Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Karel van der Heijdenweg 10
Arnhem, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1919
- Address
- Karel van der Heijdenweg 10, Locatie: Hazegrietje, 6821 KA Arnhem
- Place
- Arnhem
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.99777, 5.91579
- Monument number
- 516884
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1918 map "Bl. 19 Arnhem, 1918" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding:
Kleine vrijstaande VILLA gebouwd in 1919 in opdracht van Mej. A. Philipse door W.J. Gerretsen in een stijl die invloeden vertoont van de Amsterdamse School en van de Gooise landhuisstijl. De villa is gebouwd tegen een vrij steile helling op een perceel met een groot hoogteverschil, gesitueerd tussen de hooggelegen Karel van der Heijdenweg en de lager gelegen Weg langs het Hazegrietje. Bij de bouw van het huis is het grote hoogteverschil benut om een zo schilderachtig mogelijk effect te bereiken. Via een gemetselde brug aan de Karel van der Heydenweg, die tegen de voorgevel is gebouwd en één geheel vormt met de architectuur van het huis, wordt de voordeur bereikt. Deze komt uit in een ruime hal op de eerste verdieping, tevens de slaapverdieping. Van hieruit voert een trap naar beneden naar de woonvertrekken en de tuin met een riant uitzicht op Arnhem en wijde omgeving.
De villa is gelegen aan een smalle doodlopende weg, die overgaat in een onverhard pad, in een bosachtige omgeving waar meerdere villa's staan. Het pand bezit een flinke tuin, die zich voornamelijk achter en links van de woning uitstrekt. Achter in de tuin staat de in 1937 door G. Feenstra gebouwde garage, die de toegang aan de Weg langs het Hazegrietje heeft en niet voor bescherming in aanmerking komt. Feenstra heeft in 1938 ook de oorspronkelijk open loggia aan de achterzijde dichtgezet.
Omschrijving:
Symmetrisch opgezette, driebeukige VILLA op een rechthoekig grondplan met rechthoekige uitbouwen aan beide zijden en een meerzijdige uitbouw aan de voorzijde. De villa telt twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een samengesteld rietgedekt, deels gebroken schilddak met een korte nok parallel aan de voorgevel. De nok is voorzien van een flinke gemetselde schoorsteen met ijzeren kap en rode rietvorsten. De nokken van de aankappingen boven de drie uitbouwen en de onderdorpels van de dakkappellen zijn ook voorzien van rode rietvorsten.
De gevels zijn opgetrokken in rode baksteen, gemetseld in halfsteens verband en voorzien van een door een rollaag afgesloten trasraam. De vensters worden aan onder- en bovenzijde afgesloten door halfsteens rollagen, behalve bij de ingangspartij en de brug waar de rollagen een tot twee strekken hoog zijn en bovendien zijn voorzien van siermetselwerk. De rollagen aan de bovenzijde van deuren en vensters zijn geaccentueerd met koolteer.
De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL telt drie traveeën, waarvan de middelste risaleert en in een punt naar voren springt. De voordeur en het slaapkamervenster, die in deze punt geplaatst zijn springen weer enigszins terug en bevinden zich evenwijdig aan de rest van de voorgevel. Alle hoeken die op deze manier zijn ontstaan zijn voorzien van tandversiering. De gebroken steekkap boven dit vooruitspringend gedeelte is weer voorzien van een tweezijdig wolfeind.
De recht gesloten voordeur in een houten kozijn op neuten van rode zandsteen, is samengesteld uit planken die een ruitpatroon vormen. In het midden is een rond ruitje met een achthoekig ijzeren roostertje aangebracht. De dorpel is van hardsteen. Rechts naast de deur bevinden zich een ijzeren trekbel en een brievenbus. De deur wordt geflankeerd door twee smalle 3-ruits draairamen met spiegelluiken. Boven deur bevindt zich een 12-ruits stolpraam. Onder de brug, precies onder de voordeur bevindt zich een rondboogvormig afgesloten houten keukendeur, geflankeerd door twee 2-ruits draairamen.
De brug, die tegen de voorgevel is gebouwd, heeft een onderdoorgang die wordt afgesloten door gebroken keperbogen met siermetselwerk. De onderdoorgang is voorzien van een gemetseld tongewelf met een steekgewelf boven de keukendeur. De gemetselde balustrade, die aan de straatzijde d.m.v. twee stompe hoeken naar buiten springt, zodat het lijkt alsof twee handen zich uitstrekken naar de bezoeker, is afgedekt met hardstenen platen. De hoeken zijn voorzien van tandversiering. Het brugdek is beklinkerd.
De linker en de rechter travee bezitten op de onderverdieping een venster met twee 4-ruits draairamen met een houten paneel ertussen en op de bovenverdieping een 18-ruits stolpraam. Alle vensters zijn voorzien van spiegelluiken.
