Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Oostergrachtswal 47
Leeuwarden, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1880 - 1890
- Address
- Oostergrachtswal 47, 8921 AB Leeuwarden (and others)
- Place
- Leeuwarden
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.20143, 5.80336
- Monument number
- 516469
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Voornaam, breed herenhuis omstreeks 1880 mogelijk naar ontwerp van Hendrik Kramer ontworpen in Eclecticisme, sinds tientallen jaren institutioneel gebruikt en daarvoor deels verbouwd en met de panden 37 tot en met 47 doorgebroken.
De Grachtswal, na de opening van het Nieuwe Kanaal in 1895 pas gescheiden in de Zuidergrachtswal en Oostergrachtswal, heeft al sinds eeuwen een zeer uiteenlopende, goeddeels aaneengesloten bebouwing, van vooral buitenhuizen van de welgestelden. Kaartmateriaal laat aan die wal een afwisseling zien van grote percelen met flinke bebouwing en uitgestrekte tuinen. Al van de minitieus getekende stadsplattegrond die Johann Hermann Knoop omstreeks 1760 tekende is dat af te lezen. Een van de opmerkelijkste bouwwerken was het in 1658 gestichte Marcelis Goverts Gasthuis, bestaand uit een voorhuis met poort en kamers rond een hof erachter. Het gasthuis is na de nieuwbouw aan de Noordersingel in 1877 met drie aangrenzende woonhuizen verkocht. Gedeelten van het gasthuis hebben nog lang achter de bebouwing gestaan, waar thans geen spoor meer van is te vinden. In het midden van de negentiende eeuw was de woningdichtheid van de Grachtswal en omgeving zodanig toegenomen dat het stadsbestuur even ten zuiden van het gasthuis voor de ontsluiting van het gebied in 1849 een pontje in de vaart bracht, het eerste van het zevental pontjes dat een verbinding over de stadsgracht ging onderhouden. Bovendien werd in hetzelfde jaar 1849 het achter de bebouwing gelegen exercitieveld verplaatst naar een terrein aan het Kalverdijkje, omdat de schietoefeningen gevaar gingen opleveren voor de omwonenden. De houten walbeschoeiing van de kade werd in 1859 vervangen door een stenen walmuur en spoedig is de kade geplaveid. In tegenstelling tot de Zuidergrachtswal die nog enige oudere bebouwing kent, lijkt de Oostergrachtswal met een bebouwing uit het laatste kwart van de vorige eeuw pas ontwikkeld te zijn na de ontmanteling van de stad. In deze periode, na de vernieuwing van de kade, is de bebouwing door vernieuwing en nieuwbouw inderdaad totaal van leeftijd veranderd, maar de nieuwe woningen bleven meest herenhuizen.
In het midden van de negentiende eeuw woonde in de voorganger van dit pand Gerrit Martijn Baron du Tour van Bellinchave, raadsheer bij het Hof met gezin en dienstboden. In de jaren-1870 bewoonde Freule Christina du Tour van Bellinchave het pand met een `juffrouw van gezelschap' en ander dienstpersoneel. De Freule deed dat tot 1899 en in die tijd moet het pand zijn vernieuwd. De familie Du Tour had veel bezittingen in Friesland waaronder boerderijen. In de werkboekjes van architect Hendrik Kramer komen vanaf het begin (niet het begin van zijn carrière) in 1881 allerlei posten van inspectie, verbouwingen en zelfs de nieuwbouw van een boerderij in Genum voor, waaruit kan worden afgeleid dat hij familiebouwmeester was en mede gezien de stijl, dit herenhuis ook kan hebben ontworpen. Van 1899 tot 1907 woonde het gezin met personeel van mr. Jan Bieruma Oosting in het herenhuis en in 1908 kwam Heinrich Gustav Wilhelm Sprenger er met gezin en gedienstigen wonen. Daarvoor had deze zeer welgestelde man op nummer 45 gewoond. Sprenger was koopman, directeur van de Leeuwarder Courant en vice-consul van Spanje. Eind 1935 vertrok hij naar Funchal op Madeira en het herenhuis bleef enige tijd onbewoond. In 1935 werd het kantoor en de magazijnen van het provinciale vereniging Het Groene Kruis er in gevestigd met administrateur T. de Groot als bewoner. Het pand is toen, vooral ook met het oog op de publieke functie verbouwd, in het bijzonder het zuidelijke gedeelte met zij-ingang en hal. In 1971 koos de provinciale planologische dienst het als een van de rij panden tot residentie. De Thorbecke Academie van de Noordelijke Hogeschool en tenslotte het Waterschap Friesland waren de volgende gebruikers.
