TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Oostergrachtswal 47

Leeuwarden, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1880 - 1890
Address
Oostergrachtswal 47, 8921 AB Leeuwarden
Place
Leeuwarden
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.20162, 5.80341
Monument number
516468

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Voornaam herenhuis in de jaren-1860 ontworpen in sobere Eclectische stijl, sinds tientallen jaren institutioneel gebruikt en daarvoor deels verbouwd en met de panden 37 tot en met 47 doorgebroken.

De Grachtswal, na de opening van het Nieuwe Kanaal in 1895 pas gescheiden in de Zuidergrachtswal en Oostergrachtswal, heeft al sinds eeuwen een zeer uiteenlopende, goeddeels aaneengesloten bebouwing, van vooral buitenhuizen van de welgestelden. Kaartmateriaal laat aan die wal een afwisseling zien van grote percelen met flinke bebouwing en uitgestrekte tuinen. Al van de minitieus getekende stadsplattegrond die Johann Hermann Knoop omstreeks 1760 tekende is dat af te lezen. Een van de opmerkelijkste bouwwerken was het in 1658 gestichte Marcelis Goverts Gasthuis, bestaand uit een voorhuis met poort en kamers rond een hof erachter. Het gasthuis is na de nieuwbouw aan de Noordersingel in 1877 met drie aangrenzende woonhuizen verkocht. Gedeelten van het gasthuis hebben nog lang achter de bebouwing gestaan, waar thans geen spoor meer van is te vinden. In het midden van de negentiende eeuw was de woningdichtheid van de Grachtswal en omgeving zodanig toegenomen dat het stadsbestuur even ten zuiden van het gasthuis voor de ontsluiting van het gebied in 1849 een pontje in de vaart bracht, het eerste van het zevental pontjes dat een verbinding over de stadsgracht ging onderhouden. Bovendien werd in hetzelfde jaar 1849 het achter de bebouwing gelegen exercitieveld verplaatst naar een terrein aan het Kalverdijkje, omdat de schietoefeningen gevaar gingen opleveren voor de omwonenden. De houten walbeschoeiing van de kade werd in 1859 vervangen door een stenen walmuur en spoedig is de kade geplaveid. In tegenstelling tot de Zuidergrachtswal die nog enige oudere bebouwing kent, lijkt de Oostergrachtswal met een bebouwing uit het laatste kwart van de vorige eeuw pas ontwikkeld te zijn na de ontmanteling van de stad. In deze periode, na de vernieuwing van de kade, is de bebouwing door vernieuwing en nieuwbouw inderdaad totaal van leeftijd veranderd, maar de nieuwe woningen bleven meest herenhuizen.

Gegevens over de bouwgeschiedenis zijn niet achterhaald en de bewoningsgeschiedenis geeft evenmin duidelijkheid over de datering van het pand. In het midden van de negentiende eeuw was de toenmalige bebouwing eigendom van de familie Du Tour van Bellinchave; tot 1862 woonde freule Fokel er. Mogelijk is het daarna vernieuwd. Tot 1878 woonde hervormd predikant Egbert Lasonder met vrouw en dienstboden er en vervolgens kwam diens confrater Willem F.K. Klinkenberg er tot 1893 met vrouw en dienstboden wonen. Van 1893 tot 1899 bewoonde Anna H. van Boelens, weduwe van Cornelis Wickers het pand en van 1899 tot 1908 was Heinrich Gustav Wilhelm Sprenger met gezin en dienstboden de bewoner. Sprenger was een der meest welgestelde inwoners van Leeuwarden: koopman, vice-consul van Spanje en directeur van de Leeuwarder Courant. Toen zijn buren uit het veel grotere pand nummer 47 vertrokken, verhuisde hij subiet. In nummer 45 kwam toen koopman in boter en kaas Tj. Halbertsma met gezin en dienstboden wonen. Na zijn overlijden in 1927 kwam mr. J.F. van Beeck Calkoen, rechter bij de Arrondissementsrechtbank er wonen en na diens vertrek in 1936 een familie Dijkstra. Na de wereldoorlog werd het pand bewoond door Klaas van der Molen en Christina M.S. Dijkstra. In 1971 is het pand ingelijfd bij de toen in deze panden gevestigde provinciale planologische dienst en werd het voor die functie stevig verbouwd. De Thorbecke Academie van de Noordelijke Hogeschool en tenslotte het Waterschap Friesland waren de volgende gebruikers.