De asymmetrisch ingedeelde LINKER ZIJGEVEL bezit links een vooruitspringend gedeelte, waarin zich een dubbele paneeldeur met twee 8-ruits ramen en spiegelluiken bevindt. In het rechter deel van de gevel bevindt zich een klein venster met draairaam en diefijzer. Hierboven bevinden zich in het vrijwel verticale onderschild van de kap links 12-ruits stolpraam en rechts ook een klein venster met draairaam.
De asymmetrisch ingedeelde RECHTER ZIJGEVEL is vrijwel identiek aan de linker zijgevel. Hier springt echter het rechter deel naar voren en bovendien bevindt zich in het linker deel 16-ruits stolpraam met spiegelluiken.
De symmetrisch ingedeelde ACHTERGEVEL telt drie traveeën. De middentravee bevat een dubbele paneeldeur met twee 8-ruits ramen en 8-ruits zijlichten eveneens met panelen. Hiervoor ligt een drie treden hoge gemetselde stoep met zandstenen afdekplaten. Aan weerszijden bevinden zich vensters met tweedelige kozijnen, ieder met twee 16-ruits stolpramen. Vensters en deuren zijn voorzien van spiegelluiken. In de onderschilden van de gebroken kap bevinden zich links en rechts eveneens vensters met tweedelige kozijnen, waarvan elk twee 12-ruits stolpramen bevat. In het midden bevond zich oorspronkelijk een loggia. Deze is echter dichtgezet met veelruits ramen. De loggia-opening wordt geflankeerd door twee gemetselde overhoekse muurdammen voorzien van tandversiering en rustend op gepotdekselde basementen. Het dak is boven de loggia iets opgewipt. Op de hoeken van de achtergevel bevinden zich gemetselde bloembakken met een tweezijdige sluiting en tandversiering. Het terras dat zich over de gehele breedte van de achtergevel uitstrekt is bedekt met rode zandsteen. In het INTERIEUR is de hoofdindeling intact gebleven. In de ruime hal bevindt zich vrijwel meteen achter de voordeur de trap naar de woonvertrekken beneden. Het betreft een houten trap met een bordes, profiellijsten onder de aantreden en eenvoudige leuningen. De houten balustrade die op de eerste verdieping het trapgat afschermt is echter rijk geornamenteerd. Zij is voorzien van houten palen die doorlopen tot het plafond en opengewerkte spijlen. Tussen de zijwanden van de trap en het plafond van de begane grond is een ruimte van ca. 50cm open gelaten, waartussen zich een viertal opengewerkte balusters bevindt. Verder zijn er nog enkel oorspronkelijke elementen bewaard gebleven zoals lambrizeringen en paneeldeuren in geprofileerde omlijstingen.
Waardering:
Kleine VILLA uit 1919 van architect W.J. Gerretsen.
- Van architectuurhistorische waarde als een goed en vrijwel gaaf voorbeeld van een landhuisje met invloeden van de Gooise landhuisstijl en de Amsterdamse school. De villa is van architectuurhistorisch belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp zoals goede verhoudingen, een bijzondere ornamentiek en inventiviteit, waarbij optimaal gebruik is gemaakt van de mogelijkheden die bouwen op geaccidenteerd terrein bood. De villa is van belang als onderdeel van het oeuvre van W.J. Gerretsen, die in zijn beginperiode in de stijl van de Amsterdamse School bouwde, maar later grote bekendheid verwierf met zijn wederopbouwwerk in de stijl van de Delftse School.
- Van stedebouwkundig belang vanwege de bijzondere ligging op geaccidenteerd terrein.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction:
Small detached VILLA built in 1919 commissioned by Miss A. Philipse by W.J. Gerretsen in a style showing influences of the Amsterdam School and the Gooise country house style. The villa is built against a fairly steep slope on a plot with significant height difference, situated between the high-lying Karel van der Heijdenweg and the lower-lying Weg langs het Hazegrietje. In building the house, the large height difference was exploited to achieve as picturesque an effect as possible. Via a masonry bridge at the Karel van der Heijdenweg, built against the front facade and forming one whole with the architecture of the house, the front door is reached. This opens into a spacious hall on the first floor, also the sleeping floor. From here a staircase leads down to the living quarters and the garden with a fine view of Arnhem and the surrounding area.
The villa is located on a narrow dead-end road, which becomes an unpaved path, in a wooded setting where several villas stand. The property has a substantial garden, which extends mainly behind and to the left of the dwelling. At the back of the garden stands the garage built in 1937 by G. Feenstra, which has access to the Weg langs het Hazegrietje and is not eligible for protection. Feenstra also enclosed the originally open loggia at the rear in 1938.