Omschrijving
EXTERIEUR: Herenhuis oorspronkelijk op een L-vormige plattegrond, een breed voorhuis van vijf raamvakken breed en twee bouwlagen hoog onder een afgeknotte schildkap en een even hoge achtervleugel aan de noordzijde. Het brede pand staat in een nagenoeg gesloten gevelwand, maar staat - vermoedelijk door sloop van het belendende pand, mogelijk een koetshuis - aan de zuidzijde vrij, waardoor aan die zijde voor de functie van het Groene Kruis in de jaren-dertig een uitbreiding plaats kon vinden. Het is net als nummer 41 in de gevelwand verzelfstandigd door een encadrering van volkomen symmetrisch verticaal en horizontaal lijstwerk van natuur en kunststeen. De encadrering wordt gerelativeerd door enige decoratieve verrijkingen. Na een natuurstenen plint en borstwering en de geprofileerde aflijsting van de onderdorpelband volgt opgaand muurwerk van bruine mangaansteen. De borstwering van de verdieping is voorzien van een brede lijst van kunststeen met een geprofileerde onderdorpelband. De gevel wordt beëindigd door een gecorniste kroonlijst van pleister met verdiepte vakken, alleen in het middenvak voorzien van acanthus-krulwerk, een profiel- en tandlijst en een geprofileerde gootlijst. Verticaal wordt de gevel over beide bouwlagen op de hoeken en te weerszijden van de toegangstravee geleed door pilasters van kunststeen, beneden geblokt (de onderste twee blokken rustiek bewerkt) en boven vlak met verdiepte velden. De hoekpilasters staan iets uit de hoek, waardoor de suggestie van breedte wordt versterkt. Boven de pilasters zijn tegen de kroonlijst gepaarde, decoratieve consoles onder de gootlijst aangebracht. In de gevel staan grote, getoogd gesloten vensters in de voorgevel, beneden ongedeeld, boven T-vensters, alle gedekt door hanekammen. De twee noordelijke vensters op de beganegrond zijn op de onderdorpel voorzien van sierlijke gietijzeren hekjes waarin griffioenen zijn verwerkt. In het middenvak staat achter de getoogd gesloten, ondiepe, onversierd gestucte, maar aan de benedenzijde rustiek bewerkte portiek met een hardstenen stoep van twee treden de geprofileerd omlijste ingangspartij van een brede gebeeldhouwde deur. Voor de verdieping en boven de ingang een balkon, rustend op forse, rijk gevormde neo-renaissance consoles en voorzien van een sierlijk gietijzeren het tussen penanten. Achter het balkon staan openslaande deuren met grote glaspanelen en bovenlicht. Boven de middenpartij staat op het voorschild een brede dakkajuit met kruisvenster, niet origineel vlak afgetimmerd. Op de schilden van het dak blauw geglazuurde platte Friese pannen met groeven. De zijgevels zijn vlak afgestuct. In het terugspringende gedeelte van de achtervleugel staan in een nog zichtbaar stuk zijwand de drievoudige rondboogvensters ter verlichting van de trappenhal. In 1935 is het pand voor de functie van het Groene Kruis aan de zuidzijde uitgebreid met divers gevormde, van rode baksteen gemetselde en aangekapte elementen die het grootste deel van de zijgevels aan het oog onttrekken. Daarachter is na 1971 nog een vleugel van een laag gebouwd met wanden van damwandplaten.