Omschrijving

EXTERIEUR: Herenhuis op een rechthoekige plattegrond van drie raamvakken breed en twee volledige bouwlagen onder een lage schildkap. Het pand staat in een gesloten gevelwand en is na een met hardsteen beklede plint en borstwering met geprofileerde onderdorpelband opgetrokken van paarsbruine baksteen. Tussen de verdiepingen zit een natuurstenen band met onderdorpelband van de bovenvensters. De grote vensters, beneden ongelede schuifvensters en boven T-vensters zijn rechtgesloten en gedekt met hanekammen. De deur met een hardstenen trede is omlijst en bekroond, voorzien van twee consoles met acanthusornament. De paneeldeur is vermoedelijk in de jaren-vijftig vernieuwd en mogelijk is toen ook eenvoudig glas-in-lood in het bovenlicht gekomen. De gevel wordt afgesloten met een vlakke, houten kroonlijst voorzien van profiellijstjes en een geprofileerde gootlijst. Op de dakschilden liggen blauw geglazuurde Friese gegolfde pannen en de hoek van het dak draagt een met zink beklede pinakel. Op het voorschild staat een brede, kepervormig gesloten dakkapel met tweeledig venster. De achtergevel met beneden twee openslaande, glaspanelen deuren en een venster en boven drie vensters, alle rechtgesloten, is geheel vlak afgestuct.

INTERIEUR: Door de verbouwing voor kantoorgebruik is de structuur van het pand drastisch veranderd, maar er zijn wel belangrijke onderdelen van het interieur bewaard gebleven. De entree wordt niet meer gebruikt, maar hal en een deel van de gang zijn nog aanwezig. De trap is verdwenen. Ongeveer in het midden van de diepte van het pand is een dwarsgang gelegd die met doorbraken met de belendende percelen verbonden is. Voor die gang is de voorsalon (op de entree na die is verplaatst) nog in wezen met onder meer een fraai Neoclassicistisch stucplafond met lijsten en midden- en hoekornamenten, vensteromtimmeringen en een forse, gemeleerd rozebruine marmeren schouw in Neobarokke vormen. De achterkamer bevat op een asymmetrische plaats eenzelfde schouw omdat de ruimte gewijzigd is. Overigens zijn systeemplafonds aangebracht. De zolder is voor kantoorfuncties verbouwd en betimmerd.

WAARDERING

Herenhuis van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang

- vanwege de vooral uitwendig gave stijlzuiverheid in eenvoudige Eclectische vormen;

- vanwege bijzondere, oorspronkelijke interieuronderdelen, in het bijzonder van de voorsalon;

- vanwege de markante plaats van het gebouw in de geschiedenis van de singelbebouwing;

- vanwege de stedenbouwkundige ligging als een van de belangrijke elementen in de gesloten grachtbebouwing.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Front mansion designed in the 1860s in sober Eclectic style, used institutionally for decades and previously partially rebuilt and broken through with properties 37 to 47.

The Grachtswal, only separated into the Zuidergrachtswal and Oostergrachtswal after the opening of the Nieuwe Kanaal in 1895, has for centuries had very varied, largely continuous building development, mainly country houses of the wealthy. Map material shows at that embankment an alternation of large plots with substantial buildings and extensive gardens. This can be read from the meticulously drawn city map that Johann Hermann Knoop drew around 1760. One of the most remarkable buildings was the Marcelis Goverts Gasthuis founded in 1658, consisting of a front house with gate and rooms around a court behind. The gasthuis was sold after the new construction at the Noordersingel in 1877 together with three adjoining dwelling houses. Parts of the gasthuis stood behind the buildings for a long time, where no trace of it can now be found. In the middle of the nineteenth century the housing density of the Grachtswal and surroundings had increased so much that the city council, just south of the gasthuis, brought a small ferry into the waterway in 1849 for access to the area, the first of seven ferries that maintained a connection over the city moat. Furthermore in the same year 1849 the exercise field behind the buildings was moved to a site at the Kalverdijkje, because shooting practice was becoming a danger to the residents. The wooden embankment facing of the quay was replaced in 1859 by a stone quay wall and soon the quay was paved. In contrast to the Zuidergrachtswal which still has some older building, the Oostergrachtswal with building from the last quarter of the previous century appears to have only developed after the dismantling of the city. In this period, after the renewal of the quay, the building through renewal and new construction indeed changed age completely, but the new houses remained mostly mansions.

