten lambrizering met panelen en een polychrome wand- en plafondbeschildering: een zich herhalend patroon bestaande uit een gelijkmatige verdeling van gestileerde plant- en diermotieven zonder dieptesuggestie, zoals bloemen, grillige bomen, hagedissen, pauwen, vogels en sterren. De hal bezit een wit marmeren vloer en plinten, houten lambrizering en houten trap met grote achtzijdige trappaal (ingekerfde vierkantjes en vierkante klosjes onder de dekplaat), binnenboom met taps toelopende houten spijlen en geprofileerde handlijsten, een toilet met ivoorkleurige facettegels en fonteintje. De kamers en suite in de eerste bouwlaag bezitten een parketvloer in visgraatpatroon met inlegwerk, een plafond van geprofileerde balken met gespannen linnen waarop een omgaande geschilderde band decoratief vlakornament (oker, grijs, rood, zwart), in de voorkamer een zwart geaderde grijs marmeren schoorsteenmantel met ingekerfde verticale ornamentbanden (lijnen en vierkanten met ingeschreven cirkels), een schuifdeur met geslepen glas en kasten aan weerszijde, in de achterkamer een betegelde schoorsteenmantel (groen/blauw geëmailleerd) waarin een rechthoekig tegeltableau is opgenomen met een voorstelling van een bloemen plukkende vrouw in een landschap met molen (fabrikaat Joost Thooft en La Bouchere uit Delft). Een kleine kamer in de linker beuk van de tweede bouwlaag bezit een geprofileerde hoge houten plint, een omgaande houten kroonlijst ter hoogte van de bovendorpels van de deuren en een vitrine-muurkast. De kamers en suite in de brede beuk van de tweede bouwlaag bezitten vlakke grijs marmeren schouwen waaromheen een hoge houten schoorsteenmantel met verticale groeven, vierkante klosjes onder de kroonlijst en een geïntegreerde geslepen spiegel, een stucplafond met omgaande lijsten en een middenrozet (kruis met uitwaaierende pauweveren). Het soberder uitgevoerde interieur van nummer 13 bezit onder andere een wit marmeren vloer en plinten in de vestibule en de gang; diverse gehoute paneeldeuren; twee eenvoudige zwart marmeren schouwen en een stucplafond met omgaande lijsten en 'middenrozet' in de kamers en suite; een vloer van zeshoekige tegels in de serre (rood/wit); een terrazzovloer, granito-aanrecht, doorgeefluikje, vaste buffetkast en schouw in de keuken; wit marmeren vloer, ivoorkleurige facettegels en fonteintje in het toilet; een houten trap met bewerkte trappaal en twee geprofileerde handlijsten in het trappenhuis; stucplafonds met omgaande lijsten en middenrozet (kruis met uitwaaierende pauweveren) en zwart marmeren schouwen in de kamers en suite in de tweede bouwlaag.

Waardering:

DUBBEL HERENHUIS met HEK uit ca. 1910.

- Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld van twee aaneengebouwde aanzienlijke herenhuizen, die in hoofdvorm verwant zijn aan de Engelse landhuisstijl en waarvan de detaillering is ontleend aan de Art Nouveau-stijl. De panden vallen op door hoogwaardige esthetische kwaliteiten, in in- en exterieur, zoals een hoofdvorm met gave verhoudingen en gebogen lijnen, rijk en gevarieerd materiaalgebruik en bijzondere ornamentiek. Met name De la Reijstraat 11 heeft een zeldzaam rijk interieur in Art Nouveau-stijl met bijzondere onderdelen, zoals beschilderd behang en plafonds, geornamenteerde schoorsteenmantels (hout, tegels, marmer) en stucplafonds. De interieurelementen bezitten een een hoge kunsthistorische waarde. Voorts is het pand een goed voorbeeld van late Art Nouveau binnen het oeuvre van architect WILLEM DIEHL (1876-1959), en neemt het, mede door het gave en zeldzaam rijk uitgevoerde interieur, een belangrijke plaats in binnen de landelijke architectuurgeschiedenis.