INTERIEUR: Achter de portiekingang bevindt zich de niet meer in gebruik zijnde vestibule met witmarmeren vloer, een afgelijste lambrisering van pleister en nieuwe tochtdeuren bevindt een korte gang die uitloopt in een zeer ruime hal. In de korte gang twee portes-brisées naar de zijsalons. De noordelijke bezit nog de oorspronkelijke vensteromtimmering en grotendeels een lage getimmerde lambrisering. De andere, kleine salon heeft alleen nog de vensteromtimmering. De grote achtersalon in de vleugel is het best bewaard met twee openslaande deuren, een zware, rijk bewerkte zwart marmeren schouw en een sierlijk stucplafond in neo-classicistische vormen. Het is de enige ruimte in de woning waar het stucplafond zichtbaar is, de overige vertrekken bezitten systeemplafonds. De grote hal die aan de zuidzijde in 1935 gewijzigd is, ademt toch grotendeels de sfeer van de bouwtijd. De vloer is bekleed met grote, hier en daar beschadigde, witmarmeren platen. Tussen gang en hal een poortachtige afwerking. De trap met onder en boven een rijk gebeeldhouwde trappaal en gietijzeren balusters in het traphek vouwt zich met een overloopje langs de zuidelijke wand van de hal. De trap wordt verlicht door drie hoge rondboogvensters met glas-in-lood in bloemen motief uit de verbouwtijd van 1935. Fors omlijst stucplafond. De bovenhal wordt met een ovaal, fraai gepleisterde lijsten en decoraties omvat bovenlicht met origineel glas verlicht. In de bovenvertrekken onder meer enig eenvoudig stucwerk en vensteromlijstingen. Zolders geheel voor kantoorfuncties verbouwd en betimmerd.
WAARDERING
Herenhuis van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang
- vanwege de vooral uitwendig gave stijlzuiverheid in de Eclectische stijl;
- vanwege de bijzondere, oorspronkelijke interieuronderdelen, in het bijzonder van entree en hal en de achtersalon;
- vanwege de markante plaats van het gebouw in de geschiedenis van de singelbebouwing;
- vanwege de stedenbouwkundige ligging als een van de belangrijke elementen in de nagenoeg gesloten grachtbebouwing.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Front herenhuis circa 1880 possibly designed according to a design by Hendrik Kramer in Eclecticism, for several decades used institutionally and previously partly rebuilt and broken through with the properties 37 to 47 inclusive.
The Grachtswal, only separated into the Zuidergrachtswal and Oostergrachtswal after the opening of the Nieuwe Kanaal in 1895, has for centuries had a very diverse, largely continuous built environment, of mainly country houses of the wealthy. Map material shows an alternation at that wall of large plots with substantial buildings and extensive gardens. This can be read from the meticulously drawn city plan that Johann Hermann Knoop drew around 1760. One of the most remarkable buildings was the Marcelis Goverts Gasthuis established in 1658, consisting of a front house with gate and rooms around a courtyard behind. The gasthuis after the new construction at the Noordersingel in 1877 was sold with three adjacent houses. Parts of the gasthuis stood behind the built environment for a long time, of which no trace is now to be found. In the middle of the nineteenth century the housing density of the Grachtswal and surroundings had so increased that the city council just south of the gasthuis for the opening up of the area in 1849 brought a pontoon into the waterway, the first of the seven pontoons that would maintain a connection over the city moat. Moreover in the same year 1849 the drilling ground situated behind the built environment was moved to an area at the Kalverdijkje, because shooting exercises were becoming dangerous for the residents. The wooden quay facing of the wharf was in 1859 replaced by a stone quay wall and soon the quay was paved. In contrast to the Zuidergrachtswal which still has some older built environment, the Oostergrachtswal with built environment from the last quarter of the previous century seems to have developed only after the dismantling of the city. In this period, after the renewal of the quay, the built environment through renewal and new building indeed changed completely in age, but the new houses remained mostly herenhuis.
In the middle of the nineteenth century in the predecessor of this property lived Gerrit Martijn Baron du Tour van Bellinchave, councillor at the Hof with family and servants. In the 1870s Freule Christina du Tour van Bellinchave occupied the property with a 'lady companion' and other domestic staff. The Freule did so until 1899 and during that time the property must have been renewed. The Du Tour family had many possessions in Friesland including farms. In the workbooks of architect Hendrik Kramer from the beginning (not the beginning of his career) in 1881 various items of inspection, alterations and even the new construction of a farm in Genum appear, from which it can be concluded that he was family master builder and given the style, he may also have designed this herenhuis. From 1899 to 1907 the family with staff of mr. Jan Bieruma Oosting lived in the herenhuis and in 1908 Heinrich Gustav Wilhelm Sprenger came to live there with family and servants. Previously this very wealthy man had lived at number 45. Sprenger was a merchant, director of the Leeuwarder Courant and vice-consul of Spain. End of 1935 he departed to Funchal on Madeira and the herenhuis remained unoccupied for a time. In 1935 the office and warehouses of the provincial association Het Groene Kruis were established there with administrator T. de Groot as resident. The property was then rebuilt, particularly with a view to the public function, in particular the southern section with side entrance and hall. In 1971 the provincial planning service chose it as one of the row of properties for residency. The Thorbecke Academie of the Noordelijke Hogeschool and finally the Waterschap Friesland were the next users.