Data on building history have not been found and the occupation history likewise provides no clarity on the dating of the property. In the middle of the nineteenth century the then building was owned by the Du Tour van Bellinchave family; until 1862 Freule Fokel lived there. Possibly it was renewed after that. Until 1878 reformed minister Egbert Lasonder lived there with his wife and servants and subsequently his fellow minister Willem F.K. Klinkenberg lived there until 1893 with his wife and servants. From 1893 to 1899 Anna H. van Boelens, widow of Cornelis Wickers occupied the property and from 1899 to 1908 Heinrich Gustav Wilhelm Sprenger with family and servants was the resident. Sprenger was one of the most wealthy inhabitants of Leeuwarden: merchant, vice-consul of Spain and director of the Leeuwarder Courant. When his neighbours moved out of the much larger property number 47, he moved immediately. In number 45 merchant in butter and cheese Tj. Halbertsma then came to live with family and servants. After his death in 1927 Mr. J.F. van Beeck Calkoen, judge at the Arrondissementsrechtbank came to live there and after his departure in 1936 a Dijkstra family. After the world war the property was occupied by Klaas van der Molen and Christina M.S. Dijkstra. In 1971 the property was incorporated into the provincial planning service then established in these properties and was substantially rebuilt for that function. The Thorbecke Academy of the Noordelijke Hogeschool and finally the Waterschap Friesland were the subsequent users.

Description

EXTERIOR: Mansion on a rectangular ground plan three window bays wide and two full storeys under a low hipped roof. The property stands in a closed facade wall and is constructed above a plinth faced with hardstone and a breast wall with profiled under-soffit band of purple-brown brick. Between the storeys there is a natural stone band with under-soffit band of the upper windows. The large windows, below without glazing bars as sash windows and above T-windows are straight-topped and covered with cock combs. The door with a hardstone step is framed and crowned, provided with two consoles with acanthus ornament. The panel door was presumably renewed in the 1950s and it is possible that simple leaded glass was also introduced in the fanlight at that time. The facade is finished with a flat wooden cornice provided with profile mouldings and a profiled gutter moulding. On the roof slates lie blue-glazed Frisian corrugated tiles and the corner of the roof carries a zinc-clad pinnacle. On the front slope stands a broad, husk-shaped closed roof dormer with two-part window. The rear facade with below two casement glass-panelled doors and a window and above three windows, all straight-topped, is entirely plastered flat.

INTERIOR: Through the conversion for office use the structure of the property has changed drastically, but important interior components have been preserved. The entrance is no longer used, but hall and part of the corridor are still present. The staircase has disappeared. Approximately in the middle of the depth of the property a transverse corridor has been laid which is connected with openings to the adjoining plots. Before that corridor the front room (except for the entrance which has been moved) is still essentially intact, including among other things a fine Neoclassical stucco ceiling with mouldings and central and corner ornaments, window casings and a substantial, mottled rosy-brown marble fireplace in Neobaroque forms. The rear room contains a similar fireplace in an asymmetrical location because the space has been altered. Otherwise system ceilings have been installed. The attic has been converted and boarded in for office functions.

VALUATION

Mansion of general cultural historical and architectural historical importance

- because of the particularly externally well-preserved stylistic purity in simple Eclectic forms;

- because of special, original interior components, in particular of the front room;

- because of the marked place of the building in the history of the canal embankment development;

- because of the urban planning location as one of the important elements in the closed canal development.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map