Description:
Symmetrically arranged, three-aisle VILLA on a rectangular ground plan with rectangular outbuildings on both sides and a multi-sided outbuilding at the front. The villa has two storeys and an attic storey under a composite thatched, partly broken hipped roof with a short ridge parallel to the front facade. The ridge is provided with a substantial masonry chimney with iron cap and red thatch finials. The ridges of the roof junctions above the three outbuildings and the sub-eaves of the roof dormers are also provided with red thatch finials.
The facades are constructed in red brick, laid in half-brick bond and provided with a limestone frame closed off by a rolled course. The windows are closed at bottom and top by half-brick rolled courses, except at the entrance section and the bridge where the rolled courses are one to two stretches high and are moreover provided with decorative brickwork. The rolled courses at the top of doors and windows are accentuated with coal tar.
The symmetrically arranged FRONT FACADE has three bays, of which the middle one projects and springs forward to a point. The front door and the bedroom window, which are placed in this point, spring back somewhat and are located parallel to the rest of the front facade. All angles created in this way are provided with tooth decoration. The broken pitched roof above this projecting section is provided with a two-sided half-hipped end.
The straight-closing front door in a wooden frame on plinths of red sandstone, is composed of planks forming a diamond pattern. In the middle a round pane with an octagonal iron grille has been fitted. The threshold is of hardstone. To the right of the door are an iron bell pull and a letterbox. The door is flanked by two narrow 3-light casement windows with mirrored shutters. Above the door is a 12-light roof window. Under the bridge, directly under the front door, is a round-arched enclosed wooden kitchen door, flanked by two 2-light casement windows.
The bridge, built against the front facade, has an underpass which is closed off by broken herringbone arches with decorative brickwork. The underpass is provided with a masonry barrel vault with a segmental vault above the kitchen door. The masonry balustrade, which on the street side projects outward via two obtuse angles, so that it appears as if two hands are reaching out to the visitor, is capped with hardstone plates. The angles are provided with tooth decoration. The bridge deck is paved with clinker brick.
The left and right bays have on the lower storey a window with two 4-light casement windows with a wooden panel between them and on the upper storey an 18-light roof window. All windows are provided with mirrored shutters.
The asymmetrically arranged LEFT SIDE FACADE has on the left a projecting section, in which is located a double panel door with two 8-light windows and mirrored shutters. In the right part of the facade is a small window with casement window and burglar bars. Above these are in the virtually vertical undersection of the roof on the left a 12-light roof window and on the right also a small window with casement window.
The asymmetrically arranged RIGHT SIDE FACADE is virtually identical to the left side facade. Here, however, the right part projects forward and moreover in the left part is a 16-light roof window with mirrored shutters.
The symmetrically arranged REAR FACADE has three bays. The middle bay contains a double panel door with two 8-light windows and 8-light side lights likewise with panels. In front of this is a three-step high masonry stoop with sandstone covering plates. On either side are windows with two-part frames, each with two 16-light roof windows. Windows and doors are provided with mirrored shutters. In the under-sections of the broken roof are on left and right likewise windows with two-part frames, each containing two 12-light roof windows. In the middle was originally a loggia. This has, however, been enclosed with many-light windows. The loggia opening is flanked by two masonry diagonal wall dampers provided with tooth decoration and resting on rendered bases. The roof above the loggia is slightly sprung up. On the corners of the rear facade are masonry flower boxes with two-sided closure and tooth decoration. The terrace extending over the full width of the rear facade is covered with red sandstone. In the INTERIOR the main layout remains intact. In the spacious hall, virtually immediately behind the front door, is the staircase to the living quarters below. This is a wooden staircase with a landing, moulded lists under the treads and simple railings. The wooden balustrade which on the first floor screens off the stairwell is, however, richly ornamented. It is provided with wooden posts that continue to the ceiling and pierced balusters. Between the side walls of the staircase and the ceiling of the ground floor a space of approximately 50cm has been left open, within which are four pierced balusters. Further, a number of original elements have been preserved such as wainscotting and panel doors in moulded surrounds.
Valuation:
Small VILLA from 1919 by architect W.J. Gerretsen.
- Of architectural-historical value as a fine and virtually intact example of a country house showing influences of the Gooise country house style and the Amsterdam School. The villa is of architectural-historical importance because of the high-quality aesthetic qualities of the design such as good proportions, distinctive ornamentation and inventiveness, whereby optimal use was made of the possibilities offered by building on sloping terrain. The villa is important as part of the oeuvre of W.J. Gerretsen, who in his early period built in the style of the Amsterdam School, but later achieved great renown with his reconstruction work in the style of the Delft School.
- Of urban planning significance because of its distinctive location on sloping terrain.
Nearby in the register
- HazegrietjeWoonhuisunder 1 mi
- Viaduct, Apeldoornseweg bij 242Wegunder 1 mi
- WaterbergTransportunder 1 mi
- Schoolgebouw, Heselbergherweg 13Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.