- Van stedebouwkundige waarde als essentieel onderdeel van de Transvaalbuurt: een kleine wijk uit het begin van de twintigste eeuw, die is opgezet volgens een stedebouwkundig plan van ir Tellegen en overwegend bebouwd met min of meer aaneengesloten rijen herenhuizen in Art Nouveau-stijl. Het pand heeft ensemblewaarde in relatie met de omringende bebouwing (waarvan een aanzienlijk deel eveneens is ontworpen door Diehl) en de bruggen in Art Nouveau-stijl over de St. Jansbeek.

- Van cultuurhistorische waarde als voormalig woonhuis van de belangrijke architect W. Diehl met een gaaf en zeer rijk uitgevoerd interieur in Art Nouveau-stijl; zijnde een bijzondere uitdrukking van een kunsthistorische ontwikkeling, verbonden aan enige innovatieve waarde.

WILLEM DIEHL (1876-1959) verbleef na zijn opleiding aan de ambachtsschool in 's-Gravenhage van 1898 tot 1902 in Antwerpen en Brussel. Op het bureau van E. Thielens ontmoette hij architect E. van Averbeke (1876-1946) - de latere stadsarchitect van Antwerpen - met wie hij zich associeerde en tussen 1899 en 1901 in Antwerpen verschillende panden in Art Nouveau-stijl ontwierp. In 1902 vestigde Diehl zich in Arnhem waar hij een op buitenlandse Art Nouveau-stromingen geïnspireerde bouwstijl introduceerde. De talrijke door hem ontworpen herenhuizen in de Transvaalbuurt uit de periode 1904-1915, waaronder het Belderbos-pand aan de Zijpendaalseweg en zijn eigen woonhuis De La Reijstraat 11, vormen een staalkaart van diverse uitingen van Nieuwe Kunst met haar bijzondere venstervormen en roedenverdelingen, rijke toepassing van ornamentiek en gevarieerd materiaalgebruik, ook in het interieur. Twee panden aan het nabij gelegen Willemsplein zijn illustratief voor de verdere stilistische ontwikkeling binnen het oeuvre van Diehl. Allereerst is dat de voormalige Luxor-bioscoop uit 1915-1916: een volledig in Art Déco-stijl uitgevoerd theater voor filmvoorstellingen met grand café achtige allure. Het tweede pand betreft het Vesta-kantoor uit 1930-1931: een in zakelijk traditionalistische stijl uitgevoerd kantoorgebouw met elementen van Art Déco en sobere Amsterdamse School.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

DOUBLE TOWNHOUSE with FENCE, now dental practice (number 11) and room rental (numbers 11 and 13), built circa 1910 after a design by architect W. Diehl. The detailing and ornaments are executed in Art Nouveau style, the main forms are inspired by English country house style. Characteristic are the undulating lines of the roof dormers and bay windows; the use of windows with a fixed frame, multi-pane glazing in the fanlights and glazing bars placed directly into the window frame timber; the geometrical-abstract detailing on the exterior; a combination of geometric and decoration forms derived from the world of fauna and flora in the interior (very richly executed in number 11). De la Reijstraat 11 was architect Diehl's own residence.

This double townhouse is situated just north of the centre in the Transvaalbuurt: a district bounded by Sonsbeekpark, Apeldoornseweg, the railway embankment and Zijpendaalseweg, with an urban design plan after a design by engineer Tellegen and predominantly built with more or less continuous rows of townhouses from the period 1905-1915. A considerable part of these houses was executed after designs by architect Diehl and display influences of Art Nouveau style.

The property is situated on the building line on the east side of De la Reijstraat and overlooks the St. Jansbeek with its Art Nouveau-style bridges. The adjoining property on the right side stands at the corner with Sonsbeeksingel. The single-storey extension with flat roof on the left side concerns the former drawing office of the architect from 1919. The adjoining townhouse De la Reijstraat 9 (corner Bothaplein) was likewise designed by Diehl at the same time and in the same style with similar detailing as the present property. The shallow front garden is closed off on the street side at number 13 by a wrought-iron FENCE. The original fence at number 11 has been removed.