Description
EXTERIOR: Herenhuis originally on an L-shaped floor plan, a broad front house of five window bays wide and two storeys high under a hipped roof and an equally high rear wing on the north side. The broad property stands in an almost closed facade wall, but stands - presumably through demolition of the adjacent property, possibly a coach house - free on the south side, which for the function of Het Groene Kruis in the nineteen-thirties made an extension possible. Like number 41 it is made independent in the facade wall by an encasement of completely symmetrical vertical and horizontal moulding work of natural and artificial stone. The encasement is relativized by some decorative enrichments. After a natural stone plinth and breastwork and the profiled setting-out of the sill band follows rising brickwork of brown manganese stone. The breastwork of the storey is provided with a broad moulding of artificial stone with a profiled sill band. The facade is terminated by a corniced cornice of plaster with recessed panels, only in the central bay provided with acanthus scrollwork, a profile and dentil moulding and a profiled gutter moulding. Vertically the facade over both storeys on the corners and on either side of the entrance bay is articulated by pilasters of artificial stone, below rusticated (the two bottom blocks worked rustically) and above flat with recessed panels. The corner pilasters stand slightly proud of the corner, which strengthens the suggestion of breadth. Above the pilasters paired decorative corbels are placed against the cornice under the gutter moulding. In the facade stand large, arched closed windows in the front facade, below undivided, above T-windows, all topped by roof tiles. The two northern windows on the ground floor are provided on the sill with elegant cast-iron railings in which griffins are worked. In the central bay stands behind the arched closed, shallow, undecorated but on the lower side rusticated stuccoed portico with a hardstone step of two treads the profiled enclosed entrance part of a broad sculptured door. For the storey and above the entrance a balcony, resting on stout, richly formed neo-renaissance corbels and provided with an elegant cast-iron railing between pilasters. Behind the balcony stand opening doors with large glass panels and fanlight. Above the central section on the front roof slope a broad roof dormer with cross window, not originally finished flat. On the roof slopes blue glazed flat Frisian tiles with grooves. The side facades are finished flat. In the recessed section of the rear wing stand in a still visible section of side wall the triple round-arched windows for lighting the stairwell. In 1935 the property was extended on the south side for the function of Het Groene Kruis with various shaped elements laid in red brickwork and adjoined which conceal the greater part of the side facades from view. Behind this after 1971 a single-storey wing was built with walls of sheet pile planking.
INTERIOR: Behind the portico entrance is the no longer in use vestibule with white marble floor, a bordered wainscoting of plaster and new draught doors beyond a short corridor which ends in a very spacious hall. In the short corridor two glazed double doors to the side salons. The northern one still possesses the original window frame and largely a low wooden wainscoting. The other, small salon has only the window frame remaining. The large rear salon in the wing is the best preserved with two opening doors, a heavy, richly worked black marble fireplace and an elegant stucco ceiling in neo-classical forms. It is the only room in the dwelling where the stucco ceiling is visible, the remaining rooms have suspended ceilings. The great hall which on the south side in 1935 was altered, nevertheless breathes largely the atmosphere of the building period. The floor is covered with large, here and there damaged, white marble slabs. Between corridor and hall a gate-like finish. The staircase with below and above a richly sculptured newel and cast-iron balusters in the stair railing folds itself with an overlapping section along the southern wall of the hall. The staircase is lit by three tall round-arched windows with leaded glass in floral motif from the 1935 alteration period. Stoutly moulded stucco ceiling. The upper hall is encompassed with an oval, finely plastered mouldings and decorations encompassed fanlight with original glass. In the upper rooms among other things some simple stuccowork and window frames. Attics completely altered and fitted out for office functions.
EVALUATION
Herenhuis of general cultural-historical and architectural-historical importance
- because of especially the externally intact stylistic purity in the Eclectic style;
- because of the special, original interior components, in particular of entrance and hall and the rear salon;
- because of the striking place of the building in the history of the moat built environment;
- because of the urban planning location as one of the important elements in the almost closed moat built environment.
Nearby in the register
- Woonhuis, Oostergrachtswal 47Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Oostergrachtswal 41Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Oostergrachtswal 93Woonhuisunder 1 mi
- kantongerechtsgebouwGerechtsgebouwunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.