Description:

Partly basement DOUBLE TOWNHOUSE of two storeys and attic storey on a rectangular ground plan. The two-aisle residences adjoin each other with the wide aisle. The brick facades are laid in Flemish bond. The front facade of number 11 and part of the left side facade are grey-rendered (not original). Otherwise the side facades and rear facade are plastered and painted in light shades. The attic storey has a flat roof with on the street side a roof panel that on the left goes partway round the corner. This roof panel is covered with red cross tiles and drains via a wooden gutter on worked brackets. In the roof panel a flat roof dormer with multi-pane (casement) windows is placed over almost the entire facade width. The aisles are marked by brick party walls. At the location of the wide aisles the roof dormer displays an undulating roof line and the top is boarded. On the flat roof at the location of the party wall are two coupled chimneys.

The mirror-symmetrically arranged FRONT FACADE has two identical entrance arrangements in the left and right aisles. Brick stoeps with stone steps and tiled floors (red/yellow) between tall brick door cheeks provide access to panel doors each with four lights with cut glass. The under-door sills and mullions are of stone. Both entrances are flanked by four-pane side lights with yellow stained glass. Above the entrances are far-projecting flat wooden canopies resting on worked beams. Above the canopies are segmental arches laid in brick. To the left of the entrance of number 11 there is an additional (service?) entrance consisting of a panel door with a light and wrought-iron grille (circular motifs), and a closing roller blind and inset segmental arch. Above the entrance arrangements is in the second storey a rectangular window with single-pane sash window and twenty-pane fanlight with yellow stained glass. The two adjoining wide aisles each have a curved bay window extending over two storeys with flat roof at the level of the gutter. The bay windows have in both the first and second storey three coupled rectangular windows with single-pane lower sashes (originally sash windows) and curved sixteen-pane fanlights with yellow stained glass. The strips between the windows in the first and second storey are clad with slates in Dutch lap bond.

The mostly built-in RIGHT SIDE FACADE is blank. The LEFT SIDE FACADE has in the front section (under the continuing roof panel) a filled-in rectangular window. In the white-rendered section behind are two large rectangular stained-glass windows at the location of the stairwell.

The REAR FACADE has in the left and right aisles an entrance with renewed kitchen door and side and upper lights (at number 11 the door has been replaced by a window), and in the second storey a rectangular window with casement window and fanlight. The two adjoining wide aisles have in the first storey a double garden door between side lights and a multi-pane fanlight (with at number 11 yellow stained glass). The arrangement of this wall has been altered at number 13. The wide shallow balconies with simple wooden railings are accessible via double doors with fanlights. The attic storey, somewhat set back from the rear facade, consists of a series of two-pane fixed and opening windows. Adjoining the right side facade against the rear facade of number 13 is an original single-storey shed (formerly w.c. and coal store) with flat roof and three panel doors each with two lights and ventilation louvres.

The SPATIAL STRUCTURE of these two-aisle residences is still largely intact, with in the wide adjoining aisles rooms en suite, and in the narrower left and right aisles basement, vestibule, passage with stairwell and toilet, cabinet and bathroom. The attic storey has a slightly altered arrangement with rooms.

Both residences possess a large number of valuable interior elements. In particular the INTERIOR of number 11 is exceptionally richly executed and in good condition (only the kitchen is completely modernised). The vestibule has a white marble floor and skirting, tall wooden panelling with panels and polychrome wall and ceiling painting: a repeating pattern consisting of a regular distribution of stylised plant and animal motifs without depth suggestion, such as flowers, fanciful trees, lizards, peacocks, birds and stars. The hall has a white marble floor and skirtings, wooden panelling and wooden staircase with large octagonal newel post (incised small squares and square brackets under the cap), inner string with tapered wooden balusters and moulded handrails, a toilet with ivory-coloured faceted tiles and small washbasin. The rooms en suite in the first storey have a parquet floor in herringbone pattern with inlaywork, a ceiling of moulded beams with stretched linen over which an encircling painted band decorative flat ornament (ochre, grey, red, black), in the front room a black-veined grey marble chimneypiece with incised vertical ornament bands (lines and squares with inscribed circles), a sliding door with cut glass and cupboards on either side, in the back room a tiled chimneypiece (green/blue enamelled) in which a rectangular tile panel is incorporated with a representation of a woman picking flowers in a landscape with mill (made by Joost Thooft and La Bouchere from Delft). A small room in the left aisle of the second storey has a moulded high wooden skirting, an encircling wooden cornice at the height of the door sills and a display cabinet. The rooms en suite in the wide aisle of the second storey have flat grey marble chimneypieces surrounded by a high wooden chimneypiece with vertical grooves, square brackets under the cornice and an integrated cut mirror, a stucco ceiling with encircling mouldings and a central rosette (cross with spreading peacock feathers). The more modest interior of number 13 has among other things a white marble floor and skirtings in the vestibule and passage; various wooden panel doors; two simple black marble chimneypieces and a stucco ceiling with encircling mouldings and 'central rosette' in the rooms en suite; a floor of hexagonal tiles in the conservatory (red/white); a terrazzo floor, granite-topped work surface, serving hatch, fixed sideboard and chimneypiece in the kitchen; white marble floor, ivory-coloured faceted tiles and small washbasin in the toilet; a wooden staircase with worked newel post and two moulded handrails in the stairwell; stucco ceilings with encircling mouldings and central rosette (cross with spreading peacock feathers) and black marble chimneypieces in the rooms en suite in the second storey.

Valuation:

DOUBLE TOWNHOUSE with FENCE from circa 1910.

- Of architectural historical value as a good and intact example of two adjoining substantial townhouses, which are related in main form to English country house style and whose detailing is derived from Art Nouveau style. The properties stand out for high-quality aesthetic qualities, in both interior and exterior, such as a main form with intact proportions and curved lines, rich and varied use of materials and special ornamentation. Particularly De la Reijstraat 11 has a remarkably rich interior in Art Nouveau style with special elements, such as painted wallpaper and ceilings, ornamented chimneypieces (wood, tiles, marble) and stucco ceilings. The interior elements possess high artistic-historical value. Furthermore the property is a good example of late Art Nouveau within the oeuvre of architect WILLEM DIEHL (1876-1959), and with the intact and remarkably richly executed interior, occupies an important place within national architectural history.

- Of urban design value as an essential component of the Transvaalbuurt: a small district from the beginning of the twentieth century, which was laid out according to an urban design plan by engineer Tellegen and predominantly built with more or less continuous rows of townhouses in Art Nouveau style. The property has ensemble value in relation to the surrounding buildings (a considerable part of which was likewise designed by Diehl) and the Art Nouveau-style bridges over the St. Jansbeek.

- Of cultural-historical value as the former residence of the important architect W. Diehl with an intact and very richly executed interior in Art Nouveau style; being a special expression of an artistic-historical development, connected to some innovative value.

WILLEM DIEHL (1876-1959) after his training at the technical school in 's-Gravenhage from 1898 to 1902 stayed in Antwerp and Brussels. At the office of E. Thielens he met architect E. van Averbeke (1876-1946) - the later city architect of Antwerp - with whom he associated himself and between 1899 and 1901 in Antwerp designed various buildings in Art Nouveau style. In 1902 Diehl established himself in Arnhem where he introduced a building style inspired by foreign Art Nouveau movements. The numerous townhouses designed by him in the Transvaalbuurt from the period 1904-1915, including the Belderbos building on the Zijpendaalseweg and his own residence De La Reijstraat 11, form a showcase of diverse expressions of Nieuwe Kunst with its distinctive window forms and glazing bars, rich application of ornamental features and varied use of materials, also in the interior. Two buildings on the nearby Willemsplein are illustrative of the further stylistic development within Diehl's oeuvre. First of all there is the former Luxor cinema from 1915-1916: a theater for film performances executed entirely in Art Déco style with grand café-like allure. The second building concerns the Vesta office from 1930-1931: an office building executed in businesslike traditionalist style with elements of Art Déco and austere Amsterdam School.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map